MOOI-ANN VAN VELP

Velen hebben de geschiedenis al verteld, die smartelijk is van het begin tot het einde, van Mooi-Ann van Velp en den jonker bij kasteel Biljoen. In den zomer, als de boschbessen vol en zwart zijn, trekken de vrouwen en meisjes erop uit, om deze te plukken, en ze vergaren de rijpe vrucht in karren, waarmede ze naar de steden rijden. Dan roepen ze en ’t klinkt droefgeestig, daar zij zich niet thuis gevoelen binnen deze vijandige wereld: “Mooie boschbessén. Prachtige bosch-bessén,” heel langgerekt, in eentonigen deun. Wie het eens heeft gehoord, vergeet het niet.

Sommigen zeggen, dat mooi-Ann de dochter was van den heer van Velp, en dezen vertellen, dat het lange jaren geleden is geschied. Maar dit is niet waar. Zij hoorde tot de boschbessenpluksters, en de heer bij Biljoen zag haar voor ’t eerst, toen zij aan het werk was. Het zonlicht speelde in het bosch de vogels zongen. Haar jong figuur had zich over de struiken gebogen, en haar fijne handen plukten. Zoo moogt ge hen zien, een eenvoudig meisje uit het volk, en de trotsche, slechte heer, die lachte.

Ze keek om, en was verschrikt. Hij naderde haar. “Wie ben je?” vroeg hij. Ze durfde hem niet te antwoorden. “Ik zal je niet opeten,” lachte hij. “Wist je wel, mijn kind, dat je mooi bent?” Wat zou ze moeten zeggen? Ze bedacht, om weder aan ’t werk te gaan, maar ze moest naar hem zien, zooals hij daar stond, zelfbewust en zeker van zijn onweerstaanbaarheid. “Weet je wel, hoe ik heet?” Nauwelijks hoorbaar zeide ze: “Ja ge zijt de heer bij Biljoen.” “Goed, maar nu moet ik jouw naam ook weten.” “Men noemt me Ann van Velp.” “Mooi-Ann van Velp zal ik je noemen. Mooi-Ann! wil je met me meegaan, en op mijn kasteel wonen?” “’t Past mij niet, om met u mee te gaan. Ben ik niet maar een arm meisje?” (meer…)

Advertenties

KASTEEL BILJOEN

Kasteel Biljoen ligt tussen de Veluwe en de IJssel nabij Velp in de gemeente Rheden, in de Nederlandse provincie Gelderland. Dit cultuurhistorische Edele Huis uit de 16e eeuw werd door Karel van Gelre, hertog van Gelre en graaf van Zutphen omstreeks 1530, deels met bouwmaterialen van het nabijgelegen kasteel Overhagen gebouwd op het landgoed Broekerhof (of Broeckerhoeve), dat in 1076 door keizer Hendrik IV aan het kapittel van St.-Pieter te Utrecht was geschonken.Het onregelmatige metselwerk op kelderniveau bevestigt namelijk dat er sprake is van hergebruikte bouwmaterialen. Uit geldnood verkocht de hertog van Gelre op 1 juni 1535 het kasteel met de bijhorende heerlijke rechten aan zijn hofmeester en intendant Roelof van Lennep (1485-1546), drossaard van Middelaer. Deze liet het aan zijn zoon Carl van Lennep (1530-1567), burgemeester en schepen van Arnhem, aan zijn kleinzoon Roelof en aan zijn achterkleinzoon Johan. In 1633 erfde Cunera van Lennep tot Billion (1600-1657), aanvankelijk gehuwd met haar neef Willem van Lennep, nadien met Willem van Broeckhuysen van Barlham het kasteeldomein. Bij de dood van Cunera in 1657 werd haar dochter Johanna van Lennep de nieuwe eigenares, maar vier jaar later sterft zij kinderloos en wordt Biljoen na 126 jaar eigendom van de familie van Lennep, in 1661 verkocht aan Alexander van Spaen (1619-1692). (meer…)

22 APRIL – ISRAËL KIEK

Israël David Kiek (Groningen, 22 april 1811 – Leiden, 14 mei 1899) was een Nederlands fotopionier. Zijn achternaam is in Nederland synoniem geworden voor de pretentieloze, uit de losse pols geschoten foto: het kiekje. Kiek werd geboren als vijfde kind van de horlogemaker David Lazarus Kiek en Lea Levie Pinto. Pas op latere leeftijd maakte Kiek de fotografie tot zijn hoofdberoep. Omstreeks 1837 trouwde Israel Kiek met Hendrika de Leeuw (1812-1892). In 1838 werd hun eerste kind Louis Israel geboren, waarna nog elf kinderen zouden volgen. In Groningen was hij kistenmaker, schrijnwerker, slager, loterij-collectant en koopman geweest. In 1855 verhuisde de 44-jarige Kiek naar Leiden waar hij eerst een sigarenwinkel begon, enkele jaren daarna begon hij te fotograferen. In 1858 wordt zijn bedrijf vermeld in het Adresboekje van Leiden: J.D. Kiek & Zoons, portraiteurs. Een jaar later verschijnen er onder het kopje ‘Photographen’ J.D. en L.J. Kiek – de dan twintigjarige, oudste zoon van Israël. Het beroep van fotograaf werd in joodse families vaak gekozen, net als bijvoorbeeld koopman en slager, omdat men zich dan vrij kon vestigen. Van de negen kinderen die in het gezin Kiek opgroeiden werden er vijf fotograaf. Israël Kiek is tot 1892 actief gebleven als fotograaf; daarna nam zijn zoon Lion de zaak over.

Ofschoon Kiek veel portretfoto’s heeft gemaakt, vooral carte de visite-portretten, is hij vooral bekend geworden door zijn groepsfoto’s van studenten. Zijn beste klanten waren namelijk Leidse studenten. Om er helemaal bij te horen was het onder hen gebruikelijk om een groepsportret te laten maken bij de fotograaf. Daarvoor gingen ze dan naar Israël Kiek. De studenten noemden deze portretjes al gauw ‘kiekjes’. (meer…)

FAIRPORT CONVENTION

Fairport Convention is een Britse folkrockband, opgericht rond 1967. Hun eerste optreden was in een kerk in mei 1967. De band geldt als pionier van de Engelse variant van de folkrock, een stijl die tot dan toe geheel geënt was op de Amerikaanse folk van artiesten als Bob Dylan. Met middeleeuwse ballades als Matty Groves (13de eeuw) en haar door de Engelse en Keltische folk beïnvloede muziek was Fairport Convention een voorbeeld voor vele bands in Engeland en daarbuiten. Fairport Convention heeft talloze bezettingswijzigingen ondergaan en is in de loop der jaren meer traditionele folk gaan spelen. Bekende artiesten die bij de band hebben gespeeld zijn onder andere Sandy Denny, Iain Matthews en Richard Thompson. Wie wat meer wil weten over de groep kan terecht op de Nederlandse Wikipedia-site, degenen die nog meer weten weten zijn natuurlijk op de Engelse Wikipedia-site het beste af. De groep zal hier nog wel een paar keer terugkomen, want de platen zijn in het verleden helemaal grijs gedraaid. Een van de mooiste songs, een perfecte mengeling van folk- en rockmuziek: Matty Groves.
(meer…)

THE JOKER IS ME

HERMAN HEIJERMANS

Herman Heijermans (Rotterdam, 3 december 1864 – Zandvoort, 22 november 1924) was een Nederlands toneelschrijver. Daarnaast schreef hij ook honderden kleine verhaaltjes (Falklandjes, ontleend aan zijn pseudoniem Samuel Falkland). Een ander pseudoniem dat hij gebruikte was Koos Habbema.

Heijermans groeide op als oudste zoon in een liberaal joods gezin met elf kinderen van de journalist Herman Heijermans en Mathilde Moses-Spiers. Een gezin met grote culturele belangstelling. Herman Heijermans was de jongere broer van de beeldende kunstenares Marie Heijermans en de kinderboekenschrijfster Ida Heijermans (1861-1943) en de oudere broer van de sociaal geneeskundige Louis Heijermans. Herman volgt de HBS en gaat daarna werken bij de Wissel- en Effectenbank en later de Twentsche Bank. Daarna zet hij samen met zijn broer Boen een handel op in lompen en oude metalen. Die onderneming wordt geen succes. Een faillissement kan worden afgewend, maar Heijermans blijft achter met een schuld van dertigduizend gulden. Zijn orthodox joodse verloofde, Betsy Vles, verbreekt de verhouding onder druk van haar vader, zelf een handelaar. Vader Heijermans publiceert de eerste pennenvruchten van zijn zoon in Het Zondagsblad, waarvan hij hoofdredacteur is. Zoon Herman besluit journalist te worden en vertrekt naar Amsterdam. (meer…)

EDWARD STEINCHEN (2)

Op 14 februari 2006 werd voor de foto „The Pond-Moonlight“ (1904) van Edward Steinchen bij Sotheby’s in New York de op dat moment hoogste prijs ooit voor een foto betaald: 2,928 miljoen dollar. Een bedrag dat bij het zien van de foto wat bevreemding wekt. Wat is er in hemelsnaam zo bijzonder aan? Wikipedia meldt hierover: ‘Steichen took the pictorialist photograph in Mamaroneck, New York near the home of his friend, art critic Charles Caffin. The photo features a wooded area and pond, with moonlight appearing between the trees and reflecting on the pond. While the print appears to be a color photograph, the first true color photographic process, the autochrome process, was not available until 1907. Steichen created the impression of color by manually applying layers of light-sensitive gums to the paper. Only three known versions of the Pond—Moonlight are still in existence and, as a result of the hand-layering of the gums, each is unique. In addition to the auctioned print, the other two versions are held in museum collections. The extraordinary sale price of the print is, in part, attributable to its one-of-a-kind character and to its rarity.’ (meer…)