23 SEPTEMBER – FERNAND AUGEREAU

Fernand Augereau (Naintré, 23 september 1882 – Combrée, 27 juli 1958) was een Frans professioneel wielrenner van 1902 tot 1911. Met zijn forse postuur was Augereau met name een goed rouleur. Hij was dan weliswaar negen jaar lang profrenner, maar er zijn maar twee noemenswaardige feiten van hem bekend. In 1903 werd jij derde in de allereerste Tour de France, die de enige grote ronde zou zijn die hij ooit reed (of uitreed, kan ook nog) en in 1904 won hij Bordeaux-Parijs.

Die veertiende uitvoering van de monsterrit over 575 loodzware kilometers, want over onverharde wegen met die zware bakken waarmee men toen reed, werd trouwens ontsiert door tal van onregelmatigheden. Er gingen in Bordeaux 28 man van start, maar uiteindelijk werden voor diverse vormen van vals spel maar liefst elf coureurs uit de einduitslag geschrapt: de vier eerst aangekomenen Léon Georget, Lucien Petit-Breton, César Garin, Rodolfo Müller, plus Victor Lefèvre, Auguste Maisonneuve, Maurice Carrère, Giovanni Gerbi, Beauvilliez, Pépin, en Vigneron (van de laatste drie zijn geen voornamen meer bekend). Daarnaast kregen vijf renners een officiële verwittiging en berisping, de al genoemde Petit-Breton, Carrére, Pépin en Vigneron, plus Francois Beaugendre. Daarnaast kregen drie renners (César Garin en Victor Lefévre) een schorsing tot 31 december 1905 en twee renners (Müller en Maisonneuve) een schorsing tot 31 december 1906.De levenslange schorsing van Léon Georget werd blijkbaar al weer snel opgeheven want in 1906 staat hij in de eindrangschikking van de Bol d’Or, een 24-uursuithoudingsrace voor wielrenners met gangmakers, die hij in de periode 1903-1919 maar liefst negen keer zal winnen.
(meer…)

Advertenties

RAMMSTEIN

Rammstein is een Duitse metalband die naar eigen zeggen ‘Tanzmetall’ produceert, ofwel een synthese van progressive metal, industrial en techno, met enige gothic-invloeden. Rammstein beweert echter een volledig eigen (Duitse) stijl te hebben ontwikkeld. Zo zeggen gitarist Paul Landers en drummer Christoph Schneider in een interview op Pinkpop ’97 dat er geen scene is, maar wel gelijksoortige bands. Hierbij wordt waarschijnlijk gedoeld op de Sloveense groep Laibach en de Duitse bands Eisbrecher, Megaherz en Die Krupps. In tegenstelling tot deze bands werd Rammstein wereldberoemd met zijn muziek. De zang wordt verzorgd door Till Lindemann en is te kenmerken als rauw, bot en dominant. De gitaarmuziek bestaat vooral uit zeer zware elektrische stukken, en dient voornamelijk als motor van de muziek. Naast drums maakt Rammstein gebruik van een keyboard, dat in bijna alle nummers wordt ingezet. De muziek heeft veel raakvlakken met industrial. Rammstein heeft niet alleen harde nummers; hun oeuvre omvat ook tedere ballades zoals Seemann, Nebel, Ohne Dich, Stirb nicht vor mir, Ein Lied, Frühling in Paris en Roter Sand. De band heeft voornamelijk eigen nummers, maar zo af en toe heeft men een cover. De bekendste daarvan is Das Modell uit 1997. Met het typische Rammstein-geluid (je moet ervan houden) en vooral een weinig originele interpretatie. In wezen dezelfde als van Kraftwerk, die het nummer in 1978 uitbracht, maar harder en ruiger. (meer…)

FERDI KÜBLER EN WIM VAN EST

Op Stuyff Sportverhalen, altijd vol met interessante wielerverhalen, trof ik een interessant artikel over de wielerwedstrijd Bordeaux-Parijs van 1953, die met vijf seconden voorsprong door de Zwitser Ferdi Kübler werd gewonnen van Wim van Est. De laatstte had op dat moment deze monsterrit van zo’n zeshonderd kilometer al twee keer gewonnen (in 1950 en 1952). In 1961 zou IJzeren Willem de klassieker voor een derde keer winnen. Verder had de Sint Willebrorder een meer dan behoorlijke erelijst bij elkaar gefietst, maar toch lang niet zo indrukwekkend als die van Kübler, die in 1950 de Tour de France had gewonnen en een jaar later wereldkampioen op de weg was geworden. Kübler was overigens niet alleen wereldberoemd vanwege zijn uitstekende klimmerskwaliteiten, maar de ‘Arend van Adliswil’ genoot ook grote faam vanwege zijn gigantische kromme neus. Onderstaande foto (uit 1953 met Tourwinnaar Louis Bobet) geeft hiervan een mooi voorbeeld. ‘Dolle Ferdi’ werd nog in 1983 uitgeroepen tot populairste naoorlogse sportman van Zwitserland. Toen hij in 1985 zijn beroemde haviksneus brak, haalde dat bericht alle Zwitserse kranten.

Intrigerend aan het artikel was vooral de vraagteken achter de titel. Nu is algemeen bekend dat, zeker in vroeger dagen, de wielerwereld van combines aan elkaar hing en dat beide renners op dat gebied geen onbeschreven blad waren. Maar toch, een klassieker als Bordeaux-Parijs verkopen? Het zal toch niet? Dus maar even in de papieren gedoken en gegoogled, wat leidde tot twee welkome aanvullingen op de artikel. André Stuyfersant, de auteur van alle artikelen op Stuyff Sportverhalen, had de vraagteken rustig kunnen weglaten. Het eerste fragment uit een artikel van John Graat in Trouw, naar aanleiding van het overlijden van Van Est, geeft al duidelijkheid. Het tweede fragment van Guido de Vries uit het NRC, ook naar aanleiding van het overlijden van Van Est, laat kort en bondig weten hoe de vork in de steel zat. Een aardig lesje in de (toenmalige?; laat ik ook eens een vraagteken plaatsen) mores in het wielerpeloton. (meer…)

ODALISKEN – 017

Jean-Léon Gérôme (Vesoul, 11 mei 1824 – Parijs, 10 januari 1904) was een Frans schilder en beeldhouwer. In 1865 werd Gérôme verkozen als lid van het Institut de France. Hij stierf op 79-jarige leeftijd en werd begraven op het Cimetière de Montmartre. Jean-Léon Gérôme schilderde in 1885 La grande piscine à Brusa’ (70 x 100 cm), dat in datzelfde jaar in de Salon de Paris werd tentoongesteld. Het Oriëntalisme was toen zo’n beetje op zijn hoogtepunt, dus het schilderij zal ongetwijfeld erg populair geweest zijn, vooral bij het gedeelte van de kunstliefhebbers die met afschuw kennis namen van de snelle opkomst van de impressionistische ‘barbaren’. Het schilderij werd direct door de Russische tsaar Alexander III aangekocht voor zijn toch al omvangrijke privé-collectie. Nadat de communisten aan de macht kwamen hing het van 1918 tot 1930 in de Hermitage in Sint Petersburg. In februari 1943 duikt het schilderij op als bezit van Gimbel Brothers in New York. De reden van deze verkoop blijft onduidelijk. Van 1982-1989 is La grande piscine à Brusa’ in het bezit van Paul H. Buchanan, een rechter uit Indianapolis, die het uitleent aan het Museum of Indianapolis. In 1989 wordt het voor een bedrag van 1.909.600 Britse ponden door Sotheby’s verkocht en is sindsdien in (onbekend) privé-bezit.
(meer…)

PAPPEN EN NATHOUDEN

Voor de herkomst van pappen en nathouden bestaan verschillende verklaringen. Ook de betekenis van deze uitdrukking ligt niet vast. De bekendste betekenis is ‘de zaak zo goed en zo kwaad als het gaat aan de gang houden’, ook wel ‘ergens halfslachtig mee doorgaan’.

Volgens Van Dale (2005) en het spreekwoordenboek van K. ter Laan werd pappen en nathouden oorspronkelijk gezegd van het behandelen van een verwonding. Pappen was iets wat gedaan werd met gezwellen: de dokter legde er een pap (mengsel van bepaalde stoffen) op om het gezwel week te maken, in plaats van het gezwel uit te snijden. Zo’n papje zou het genezingsproces kunnen bevorderen, en de toestand er in elk geval niet slechter op maken. Vooral het negatieve aspect hiervan, ‘het wordt er niet slechter op, maar ook niet beter’, klinkt tegenwoordig sterk door in pappen en nathouden: ‘de zaak wordt niet flink aangepakt, zodat de toestand niet echt verbetert’ of ‘men blijft doorgaan op de ingeslagen weg, terwijl drastische maatregelen nodig zijn’. (meer…)

HILMA AF KLINT 2

In 2013 werd een grote tentoonstelling van het werk van Hilma af Klint georganiseerd in Moderna Museet te Stockholm. Later dat jaar was dezelfde tentoonstelling te zien in Berlijn (Hamburger Bahnhof – Museum für Gegenwart) enn in Malaga (Museo Picasso Málaga). Waarmee gelogenstraft werd dat het werk van de Zweedse kunstenares na het eenmalige uitstapje naar Nederland nooit meer uit de Zweedse archieven zou komen. Tessel Bauduin schreef in editie 163 (mei-juni 2013) van De Witte Raaf, een tweemandelijks blad over beeldende kunst in Nederland en Vlaanderen, onderstaand artikel.

Hilma af Klint: Pionier van abstractie

In de canonieke kunstgeschiedenis wordt de vroegtwintigste-eeuwse abstracte kunst vooralsnog gedomineerd door mannen, de zogenaamde ‘abstracte pioniers’ zoals Piet Mondriaan, Wassily Kandinsky, of František Kupka. Het Moderna Museet te Stockholm wijdt nu een grote overzichtstentoonstelling aan een kunstenares en tijdgenoot van Mondriaan et al: Hilma af Klint (1862-1944).

Zoals de titel, Hilma af Klint: Pioneer of Abstraction, duidelijk maakt, positioneert de tentoonstelling Hilma af Klint als directe concurrent van de andere ‘abstracte pioniers’. Er wordt benadrukt dat haar eerste abstracte schilderijen dateren van 1906, ruim voor Kandinsky’s eerste abstracte werk, en tevens dat de formaten van veel van haar vroege abstracte werken indrukwekkend zijn in vergelijking met tijdgenoten. Een van Af Klints meest kenmerkende series bijvoorbeeld, bekend als ‘De Tien Grootsten’, kent formaten van ca. 320 bij ca. 235 cm. De grote werken hebben in de tentoonstelling de nodige ruimte gekregen en komen goed tot hun recht. Bij binnenkomst wordt de bezoeker direct met deze toonzettende serie geconfronteerd. Ook andere werken hebben veel plaats gekregen en het is te hopen dat deze opzet gehandhaafd kan worden in Berlijn en Malaga. Vanaf 1906 werkte Af Klint nagenoeg uitsluitend in series, die alle een vorm van spirituele evolutie of ontwikkeling tot thema hebben. Het feit dat hier verschillende series in hun volledigheid getoond worden, maakt van deze tentoonstelling een unieke kans om haar seriële werkwijze te doorgronden – zoals de progressie van vormen en kleuren van eenheid naar veelheid of andersom. (meer…)

HILMA AF KLINT 1

Hilma af Klint (Solna, 26 oktober 1862 – Djursholm, 21 oktober 1944 ) was een Zweedse schilderes. Ze was het vierde kind van scheepskapitein Victor af Klint en Mathilda Sonntag. Vanaf haar vroegste jeugd bracht ze de zomers door op het Zweedse eiland Adelsö in het Mälarmeer. De natuur daar werd een blijvende inspiratiebron voor haar kunst. Met haar vader deelde ze een grote interesse in wiskunde, wat merkbaar is in haar abstracte werk. Na de dood van haar zusje in 1880 kreeg ze belangstelling voor spiritualiteit, ook dit werd gereflecteerd in haar kunst. Tijdens haar studie aan de Academie in Stockholm leerde ze gelijkgezinde en spirituele vrouwen kennen met wie ze de groep “De fem (De vijf)” ging vormen. Het werk dat daaruit voortkwam werd een bijna geheime particuliere aangelegenheid. Ondertussen verdiende ze de kost met portretten en landschapsschilderkunst. Haar grote oeuvre, dat sterk esoterisch geïnspireerd was, werd na 1914 niet meer tentoongesteld.

De neef van de Zweedse beeldend kunstenares is in 1944 niet blij. Zijn onlangs overleden tante heeft hem, tegen zijn zin, haar complete oeuvre nagelaten. Het zijn ruim duizend schilderijen, waarvan sommige bijna 2,5 bij 3,5 meter groot, en 144 schriftjes vol schetsen en gedetailleerde beschrijvingen. Het zijn merendeels abstracte, voor een leek onbegrijpelijke schilderijen. Wat moet hij ermee? Tante heeft bovendien bepaald dat haar werk pas twintig jaar na haar dood openbaar mag worden, omdat ze vreest dat de wereld er nog niet rijp voor is. Jaren later biedt hij de artistieke nalatenschap aan het museum voor moderne kunst in Stockholm aan. Die weigert de gift, omdat het niet in hun collectie zou passen. “Dat is zoiets als dat je het complete oeuvre van Mondriaan krijgt aangeboden en ‘nee’ zegt”, roept Roel Arkesteijn uit, die in 2010 de eerste tentoonstelling van het werk van Af Klint in Nederland organiseerde in het Museum voor Moderne Kunst Arnhem (MMKA). (meer…)