HERFST

Advertenties

ACHIEL VAN SASSENBROUCK 2

In 1914 had Van Sssenbrouck zich als oorlogsvrijwilliger gemeld, daarna zeventien maanden in de loopgraven aan de IJzer gevochten en er ook als frontschilder gewerkt. Hij werd zwaargewond en na een herstelperiode ging hij les geven aan verminkte soldaten in Port-Villez. Daar ontmoette hij Claude Monet, die veel belangstelling voor hem toonde. Tijdens een tentoonstelling in De Panne kocht koningin Elisabeth drie werken van hem aan. Na zijn demobilisatie kwam hij weer in Brugge wonen en organiseerde tentoonstellingen, waarop hij goed verkocht. De brouwer en senator Victor De Meulemeester steunde hem en introduceerde hem bij mogelijke kopers. Minister Jules Destrée kocht drieëntwintig werken van hem aan. Toen een kunstliefhebber hem een atelier in Brussel aanbood, trok hij richting hoofdstad. Hij maakte er kennis met Ernest Claes, Herman Teirlinck en Karel Van De Woestijne, onder meer in de Vlaamse Club.

Nadat hij getrouwd was, kocht hij een woonboot van vijftien meter en het paar ging de waterwegen bevaren. Hij deed Brugge aan, Oostende, Gent en Sint-Martens-Latem, waar hij zijn vriend Albert Servaes terugzag. Aan het zwerversbestaan kwam in 1933 een einde toen de Sassen zijn boot aanmeerde in Hamme. Hij betrok er een afgezonderde en ommuurde grote woning aan de Kale Dries met zicht op de Durme. Hij woonde er voor de rest van zijn leven, afwisselend met verblijven op zijn woonboot. Van Sassenbrouck schilderde portretten (onder meer van Achiel Van Acker en Victor Van Hoestenberghe), maar was vooral de schilder van composities waarop haven- of landarbeiders voorkwamen. Hij had een eigen expressionistische stijl: hoekig, in afgelijnde en fel gekleurde vlakken. Hij bleef tot op hoge leeftijd werk produceren. Talrijke musea bezitten werk van Van Sassenbrouck.

Adriaan Vandewalle merkte in Vlaanderen (jaargang 32, 1983, pagina 29) over de schilderstijl van Van Sassenbrouck op: Achiel Van Sassenbrouck heeft op een bepaald moment indrukwekkende winterlandschappen gemaakt. In 1925 zag ik een tentoonstelling van hem in de galerie Van Loocke op het Sint-Salvatorskerkhof te Brugge: daar werden onder andere een tiental sneeuwlandschappen geëxposeerd die waarlijk groots van opzet waren. Toen heb ik begrepen waarom hij de belangstelling genoot van professor August Vermeylen. Bij Achiel Van Sassenbrouck domineerde de tekening. Toen ik hem een bezoek bracht nog vóór het uitbreken van de laatste wereldoorlog, woonde hij te Sint-Agatha-Berchem. Hij was een man die geen complimenten met iemand maakte: een artiest die onder een ruwe schors een hart van goud had. In die tijd paste hij reeds een systeem toe dat men het ‘cloisonisme’ heeft genoemd. Cloisonné zegt men van vaatwerk met figuren, waarvan de omtrekken door smalle metaalranden zijn aangegeven. Het cloisonné bereikte een hoge bloei in de Byzantijnse kunst. In de tweede helft van de negentiende eeuw pasten schilders zoals Louis Anquetin, Toulouse-Lautrec en Vincent Van Gogh die methode toe door binnen-en buitencontouren stevig met aangepaste kleuren te omlijnen. Toulouse-Lautrec en Van Gogh deden zulks op een losse en spontane manier, maar Van Sassenbrouck omlijnde alles met een zwarte lijn van 2 à 3 mm breedte en maakte van zijn werkwijze een eerder doorzichtig systeempje. De vraag kan gesteld worden of hij niet schrander genoeg was om de technische problemen op te lossen zonder aan de uitdrukking van zijn picturale visie schade toe te brengen.’ (meer…)

ACHIEL VAN SASSENBROUCK 1

Achiel Van Sassenbrouck (Brugge 25 november 1886 – Gent 3 oktober 1979) was een Belgisch kunstschilder. Van Sassenbrouck (‘Den Sassen’ genoemd) was de zoon van een schrijnwerker die in hem zijn opvolger zag. Die zoon zag het anders: hij wilde leren schilderen. Meningsverschil en spanningen brachten er de jonge Achiel toe het ouderlijk huis te ontvluchten toen hij amper twaalf was. Hij sloot zich aan bij een reizend kermisgezelschap waar hij als manusje-van-alles diende. Hij kwam onder meer terecht in Rotterdam, Dordrecht, Amsterdam en Düsseldorf. Na enkele jaren keerde hij naar Brugge terug en sukkelde er van het ene schamel logement naar het andere. Weldra kwam hij aan de kost als letterschilder. Tijdens zijn vrije uren kon hij cursussen volgen aan de Kunstacademie. Hij kreeg er les in lijntekenen en grafische kunsten van Jozef Neutens en Victor De Looze. Verdere lesgevers in het schilderen waren Charles Poupaert en Pierre Rahoux. Verdere kunstopleiding kreeg hij van Edmond Van Hove en Gustaaf Pickery. Hij beëindigde zijn studies aan de Brugse academie in 1909. Hij was toen 23 en had er alle prijzen gewonnen die er te winnen waren. Dankzij de steun van een weldoener kon Achiel verder gaan studeren aan de Kunstacademie in Antwerpen en volbracht er ondertussen ook zijn legerdienst. Hij kreeg les van onder andere Juliaan De Vriendt, Franz Courtens en Frans Van Leemputten. Vooral deze laatste ontfermde zich over de rusteloze Van Sassenbrouck.

In 1914 meldde hij zich als oorlogsvrijwilliger. Hij vocht zeventien maanden in de loopgraven aan de IJzer en werd bevorderd tot sergeant. Hij werkte er tevens als frontschilder. Hij werd zwaargewond en na een herstelperiode ging hij les geven aan verminkte soldaten in Port-Villez. Tijdens een tentoonstelling in De Panne kocht koningin Elisabeth drie werken van hem aan, waaronder ‘Hulppost voor gekwetsten’ (rechtsboven). Daaronder een drieluik van de ruïnes in een van de Belgische frontsteden. (meer…)

MARCELLUS EMANTS – OP ZEE (18)

Toen was hij naar Clara gegaan, die toevallig t’huis was gebleven.
Ken je mevrouw X?
‘Van aanzien… ja; maar gesproken heb ik haar nooit.’
Wist je, dat zij haar dochters verboden had op de fancyfaire te verkopen, als jij meedeedt en kan je vermoeden welke redenen zij daarvoor heeft gehad?
In ’t eerst had Clara hem niet willen geloven. Wie vertelde die onzin? Dat had mevrouw X niet gezegd; dat kon ze niet gezegd hebben! Wat had zij die vrouw ooit in de weg gelegd?
Toen had hij haar wel moeten zeggen, dat er van zulk een in-de-weg-leggen geen sprake was geweest. Het kwaad, dat ze bedreven had, bestond waarschijnlik uit het veronachtzamen van de een of andere even willekeurige als onzinnige vormelikheidsregel, waarnaar zo’n mevrouw X gewoon was te berekenen ’t geen ze noemde: je fatsoen.
Heb je misschien een kostuum aan gehad, dat pas over een jaar mode zal worden, of een spel gespeeld, dat nog niet past voor een vrouw? Heb je soms een uitdrukking gebruikt, die zo’n edelaardige mevrouw X niet kies vindt, of in ’t openbaar je tegenover een heer een onschuldige vrijheid veroorloofd, waaruit het fatsoen van mevrouw X afleidt, dat je in ’t geheim je al heel slecht moet gedragen?
Clara kon zich niets herinneren en hoe meer zij over de zaak nadacht, hoe afschuweliker ’t haar te moede werd.
Was ’t mogelik, dat mensen, met wie zij argeloos vertrouwelik omging, die haar niets anders hadden toegevoegd dan gewoon lieve woordjes, op wier gelaat bij ’t begroeten en afscheidnemen nooit de gebruikelike beleefdheids-glimlach ontbrak, dat diezelfde mensen een onuitgesproken slechte mening van haar met zich omdroegen, anderen waarschuwden voor haar gezelschap, vijandig gezind waren achter het mom van vriendschappelikheid? Wanneer zij met hen was, schaterden ze om haar aardigheden; was ’t denkbaar, dat ze achter haar rug de koppen bij elkaar staken en haar uitmaakten voor… de hemel weet wat? (meer…)

19 NOVEMBER – ISAAC LIPSCHITS

Isaac Lipschits (Rotterdam, 19 november 1930 – Groningen, 24 mei 2008) was een Nederlandse politicoloog en geschiedkundige. Lipschits kwam uit een Joods gezin waarvan de vader op de markt stond. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lieten zijn ouders hem en zijn jongere broer – zij waren de jongsten van het acht leden tellende gezin – in 1942 onderduiken. Daardoor waren zij de enigen die de Holocaust overleefden, de andere gezinsleden vonden de dood in de concentratie- en vernietigingskampen in Oost-Europa.

Na de oorlog studeerde hij politieke wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en in Parijs. Vervolgens ging hij zelf college geven, aan diverse universiteiten in Nederland en Israël was hij werkzaam. In 1990 ging hij bij de Rijksuniversiteit Groningen, waaraan sinds 1973 hoogleraar eigentijdse geschiedenis was geweest, met emeritaat. Aan de Groningse universiteit was hij ook de oprichter van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Lipschits schreef diverse boeken, enerzijds over politieke onderwerpen, anderzijds over de naoorlogse Joodse gemeenschap in Nederland. Ook maakte hij vertalingen, zoals van Das Kapital van de Duitse econoom en filosoof Karl Marx. Voor het onderzoek naar geroofde Joodse bezittingen tijdens de oorlog – het zogeheten Liro-onderzoek – wist hij diverse van belang zijnde documenten te achterhalen. Het optreden van de Contactgroep Tegoeden WO-II, die onder leiding van oud-minister Jos van Kemenade de opdracht had te bepalen welk bedrag met het rechtsherstel van de Nederlandse Joodse gemeenschap gemoeid diende te zijn, kon zijn toets der kritiek niet doorstaan. (meer…)

WALLACE COLLECTION

Wallace Collection is een Belgische rockband die furore maakte met hun album “Laughing Cavalier” (1969), dat werd opgenomen in de Abbey Road Studios en werd een succes, mede dankzij de single Daydream die een nummer 1-hit werd in meer dan 20 landen. Diverse artiesten maakten er een eigen versie van en scoorden er een hit mee. Van de single werden twee miljoen exemplaren verkocht. In de jaren 1969-1971 toerden Wallace Collection de hele aardbol over, maar na drie jaar begonnen de lange tournees zwaar te wegen en bevorderden niet bepaald de composities van de band, temeer daar de platenfirma blauwdrukken van de eenmalige hit Daydream bleef vragen. Dit tot grote frustratie van de bandleden die tot heel wat anders in staat was dan het herhalen in verschillende variaties van een succesvol gebleken deuntje. De verschillende muzikale achtergronden van de muzikanten bemoeilijkten de situatie nog meer, waardoor de band het uiteindelijk voor bekeken hield. Sinds 2013 is die ene hit uit de TOP 2000 verdwenen, wat best een kleine schande genoemd mag worden, dus als ruggensteuntje: Daydream.

VINCENT VAN GOGH – DE COLLSE WATERMOLEN (1884)

Gisteren groot nieuws: Het schilderij Collse Watermolen, dat Vincent van Gogh schilderde in 1884 tijdens zijn verblijf in Nuenen, is gekocht door het museum in Den Bosch op een veiling van Sotheby’s in New York. De koopsom bedraagt bijna drie miljoen euro, waarmee het de grootste aankoop ooit is door het museum in Den Bosch. Voor de verkoper een lucratieve zaak, want die kocht het in 1966 voor het schamele bedrag van 95.000 ouderwetse guldens. Het is een behoorlijk bedrag, maar het valt in het niet bij het nieuws van een dag later dat een een onbekende koper het astronomische bedrag van 450,3 miljoen dollar (iets van 360 miljoen euro) op tafel moet leggen voor het schilderij Salvator Mundi van Leonardo da Vinci. Waarbij door veel geleerden zelfs wordt getwijfeld of het schilderij wel van de Italiaanse meester is en niet voor het grootste deel van zijn leerlingen. Die twijfel bestaat bij het schilderij van onze Vincent absoluut niet.

Vincent werkte in mei 1884 aan een aantal schilderijen van molens.Zo maakte hij schilderijen van de Opwettense watermolen, de Hooijdonkse molen in Nederwetten en de Genneper watermolen aan de westkant van Eindhoven. De Collse watermolen passeerde Van Gogh als hij van Nuenen naar Eindhoven wandelde. Toen hij deze molen schilderde schreef hij zijn vriend Anthon van Rappard:’t Is een dito geval als de twee andere watermolens die we zamen bezochten doch met twee roodedaken en dat men vlak van voren ziet – met populieren er om heen. Zal in den herfst superbe zijn.’ (meer…)