Muizenest?

.
.
MUIZENEST: IETS WAAROVER MEN PIEKERT

Pieter Weiland – Nederduitsch taalkundig woordenboek: M – N, Volume 5, 1840
Muizenest, zie muizenis
Muizenis, z.n., vr., der, of van de muizenis; meerv. muizenissen. Gepeins, mijmering: muizenissen in het hoofd hebben. Van muizen, peinzen. Kwalijk zegt men muizenesten.

Taalkundig magazijn: of Gemengde bijdragen tot de kennis der Nederlandsche Taal, Volume 3 (1840)
Het bevreemdde mij niet weinig, het spreekw. hij heeft muizennesten in het hoofd hier aan te treffen, met de verklaring: «Een muizenest ziet er al zeer verward en leelijk uit, en daarom worden hiermede in het Spreekwoord, lastige bezwaren, van welk een’ aard ook, die den geest vervullen, aangeduid.» Het is toch overbekend, dat het woord hier niet is muizennesten, maar muizenessen of muizenissen, beteekenende muizenis gepeins, mijmering. Zie, onder meer andere, Kiliaan, op muysenisse; Van Engelen, in zijne vertaling van Michaelis Prijsverhandeling over den invloed der begrippen op de taal enz. 48, 49: Weiland, op muizenis, en Bilderdijk, Verkl. Gesl. II. 261. – Wel is waar, Tuinman heeft, I 273, ook een oogenblik aan muis gedacht en, naar ik vermoed, daardoor den heer V.E. op een verkeerd spoor gebragt: doch in zijne Fakkel, werwaarts hij t.a.p. verwijst, zegt dezelfde Tuinman, I. 246, na van het muisje gesproken te hebben: «Maar liever, dit muizennesten, is eigenlijk muisenesse, hersenschim, inbeelding, dweeperij, van het oude muiseneeren, zijn hoofd met sufferijen breken. De Franschen zeggen dus amuser, en de Engelschen muse, peinzen.» Ik zie dus niet in, welk gezag voor het behoud van de muis in dit spreekwoord kan overschieten.

Magazijn van Nederlandsche taalkunde: tijdschrift ter praktische beoefening der Nederlandsche taal…, Volume 4 (1850):
Muizenest: Vreemd moet het ieder voorkomen, dat het woord in ’t geheel niet opgegeven is. Vooreerst komt het in het Taalk. Woordenb. voor in de plaats van muizenis, ten andere verstaat men daaronder het nest van eene muis. Dat in «muizenissen in het hoofd hebben» muizenesten voor muizenissen staat, weet thans iedereen.
Muizenis: vr., muizenissen. Gepeins. Zoo dit woord nog voorkomen mogt, zal het door weinigen verstaan worden. BILDERDIJK heeft «muizenisse of muzenesse,» en zegt «De spotzucht of domheid heeft er muizenesten van gemaakt. ’t Oud Fransch had musardie voor fantaisie. Ook is amuser, iemand van ’t muizen of peinzen aftrekken.»

M. Philippa e.a. (2003-2009) – Etymologisch Woordenboek van het Nederlands
Vnnl. muysenis ‘gepieker, probleem waar men het hoofd vol van heeft’ (vrijwel altijd in het mv.), in muysenisse in thooft [1588; Kil.], uw hoofd vol muisenisse [1657; WNT]; nnl. hij gooide zijn muizenissen opzij [1909; WNT zorgen]. Gevormd uit ouder muizennesten in de uitdrukking muizennesten in het hoofd hebben < vnnl. musenesten int hooft hebben [1561; WNT muizennest], leenvertaling van gelijkvormige uitdrukkingen in andere talen, bijv. Duits ein meusznest aus dem kopf treiben [1518; Grimm], Frans avoir des rats en tête, Engels to have a bee in one’s brain. Door volksetymologische associatie met het werkwoord muizen, mnl. musen ‘piekeren, de aandacht op iets gericht houden’, zoals in al daer hi heft gemuset op ‘alles waarmee hij zijn tijd heeft verdaan’ [1265-70; VMNW], ontstond de huidige vorm, alsof muizenis een afleiding van dat werkwoord is met het achtervoegsel → -nis. Het werkwoord mnl. musen is ontleend aan Frans muser ‘peinzen, zich zorgen maken; lanterfanten’. Zie → amuseren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s