15 SEPTEMBER – JAN ERNST MATZELIGER

Jan Ernst Matzeliger (Paramaribo, 15 september 1852 – Lynn, Massachusetts), 24 augustus 1889) was een Surinaamse uitvinder. Hij werd in 1852 aan de Cotticarivier geboren als zoon van een Duitse vader en Surinaamse moeder, waarvan wordt verondersteld dat ze nog slavin was toen Jan Ernst werd geboren en de zoon dus ook als slaaf ter wereld kwam. Matzeliger is de uitvinder van de schoenzwikmachine, die ervoor zorgde dat goedkoper bovenschoen en schoenzool met elkaar verenigd worden. Daarmee werden schoenen voor veel mensen betaalbaar en niet slechts beschikbaar voor de ‘happy few’. Hij kreeg het octrooi voor deze machine op 20 maart 1883. Drie weken voor zijn 37e verjaardag overleed Matzeliger te Lynn aan tuberculose. In 1985 vernoemde de stad Lynn een brug naar de uitvinder en te zijner nagedachtenis gaven de Amerikaanse posterijen op 15 september 1991 een speciale postzegel uit. In het boek Emancipatie 1863-1963 schreef R.A. Raan onderstaande biografie over Jan Ernst Matzeliger. Het boek verscheen in 1964 en het pleidooi aan het slot laat zien dat er de laatste vijftig nog niet veel progressie is geboekt. In Suriname is een paar jaar geleden een Stichting Matzeliger Instituut in het leven geroepen die een voordracht heeft ingediend bij de Anton de Kom Universiteit van Suriname om een postuum eredoctoraat in de Technologische Wetenschappen toe te wijzen aan Jan Ernst Matzeliger. Ik heb nog geen bericht gelezen dat een en ander inmiddels is gerealiseerd. (meer…)

Advertenties

GERRY RAFFERTY

Gerry Rafferty (Paisley, 16 april 1947 – Bournemouth, 4 januari 2011) was een Schots zanger en liedjesschrijver, die in 1970 een piepklein hitje schoorde in Nederland als lid van The Humblebums met Shoeshine Boy (28e plaats in de Top 40). In de Britse charts deed het echter niets en ook een eerste soloplaat in 1971, Can I Have My Money Back, deed niks. Een jaar later richtte hij met zijn oude schoolmakker Joe Egan de groep Stealers Wheel op, waarmee hij wel diverse wereldhits had. Vanaf 1977 ging Gerry Rafferty opnieuw solo met de zeer succesvolle plaat City to City en ook het volgende album Night Owl (1979) verkocht meer dan goed. Daarna werd het succes minder en minder, wat grotendeels te wijten was aan Rafferty’s alcoholisme dat ertoe leiden dat hij weigerde zijn albums te promoten door middel van optredens. Van City tot City kwam hét nummer, waaraan Gerry Rafferty altijd zal worden herinnerd. Baker Street heeft een uit alles herkenbare saxofoon-intro, met zijn lange, snerpende uithalen van Raphael Ravenscroft. Waar het nummer eigenlijk precies over gaat, is niet altijd even herkenbaar en ook wat de associatie is met Baker Street, toch vooral bekend als het verblijf van ene Sherlock Holmes. De tekst is geheimzinnig, maar de muziek en vooral die saxofoon raakt ons elke keer. Naderhand heeft Rafferty verklaard dat het nummer gaat over zijn jarenlange gevecht tegen de platenmaatschappij waarbij hij een wurgcontract had getekend. (meer…)

GABRIËLE MÜNTER

Gabriele Münter (Berlijn, 19 februari 1877 – Murnau am Staffelsee, 19 mei 1962) was een Duitse expressionistische schilder en grafisch kunstenaar. Ze was de jongste van de vier kinderen van tandarts Carl Münter en zijn vrouw. Het echtpaar verhuisde een jaar na haar geboorte naar Herford in Westfalen en later naar Koblenz. In 1886, toen Gabriële nog maar negen jaar oud was, overleed haar vader. Haar moeder leidde een teruggetrokken leven en liet haar kinderen zonder erg veel opvoeding opgroeien. De kunstenares zou later over zichzelf verklaren dat de gebrekkige opvoeding waarschijnlijk de verklaring was voor haar onbeholpen manier van omgaan met anderen. In haar schooltijd werd haar kunstzinnige aanleg opgemerkt en in 1897 volgde zij korte tijd een kunstopleiding voor vrouwen in Düsseldorf. De kunstacademie was destijds voor vrouwen nog niet toegankelijk. In hetzelfde jaar overleed haar moeder en gaf ze haar opleiding op. Door de erfenis was ze nu financieel onafhankelijk geworden en konden Gabriele en haar zusters het zich veroorloven op familiebezoek gaan in de Verenigde Staten. Zij bleven er twee jaar en maakten een reis door Missouri, Arkansas en Texas, een reis die door meer dan vierhonderd foto’s werd gedocumenteerd. (meer…)

ABRAHAM ASSCHER

Abraham Asscher werd op 19 september 1880 in Amsterdam geboren. Zijn vader en diens broer werkten in de diamanthandel en hadden in 1891 een eigen bedrijf opgericht, de Diamantmaatschappij. Later werd Abraham Asscher de directeur en enige aandeelhouder van het bedrijf. Onder zijn leiding verwierf de firma wereldwijde bekendheid. Het absolute hoogtepunt in de geschiedenis van Asschers diamantfabriek was ongetwijfeld het slijpen van de Cullinan, de grootste diamant die ooit ter wereld werd gevonden. Asscher behoorde van jongs af tot de Joodse religieuze elite, hoewel hij zeker geen orthodox levende of vroom opgevoede Jood was. Slechts op hoogtijdagen bezocht hij de synagoge. Zijn politieke betrokkenheid was beduidend groter dan zijn religieuze engagement. Al op jeugdige leeftijd was hij de lijsttrekker en fractievoorzitter van de Liberale Staatspartij, waarvoor hij in 1917 lid werd van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Zoals gebruikelijk onder de Joodse religieuze elite waarvan hij een prominent lid was, had Asscher een enorme afkeer van het socialisme, de politieke stroming die juist onder het Joodse proletariaat een enorme aanhang kende. Als belangrijk industrieel en vooraanstaand politicus was hij een man met grote status binnen de Amsterdamse wereld en verbonden aan bijna alle belangrijke Joodse instituten en commissies. Asscher was een man die alles groots aanpakte. Het liefst sprak hij voor volle zalen met prominente mensen in het publiek. Als bestuurder en vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap volgde hij dr. Dünner op als voorzitter van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, de koepelorganisatie van de Joodse gemeenten in Nederland. Verder maakte hij deel uit van het bestuur van de kerkenraad van de grootste lidorganisatie van deze koepel, de Nederlands-Israëlitische Hoofdsynagoge Amsterdam . Ook zat hij in het bestuur van Keren Hajesod, een opbouwfonds voor Palestina. Vanwege zijn grote verdiensten benoemde men hem in 1935 tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Die onderscheiding kreeg hij opgespeld in aanwezigheid van vele vooraanstaande mensen uit politiek en bestuurlijk Nederland. (meer…)

WALTER LEBLANC

Walter Leblanc (Antwerpen, 26 december 1932 – Opzullik, 14 januari 1986) was een Belgisch beeldend kunstenaar. Hij was stichtend en richtinggevend lid van de groep G58 (1958-1962) in het Antwerpse Hessenhuis haar activiteiten had. Daarna maakte hij deel uit van de internationale beweging ‘Nouvelle Tendance’, die vanaf 1961 tot 1968 bestond en participeerde ook in tentoonstellingen van de Nederlandse Nul-beweging, die in 1960  werd opgericht. Deze beweging waarin onder meer de kunstenaars Armando, Jan Schoonhoven, Jan Henderikse (zie ook 2, 3, 4 en 5) en Henk Peeters actief waren, zette zich sterk af tegen Cobra en streefde naar objectieve kunst. Ofwel kunst, die van elke emotionele waarde werd ontdaan. Leblanc had zijn opleiding gekregen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (1949-1954) en aan het Nationaal Hoger Instituut (1955-1956) in Antwerpen. Beide studies stonden nog geheel in het teken van de figuratieve kunst. Later ontwikkelde Leblanc zich in de richting van de monochrome kunst, de op-art en de kinetische kunst. In 1959 introduceerde Leblanc de torsie als basiselement in zijn werk. In de Twisted Strings werden getorste katoendraden gespannen op een monochroom, meestal wit, oppervlak. Afhankelijk van de verplaatsing van de toeschouwer en de wisselende lichtinval op het reliëf ontstaat in het oog van de participant een vibrerend, optisch effect. In de Mobilo Statics, werden de katoendraden vervangen door tweekleurige polyvinyl-linten. De Torsions ontwikkelden zich verder tot vrijstaande sculpturen uit gelakt metaal of hout. In 1975 ontstonden de Archetypes, wat geprogrammeerde reeksen waren waarin Leblanc via tekeningen en sculpturen uit geoxideerd staal de combinatiemogelijkheden onderzocht van geometrische grondvormen, zoals de driehoek, het vierkant, de cirkel en hun afgeleiden. (meer…)

BOK DE KORVER

Bok de Korver (Rotterdam, 27 januari 1883 – Rotterdam, 22 oktober 1957) werd geboren aan de Oude Binnenweg 91 in Rotterdam, als tweede zoon van een pakhuisknecht.Thuis heette hij gewoon Jo, maar iedereen kende hem als ‘Bok’. Waar de bijnaam vandaan kwam, valt niet met zekerheid te zeggen. Sommigen menen dat deze te maken had met het onverzettelijke en koppige in zijn spel, anderen houden het op de manier van koppen van De Korver. Zijn ouders waren in 1879 uit Den Haag verhuisd en openden twee jaar na de geboorte van Jo, zoals hij binnen het gezin werd genoemd, een kleine winkel in ijzerwaren en huishoudelijke artikelen aan de Kruiskade, op de plaats waar nu het Hilton Hotel staat. De Korver leerde op straat voetballen met een tennisbal, waarmee hij met enkele vrienden op kleine terreintjes rond de Kruiskade en de Diergaardelaan oefende. Pas na de middelbare school (HBS) schreef hij zich op 17-jarige leeftijd in bij de kleine voetbalclub Constantia, die later zou opgaan in het grotere Volharding. De vereniging speelde op het Schuttersveld, hetzelfde veld waar ook Victoria, Celeritas, Rapiditas en het grote Sparta speelden. Sparta had natuurlijk een enorme aantrekkingskracht op de spelers van die kleine clubs en ook De Korver maakte de overstap toen de gelegenheid zich voordeed. In september 1902 werd hij door de ballotagecommissie van Sparta aangenomen als actief. Direct daarna maakte hij zijn debuut in het eerste elftal in een vriendschappelijk treffen tegen een elftal van Delftse studenten (D.S.V.V. Ouwe Schoen). Zijn eerste competitiewedstrijd vond plaats op 19 oktober 1902 tegen het Amsterdamse RAP, op dat moment nog steeds een grote club maar al wel lichtjes in verval. (meer…)

FRANS VAN DEN MUIJSENBERG – 030

Frans van den Muijsenberg / 20 januari 2019 / Lalique Museum Doesburg