PIETER BRUEGEL DE OUDE – NEDERLANDSE SPREEKWOORDEN

Pieter Bruegel de Oude (Breugel of Breda, ca. 1525-1530 – Brussel, 9 september 1569) was een kunstschilder die behoorde tot de Noordelijke renaissance. Hij was de vader van Pieter Brueghel de Jonge en Jan Brueghel de Oude. Hij schreef hij zijn naam en tekende zijn werken zonder ‘h’, maar zijn zoons voegde die letter wel toe. Hierdoor wordt dat bij hem veelvuldig maar ten onrechte ook vaak gedaan. In 1551 werd hij ingeschreven in het Antwerpse St. Lucasgilde, Van 1552 tot 1554 maakte hij een reis door Italië, wat op dat moment voor schilders uit Noord-Europa nog tamelijk ongebruikelijk was. De eerste jaren na deze reis maakte hij vooral gravures, pas vanaf 1562 ging Bruegel volop schilderen. De laatste zeven jaar van zijn leven maakte hij bij alle van de veertig schilderijen die van hem bewaard zijn gebleven. Hij stierf op 9 september 1569 in Brussel, slechts 39-44 jaar oud, vermoedelijk na een lang ziekbed. Tot de veertig nagelaten schilderijen horen juweeltjes alsNederlandse Spreekwoorden (1559), Kinderspelen (1560), De triomf van de dood (1562), De Toren van Babel (1563), Dulle Griet (1563), De korenoogst (1565), Hooien (1565), De val van Icarus (1565) en De boerenbruiloft (1566-1567).

Pieter Bruegel was kort na zijn overlijden al in heel Europa beroemd en had bekende verzamelaars zoals keizer Rudolf II van het Heilige Roomse Rijk die eind zestiende eeuw een omvangrijke verzameling van Bruegels werken had. Hij werd vooral bekend van de prenten die naar zijn schilderijen en tekeningen werden gepubliceerd. Zijn werk bezorgde hem de bijnaam van ‘de nieuwe Jheronimus Bosch’. In de achttiende eeuw raakte Bruegel stilaan vergeten, maar vanaf begin twintigste eeuw is hij weer volop terug in de belangstelling. Hij wordt ook niet langer gezien als de lolbroek en kermisfiguur, maar als vooraanstaand schilder uit de humanistische kringen. Hij bracht op meesterlijke manier het leven zijn het volk, met al hun problemen en feesten, tot uitdrukking. Breugel paste helemaal in de wereld van de humanistische wetenschappers, die alle mogelijke gegevens verzamelde om hun kennis over de wereld uit te breiden.

Pieter Bruegel - Twaalf SpreekwoordenIn Bruegels tijd waren boeken en schilderijen over spreekwoorden zeer populair. In 1500 publiceerde Desiderius Erasmus in het Adagiorum Collectanea een overzicht van 818 Latijnse spreekwoorden. Een monumentaal werk dat van enorme invloed was op nagenoeg alle spreekwoordenverzamelingen die later verschenen, direct of indirect, expliciet of impliciet. De Nederlandse taal was toen veel rijker aan spreekwoorden en gezegden dan tegenwoordig, dus er verschenen nogal wat van dergelijke verzamelingen. Dat verzamelen van spreekwoorden in de zestiende eeuw was deel van de herleving van de klassieke retorica en de rol daarvan in de schoolhervorming in Noordwest-Europa. Johannes Sturm merkte in ‘Over het nut van spreekwoorden’ (1573) op: ‘Spreekwoorden zijn nuttig omdat zij ons geschiedenissen te binnen brengen; aangenaam omdat zij verwijzen naar verhalen; opvrolijkend omdat zij ons op gewoontes opmerkzaam maken. Zij vergroten onze woordenschat, scherpen het verstand en vrolijken de samenkomsten van familie en vrienden op. Maar zoals bij alle dingen geldt ook hier: alles met mate.’  Door tekenaars en graveurs werden spreekwoorden en gezegdes vaak op borden als humoristisch of moralistisch tafereel weergegeven. Frans Hogenberg (Mechelen, 1535 – Keulen, 1590), een Brabants cartograaf, tekenaar, schilder en uitgever, maakte in 1558 een gravure waarin 43 spreekwoorden gecombineerd werden uitgebeeld. In dat jaar maakte Pieter Bruegel de Oude zijn Twaalf spreekwoorden op individuele panelen, waarvoor de prent van Hogenberg als voorbeeld diende. Het is het eerste grote werk waarin diverse spreekwoorden werden uitgebeeld. Het werk bevindt zich nu in Museum Mayer van den Bergh in Antwerpen. Tegen een rode achtergrond schilderde hij grappige figuurtjes in de traditie van Jheronimus Bosch. Dit paneel bestond aanvankelijk uit twaalf afzonderlijke houten eetborden. In de 17e eeuw werden de twaalf medaillons door een slordige altaarbouwer gecombineerd in een paneel. De oplopende randen van de borden werden afgeschaafd en de overblijvende houten schijven werden samengevoegd tot een groot paneel. Helaas werden meerdere medaillons er scheef ingezet. Er werden opschriften toegevoegd om de twaalf scènes beter te kunnen begrijpen. De Latijnse tekst bovenaan verklaarde dat de taferelen uit het dagelijks leven op schertsende manier goede raad geven en op vernuftige wijze menselijke gedragingen hekelen.

Bruegels schilderijen vertonen vaak thema’s als absurditeit en dwaasheid van de mens. Zijn schilderij Nederlandse Spreekwoorden uit 1559 is daarop geen uitzondering. Het schilderij bevindt zich nu in de Gemäldegalerie in Berlijn. De originele titel van het werk was ‘De dwaasheid van de wereld’, wat suggereert dat het schilderij niet simpelweg een verzameling spreekwoorden was, maar de dwaasheid van mensen liet zien. Veel mensen op het schilderij vertonen karakteristieke kenmerken waarmee Bruegel in zijn werken dwaasheid benadrukt. Het schilderij toont ten minste 125 Nederlandstalige spreekwoorden en gezegdes die destijds gangbaar waren. Sommige worden nog altijd gebruikt.

Pieter Brueghel de Oude - De verkeerde wereld

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: