KIKI DE MONTPARNASSE 1

Kiki de Montparnasse (Châtillon-sur-Seine, 2 oktober 1901 – Sanary-sur-Mer, 29 april 1953), was een Frans zangeres, actrice, kunstenaarsmodel, schilderes en memoireschrijfster. Ze werd geboren als Alice Ernestine Prin, een onwettig kind. Naar verluidt kwamen de barensweeën van haar moeder zo snel dat ze letterlijk op straat werd geboren. Moeder begaf zich direct na de bevalling naar Parijs om te proberen haar kostje bij elkaar te scharrelen, de kleine Alice werd opgevoed door haar grootmoeder. Als ze twaalf jaar oud is vertrek ook het frisse boerenmeisje naar haar moeder in Parijs om werk te zoeken en het karige salaris van moeder aan te vullen. Haar eerste baantje vond zij bij een drukker, waar zij kopieën van de Kama Sutra inbinden mag. Later werd ze bakkersmeid bij een bakker die stripteases voor haar opvoert en zinnenprikkelende moppen vertelt. Dat leidt als snel tot een vechtpartij met de bakkersvrouw en uiteraard haar ontslag. Mer haar ‘verpletterende plattelandsfrisheid’ en haar stevige en desondanks bekoorlijke vormen trok ze al snel de aandacht van kunstenaars in de broeiende en bloeiende kunstenaarswijk Montparnasse waar ze naar werk zocht. Door een oudere beeldhouwer wordt ze gevraagd naakt te poseren, tegen een behoorlijke vergoeding.  Dat leidde er wel toe dat moederlief op een gegeven moment onaangekondigd de studio van de beeldhouwer binnen stormde, haar dochter voor hoer en ander fraais uitmaakte en ook ook per direct de toegang tot het huis van haar moeder ontzegde. Vanaf dat moment slaapt Alice op straat of in de hooibergen achter het station van Montparnasse. Ze waste en verschoonde zich op in de vele cafés in Montparnasse. In die cafés ontmoette ze de kunstenaars die haar leven totaal zullen veranderen.

Ze is op dat moment nog maar amper veertien jaar oud. Als ze op een dag in een uitgestorven kroeg in Montparnasse zit, wordt ze aangesproken door de schilder Chaim Soutine, die direct gecharmeerd was van het stevige, frisse, blozende en goedhartige boerenmeisje. Hij vroeg haar zonder omwegen zijn vaste model te worden en naar verluidt was het ook Soutine haar na enige tijd omdoopt tot Kiki, de Venus van Montparnasse is geboren. Al snel name ze de de naam Kiki aan en was ze een graag geziene verschijning in de kunstenaarskringen van Montparnasse. Reden voor haar om uiteindelijk te kiezen voor de naam Kiki de Montparnasse, maar als alternatief werd ze door velen ook wel ‘Reine de la Montparnasse’ genoemd. In 1921 werd de twintigjarige Kiki de partner en het favoriete model van kunstfotograaf Man Ray. Die maakte een grote hoeveelheid portretten van haar, waaronder zijn beroemde foto van de zittende vrouw met op de rug de getekende openingen van een cello, Le Violon d’Ingres. Hij maakte echter ook tal van andere beroemd geworden foto’s van haar en ook draaide hij diverse artistieke (stomme) films met haar. De relatie met Ray zou zes jaar duren, maar Ray had het echter te druk met zijn werk, wil geen kind en verliest Kiki uiteindelijk aan het nachtleven. Ze is ondertussen een beroemdheid geworden in de kunst- en uitgaanswereld. Kiki stond ook model voor tal van andere kunstenaars, waaronder de fotograaf Julian Mandel die begin jaren twintig een spraakmakende serie naaktfoto’s van haar maakte (zie Erotiek 23 en Erotiek 24). Pablo Gargallo vereeuwigde haar in een bekend geworden bronzen hoofd die te zien in het Louvre. Tot haar beste vrienden behoorden Jean Cocteau, Arno Breker en Ernest Hemingway. (meer…)

Advertenties

005 – XAVIER CAUDRON

(meer…)

18 AUGUSTUS – PIET KEIJZER

Piet Keijzer (De Lier, 18 augustus 1918 – Leersum, 20 juli 2008) was een Nederlands schaatser, die op 30 januari 1940 een van de vijf winnaars was van de zesde Elfstedentocht. Keijzer is met een leeftijd van 21 jaar de jongste winnaar van de tocht der tochten. De vier anderen waren Auke Adema, Durk van der Duim, Cor Jongert en Sjouke Westra. Oorspronkelijk zou de zesde Elfstedentocht op 21 december 1939worden gehouden. Het ijs was goed en het zag er ook niet naar uit dat de dooi weer snel zou intreden. Maar helaas, de sneeuwval was zo hevig dat de tocht verschillende keren moest worden uitgesteld. Een plan om werklozen in werkverschaffing te laten schoonmaken kreeg weinig weerklank in Den Haag. Toen men eindelijk dankzij een donatie van Koningin Wilhelmina het tweehonderd kilometer lange traject sneeuwvrij had gemaakt, zette onverwachts toch de dooi in. Begin 1940 begon het opnieuw te vriezen en werd weer snel de organisatie voor de tocht opgezet. De nieuwe datum werd vastgesteld op 15 januari 1940, maar opnieuw begin het te dooien. Nadat het voor een derde keer stevig was gaan vriezen, kon op 30 januari de tocht toch van start gaan. Aan de start bij de Harmonie in Leeuwarden stonden 688 wedstrijdschaatsers. Precies een half uur later vertrokken vanuit de Beurs 2716 toertochtschaatsers, zodat er in totaal 3404 Elfstedenrijders op het parkoers waren.In het begin van de wedstrijd was er een aantal keren een wisseling van de samenstelling van de koplopers. Na Workum kwamen de schaatsers aan bij de Parregastervaart. Op een doolhof van over elkaar geschoven schotsen viel niet te schaatsen en er een groep van vijf koplopers ontstond. Die vijf man (Keijzer, Adema, Van der Duim, Jongert en Westra) hadden in Harlingen een voorsprong van 10 minuten op de tweede kopgroep, in Franeker was dat opgelopen tot een kwartier. (meer…)

JACQUES BREL

Jacques Brel (Schaarbeek, 8 april 1929 – Bobigny, 9 oktober 1978) was een Belgische zanger, componist en tekstschrijver die in de vroege jaren zestig uitgroeide tot een internationale beroemdheid. Al in 1967 nam hij afscheid van het podium om zich volledig te kunnen richten op zijn carrière als filmacteur en -regisseur. Nadat hij een aantal jaren vergeefs had geprobeerd in Frankrijk succes te krijgen, brak hij in 1956 door met het zoetsappige Quand on n’a que l’amour. Jacques Brel was vanaf dat moment erkend artiest, met tegelijkertijd een turbulent privéleven: vrouw en kinderen in Brussel, in een relatie die nooit definitief zou worden verbroken (hij bleef kostwinnaar en met tussenpozen de brave huisvader), maar een hele reeks van minnaressen op na hield, was een publiek geheim. Eind jaren vijftig werd zijn werd grimmiger. Hij schreef felle chansons waarin hij zich afzetten tegen de hypocriete burgerlijke moraal uit zijn jeugd (Les Flamandes is daarvan het bekendste voorbeeld), hij schreef talloze liederen waarin steeds bleek dat de liefde meer pijn dan vreugde bracht (Ne me quitte pas uit 1959 is hiervan het hoogtepunt en schreef talloze nummers over de dood, waarvan La Mort uit 1960 de eerste uit een lage reeks was. Deze drie thema’s zijn de rode draad in zijn grandioze oeuvre. Een oeuvre dat hem een grote schare fans opleverde met ook talloze mensen tegen zich in het harnas joeg. Tijdens concerten was hij steeds meer de dichter-zanger die zijn persoonlijke pijn op een intense manier de zaal in spuugde. Brel had jarenlang een slopend bestaan met gemiddeld 300 optredens, gekoppeld aan een intens drink- en rookschema en een nachtrust die uit hazenslaapjes bestond. In 1967 was het niet verwonderlijk dat de pijp leeg was. In 1974 werd bij hem longkanker geconstateerd, waaraan hij vier jaar later in een ziekenhuis in de omgeving van Parijs zou overlijden. Hij ligt begraven op het Frans-Polynesische eiland Hiva Oa, deel van de Marquesaseilanden in de Stille Oceaan, vlak bij het graf van de schilder Paul Gauguin. Brel was in de jaren vijftig en zestig ook populair in Nederland, net als tal van andere Franstalige artiesten. Sindsdien is een enorme Angelsaksische muziekgolf over ons heen gekomen, waardoor Franstalige muziek bijna geheel uit ons wereldbeeld is verdwenen, zeker bij de jeugd. Een van de wat minder bekende, maar typische Brel-chansons, uit 1963: Pourquoi faut-il que les hommes s’ennuient? (meer…)

FRANZ KAFKA – BREXIT

Franz Kafka (Praag, 3 juli 1883 – Kierling, 3 juni 1924) was een Duitstalige schrijver, een van de belangrijkste auteurs van de twintigste eeuw. Zijn werk kreeg vooral na zijn dood een grote invloed op de westerse literatuur. Hij groeide op in de Duitstalige Joodse gemeenschap van Praag. Na het uiteenvallen van het Habsburgse keizerrijk werd hij een Tsjechoslowaaks staatsburger. Hij verbleef ook enige tijd in Berlijn, de hoofdstad van de Weimarrepubliek. Dat maakte hem tot een typische Duitstalige en Midden-Europese auteur. De recente aanduiding Kafka als ‘Tsjechisch’ auteur is historisch incorrect omdat zijn taal niet Tsjechisch was, Tsjechië niet bestond zijn tijd en hij volledig Duitstalig was. Hij is bekend als schrijver van de romans Het proces, Het slot en De Gedaanteverwisseling. Zijn werk omvat echter veel meer en wordt geenmerkt door een nachtmerrieachtige, onheilspellende sfeer waarin de bureaucratie en de onpersoonlijke maatschappij steeds meer greep krijgen op het individu. Daarvoor geldt de omschrijving ‘kafkaësk’, waarvoor het woordenboek verklaringen als ‘beklemmend, vervreemdend, angstaanjagend en onheilspellend’ geeft. Hendrik Marsman omschreef zijn oeuvre als ‘uiterst geheimzinnige zakelijkheid’; anderen zien het als symbool voor de ontwortelde mens in de moderne tijd, die niet meer weet wat er gebeurt en zijn lot in handen legt van ‘hogere machten’. We dachten dat nu alles van de schrijver bekend was en uitgebreid geanalyseerd. Onlangs dook een onbekend meesterwerk van Kafka op dat altijd aan de aandacht is ontrokken. Onbegrijpelijk dat dit werk met zijn afgrijselijke en profetische collectie van nachtmerries tegen een achtergrond van een aanstaande sociaaleconomische catastrofe al die tijd over het hoofd is gezien.

MIJN VRIEND SAID EFFENDI

Jacob Israël de Haan bracht in Hebron veel tijd door met Arabieren. Hij bewoog zich blijkbaar makkelijk in die kringen. De tafelgesprekken gingen over poëzie, politie, dieven, paarden en allerlei andere zaken uit het dagelijks leven. De Union Club in Hebron was het trefpunt voor moslims, christenen en joden. Dat De Haan in Arabische kringen een intimus was bleek uit zijn omgang met Saïd Effendi, een belangrijk man en Hebron. Hij bezoekt hem in het dorpje Tur (nu At-Tur geheten), gelegen op de Olijfberg en met uitzicht op de gehele omgeving. Bij aankomst bleek dat de broer van Effeni’s moeder was vermoord, zodat Saïd voor beraad in de netelige situatie met spoed naar Hebron moet afreizen. Zijn broer Chalil moet de honneurs waarnemen. Uit dank voor de gastvrijheid laat De Haan een fotograaf een portret maken van het zoontje van Saïd Effendi. Hij beschreef het in onderstaand kort verhaal, dat is opgenomen in de bundel Jerusalem, die in 1922 verscheen.

I.

Mijn vriend Saïd Effendi is de Arabische adviseur van den gouverneur van Hebron. Vroeger is hij officier geweest in dienst van den Emir Feisul te Amman aan den overkant van den Jordaan. Dat is het oude Rabbat Ammon, de hoofdstad van de Ammonieten. Verwoest en later herbouwd heette het Philadelphia, een van de Decapolissteden. Ik hoop er nog wel eens heen te gaan met Saïd Effendi samen. Hij is nu teruggekomen naar dezen kant van den Jordaan. Want de familie-bezittingen liggen daar, tusschen het dorp Tur op den Olijfberg en Jericho.
Wij zijn goede vrinden geworden rondom de petroleumblikken gloeiende houtskolen in het onvolprezen hotel: ‘De eik van Abraham’ te Hebron. En vele kopjes koffie. Hij is een zwaarmoedige, maar toch sterke kerel, Saïd. Voortreffelijk in zijn werk en onbegrensd vertrouwd. (meer…)

CLAUDE MONET IN ZAANDAM 1

Claude Monet (Parijs, 14 november 1840 – Giverny, 5 december 1926), de Frans impressionistisch kunstschilder, bezocht Nederland drie keer in de jaren 1870-1880. In 1871 verbleef hij vier maanden in Zaandam, begin 1874 bezocht hij Amsterdam en in 1886 werkte hij in de bollenstreek. Tijdens deze verblijven zou hij 42 schilderijen maken met typisch Hollandse onderwerpen als riviergezichten met molens en bootjes, stadsgezichten van Amsterdam en tulpenvelden. In een eerdere reeks van zes blogs is al bericht op de schilderijen die Monet in 1874 in Amsterdam maakte. Monet, zijn vrouw Camille en hun zoontje Jean waren in september 1870 vanuit Le Havre naar Londen afgereisd. Dat was kort nadat de Duitse troepen in de Frans-Duitse Oorlog de hoofdstad hadden bezet. Het lijkt waarschijnlijk dat de onstabiele politieke situatie de reden was van het onverwachte vertrek, maar helemaal zeker is dat niet. Moment had op dat moment ook ernstige financiële problemen, dus dat kon evengoed de reden van de snelle vlucht zijn geweest. Het gezin zou zeven maanden in de Engelse hoofdstad blijven. Begin juni 1871 vertrok hij er echter en belandde via Rotterdam in Zaandam, waar hij zijn intrek nam in hotel ‘De Beurs’. Nog steeds leek de onstabiele situatie in Frankrijk de reden te zijn om niet direct huiswaarts te keren. (meer…)