DE DRIE GRATIËN – 031

Een kunstenares die zich goed verborgen heeft weten te houden. Op Facebook dateert haar laatste post van alweer twee jaar geleden. Ik stuit op diverse pagina’s van galerieën met één of twee van haar werken en een uiterst summiere tekst over de schilderes, zoals deze op Saatchi Art (niet de eerste de beste, wat genoeg zegt over de kwaliteit van haar wek): ‘Lena Lafaki was born in 1960, Ukraine. Since 1993 she lives and works in The Netherlands. The last years the theme of femininity and all aspects related have been the main focus of Lena’s work.’ Vaak staat er een website bij genoemd, maar steevast werkt de link niet. Blijkbaar is de website opgeheven en is er geen alternatief voor in de plaats gekomen. Op sommige sites kom je de mededeling tegen dat ze vooral gericht is op het schilderen van danseressen in het algemeen en flamencodanseressen in het bijzonder. Anderen sites kennen haar toch vooral als schilderes van erotische werken, waarvan vooral ISSUU een mooi overzicht geeft. Beiden zijn niet onwaar, maarze schildert ook realistische stillevens met alledaagse voorwerpen en momentopnames ( … van verstilde modellen, tot expressieve weergaven van flamencodansers in actie’). Ze maakte in elk geval een mooie, eigentijdse versie van de drie gratiën, elk ‘gewapend’ met een zwaan, waarmee het schilderij tevens refereert aan het verhaal uit de Griekse mythologie van Leda en de Zwaan. Leda was de echtgenote van de Spartaanse koning Tyndareos. Zeus was verliefd op haar, maar kon haar niet overtuigen met hem geslachtsgemeenschap te hebben. Hij veranderde zichzelf in een zwaan en overweldigde Leda. Beschaamd om wat er gebeurd was, had Leda die avond ook gemeenschap met haar man. Na negen maanden kreeg zij vier kinderen, die volgens zekere de overlevering uit een ei kwamen. Twee kinderen (Pollux en Helena) waren de kinderen van Zeus, de twee andere kinderen (Kastor en Klytaimnestra) van Tyndareos.

Advertenties

TURKIJE, 15 JULI 2016

Ter herdenking en overdenking, drie jaar na de ‘mislukte staatsgreep’.

14 JULI – ODIEL DEFRAEYE

Odiel Defraeye (Rumbeke, 14 juli 1888 – Bierges, 20 augustus 1965) was een Belgisch wielrenner. Hij was de oudste in een arm arbeidersgezin van twaalf kinderen, de zoon van een arbeider in de steenovens. Het gezin had het financieel niet breed. Zijn vader leed aan reuma en de jonge Odiel was ‘de enige man’ die geld in het laatje kon brengen. Na een dag in de klas begon voor Odiel vaak een tweede dagtaak. Al op jonge leeftijd nam Odile deel aan wielerwedstrijden in de streek . Toen hij veertien jaar was won hij zijn eerste stratenkoers en de bijhorende prijs; een hesp. Hij kon hiermee zijn ouders overtuigen om zich voluit op het wielrennen te storten. Hij kreeg een tweedehandsfiets cadeau, die voor het gezin het niet onaanzienlijke bedrag van 75 Belgische frank had gekost. De investering rendeerde, want hij zou nog vaak koersen winnen en met smakelijke prijzen thuiskomen. Als jeugdrenner was hij superieur, hij won alle grote Vlaamse koersen. Zijn eerste aansprekende succes boekte hij in 1908 met zijn overwinning in Ronde van Vlaanderen voor amateurs. Even dreigde het feest verstoord te worden doordat hij in november 1908 voor zijn dienstplicht werd opgeroepen, maar gelukkig waren ook zijn oversten wielerliefhebbers. In 1909 stapte hij over naar de beroepsrenners. Begin 1909 eindigde hij als tweede in het Kampioenschap van Vlaanderen en op 5 juli 1909 maakte hij zijn debuut in de Tour de France, waar hij in de eerste etappe (Parijs-Roubaix, over 272 km.) tiende werd als laatste van een tweede groepje renners, dat met een achterstand van ruim tien minuten over de finish kwam. Defraeye is één van de vier Belgen die in deze Tour van start zal gaan. De helft daarvan zal bij de tweede etappe (Roubaix-Metz, 398 km.) niet over de finish komen en Odile is één van die twee. Blijkbaar was zijn ploeg (La Française) niet erg tevreden over zijn resultaten, want het contract werd niet verlengd en de twee daarop volgende jaren reed hij als onafhankelijk renner, wat hem echter niet belette in 1910 het Kampioenschap van Vlaanderen te winnen en in 1911 Belgisch Kampioen op de weg te worden. Aan de start van de Tour zou hij echter niet staan. De aansprekende resultaten in 1910 en 1911 zouden voor de machtige Franse ploeg Alcyon voldoende redenen zijn hem in de gelederen op te nemen. In het voorjaar van 1912 won hij de Ronde van België, op 7 april 1912 was hij een van het groepje van zeven renners dat streed voor de eindzege in Parijs-Roubaix op de legendarische wielerbaan, maar in de sprint het onderspit moest delven; hij werd vijfde. Op 30 juni 1912 stond hij aan de start van de Tour de France. De Franse ploeg zou er geen spijt van krijgen, want Odile Defraeye zou als een eerste Belg en tweede niet-Fransman (de Luxemburger François Faber was hem in 1909 voorafgegaan) de Ronde van Frankrijk winnen. (meer…)

KAT ONOMA

Kat Onoma was een Franse groep, die een mengeling van rock, jazz en experimentele muziek maakte. De groep bestond uit Rodolphe Burger (zang, gitaar, piano), Philippe Poirier (saxofoon, gitaar, contrabas), Guy ‘Bix’ Bickel (trompet), Pascal Benoit (drums) en Pierre Keiling (bas). Kat Onoma werd in 1980 in Straatsburg opgericht onder de naam Dernière Bande, maar veranderde dat in 1986 in de naam die uit het Grieks stamt en ‘zoals de naam aangeeft’ zou betekenen. Een wat mystieke naamgeving en waarom in het Grieks blijft ook in nevelen gehuld, want geen van de bandleden lijkt daar roots te hebben. De groep gaat in 2004 uiteen, na in de periode van bestaan zeven studio- en live-albums te hebben gemaakt. In het jaar van afscheid verscheen een achtste album met een compilatie van hun beste werk. De grote inspiratiebron was Velvet Underground, wat niet al te moeilijk te herkennen is: de zware stem van Burger, een zekere monotonie in de zang, sombere, melancholieke teksten, het zachte en melodieuze gitaarspel van Burger (bijna net zo herkenbaar als dat van Mark Knopfler), de terugkerende trompet- en saxofoonpartijen van Bickel en Poirier en mooi werk op de basgitaar van Keiling. De groep werkte vooral met teksten van bevriende schrijvers, zoals Pierre Alféri en Olivier Cadiot, waarvoor Kat Onoma de muziek componeerde. Ze schroomde echter niet om ook teksten van Shakespeare, Samuel Beckett of Jack Spicer of muziek te zetten. De muziek kreeg veel lof van de critici, maar een echte doorbraak bij het Franse publiek heeft er nooit echt ingezet. Laat staan bij het Nederlandse publiek, dat al vijftig jaar helemaal gericht is op de Angelsaksische wereld. Niet alleen in de muziek overigens.  Kat Onoma bleef zo’n beetje het archetype van een cultgroep, slechts bekend en gewaardeerd bij een beperkte groep muziekliefhebbers. Sinds kort hoor ik ook bij dat beperkte groep, want pas recent heb ik ze ‘ontdekt’. Van Kat Onoma een van het album ‘Far from the pictures’ uit 1995: La Chambre.
. (meer…)

LA GRANDE BOUCLE 24

In de derde editie van de Tour de France kwam de organisatie met een noviteit. In de tweede etappe (10 juli 1905, Nancy-Besançon, 299 kilometer) stond de allereerste bergetappe in de ronde gepland. De rit zou worden gewonnen door Hippolyte Aucouturier, de latere winnaar van deze Tour Louis Trousselier eindigde derde. René Pottier, die als tweede over de finish zou komen, werd daar onsterfelijk door als enige zonder af te stappen deze hindernis te nemen. De berg, met een onverhard wegdek, beklom hij met een gemiddelde van 20 km/u. Het werd tevens zijn laatste wapenfeit in deze ronde, want een dag later moest hij met een ernstige knieblessure opgeven. Hierbij een tweetal foto’s om een impressie te geven onder welke omstandigheden het peloton toen de cols moest passeren.

BABYKOOIEN

Vroeger werd toch wel behoorlijk anders gedacht over het opvoeden van kinderen. Zo is tegenwoordig iedereen zich er wel van bewust dat fysiek contact met baby’s zorgt voor verbondenheid en vertrouwen; daarnaast is dit een voorwaarde voor een veilige hechting tussen ouder en kind. Zo rond 1900 was echter de algemene opvatting dat je een baby zo min mogelijk moest aanraken omdat men dacht dat je het kind verwend zou maken. In dezelfde tijd werden luiers gezien als iets voor watjes. Tijd voor een zindelijkheidstraining voor baby’s en ze de kans te geven zelf de tolilet te ontdekken, zat er niet in. De overheid adviseerde om je baby net zo lang boven het toilet te hangen totdat hij zindelijk zou worden. Huilende baby’s? Nog in de jaren vijftig meende men dat huilen een goede oefening was voor baby’s. Ouders moesten vooral niet proberen uit te zoeken wat er mis zou kunnen zijn. Gewoon weglopen en zelf uit laten zoeken. Het huilen zou vanzelf wel weer overgaan. Nog niet eens zo lang geleden werden kinderen op school gedwongen om rechtshandig te schrijven. Linkshandig zijn werd ronduit verboden. Het was zelfs zo bizar dat leraren speciale beugels gebruikten om kinderen zo te trainen dat ze vanzelf rechtshandig zouden worden. De meeste gebruiksvoorwerpen waren trouwens ook zo ontworpen dat alleen rechtshandigen ze goed konden gebruiken. Pas de laatste jaren is er pas écht aandacht voor linkshandigen. Tegenwoordig is het de norm dat ouders hun baby geen seconde uit het zicht verliezen. Maar net voor de Tweede Wereldoorlog waren in de Verenigde Staten opvoedkundigen zo geobsedeerd door de aanname dat baby’s frisse lucht nodig hadden, dat ze de babykooi ontwierpen. Mensen begonnen namelijk steeds meer in flatgebouwen te wonen en hadden minder ruimte tot hun beschikking. Op deze manier had je kind frisse lucht en het gezin had wat meer ruimte in de krappe woning. Zo’n kooi kon aan de buitenkant van een gebouw uit het raam worden gehangen, zodat de kleine van de frisse buitenlicht kon genieten. Terwijl moeder bezig was met haar belangrijke huishoudelijke taken, kon de baby genieten van de frisse buitenlucht. Dat deze meeste appartementen in de steden langs drukke wegen stonden en de lucht aanzienlijk minder fris was dan verondersteld, was een gedachte die pas vele jaren later opgang deed.
(meer…)

DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS (9)

DOKTER, DOKTER, ALLEMAAL DOKTERS
De onbekende kant van de gezondheidszorg
Verhalen met en over dokters
(deel 8)

door
JOEP SCHOLTEN
.
.
.
.
.
(deel 1) (deel 2) (deel 3) (deel 4) (deel 5) (deel 6) (deel 7) (deel 8)


3. Papa, don’t preach (Madonna)

deel 2

Nee, de oude dokter woont niet in dat straatje. Zijn woning annex praktijk ligt aan de promenade langs de rivier. Samen met die andere prachtige panden vormen ze de gezichtsbepalende entree van het stadje. Via zijn achtertuin bereik je zijn praktijk. De eerste keer bel ik aan de voordeur. Helemaal fout. Geïrriteerd klinkt het via de intercom: ‘Praktijk achterom.’ Lelijke stem, mooi gelakt eikenhout, dat wel. Achterom is een blokje rond historische huizen. Na enig zoeken sta ik onder bomen aan een soort grachtje naast een weg die enigszins is scheefgezakt. Uiteindelijk wandel ik door zijn tuin en eindig in een donkere ruimte die als wachtkamer dienst doet. Waarom huizen die wit van buiten zijn vaak zo donker van binnen ogen, is een vraag die ik me sindsdien vaker heb gesteld. Gelukkig duurt het wachten nooit lang en voor je het weet, zit je aan zijn bureau.
Ik open het gesprek. Een belangrijk product voor ons is de anticonceptiepil. Aan de dokter vraag: ‘Hoeveel nieuwe pilpatiënten ziet zoal maandelijks?’ Anno 1971 gaan Nederlandse vrouwen, jong en oud, massaal aan de pil. Voor mijn verkoopverhaal wil ik weten hoe hij zijn keuze maakt. Welk middel schrijft hij voor bij welke vrouw? Allemaal vragen. Voor ik het kan bevatten, kapt hij me af. Ongevraagd slaat hij me om de oren met zijn visie op het gebruik van de pil en hoe hij dat feitelijk probeert te ontmoedigen. Meer nog, hoe hij denkt over jonge vrouwen en hun seksualiteit. (meer…)