THOMAS LAMBRECHTSEN VAN RITTHEM
In de vier nummers in juni 1945 – De Zwerver 47 (3 juni 1945) tot De Zwerver 50 (29 juni 1945) – stonden in totaal 71 oproepen (er is genummerd tot 72, maar nr. 39 is per ongeluk overgeslagen) over personen waarvan nog steeds niet bekend was of zij nog leefden en zo ja, waar ze dan verbleven. De oproepen waren steeds voorzien van de toevoeging met spoed te berichten aan het Centraal Bureau van de LO-LKP indien men nuttige informatie kon verstrekken. Zie hier voor het overzicht van de 71 oproepen.
In De Zwerver nummer 47 van 3 juni 1945 verscheen de volgende oproep: ‘Tom Lambrechtsen van Ritthem. Schuilnaam Chilly. Was werkzaam in Amsterdam. Waarschijnlijk bij L.O., 3 Mei j.I. gefusilleerd.’
Thomas Jan Lambrechtsen van Ritthem (Batavia, 11 augustus 1922 – Rheden, 20 november 1944) stamde uit een geslacht dat oorspronkelijk uit Petegem, Oost-Vlaanderen afkomstig was en toen nog gewoon Lambrechtsen heette. Het geslacht verhuisde al vroeg naar Zeeland. Zo was Joos Lambrechtsen (1597-1669) in Zierikzee poorter, winkelier en kaarsenmaker en Nicolaas Lambrechtsen (1674-1707) werd een bestuurder in Vlissingen. Ook in latere generaties kwamen Zeeuwse bestuurders voor. In 1764 kocht een telg de heerlijkheid Ritthem; de naam is in 1816 per ongeluk aan de geslachtsnaam toegevoegd en is sindsdien als Lambrechtsen van Ritthem bewaard gebleven. Het geslacht is opgenomen in het genealogische naslagwerk Nederland’s Patriciaat. De ouders van Tom, Nicolaas Jan Cornelis Lambrechtsen van Ritthem (1890-1974) en Albertine Maria van der Mieden van Opmeer (1896-?) trouwde op 24 september in 1921 in Den Haag en vertrokken toen naar Nederlands-Indië. Daar werd elf maanden later in Batavia Tom geboren. Een paar jaar later keerde het gezien terug naar Nederland en vestigde zich in Terneuzen, waar vader havenmeester werd. In Zeeuws-Vlaanderen werden Toms zusjes Tineke en Martha geboren.
De kinderen Lambrechtsen van Ritthem waren enthousiaste leden van de padvinderij. Tom was erg sportief, vooral erg gek op zeilen en bouwde ook veel correspondentievriendschappen op. Na de middelbare school trok Tom naar Amsterdam om te gaan studeren aan de Zeevaartschool, waar hij de Radio-opleiding volgde. Tijdens de oorlogsjaren raakte hij al snel betrokken bij spionagewerk en kwam zelfs in dienst van de Britse Secret Intelligence Service. Hij meeste wek deed hij vanuit Den Haag, maar in juni 1944 werd hij gevraagd om toe te treden tot een verzetsgroep waar alleen maar mensen bijzaten met een Indische achtergrond door de verzetsstrijder door Rudi Jansz (1914-1965), de vader van Ernst Jansz van de popgroep Doe Maar. Rudi Jansz richtte in 1943, toen de illegale groep waarvoor hij werkte grotendeels was opgerold, een eigen groep op om mensen, vooral Joden te laten onderduiken. In 1944 richtte hij De Nieuwsbode op om in de provincies Zuid-Holland en Utrecht nieuws uit Londen en verspreiden en later dat jaar samen met zijn Indische vriend Rutger ‘Tutti’ Webb (1914-1944) een verzetsgroep, die bestond uit een spionagegroep en een knokploeg om distributiekantoren te overvallen. Tom Lambrechtsen van Ritthem bezorgde voor de krant illegale krantjes, was betrokken bij wapendroppings en deed veel karteringswerk om de Duitse versterkingen in Amsterdam vast te leggen. Omdat Tom contacten had in bijna alle grote steden onderhield, beschouwde Jansz hem als een mogelijke opvolger en maakte hem hoofd van een spionage-afdeling. Op 6 augustus 1944 werd Rudi Jansz op de Ringdijk in Amsterdam gearresteerd bij een poging medeverzetsstrijder Kees Erends (Amsterdam, 5 maart 1912 – Haarlem, 26 oktober 1944), redacteur van De Nieuwbode, te waarschuwen voor verraad. Hij was er niet van op de hoogte dat Erends een dag eerder ook al was opgebracht. Kees Erends (met de schuilnaam Kamminga) was de stuwende kracht achter De Nieuwsbode, waarvan het maandelijkse financiële overschot altijd in de kas van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO) werd gestort. Erends was een van de tien Todeskandidaten, die op 26
oktober 1944 bij de Sint-Bavokerk in Haarlem werden gefusilleerd als represaille voor het doodschieten een dag eerder van de NSB-politieagent Fake Krist. In 1949 werd op de executieplaats het monument ‘Treurende Vrouw’ geplaatst. Bij de bevrijdingspoging werd Jansz gearresteerd, maar hij wist de oorlog te overleven.
Na de arrestatie van Jansz moest de jeugdige Tom de verzetsorganisatie voortzetten. De Sicherheitsdienst kreeg hem echter in de gaten en zette een prijs op zijn hoofd. In oktober 1944 kon hij bij een inval nog ontkomen, maar in de nacht van 1 op 2 november werd hij alsnog door de Sicherheitsdienst gearresteerd. Waarschijnlijk is hij daarna ook gemarteld. Op 20 november 1944 stond de 22-jarige Lambrechtsen van Ritthem met vijf anderen aan de rand van Rhenen en Veenendaal voor het vuurpeloton. De andere vijf waren dominee Bastiaan Ader (‘s-Gravenzande, 30 december 1909), een hervormd predikant in Nieuw-Beerta, die honderden Joden een onderduikplaats bezorgde en aan een bevrijdingsplan voor Westerbork werkte, Victor van den Bergh (Amsterdam, 29 september 1918), die was gestopt met zijn rechtenstudie omdat hij de loyaliteitsverklaring niet tekende, illegale kranten bezorgde en betrokken was bij het gewapend verzet in Amsterdam, Pieter ter Beek (Zeist, 21 december 1920), die gedemobiliseerd militair was en een leidende rol had in het gewapend verzet in Bilthoven, Philip de Leeuw (Den Haag, 25 mei 1914), een Joodse oud-officier en leider van een sabotagegroep, en Jan van den Munnik (Amsterdam, 22 oktober 1924), die ook op de Zeevaartschool had gezeten en in Landwachtuniform verzetswerk deed.
Tom en de twee eerstgenoemden werden overgebracht uit de strafgevangenis aan de Weteringsschans in Amsterdam waar ze vanwege hun verzetsactiviteiten opgesloten waren. De drie anderen waren vanwege illegale activiteiten opgesloten in de strafgevangenis aan het Wolvenplein in Utrecht. Ze werden doodgeschoten als represaille voor een vuurgevecht aan de Veenendaalseweg in Rhenen tussen verzetsmensen en een Duitse onderofficier, die daarbij zwaargewond raakte. Het vuurpeloton bestond uit leden van het Marine Artillerie Zeugamt (MAZA) uit Veenendaal en leden van de Sicherheitspolizei deel. De fusillade vond plaats tussen vier en vijf uur in de middag, het schemerde en regende zacht. De lijken moesten ter afschrikking tot de volgende ochtend blijven liggen. Geen van de zes had met het vuurgevecht iets van doen. Ze werden daarna tijdelijk begraven in Veenendaal. Tom Lambrechtsen van Ritthem werd in 1945 herbegraven op de Nieuwe Begraafplaats in Terneuzen. Het graf is inmiddels geruimd. Opvallend is dat op 3 mei 1945 de familie wel op de hoogte was van het feit dat Tom was gefusilleerd, maar niet van de plaats waar hij tijdelijk begraven was. Op 24 augustus 1945 volgt de officiële overlijdensverklaring van de gemeente Rheden.
Op de executieplaats werd in 1948 een eerste, witte kruis geplaatst. Later volgde nog twee stenen exemplaren. Het huidige kruis lijkt erg op het oorspronkelijke houten kruis. Bij de zeventigjarige herdenking van de fusillade in 2014 werd een vernieuwd en verduurzaamd monument in gebruik genomen. Daarbij las een meisje voor uit de Bijbel, die slachtoffer ds. Bastiaan Ader toen in zijn binnenzak droeg. De gemeente Rhenen is verantwoordelijk voor het onderhoud van het gedenkteken, bekend als ‘het kruis op de berg, dat echter eigendom is van de familie Van Asch van Wijck van het landgoed Prattenburg.





