WILLI JAECKEL

Willi Gustav Erich Jaeckel (Breslau, 10 februari 1888 – Berlijn, 30 januari 1944) was een Duitse schilder, die geldt als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Duitse Expressionisme. Van 1906 tot 1908 was hij leerling aan de kunstschool in Breslau, het huidige Poolse Wroclaw. Vanaf 1908 volgde hij een studie aan de Hochschule für Bildende Künste Dresden waar Otto Gußmann zijn leermeester was, die vooral bekendheid verwierf vanwege zijn werken in de stijl van Jugendstil en Art déco. In 1913 vertrok hij naar Berlijn, waar hij twee jaar later lid werd van de kunstenaarsvereniging Berliner Secession, die in 1898 was opgericht en die de toonaangevende vereniging was tot de kunstenaars uit München die rol overnamen. in 1919 werd Jaeckel lid van de Pruisische Kunstacademie. Vanaf 1925 was hij leraar aan de Hochschule für Kunsterziehung. Zijn stijl was expressief en decoratief; hij bracht onder meer het Expressionisme tot uitdrukking in religieuze thema’s. In 1912 maakte hij zijn eerste belangrijke werk ‘Kampf’, waar op een linnen doek dat de hele wand besloeg een aantal gespierde en naakte mannen brullend op elkaar inslaan. Jaeckel leverde ook bijdragen aan het blad Kriegszeit, dat in augustus 1914 werd opgericht en aanvankelijk niet bepaald tegen de oorlog was. Dat enthousiasme duurde voor de meesten maximaal twee jaar toen de eerste gesneuvelden echtgenoten, zonen en vrienden te betreuren waren. In de twintiger jaren waren Willi Jaeckel en zijn echtgenote Charlotte een vast onderdeel van d Berlijnse kunstscene en het nachtleven. In de kroegen in de binnenstad ontmoette hij bevriende kunstenaars, speelde er graag een partijtje biljard en hij scheen ook een uitstekend danser te zijn geweest. Tot zijn intieme vrienden hoorden onder meer Max Pechstein van kunstenaarsvereniging Die Brücke, de schrijver en cabaretier Joachim Ringelnatz en de toneelspeler Heinrich George. Het echtpaar geeft in hun huis aan de Kurfürstendamm regelmatig feesten waar in de regel meer dan honderd gasten aanwezig waren. In 1924 scheidde Willi en Charlotte. Zij trok eerst naar Wenen waar ze hoopte een zangcarrière te kunnen starten. In 1940 emigreerde ze naar de Verenigde Staten, waar ze in New York een armoedig bestaan leidde. Ze trachtte in haar levensonderhoud te voorzien door zich bezig te houden met astrologie, iets waarmee ze in haar Berlijnse jaren samen met haar echtgenoot al in was verdiept.

In 1928 won Jaeckel de Georg-Schlicht-Preis voor ‘het mooiste Duitse vrouwenportret. Hij zou in zijn leven vele vrouwenportretten maken, niet zelden met zijn echtgenote als dankbaar model. Zijn portretten mer vaak afwijkende gezichtsuitdrukkingen en lichaamshoudingen volgen overigens niet het gangbare schoonheidsideaal binnen de portretschilderkunst. Hij schilderde in de jaren twintig en dertig portretten van vele vooraanstaande actrices, schilderessen en danseressen, zoals Ruth Albu, Dorothea Albu, Carola Neher, Eva Sommer, Hilde Körber, Paula Wessely, Luise Ullrich, Leni Riefenstahl, Resi Langer en Tatjana Barbakoff. Sinds hij die prijs won, hoorde Jaeckel tot de belangrijkste schilders in Berlijn. De vele opdrachten die hij kreeg, stelde hem in staat de moeilijke crisisjaren van de late jaren twintig door te komen. In 1933 werd hij aangesteld in Berlijn tot professor aan de Staatlichen Kunsthochschule, maar dat was slechts van zeer korte duur. Toen de nationaalsocialisten aan de macht kwamen werd hij ontslagen. Niet echt verwonderlijk want volgens ooggetuigen weigerde Jaeckel de Hitlergroet e brengen en toen het Horst Wessellied werd gezongen, verliet hij demonstratief de zaal. Na een protest van zijn leerlingen tegen zijn ontslag werd hij weer terug in dienst genomen, maar de boodschap was duidelijk overgekomen dat hij er verstandig aan deed op te letten wat hij deed en schilderde.  In 1938 zou hij wederom aan een dreigend ontslag ontkomen, dit maal door de persoonlijke interventie zijn zijn vriend, generaal Erhard Milch. Deze Milch was half-joods, wist desalniettemin in de Luftwaffe een opmerkelijke carrière te maken en zou tijdens hert tweede proces in Neurenberg (ook wel het Milchproces genoemd) als oorlogsmisdadiger tot levenslang worden veroordeeld. Toen Jaeckel in 1935 in München deelnam aan een tentoonstelling werd zijn werk van een madonna door Hitler persoonlijk verwijderd, naar verluidt met de woorden: ‘„Dies ist keine deutsche Mutter’. In 1937 werden zijn schilderijen bij de tentoonstelling Entarte Kunst op denigrerende manier besproken. In de dertiger jaren zou het aantal portretten en stillevens dat hij maakte flink toenemen en verdwenen om begrijpelijke redenen de politiek geëngageerde tekeningen die in daarvoor veelvuldig maakte

In 1943 ging bij een bombardement zijn atelier in vlammen op, een jaar later werd ook zijn belangrijkste fresco, een vierdelig werk uit de jaren 1916-1917 dat in de Bahlsensche Keksfabrik in Hannover hing, door oorlogsgeweld verloren. Begin 1944 keerde Jaeckel terug naar Berlijn om zijn ontslag in te dienen. Op 30 januari 1944 stierf Jaeckel toen zijn woning aan de Kurfürstendamm bij een bombardement werd getroffen. Hij werd onder het gebouw in de schuilkelder bedolven en verbrandde. Hij werd begraven op het Wilmersdorfer Waldfriedhof Stahnsdorf, gelegen bij Berlin-Charlottendorf. Dat graf wordt als ‘Ehrengrab’ door de stad Berlijn onderhouden. De brand die dagenlang zou aanhouden vernietigden al zijn werk. Veel van zijn werken zijn in musea en privéverzamelingen terecht gekomen. Een uitgebreide collectie portretten en stillevens is te vinden in het Bröhan-Museum in Berlin-Charlottendorf, die in 2018 nog een grote tentoonstelling aan zijn schilderijen wijdde.




Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: