HENRI HOEVENAERS (1 mei 1902)

Henri ‘Rik’ Hoevenaers (Antwerpen, 1 mei 1902 – Antwerpen, 12 november 1958) kreeg het wielrennen bijna met de paplepel naar binnen. Zijn vader Josef Hoevenaers werd in 1903 Belgisch kampioen sprint bij de beroepsrenners, terwijl om dat moment de kleine Rik in een kinderwagen naast de piste stond. Van 1926 tot en met 1931 zou ook Rik beroepsrenner zijn, maar een echte topper zou hij nooit worden. Hij haalde weliswaar wat eervolle vermeldingen in diverse eendagswedstrijden, maar zou nooit worden gevraagd voor de teams die aan de Tour de France of Giro meededen. Op de Cycling Ranking bivakkeert Henri Hoevenaers nu op plaats 3571. Zijn grootse successen haalde hij in zijn amateurtijd. Hij werd bij de amateurs drie maal het Belgisch kampioenschap wielrennen op de weg (1922, 1923 en 1925). Bij de Olympische Zomerspelen van 1924 in Parijs won hij drie medailles: een zilveren in de individuele tijdrit en twee bronzen in de ploegenachtervolging (met Jean Van Den Bosch, Léonard Daghelinckx en Fernand Saivé) bij de ploegentijdrit (met Alphonse Parfondry en Jean Van Den Bosch).

Op zaterdag 22 augustus 1925 werd hij in Apeldoorn ook nog eens wereldkampioen op de weg bij de amateurs door in de sprint de Fransman Marc Bocher en de Nederlander Gert van den Berg te verslaan. Het parcours liep van Apeldoorn naar Hoog Soeren, Nieuw- en Oud-Milligen, Stroe, Harskamp, Otterlo, Arnhem-Schelmseweg, Apeldoornseweg, Beekbergen, Hoenderloo, ‘over het landgoed van den heer Kröller’ terug naar Hoenderloo en dan dezelfde weg terug, over 183 kilometer. Er waren 36 deelnemers uit 12 landen. België, Duitsland, Engeland, Hongarije, Italië en Nederland kwamen met het maximum van vier amateurs aan de start. Uit Egypte stond Mohamed Madhour aan de start, maar die moest al heel snel de rest laten gaan en de kansloze strijd staken. Prins Hendrik gaf het startschot. De wedstrijd bleef gesloten tot het einde, waar 23 renners om de wereldtitel spurtte. Hoevenaers werd wereldkampioen, in 5.34.09. Hieronder twee verslagen van de wedstrijd, waarbij in het eerste verslag de glorieuze winnaar slechts in de allerlaatste regels voortkomt en in het tweede artikel helemaal niet. Blijkbaar had de Belg zich in de groep renners goed verstopt en de krachten gespaard.

Henri Hoevenaars - 1922Reden genoeg voor Hoevenaers om naar de beroepsrenners over te stappen, maar daar werden de successen dus uiterst schaars. Eind 1931 kwam een eind aan zijn wielercarrière, waarschijnlijk een illusie armer. Momenteel is hij een vergeten Belgische drager van de regenboogtrui.In de vijftiger jaren werd zijn zoon Jos Hoevenaers ook profrenner en die reed wel de grote rondes. De derde coureur in het Antwerpse wielergeslacht Hoevenaars droeg zelfs enkele dagen de gele trui.

Nieuwe Rotterdamsche Nieuwsblad, zaterdag 22 augustus 1925

Het wereldkampioenschap op den weg. Een wedstrijd over 188 K.M. – 36 renners. Een onzer Haagsche correspondenten meldde ons vanochtend uit Apeldoorn het volgende:
Na de vermoeiende dagen was het heden weer vroeg dag. Het is 6 uur in den morgen en wij zitten op het terras van hotel Bellevue aan de Jachtlaan bij het punt van vertrek, waar zich reeds ene groote politiemacht
beeft verzameld. Het heeft vannacht vrij sterk geregend en de wegen zijn nog doorweekt, doch de zon vertoont nu neiging door te komen. De luchten beginnen te scheuren en er is alle reden om redelijk weer te verwachten. Achter ons zitten de Belgen, de Denen en de Engelschen te ontbijten. Zij schreeuwen elkaar allerlei goede wenschen toe want juist zijn de auto’s van het Roode Kruis voorgekomen, beladen met brancards. De Deen Hansen komt even bij ons zitten en overweegt zijn kans. Op de demarrages heeft hij het niet begrepen. Zoo rijdt men in Denemarken niet. Daar wordt gelijkmatig gereden. Hij zal maar, zegt hij, met de Zwitsers aan den kop gaan loopen. Zoo juist zijn de officials aangekomen en het probeeren der machines neemt een aanvang. De deelnemers melden zich. De Franschen in het blauw, met band in de nationale kleuren, de Belgen in het zwart-geel-rood, de Engelschen in het wit met de Union-jack, de Hollanders in het oranje. Steeds komen er meer. Het publiek komt in grooten getale opzetten, ondank het vroege uur. De drukte wordt kolossaal.
Nu de rugnummers zijn uitgedeeld, hebben zich de volgende renners gemeld, zij komen dus als hieronder is aangegeven:
België: 1. H. Hoevenaers, 2. Verbist, 3. K. van Hassel, 4. Jean François / Denemarken: 5. H. Hansen, 5. A. Maansson / Duitschland: 7. Zeisner. 8. A. Schmidt. 9. H. Kintzen, 10. A. Reitberger / Egypte: 11. Mohamed Madhour / Engeland: 12. F. Southall. 13. W. B. Temme, 14. A. Wilson. 15. F. W. Wild / Frankrijk: 16. A. Leducq (titelhouder), 17. A. Blanchonnet, 18. M. Bocher / Hongarije: 19. K. Bouska, 20. Ch. Jerszabeck, 21. N. Landanyi. 22. S. Schmidt / Italië: 23- G. Balla. 24. F. Serrato, 23. P. Cevuni, 26. Negrini / Nederland: 27. J. Maas, 28. A. Muller, 29. J. v. d. Aar, 30. G. v. d. Bergh / Oostenrijk: 31. A. Hang / Polen: 32. M. Longe / Zwitserland: 33. A. Blattmans, 34. J. Caironi, 35. E. Suter, 36. O. Lehner.
Nog even willen wij memoreeren, dat de wedstrijd over 183 KM. loopt. Er wordt gereden van Apeldoorn over Hoogsoeren, Nieuw en Oud Millingen, Stroe, Harskamp, Otterloo, Schelinsche weg, Apeldoornsche weg, Beekbergen, Hoenderloo, over het landgoed van den heer Kruller terug naar Hoenderloo en dan denzelfden weg terug. Om ons heen is er thans vreugde-stemming. De zon is doorgekomen Haastig maken wij een praatje met de Nederlandsche ploeg. Do jongens zijn zeer opgewekt, zij hebben er zin in Door het geroezemoes is de wedstrijdemotie over hen gekomen. Ikelaar, de oefenmeester, geeft de allerlaatste raadgevingen.

Start: Even voor 8 begeven wij ons naar de start, waar Prins Hendrik reeds aanwezig is. Om kwart over 8 heft de Prins de revolver; het schot valt en de Belgen gaan voorop. De Belg van Hassel voert snel het tempo op en de Hongaar Bouska moet al dadelijk loslaten. Als er ruim 3 K.M. is gereden komt onze vriend Mohamed Madhour te vallen, doch hij komt weer bij Landanyi die zijn stuur lostrok.
Hoog Soeren, 5.2 K.M. van de start: Op weg naar Hoog-Soeren wordt er fel gereden. De Hongaar Jerszabeck kan niet volgen. De Deen Hansen maakt de pace. De Franschman Leducq demarreert en neemt 50 meter voorsprong, doch wordt weer ingeloopen. De sterkste man uit de Engelsche ploeg, Wild, krijgt hier een lekken band. Do Hongaar Schmidt kan het tempo niet volgen. Vijf renners zijn reeds uit de race.
Nieuw-Millingen, 16.7 K.M.: Op weg naar Millingen demarreert Leducq andermaal. Hij neemt 100 meter voorsprong met een Hollander aan zijn wiel. Wij kunnen niet zien wie deze laatste is. Zij worden echter spoedig weer achterhaald. Dan zakt het tempo en zeer bedaard wordt in de richting Stroe gereden, maar dan plotseling schiet de Belg François weg. Blanchonnet spurt langzaam in.
Stroe, 24.9 K.M.: Hier waren op een oogenblik 2 pelotons, maar een jacht, waarbij de Hollanders in groep achter Leducq lagen, bracht de renners weer bijeen.
Harskamp, 33.1 K.M.: Niets bijzonders. De Belg Verbist gaat voortdurend aan het hoofd.
Otterloo, 56.8 K.M.: De bevolking staat hier langs den weg om den kleurige stoet te zien passeeren. De wegen zijn goed, doch tengevolge van den regen zuigen zij. Het tempo daalt.
Schelmscheweg Arnhem, 51.6 K.M.: Eenige K.M. voor Otterloo kreeg de Hollander Muller een lekken voorband. Bij den heuvel ontsnapt een Franschman. Hij heeft een voorsprong van pl.m. 500 Meter. Wij komen nu te weten dat het Bocher is. Er wordt fel gejaagd vele K.M. lang en het peleton loopt langzaam op hem in. De Engelschman Wilson krijgt een lekken band.
Beekbergen 72.6 K.M.: Na fellen strijd is Bocher weer achterhaald. Het ging zoo hard, dat het peleton in drieën getrokken werd. De Duitschers, een Italiaan en de Belg François vormden de tweede groep, de Hongaren vormden de derde groep. Maas, van der Aar en v. d. Bergh rijden goed, en zitten in de hoofdgroep. Deo Franschen demarreeren veel. Bij den eersten langen heuvel loopt Blanchonnet weg. De Zwitser Lehner vliegt hem na. Ook de Belg Hoevenaers sluit zich bij hem aan. De strijd is ontzaglijk. Er wordt een tempo van 45 K.M. gereden. Op 100 meter volgt Jan Maas, met 2 Italianen, een Engelschman en een Deen. Van der Aar kan het niet honden. Ook van den Bergh moet los laten. De strijd is prachtig. Van achteren af komen «en Zwitser en 2 Italianen opzetten. Van den Bergh grijpt hun wiel. De jacht is opwindend. Tegen de heuvel gaat het geweldig. Langzaam wint de tweede groep terrein. Meter aan meter wordt ingeloopen en na een schitterende race sluiten de renners zich weer aan. Van de 36 renners zijn er nog 19 in het hoofdpeleton: 3 Franschen, 4 Belgen, 2 Nederlanders (Maas, v.d. Bergh), 3 Zwitsers, 3 Italianen, 1 Oostenrijker, 2 Duitschers en een Deen.
Henri Hoevenaars - 1925Hoenderloo, 99 K.M.: Op het landgoed van don heer Kruller werd het, na enige mislukte pogingen om te ontsnappen, kalm aan gedaan on tot ons groot genoegen zagen wij hier Van der Aar en Muller weer bijkomen, doch nauwelijks bij, kreeg de Amsterdammer Muller weer een lekken band. Hij kon toen weer opnieuw aan de lange jacht beginnen. De 100 K.M. waren inmiddels afgelegd in 3 uur en 5 minuten. Muller heeft dit keer wel zeer snel gerepareerd. Na slechts weinige kilometers was hij weer bij.
Beekbergen, 110 K.M.: Na Beekbergen ging het weer bedaard aan en zoo groeide liet peleton weer tot 23 é 24 man aan. Dan echter komen wij weer in de heuvels en naderen wij het moment waarop de slag aanbreekt. Eerst trekt Maas het peleton tot een kleurig lint. Dan begint Bocher te trekken. Op weg naar de Woeste Hoeve is het de Deen die kop loopt.
Schelmscheweg, 121 K.M.: Tegen verwachting bracht de controle aan de Woeste Hoeve geen verandering. De renners hingen hun tasschen met voedingsmiddelen om den hals en verzadigden zich al rijdend. Na deze opkikkering werd nog even bedaard aan gedan en daarna werd in een straf tempo, met 3 Nederlanders achter den kop loopend, aan de laatste 50 K.M. begonnen. Hansen is juist me! Maas weggeslopen. Deze poging mislukte, doch op de Schelmsche weg werd weer straf gereden. De Oostenrijker Hang kreeg hier een lekken band. Op den straatweg Ede-Arnhem kwamen Jan .Maas, de Engelschman Wilson en de Deen Maansson te vallen. Zij bleven een moment liggen en uit de wanhopige gebaren maakten wij bij het passeeren op dat Maas door een gebroken fiets niet verder kon. Blanchonnet en de Duitser slijpten even. Zij verloren een paar honderd meter doch kregen weer spoedig aansluiting aan het peloton.
Harskamp, 130 K.M.: Met nog 23 K.M. in het vooruitzicht, wordt zeer snel gereden. De Engelschman Temme komt te vallen doch kan direct- weer verder gaan en komt weer bij. Ook zien we hier de Oostenrijker Hang weer verschijnen. Even voor Stroe (158 K.M.) geeft Blanchonnet teeken van vermoeidheid. Hij laat het peloton los en probeert weer bij te komen, zakt weer terug en gaat dan opzitten. Een groot favoriet was uit den koers. Even later kreeg de Italiaan Serrato een lekke band. Het zal zeer de vraag zijn of hij nog kan bijkomen. 15 K.M. voor het eind gaan wij langs de renner heen en snellen wij naar het eindpunt, waar zich vooral voor de laatste 500 M. zeer veel publiek heeft verzameld. Aan de finish bevindt zich Prins Hendrik vergezeld van den burgemeester van Apeldoorn, jhr. W. Roosmale Nepven. Juist spurten de renners over de streep. De Belg Hoevenaers wint met half wiel het wereldkampioenschap. Tweede is de Franschman Leducq, derde is de Nederlander van den Bergh, vierde de Nederlander Van der Aar. Muller, die aan het wiel van Hoevenaers zat, viel.

Woeste HoeveOp Sportgeschiedenis van 10 september 2012 gaf Jurryt van de Vooren onder de titel ‘WK Wielrennen van 1925 in Apeldoorn moest vooral geen wedstrijd zijn’ een minder florissant verslag van het wereldkampioenschap dan de enthousiaste verslaggever van het Nieuwe Rotterdamsche Nieuwsblad.
Komend weekend start in Valkenburg het WK Wielrennen. Daarom heeft Sportgeschiedenis deze week een serie over eerdere edities in Nederland. We beginnen in 1925 in Apeldoorn met heel bijzondere filmbeelden. Aan dit WK was eigenlijk alles vreemd, want ook toen vonden de rijders het heel apart om door een restaurant te rijden. Dat het WK Wielrennen van 1925 in Nederland werd gehouden, was op zich al een wonder, want volgens de motor- en rijwielwet van 1905 mocht dit helemaal niet. In deze verordening was een algemeen verbod opgenomen om op een openbare weg een snelheidswedstrijd te houden – ‘tenzij er verlof is gegeven’. Dat gold ook voor wielrennen, waarvoor heel af en toe toestemming werd gegeven door de Nederlandse autoriteiten.
Een van die zeldzame momenten was het WK van 1925, dat in Apeldoorn werd gereden. (De baanwedstrijden waren toen trouwens in Amsterdam.) Prins Hendrik had de eer om de renners weg te mogen schieten. We zien dat heel duidelijk in de filmbeelden (….) Als je goed kijkt, zie je enkele merkwaardige taferelen. Ten eerste leek de cameraman veel meer interesse te hebben in de volgauto’s dan in de rijders zelf. Liefhebbers van oude auto’s kunnen daarom ook hun hart ophalen met deze beelden. Verder valt het op dat er geen publiek langs de route stond, omdat het grootste deel op afgesloten gebied werd gereden om het openbare leven te ontlasten. Belgische, Italiaanse en Franse renners snapten hier niets van, omdat die gewend waren altijd te worden omringd door hordes supporters. In Apeldoorn kregen die geen kans, want dat was allemaal maar sportverdwazing. En waar het Apeldoorns gezag helemaal geen behoefte aan had, was aan korte sportbroeken. Die waren in strijd met de zedelijkheid, die in de ultraconservatieve dorpen in de omgeving tot problemen zouden kunnen leiden. Ook dit verbaasde de buitenlandse renners zeer, die werden gedwongen andere broekjes aan te trekken. Let verder op de politieagenten, die het vooral druk hadden met het afremmen van de wielrenners. De deelnemers aan dit WK moesten onder meer afstappen om een lunch te nuttigen – in dit geval bij restaurant De Woeste Hoeve (dat overigens nog steeds bestaat). De renners kregen onderweg zelfs een stempel op hun rug, alsof ze de Elfstedentocht reden! Al die idiote maatregelen bleken blijkbaar nodig om in 1925 dit WK te mogen rijden over Nederlands grondgebied. Het moest vooral niet op aan race lijken – zelfs al was dit een WK. Ontsnappingen waren daarom niet zo zinvol, want als de renner een gat had geslagen, dook er opeens een agent op om een stempel op de rug te drukken.
Toch was er een winnaar: Rik Hoevenaars uit Antwerpen, die door prins Hendrik werd opgewacht bij de finish. Na afloop van dit moment zien we in het filmpje nog enkele restshots, waaronder een opname vanuit een rijdende auto. Het parcours was hobbelig, weten we daarom. Ondanks deze vreemde zaken was de Nederlandse pers tevreden. De Nieuwe Rotterdamsche Courant schreef bijvoorbeeld: ‘Nog nimmer zijn er wereldkampioenschappen gehouden die – over het algemeen – vergeleken kunnen worden met die van 1925.’ En dat is zeker waar, want voor zover ik weet is er nooit meer een WK dwars door een restaurant gereden.

.

.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: