JOB DANIËL VAN MELLE

Job van Melle (Goes, 26 mei 1897 – 14 april 1945, Amsterdam) was in zijn geboorte- en woonplaats boekhouder. In mei 1940 deed hij een vergeefse poging mee te gaan met de zich van Zeeland naar Vlaanderen terugtrekkende Franse troepen. In mei 1942 bezocht hij ds. F. Slomp die in Goes een LO-groep wilde oprichten. Vanaf medio 1943 was hij actief binnen die LO-afdeling; hij werkte er onder de schuilnamen ‘Veldhoen’ en ‘Van Berkel’. Al in september 1943 moest hij in Utrecht onderduiken, nadat enkele naaste medewerkers waren gearresteerd toen een opgepakte Duitse deserteur bij zijn verhoor doorsloeg.

In Utrecht kreeg hij direct opnieuw aansluiting met de LO. Ook kwam hij in contact met H.Ch. Kohlbrugge (‘Chrisje’), die via de ‘Zwitserse Weg’ betrokken was bij het naar Engeland verzenden van bescheiden van militair belang. In 1944 werd Van Melle koerier voor Sectie V van het Algemeen Hoofdkwartier van de OD (later Delta en NBS): een- of tweemaal per week bracht hij spionagemateriaal (rapporten, tekeningen, bijlagen) over openbare werken (havens, bruggen, gas- en elektriciteitsvoorzieningen) van Utrecht naar Amsterdam. In Utrecht werd al dat materiaal verzameld door ir. H. ten Brokkel Huinink, hoofdinspecteur-directeur van de Directie Bruggen van Rijkswaterstaat. Toen het reizen per trein vanaf september 1944 onmogelijk werd, ging hij op zijn fiets met houten banden en nadat dit door sneeuw en vorst steeds moeilijker werd, ging Van Melle te voet met een slede. De grote fysieke inspanningen putten hem volledig uit, maar hij zette zijn werk onverdroten verder.
(meer…)

BRUSSEL

Het ontstaan van namen van steden en streken is soms duister en andere keren is het heel simpel. Dat Amsterdam zijn oorsprong vindt in de betekenis ‘dam aan de rivier de Amstel’ is overduidelijk. Hetzelfde geldt voor andere steden met ‘dam’ en de dichtbij zijnde rivier in de naam. Een andere probleem is dan weer waar de namen van riviertjes als de Amstel en Rotte vandaan komen. En waarom heet Londen dan geen ‘Thamesbridge’ of iets soortgelijks, zoals Cambridge genoemd is naar de brug over de rivier de Cam. De etymologie houdt zich bezig met de oorsprong van woorden en binnen hun vakgebied kregen persoonsnamen, plaatsnamen en andere geografische aanwijzingen altijd veel aandacht gekregen. Ze kunnen namelijk veel en nuttige historische informatie geven. Er is nu echt geen doorwaadbare plaats meer in Utrecht, maar de naam duidt aan dat dit vroeger wel zo was. Middelburg heeft geen burcht meer, maar vroeger wel. Heerenveen, tja, er zal een rijke heer hebben gewoond, die al dat veen wel zag zitten! Wat voor de Nederlandse namen geldt, is uiteraard ook van toepassing op de buitenlandse namen. Ook hier zijn sommige snel verklaarbaar en anderen vergen veel onderzoek. Wat kun je nu bedenken bij je naam Brussel of de verbasteringen daarvan in het Frans (Bruxelles) of Engels (Brussels)?

De oudste bekende naam van de stad is Bruocsela, wat zoveel betekent als ‘nederzetting in het moeras’. Uit die naam kwam Broekzele voort en dat evolueerde weer tot Brussel. De etymologische betekenis van ‘bruocsela’ is ‘broek’ , waarmee een moerassig land wordt aangeduid. De meeste plaatsen met het toponiem broek roepen echter al eeuwenlang niet de minste associatie op met een moeras, omdat al sinds de vroege Middeleeuwen de bodem van de broekgronden door drainering werd verbeterd.  Het moeras verdween, de oude benaming bleef. Behalve in plaatsnamen komt het ook nog voort in bekende familienamen zoals Van den Broek, Van de(r) Broek, Van den Broeck of Van den Broucke (België).
(meer…)

FRANK ZAPPA

Frank Zappa: Zappa (1940-1993) was in de eerste plaats een Amerikaans componist, die ook deel uitmaakte van of de leiding had over verschillende rockgroepen. Daarvan was The Mothers Of Invention verreweg de bekendste bij het grote publiek. Hij mengde op geheel eigen wijze rockmuziek met psychedelica, jazz, experimentele muziek en eigentijdse klassieke muziek gecombineerd met een grote dosis zelfspot, humor en performance-art. Ik heb een tijdlang geprobeerd zijn muziek te begrijpen en mooi te vinden, maar die pogingen zij allemaal jammerlijk mislukt. Zappa lijkt niet echt aan me besteed te zijn, maar zo af en toe kwam er toch wel een nummer voorbij dat ik echt mooi vond, zoals Camarillo Brillo.
(meer…)

LA GRANDE BOUCLE 14

13 - JefVanDamIn aflevering 14 en 16 van deze serie aandacht voor vier Belgische renners die in de Tour de France in 1926 van start gingen en ook alle vier aan de start stonden van de zware etappe Bayonne-Luchon waar in de afleveringen 11, 12 en 13 al uitvoerig is bericht. In deze aflevering aandacht voor Jef van Dam, die de zwaarste Touretappe ooit als dertiende over de meet komt, op een respectabele afstand van de winnaar Lucien Buysse: 1 uur, 10 minuten en 22 seconden. Hij zal uiteindelijk in de Tour als twaalfde eindigen op 4.00.35 van Tourwinnaar, Lucien Buysse.

Jef (Joseph) Van Dam werd in 1901 in Heidonk geboren. In 1926 wordt hij op 25-jarige leeftijd beroepsrenner. In 1924 werd hij Belgisch kampioen cyclocross en in 1925 had hij, als onafhankelijke renner, vier van de vijf koersen die hij reed, waaronder Brussel-Luik, op een glorieuze manier gewonnen. In 1926 mocht hij als test meerijden in de wedstrijd Parijs-Brussel en eindigde daar als tweede. Hierdoor werd hij geselecteerd voor de Ronde van Frankrijk en kreeg hij de kans om als beroepsrenner naar de Tour de France te gaan. Van Dam komt terecht bij het gekende Franse wielermerk Automoto, waar hij in dienst rijdt van de Italiaan Bottechia. Tijdens zijn eerste, en meteen ook enige, deelname aan de Ronde van Frankrijk, wint hij roemrijk drie ritten en eindigt hij uiteindelijk op de twaalfde plaats in het eindklassement.Jefke wint de zesde etappe (Cherbourg=Brest), zegeviert enkele dagen later in de achtste etappe (Les Sables-Bordeuax) en is ook de snelste in de vijftiende etappe (Briancon-Evian), steeds door de sprint van het peloton te winnen. Deze ‘Tour de France’ ging trouwens de geschiedenis in als de langste tour ooit met in totaal 5.745 km én als editie met de meest extreme weersomstandigheden. Jef Van Dam had slechts een korte carrière als beroepsrenner. In 1928 stopte hij met wielrennen omwille van gezondheidsredenen. Hij bleef wel actief in de wielerwereld, o.a. als koerscommissaris van de Grote Prijs van Willebroek. (meer…)

ADOLF HITLER EN DE EERSTE WERELDOORLOG

Thomas Weber onderzocht de oorlogservaringen van soldaat Eerste Klasse Adolf Hitler en zijn regimentsgenoten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ze vochten in een oorlog die in het begin nog werd gevoerd op basis van de machtsverhoudingen van de negentiende eeuw, met de daarbij horende oorlogsstrategieën en bewapening, plus het soms haast ridderlijke respect dat op het slagveld nog bestond tussen alle rangen en standen van beide legers. Een oorlog die halverwege van karakter veranderde en niet alleen de nieuwe mondiale machtsverhoudingen liet zien, maar ook de moderne manieren van oorlogvoering: vernietiging, totale oorlog en genocide. Weber probeert aan de hand van een minutieus verslag van de oorlogservaringen van Hitlers regiment antwoord te geven op de vraag of het radicalisme van Hitler en zijn maten voortkwam uit de oorlog en dus het nazisme als het ware ontsprong in de loopgraven in België en Noord-Frankrijk óf dat het nationaalsocialistische gedachtegoed pas ontstond na 1918 door de economische misère, door de onvrede over het onrechtvaardige Verdrag van Versailles, door de angst voor het opkomende communisme en door de invloed van ultrarechtse coups?

Weber gaat daarbij diepgaand in op de ervaringen van de leden van het List-regiment en de mythe die na 1918 door Hitler en de nazi-propagandamachine over het regiment werd gecreëerd. Deel 1 begint op 2 augustus 1914, toen een enthousiaste menigte een deel van de Odeonsplatz in het centrum van München in bezit had genomen om hun enthousiasme over de zojuist uitgebroken oorlog te laten blijken. Waarbij de schrijver al direct een eerste mythe ontsluierd, namelijk dat in Duitsland door iedereen zo enthousiast op de oorlog werd gereageerd. Een oorlog die “frisch und fröhlich” zou zijn en waarvan iedereen verwachtte dat ze allemaal met Kerstmis weer thuis zouden zijn. De Odeonsplatz was echter lang niet zo vol als de in de media gebruikte foto’s altijd suggereerden. Slechts een fractie van de zeshonderdduizend inwoners van München was naar de manifestatie gekomen en had zich verzameld voor de Feldherrnhalle. De rest van het plein was leeg, er was nog ruimte genoeg voor een tram die in een normaal tempo over het plein kon rijden. Het groepje lusteloos rondhangende mensen begon pas te juichen toen ze zagen dat een filmploeg in actie was. Pas toen maakte de fotograaf zijn beroemd geworden foto, waarop een jubelende en oorlogszuchtige massa te bewonderen was. Op die foto stonden opvallend veel meer mensen dan op het filmpje, zodat het wel zeker is dat met de foto werd geknoeid. Niet alleen bracht de fotograaf er meer mensen in, hij zorgde er waarschijnlijk ook voor dat Hitlers hoofd er vakkundig werd ingebracht. Opvallend genoeg werd de foto namelijk pas in 1932 voor het eerst gepubliceerd. Met die manipulatie werd het een prachtig icoon voor de nazi-propaganda: een eensgezind Duits volk dat de oorlog wil en hun Führer die te midden van zijn volk daarvan deel uitmaakt.
(meer…)

COMMISSIE TOT ZAKEN DER ISRAËLIETEN (1814)

Op 6 juni jl. pleitte de arabist Jan Jaap de Ruiter in een opiniestuk in de Volkskrant voor een bindend lidmaatschap van alle Nederlandse islamitische centra en moskeeën in een nationaal overlegorgaan, voorgezeten door de overheid. De achterliggende gedachte was dat personen die aanslagen hebben gepleegd in naam van de islam vaak kortere of langere tijden verkeerd hebben in islamitische centra of moskeeën en dat er daarmee een mogelijkheid ligt voor islamitische leidslieden om dit soort informatie door te geven aan de autoriteiten. Daarnaast zou de instelling van zo’n overleg hoe dan ook nuttig voor het nader vormgeven van de islam in Nederland, net zoals dat indertijd het geval was met het vormgeven van een moderne joodse gemeenschap in ons land. Bij dat laatste doelt De Ruiter op de oprichting in 1814 door koning Willem I van een Commissie Tot Zaken der Israëlieten.

In de overwegend protestantse Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden mochten Joden oorspronkelijk geen lid worden van een gilde en dus vrijwel geen enkel beroep uitoefenen. Sommigen zochten hun heil in het kredietwezen of de handel, verreweg de meesten probeerden echter als venter, marskramer of los-vaste arbeider wat te verdienen. De gilden verzetten zich in 1748 tegen de levendige straathandel. Handhaving van de strenge regels leverde rellen op en kritiek van de invloedrijke Isaac de Pinto. Begin 1795 maakte een inval van het Franse leger een eind aan het bestaan van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en namen de Fransen de macht over van de regentenaristocratie> Ze legden daarmee de basis voor de Bataafse Republiek en de eenheidsstaat zoals die er nu uitziet.
(meer…)

KOFFIE

%d bloggers liken dit: