MARCELLUS EMANTS – OP ZEE (4)

Op zee
II.

Rusteloos eentonig stampte de masjiene toengatoenga, toengatoenga, toengatoenga; rusteloos eentonig beefde het stugge plankier onder zijn voeten, rusteloos eentonig sneed het hoogstille schip door het opklotsende water zijn breed-uitschuimend spoor.
Weer hing hij over de verschansing heen, zo ver mogelik weg van de mensen, die nu stil-soezend neerlagen in de rieten stoelen, ontzenuwd door de neertrillende hette, welke als een meezwevende gloedkolom de klievende boot omgaf.
Smetteloos blauw, van een diep safierblauw, dat gloeide als verborg het een grond van massief goud, omkleurde de eindeloze zee het donkere schip; smetteloos blauw, van een ijler tint, die sidderde van glans, als flikkerde er stofgoud in rond, overkoepelde het hemelgewelf de wijde rimpelende vlakte. ’t Was al blank licht en reine lucht om hem heen; zelfs geen grauw stipje van ver land of van een voorbij-glijdend vaartuig sneed de scherpe sirkel, die hemel en water scheidde.
En weer mijmerde hij zich weg naar het verre verleden, naar de tijden, toen hij het leven opstijgend voor zich zag, gelijk een bergweg, die verleidt tot moeitevol klimmen en heen lijkt te slingeren naar een zieldoorjubelend bereiken. (meer…)

20 AUGUSTUS 1910 – EERO SAARINEN

Eero Saarinen (Kirkkonummi (Finland), 20 augustus 1910 – Ann Arbor (Verenigde Staten), 1 september 1961) was een Fins-Amerikaanse architect. Hij werd geboren in Finland om op zijn dertiende naar de Verenigde Staten te verhuizen. Hij groeide op in Bloomfield Hills (Michigan) waar zijn vader docent was aan de Cranbrook Educational Community. Hij zou hier later zelf ook lessen volgen in beeldhouwkunst en meubelontwerp. Later studeerde hij in Parijs aan de Académie de la Grande Chaumière en in de Verenigde Staten aan de Yale-universiteit. Oorspronkelijk wilde hij beeldhouwer worden, maar koos uiteindelijk toch voor architectuur. Na zijn studie ging hij aan de slag bij zijn vader Eliel Saarinen, eveneens een beroemd architect. In 1940 werd Eero genaturaliseerd tot Amerikaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij voor het Office of Strategic Services. In 1952 werd hij lid van het American Institute of Architects. In 1954 trouwde hij met zijn tweede vrouw Aline Bernstein. Ze kregen één zoon. In 1960, op 51-jarige leeftijd stierf hij tijdens een operatie waarbij een hersentumor werd verwijderd.

Bij veel van zijn ontwerpen maakte Eero Saarinen gebruik van kettinglijnen. Beroemde werken zijn van hem zijn onder meer: Berkshire Music Shed (Tanglewood, Massachusetts, 1940), Washington Dulles International Airport (Chantilly, Virginia, 1958-1962), Gateway Arch (St. Louis, Missouri, 1961-1966), General Motors Technical Center (Warren, Michigan, 1946-1955), IBM Research Building (Yorktown, New York, 1957-1961), John Deere and Company (Moline, Illinois, 1963), Kresge Auditorium (Cambridge, Massachusetts, 1950-1955), Kresge Chapel (Cambridge, Massachusetts, 1955), North Christian Church (Columbus, Indiana, 1959-1963), TWA Flight Center, (nu ‘Terminal 5’) op JFK (New York, New York, 1956-1962) en Yale Hockey Rink (New Haven, Connecticut, 1956-1958). Saarinen ontwierp ook meubilair, zoals de Tulip chair.

Hieronder een aantal foto van een ronduit fantastisch gebouw: de al genoemde TWA-vleugel op Kennedy Airport in New York.
(meer…)

JOHNNY CASH

Johnny Cash (Kingsland, Arkansas, 26 februari 1932 – Nashville, Tennessee, 12 september 2003) was een Amerikaanse countryzanger, gitarist en singer-songwriter. Hij werd wereldwijd bekend als The Man in Black, als de man die in de gevangenis van San Quentin een onvergetelijke elpee opnam en als de man met een karakteristieke diepe baritonstem. Zijn grootste hit in Nederland was ‘A boy named Sue’, maar hij heeft een schier eindeloze reeks hits gemaakt, allemaal klassiekers. Voor de Amerikanen geldt hij dan ook terecht als een van de invloedrijkste zangers, zowel binnen als buiten het country-genre. Zo belandde Johnny Cash in Rolling Stone op de 31e plaats in haar lijst van de honderd grootste artiesten aller tijden. Op het eind van zijn carrière nam hij covers op van een aantal grote hits uit de rockwereld. Voor mij de allermooiste een nummer van U2, dat in de Musicstore al uitgebreid aan de orde is geweest: One.

(meer…)

EROTIEK IN DE 19e EEUW – 06

TOUWKLIMMEN

Touwklimmen is iets dat we associëren met gymnastiek op de basisschool of in het middelbare onderwijs. Na die tijd wordt de activiteit zo snel mogelijk vergeten, slechts degenen die later de bergsport gaan beoefenen halen de discipline weer op. Maar er is een tijd geweest dat je er een gouden medaille mee kon verdienen, want een aantal keer was het onderdeel van het gymnastiekprgramma bij de Olympische Spelen. Bij de eerste moderne spelen in 1896 in Athene was het een van de acht gymnastiekonderdelen. Het touw was 14 meter lang en hing evenwijdig een een iets langere zuil. Om de eindstand te bepalen werd gekeken naar de tijd die men nodig had om het hoogste punt te bereiken, eventueel naar het aantal meter dat was afgelegd voor degenen die de top niet wisten te bereiken en naar de stijl van de gymnast. Het was namelijk de bedoeling dat men vanuit een zittende positie aan de klim begon, dat slechts de armen werden gebruikt en dat de benen keurig naast elkaar werden gehouden. Zoals dat nog steeds bij voltige op het paard gebruikelijk is. De afbeelding van een van de deelnemers uit 1896 geeft mooi weer wat de bedoeling was.

In 1896 waren er slechts vijf deelnemers: twee Grieken, een Duitser, een Deen en een Brit. Slechts de twee Grieken wist de top te bereiken, waarbij Nikolaos Andriakopoulos blijkbaar met 23,4 seconden wat sneller was dan zijn landgenoot Thomas Xenakis, want hij ging er met de gouden plak vandoor. De beiden Grieken zouden als lid van de Panellinios Gymnastikos Syllogos-team de zilveren medaille halen bij het onderdeel ‘brug met gelijke leggers’. Na deze gouden medaille moesten de Grieken trouwens precies een eeuw wachten tot in 1996 Ioannis Melissanidis met zijn vloeroefening de eerste prijs behaalde. De Duitser Fritz Hofman met een hoogte van 12,5 meter kreeg de bronzen medaille. Hij zou later met het team voor de brug met gelijke leggers en de brug met ongelijke leggers nog twee keer goud veroveren. Op allerlei andere onderdelen waarop de veelzijdig atleet deelnam, viel hij niet in de prijzen.  Van de twee andere deelnemers (Viggo Jensen en Launceston Elliot) is niet meer bekend welke hoogte ze bereikten, wel dat de respectievelijk goud en zilver behaalden bij het onderdeel gewichtheffen met twee handen, beiden met 111,5 kilo. Prince George of Denmark and Greece (dat moet ik ooit eens uitzoeken hoe dat zat) besloot dat Jensen een betere prestatie had verricht dan de Brit omdat hij het gewicht stijlvoller naar boven had gebracht. Met terugwerkende kracht is het de vraag of het een erg onpartijdige beslissing van de prins was. Die Launceston Elliot won trouwens wel het gewichtheffen met één hand, voor de Deen Viggo Jensen. Dit maal hoefde de prins niet in actie te komen, want met respectievelijk 71,0 en 57 kg waren de verschillen duidelijk. Elliot werd hiermee de allereerste Brit die een Olympische medaille won.
.
(meer…)

ODALISK 14

Pablo Picasso (voluit: Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepomuceno María de los Remedios Cipriano de la Santísima Trinidad Ruiz y Picasso (Málaga, 25 oktober 1881 – Mougins, 8 april 1973) was een Spaans kunstschilder, tekenaar, beeldhouwer, grafisch kunstenaar, sieraadontwerper en keramist. Hij was een van de bekendste Spaanse kunstschilders. Hij was het eerste kind van José Ruiz Blasco en María Picasso López. Traditiegetrouw kreeg hij een aantal naar heiligen verwijzende voornamen. Zijn twee achternamen zijn conform het Spaanse naamstelsel achtereenvolgens de eerste achternaam van zijn vader (Ruiz) en de eerste achternaam van zijn moeder (Picasso). Merkwaardig is dat hij onder zijn tweede achternaam Picasso bekend is en niet als Ruiz. Zijn vader was kunstenaar, tekenleraar en conservator. Hij had twee jongere zussen, Lola en Conchita. Picasso had gedurende zijn leven relaties met meerdere vrouwen, die hij vaak gebruikte als schildersmodel: Fernande Olivier, Éva Gouel (ook wel bekend onder de naam Marcelle Humbert), de Russische balletdanseres Olga Khokhlova, Marie-Thérèse Walter, de fotograaf Dora Maar, Françoise Gilot en Jacqueline Roque. Telkens wanneer hij opnieuw verliefd werd, werd dit in zijn werk duidelijk door een wisseling van stijlen. Het lijkt me dat deze schilder verder geen introductie behoeft; geïnteresseerden kunnen hier verder kijken: Pablo Picasso.  Hieronder zijn odalisk uit 1956.

MARKUS ASSIES

Markus Assies (Ooststellingwerf, 26 januari 1919 – Overveen, 6 juni 1944) was een Nederlands verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was in 1939–1940, ten tijde van de mobilisatie, in dienst als vaandrig der infanterie. Na de capitulatie in mei 1940 werkte hij als rijksambtenaar te Assen en werd lid van de LO en KP aldaar. Zijn verzetsnaam was ‘Max’. Hij was betrokken bij vele verzetsactiviteiten als voorbereidingen van overvallen, onderduikers onderbrengen en piloten opvangen. Ook was hij betrokken bij het Nationaal Steun Fonds. Op 28 februari 1944 deed de Sicherheitsdienst een inval op een adres in Assen waar Assies aanwezig was bij een verzetsbijeenkomst. Hij en zijn collega’s kwamen in handen van de zogenaamde ‘Bloedgroep Norg’, een gezelschap dat berucht was vanwege haar martelpraktijken. De Bloedgroep Norg had het herenhuis van de familie Tonckens gevorderd en martelde gevangengenomen verzetsmensen in de kelder. Tijdens zijn vervoer deed Markus een vergeefse poging te ontsnappen. Latere pogingen om hem uit de gevangenis te bevrijden zouden ook op een mislukking uilopen. Nadat hij in Groningen vast had gezeten in het Huis van Bewaring werd hij overgebracht naar Kamp Amersfoort en enkele dagen daarna naar Kamp Vught. Samen met eenentwintig collega’s werd hij door het Polizeistandgericht ‘s-Hertogenbosch ter dood veroordeeld. Assies werd geëxecuteerd in Overveen op 6 juni 1944. In 1946 werd zijn stoffelijk overschot herbegraven op de erebegraafplaats Overveen in Bloemendaal in vak 23 en werd hem het Verzetskruis postuum toegekend.

Kort na de oorlog werd in Haule, waar de familie Assies van 1914 tot 1919 woonde, op de begraafplaats een plaquette onthield, in het bijzijn van familieleden die de oorlog wel overleden. De familie Assies was namelijk sterk vertegenwoordigd in het verzet. Vader Jans Assies (1888) vestigde zich in Haule in mei 1914. Het jonge gezin kreeg er vier kinderen: Gerrit (1914), Jan (1916), Albert (1917) en Markus (1919). In november 1919 verhuisde het gezin naar Veenhuizen in de gemeente Norg. Vader Jans Assies was lid van het verzet; hij werd op 12 december gearresteerd door Gerrit Hendrik Sanner van de beruchte “Bloedploeg Norg” en werd doorgestuurd naar het concentratiekamp Neuengamme. Daar overleed  hij op 30 januari 1945 in een buitenkamp in de haven van Hamburg-Veddel aan uitputting. Na de oorlog is Jans Assies herbegraven op de Protestantse Begraafplaats.
.
(meer…)