18 NOVEMBER – CARL MARIA VON WEBER

Carl Maria Von Weber (Eutin, 18 november 1786 – Londen, 5 juni 1826)was een Duitse componist, die vooral bekend is door de opera’s Der Freischütz, Euryanthe en Oberon. In Dresden is zijn toenmalige zomerwoning ingericht als het Carl-Maria-von-Weber-Museum. In het Noord-Duitse Eutin is er een permanente expositie over Von Weber in het Ostholstein-Museum. Von Weber was de eerste echte romanticus op het gebied van de Duitse en Duits-nationalistische opera, de schakel tussen Glück en Wagner. Carl Maria von Weber werd geboren in Eutin in het prinsbisdom Lübeck als oudste van drie kinderen van Franz Anton von Weber en zijn tweede vrouw Genovefa Brenner. Carl Maria von Weber studeerde als kind muziek bij Heuschkel in Hildburghausen. Hij was al vroeg vertrouwd met het theater. Hij was een neef van Constanze Weber, de vrouw van Mozart. Nadat hij al op jonge leeftijd (in 1798) zijn moeder verloren had, volgde hij ondanks zijn zwakke gezondheid zijn vader Franz Anton von Weber op, directeur van een reizend toneelgezelschap, die van zijn zoon een tweede Mozart wilde maken. In 1798 schreef hij ook zijn eerste muziekstukken: zes fughettes voor piano. Korte tijd later schreef hij onder meer een mis en een opera Die Macht der Liebe und des Weins. Deze stukken zijn echter niet bewaard gebleven. (meer…)

Advertenties

ROBERT PALMER

Robert Palmer (Batley, 19 januari 1949 – Parijs, 26 september 2003) was een Brits popmusicus, die in de jaren zestig deel uitmakte van de groepen The Alan Bown Set, Dada en Vinegar Joe. Allemaal in Nederland onbekende groepen. Eerlijk gezegd dat ik alleen van Vinegar Joe wel eens gehoord, maar ik kan me toch geen enkele titel van hen voor de geest halen. Laat staan dat ik een nummer van hen zou kunnen fluiten. In Engeland is echter vooral The Alan Bown Set groot en invloedrijk geweest. Palmer zou slechts één jaar (1969) deel uitmaken  van het illustere gezelschap. Hij is te horen op de dat jaar uitgebrachte derde album van de groep (The Alan Bown!). Hij dankte er wel zijn artiestennaam aan, want voorheen ging hij onze eigen naam door het leven, Alan Palmer. Om echter verwarring te voorkomen met de bandleider nam hij de roepnaam Robert aan. Vanaf 1974 was hij als soloartiest actief en verscheen zijn eerste album, Sneakin’ Sally Through the Alley (nr. 107 in de Billboard 200). In Nederland had Palmer in 1978 zijn eerste hit met het lied Best of Both Worlds, dat in de Top 40 tot de 17e plaats reikte. Begin jaren tachtig haalden Johnny and Mary en Looking for clues de hitparades, maar Addicted to Love en Bad Case of Loving You zijn Palmers grootste hits. Met de gelegenheidsband The Power Station, die hij in 1985 oprichtte met John Taylor en Andy Taylor van Duran Duran, had hij de hits Some Like It Hot en Get It On. Palmer woonde in Zwitserland en overleed aan een hartinfarct tijdens een verblijf in Parijs. Als ik het rijtje zo zie, had hij ook in Nederland meer dan voldoende hits, maar is hij toch altijd een tamelijk onbekende gebleven. Terwijl minimaal één nummer onsterfelijk hoort te zijn: Johnny and Mary. (meer…)

DANSENDE SPREEUWEN

SINT-VITUSKERK ELTEN

Vanaf Lobith zie je een bult oprijzen uit het landschap, de Eltenberg, dat met zijn hoogte van 80 meter een van hoogste heuvels in de omgeving is met een mooi uitzichtpunt. Volgens de legende was het een magische plek, die duizenden jaren geleden door reuzen spelenderwijs was aangelegd en daardoor het landschap vorm hadden gegeven. Met hun reuzenscheppen groeven ze het Rijndal en van de grond wierpen ze de Eltenberg op. Deze berg is altijd bron van mysterieuze verhalen geweest, want mensen zoeken nu eenmaal graag verklaringen voor dingen die ze niet direct begrijpen. Dat biedt houvast, soms troost en in elk geval verstrooiing. Zo ook over de Sint-Vituskerk in Hoog-Elten, bovenop de Eltenberg, waarvan het torentje vanaf een groot deel van ‘t Gelders Eiland te zien is. In de kerk bevindt zich een mysterieus beeld dat tegen de stroom in vanuit Dordrecht naar Elten zou zijn gedreven. Dit beeld van de heilige Machutus, oorspronkelijk een Mariabeeld uit de 12e eeuw, heeft het lichaam van een vrouw en het hoofd van een man. Zo is er ook het verhaal over de dochters van Kerrio, de hoofdman van een oude stam die hier leefde. Als het erg slecht ging met zijn stam, zo eens in de tien jaar, dan was een mensenoffer het enige wat verlossing kon brengen. Als goed stamhoofd bood Kerrio aan om zijn eigen jongste dochter te offeren. Zijn andere dochters konden dat niet over hun hart verkrijgen en wilden stiekem van plaats ruilen met haar. Het liep niet goed af en uiteindelijk bleef Kerrio over als bedroefde vader zonder dochters. (meer…)

TETSURO MIYAZAKI

Tetsuro Miyazaki (Brussel, 1978) begon zij carrière als fotograaf een tiental jaren geleden in Amsterdam en sinds vier jaar kan hij zich fulltime beroepsfotograaf noemen. Hij woont sinds twee jaar weer in Maastricht, de stad waar hij ook gestudeerd heeft. Tetsuro is gespecialiseerd in portret- en reportagefotografie. Hij werkt zowel in opdracht van (internationale) klanten zoals Nike, Booking.com en het MECC als aan een omvangrijk en ambitieus persoonlijke project: Hāfu2Hāfu, waarvoor hij veel internationale aandacht kreeg, niet op de laatste plaats uit Japan. Voor dit project over ‘mixed race Japans identiteit’ reist Tetsuro (Japanse vader en Belgische moeder) regelmatig naar het buitenland om foto’s te maken, te exposeren en workshops te geven. Japanners van gemengde afkomst, Hafu’s genaamd, hebben het niet altijd gemakkelijk in het relatief homogene Japan. Met zijn project wil Miyazaki mensen met een Japanse en een niet-Japanse ouder uit zo veel mogelijk verschillende landen fotografeert en met hen in gesprek gaat over wat het betekent om hafu te zijn, want ze leven eigenlijk tussen twee werelden in. Miyazaki: ‘Ik werd niet als volwaardige Belg beschouwd en voor een ‘échte’ Japanner kon ik in Japan ook zeker niet doorgaan.’

Op de website van De Kanttekening verscheen op 7 november 2018 een interview (‘Half Japans, ‘niet echt Japans’) met de fotograaf, die zich als ultieme doel heeft gesteld om alle mogelijke, honderdtweeënnegentig gemengde Japanse nationaliteiten voor mijn lens te krijgen, al beseft hij dat het verdomd lastig gaat worden om bijvoorbeeld een half-Japanse Liechtensteiner te vinden. (meer…)

DE DRIE GRATIËN – 028

Gudy Agten is een Nederlandse kunstenaar, die werd geboren te Gouda en van 1984-1987 in Utrecht een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten Artibus volgde en daarna in de jaren 1987-1992 opleiding volgde voor reclamevormgeefster en interieurstyliste.

Na enige omzwervingen is ze vanaf 2007 als uitvaartvormgever actief binnen Doodgewoonanders. Daarbij staan haar werkzaamheden omschreven als: De activiteiten van doodgewoonanders vinden (onder andere) plaats in de branche: Vervaardiging van overige artikelen van hout. Deze branche heeft als hoofdcategorie in de SBI-onderverdeling die de KVK aanhoudt: ‘Industrie’ en is in dit geval verder onderverdeeld bij: ‘Primaire houtbewerking en vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk ( geen meubels)’, subcategorie ‘Vervaardiging van artikelen van hout, kurk, riet en vlechtwerk (geen meubels)’.

Op LinkedIn tref ik aan dat haar activiteiten onder meer betrekken hebben op handgemaakte grafkisten handgemaakt, schilderen en beschilderen van grafkisten (met familie/ nabestaande), kindergrafkisten, grafmonumenten, rouwwades/kleden, rouwstyling, rouwkaarten, schilderingen in opdracht en muurbeschilderingen. Op haar website trof ik deze mooie schildering op hout aan van de Drie Gratiën. Ze meldt ook dat ze zelf haar verf maakt en werkt met eeuwenoude recepten en materialen zoals, damar, konijnenhuidlijm, krijt, eieren, notenolie en pigmenten. Ze prepareert ook zelf de ondergronden van haar werk.

JAC VAN LOOY – DE BRUILOFT (6)

deel 1; deel 2 ; deel 3 ; deel 4 ; deel 5

‘Oef,’ zij juffrouw van Dort, ‘je krijgt er kringen van voor je ogen!’
‘Daar heb je eer van, Kees!’ riep tante Suus uitbundig tot haar aanstaanden schoonzoon.
‘Alleraardigst,’ betuigde de Bruigom, tevreden opgestaan weêr; want de taart zou rond gaan.
‘Straks ga ík wat zeggen,’ zei van Dort stil tot zijn vrouw.
De liedjes frommelden nog. Er was een kleine spanning. Oom Doris, gedienstig zijn vrouw helpend, tilde de prachtbruine tulband over het hoofd van tante Mietje.
‘Snijdt er eens eventjes een vierkantje in?’ verzocht de typograaf.
Tante Mietje week wat op zij.
‘Zwaarder dan mijn geld,’ zuchtte oom Doris, het geribbelde gebak neerzettend onder de hanglamp. Daar schonk zijn vrouw de kokende drank weer.
‘Hij is mooi uitgevallen,’ bewonderde tante Mijntje, ‘mooi van korst en goed bros, hoop ik.’
‘’t Is of ie nog rookt.’
…. De tulband maakte veel opgang. Ferdinandje met zijn mond open of hij slaperig was, at al met zijn ogen.
‘Doorgeven! als ’t u blieft.’
Stilletjes had Margootje een stapel theeschoteltjes gereed gezet. (meer…)