DOUWE LUBACH

33e HINK-STAP-SPRONG DOOR DE TIJD

Vanaf 1804 was Martinus van Marum, in 1778 de eerste medaillewinnaar van de Teylers Genootschappen, voorzitter van het Tweede Genootschap. Pas in 1837 kwam aan zijn voorzitterschap een einde. Hij werd opgevolgd door dr. J. van Bemmelen, die tot 1853 in functie zou blijven. Van 1853 tot 1869 was dr. Douwe Lubach de voorzitter van het Tweede Genootschap.

Douwe Lubach werd op 25 december 1815 in Dokkum geboren, studeerde en promoveerde te Groningen en vestigde zij daarna als arts te Haarlem, waar hij van 1850 tot 1865 ook lector was van de zgn. Klinische School. Daarnaast was hij adjunct-inspecteur van het geneeskundig staatstoezicht in Noord-Holland. Vanaf 1969 woonde hij als inspecteur voor de provincies Overijssel en Drente in Kampen. In die plaats zou hij op 11 oktober 19o2 overlijden.  Lubach schreef vele wetenschappelijke handboeken over hygiëne, antropologie, geneeskunde, natuurkunde en biologie. Op basis van die werken werkte hij ook mee aan het vervaardigen van een aantal schoolplaten op de genoemde terreinen. Hele generaties Nederlanders hebben aan de hand van deze schoolplaten de eerste beginselen op die terreinen kunnen leren.

Naar aanleiding van zijn overlijden verscheen een kort berichtje in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (zie afbeelding hiernaast). In 1905 verscheen in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde een lange levensbeschrijving van Douwe Lubach. En zestien jaar na zijn overlijden bleek Lubach nog niet vergeten, want toen verscheen in deel 4 (1918) van het Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek onderstaand artikel. (meer…)

Advertenties

JAN HENDERIKSE – 4

Werken van Jan Henderikse, een Nederlandse vertegenwoordiger van de Nul-beweging.

(meer…)

18 FEBRUARI – WILLEM MARIS

Willem Maris (Den Haag, 18 februari 1844 – aldaar, 10 oktober 1910) was een Nederlandse kunstschilder. Willem Maris was niet alleen bekend als schilder maar ook als tekenaar, etser en aquarellist. Hij was medeoprichter van de Hollandsche Teekenmaatschappij. Willem was de jongste van de zes kinderen van Mattheus Marris en Hendrika Bloemert en werd geboren in de Haagse Zuilingstraat. Het gezin verhuisde later naar de Lange Lombardstraat. Hij huwde in 1872 in Den Haag met Maria Jacoba Visser. Uit dit huwelijk werd in 1873 een zoon Simon Willem geboren. Nadat Jacoba was overleden, huwde hij opnieuw, nu met Johanna Anthonia Gijsbertha van Bijlevelt. Uit dit huwelijk werden twee dochters geboren: Johanna Wilhelmina (1891-?) en Elisabeth Florence Amalia (1894-1935).

Willem Maris kreeg zijn eerste tekenonderricht hij van zijn oudere broers Jacob en Matthijs. Hij volgde tevens avondschool aan de Haagse Academie en ontving raadgevingen van de dierenschilder Pieter Stortenbeker. Aan de Haagse academie volgde hij nog avondlessen. Maris werd een uitmuntend dierentekenaar. In Oosterbeek, het Nederlandse Barbizon, en in Wolfheze ontwikkelde hij zijn artistiek landschapsschilderen. In 1855 maakte hij er kennis met Anton Mauve. In Den Haag kreeg hij zijn eerste tentoonstelling in 1863. Met Bernard Blommers reisde hij in 1865 door de Rijnstaten. Ook Noorwegen deed hij aan. Vanaf 1869 bleef hij in Den Haag wonen, waar hij op 65-jarige leeftijd overleed. Hij werd er begraven op begraafplaats Oud Eik en Duinen. (meer…)

RALPH MCTELL

Ralph McTell (Farnborough, 3 december 1944) is een Britse singer-songwriter en gitarist, die een belangrijke rol gespeeld heeft in de folkcultuur in Groot-Brittannië in de jaren 60. Zijn bekendste nummer is “Streets of London” dat wereldwijd door meer dan 200 artiesten is gecoverd. In de jaren 80 schreef hij muziek voor twee Britse tv-programma’s: “Alphabet Zoo” en “Tickle on the turn”. Ook zong hij de theme-song van “The Wind in the Willows”, een televisieserie uit 1983, gebaseerd op het gelijknamige boek van Kenneth Grahame. In de loop der jaren heeft Ralph McTell een indrukwekkend aantal LP’s uitgebracht, op dit moment staat de teller op vijftig. Eigenlijk een beetje tragisch dat een man die zo vele mooie nummers heeft geschreven in de herinnering blijft vanwege dat ene lied uit het begin van zijn carrière: The Streets of London.

HOLLANDSCHE TEEKENMAATSCHAPPIJ

Een aquarel, via het Franse aquarelle vanuit het Italiaanse acquarello of acquarella, “gewassen tekening”, is een met waterverf gemaakt schilderij. Met de termen aquarel of waterverf wordt ook wel het genre of de aquareltechniek als werkwijze aangeduid. Bij de schildertechniek van het aquarelleren wordt met wateroplosbare verf op speciaal dik aquarelpapier geschilderd. Karakteristiek voor de zuivere aquareltechniek is dat het kleurende pigment in een niet-gesloten laag wordt aangebracht, zodat het papier erdoorheen schemert. Ook wordt er geen dekkende verf (gouache) gebruikt, in het bijzonder geen dekkend wit. Het wit in een aquarel is dan ook altijd afkomstig van het papier. In de negentiende eeuw werden aquarellen steeds tekeningen genoemd.

In 1855 werd in Brussel de Société Belge des Aquarellistes opgericht. Eén van de oprichters was Willem Roelofs. Het genootschap organiseerde tentoonstellingen van Belgische aquarellisten. Op deze tentoonstellingen werden na enige jaren ook kunstenaars van de Haagse School uitgenodigd. Ter wille van de samenwerking werd in navolging van de Belgische vereniging op 31 januari 1876 in Den Haag de Hollandsche Teekenmaatschappij gestart. Deze internationaal georiënteerde vereniging wilde het tentoonstellen van aquarellen bevorderen om daarmee het aquarelleerwerk van haar leden meer bekendheid te geven.

De Nederlandse oprichters waren Bernardus Johannes Blommers, Johannes Bosboom, Jozef Israëls, Jacob Maris, Willem Maris, Anton Mauve, Hendrik Willem Mesdag, Philip Sadée en Johannes Stortenbeker. Latere Nederlandse leden waren onder anderen David Artz, Albert Neuhuys, Elchanon Verveer, Sientje van Houten, Suze Robertson en Willem Bastiaan Tholen. De vereniging was internationaal erg succesvol. Zij had als in het buitenland wonende verschillende honoraire leden, zoals Paul Jean Clays, Paul Joseph Constantin Gabriël, Charles Hermans, Edouard Huberti, Jean Baptiste Madou, Charles Rochussen en Lawrence Alma-Tadema. Ook de Duitse schilder Max Liebermann, Hubert von Herkomer uit Londen, Mosè Bianchi uit Milaan en Vincenzo Cabianca uit Rome waren lid.

(meer…)

FRANS VAN DEN MUIJSENBERG – 005

Frans van den Muijsenberg / 6 augustus 2016 / lavendelfabriekje in de buurt van Banon

JAC VAN LOOY – HET VUURWERK 3

Oneeuwsch postuurde de graaf buitengewoon groot en knokig van leden, nog in dinerkleeding. Hij sprak met een aangename stem, verroerde zich weinig, aanzienlijk vermeed hij kleine bewegingen, lachte zacht zijn lachje van hooge komedie; hij veel verkeerde aan het hof. Boven den gladden plastron hield zich zijn statig smal hoofd, hol aan de slapen, met ooren edel lang; stramienig streek zijn dun haar over den vliedenden schedel. Recht poseerde het op den steilen hals, waarvan het strottenhoofd verbazend tusschen de steeksels van zijn hoogen boord naar voren stak; recht met zijn prachtigen roofvogelneus en de getrokken snor, waarvan de priemende einden bijzijen het slappe, het onder het jukbeen paars-aderige en oud beginnend te worden wangenvel penseelden, met een kin van gezag. Een onbedoelend wreed kijken scheen uit zijn oogen, waarvan het blauw groenig was om de nauwe pupillen.

De was-witte bloem van een gardenia in de lange lappel van zijn rok, – hij, Engelsch levend, dineerend altijd, buiten of in de stad, ook dan wanneer hij alleen tegenover zijn vrouw at, in rok en officiëele das, – zat de jonkheer als de mindere den graaf dichtbij. Niet groot, de schouders glooiend, jeugdig met een vrouwenmiddel, had hij een klein rond hoofd, waaruit de gelijkenis aan zijn mama de douairière vooral uit de grijze oogen verscheen. Een rossige pronksnor als de Duitsche Keizer, deed er hem uitzien als officier in politiek en hij praatte kortaf, elk woord een wet, met roode bevliegingen van heerschzuchtige drift, warm na den eten.

Nog geen jaar geleden, na den dood van zijn papa, was hij heer geworden van het een uur verder gelegen dorp; had zich al gauw laten verkiezen voor de kamers in het distrikt; conservatief-religieus, orthodox, want dat de standen ordonneert; liberaal-politiek, zich willend moeien voor het volk en voor de Zondagswet, kerkganger als allen van de familie om het voorbeeld geven. Hij was een knap schutter. (meer…)