BOB DE LEEUW

In de vier nummers in juni 1945 – De Zwerver 47 (3 juni 1945) tot De Zwerver 50 (29 juni 1945) – stonden in totaal 71 oproepen (er is genummerd tot 72, maar nr. 39 is per ongeluk overgeslagen) over personen waarvan nog steeds niet bekend was of zij nog leefden en zo ja, waar ze dan verbleven. De oproepen waren steeds voorzien van de toevoeging met spoed te berichten aan het Centraal Bureau van de LO-LKP indien men nuttige informatie kon verstrekken. Zie hier voor het overzicht van de 71 oproepen.
In De Zwerver nummer 50 van 29 juni 1945 verscheen de volgende oproep: ‘Nicolaas Rudolf de Leeuw, geb. 21-1-’05, wonende Kievietslaan 3, Eindhoven. In Brussel gepakt op weg naar Engeland. 5-10-’43 naar Duitschland na proces voor het Landesgericht in Utrecht 7-5-’45. Laatste verblijfplaats: Melk in Oostenrijk.’
 

Nicolaas Rudolphe de Leeuw (Amsterdam, 21 januari 1905 – Natzweiler, 23 maart 1945) woonde bij het uitbreken van de oorlog in Eindhoven (Kievitlaan 3), waar hij afdelingschef was op de Hollandsche Afdeling van Philips. Tijdens de Duitse bezetting was Bob hij actief in het verzet, onder voor de Groep Mellema. Deze verzetsgroep staat onder leiding van mr. dr. Cornelis Mellema (Groede, 9 september 1895 – Siegburg, 10 mei 1945), die bij Philips werkzaam was als octrooi-technicus voor Philips. De groep verzamelde inlichtingen die naar Engeland moesten worden gestuurd. In de zomer van 1942 werkte hij voor dat inlichtingenwerk aan een geheime zender. De nog niet voltooide zender bracht hij naar de woning van zijn ouders in Wassenaar, maar de Duitse Sicherheitsdienst is dan door een verrader al op de hoogte gebracht van zijn activiteiten. Op 25 juli 1942 werd Mellema in de woning van zijn ouders gearresteerd. In de SD-Polizeigefängnis in Haaren werd aanvankelijk tegen hem de doodstraf geëist, maar dat werd later omgezet in vijftien jaar tuchthuis. Eind augustus of begin september 1943 wordt hij eerst overgebracht een tuchthuis in Rheinbach. Nederlanders die voor ‘economische delicten’ veroordeeld waren tot een langere gevangenisstraf dan drie maanden kwamen vaak terecht in een Duits tuchthuis, maar werden niet zelden daarna alsnog doorgestuurd naar een kamp met nog strenger regiem. Mellema werd in januari 1944 naar de tuchtgevangenis in Siegburg doorgestuurd, waar hij op 10 mei 1945, vijf dagen na het einde van de Tweede Wereldoorlog, op 49-jarige leeftijd alsnog zou bezwijken aan de gevolgen van verwaarlozing, ondervoeding, kou en vocht. De waarschijnlijke doodsoorzaak was vlektyfus. Hij liet een vrouw en twee minderjarige zoons achter. Hij werd herbegraven op het Nationaal Ereveld in Loenen.

Nicolaas de Leeuw - routeAls gevolg van het verraad werd niet alleen Cornelis Mellema op 25 juli 1942 in Wassenaar gearresteerd, maar werden op 27 juli 1942 talloze medewerkers van Philips die voor Mellema’s verzetsgroep werkzaam waren gearresteerd. Aangenomen wordt dat de verrader Anton van der Waals (Rotterdam, 11 oktober 1912 – Scheveningen, 26 januari 1950) is geweest, die tijdens de oorlog als spion voor de Sicherheitsdienst verantwoordelijk was voor minimaal 83 slachtoffers en een hoofdrol had in het Englandspiel, dat vele Nederlandse geheime agenten uit Engeland het leven kostte. Van der Waals zou via zijn collaboratie met de Sicherheitsdienst in 1942 gezorgd hebben voor een ware slachting onder het Philips-kader. De golf van arrestaties is voor Bob de Leeuw aanleiding direct in juli 1942 te vluchten en te proberen via Zwitserland naar Engeland te gaan. Op 19 augustus 1942 werd hij echter in Brussel opgepakt en overgebracht naar de militaire gevangenis van Sint-Gillis Brussel, waar hij tot 23 november 1942 werd vastgehouden. Daarna werd hij eerst overgebracht naar het Oranjehotel te Scheveningen (23 november 1942 – 3 december 1942) en daarna naar Kamp Haaren (3 december 1942 – 7 mei 1943). Zijn proces en veroordeling mag hij doorbrengen in de Kriegswehrmachtsgefängnis in de Gansstraat te Utrecht (7 mei 1943 – 28 mei 1943). Na zijn veroordeling werd hij teruggebracht naar Kamp Haaren (28 mei 1943 – 3 oktober 1943), werd een korte periode overgebracht naar Kamp Amersfoort (3oktober 1942 – 27 oktober 1942), ging daarna naar Kamp Natzweiler-Struthof, hoog in de Franse Vogezen (27 oktober 1944 – 6 september 1944), naar concentratiekamp Dachau (6 september 944 – 16 september 1944), naar Sportplatz (16 september 1944 – 16 februari 1945) en naar Vaihingen (16 februari 1945 – 23 maart 1945), waar hij op laatstgenoemde datum vanwege ziekte en uitputting overleed.

Dat onheilspellende parcours liet al zien dat Bob de Leeuw in mei 1943 was veroordeeld een van de vele ‘Nacht-und-Nebel-gevangenen’ te zijn, wat inhield dat de betreffende persoon spoorloos zou verdwijnen in de wirwar van Duitse kampen, zonder dat diens nabestaanden wisten waar hij terecht was gekomen en of hij nog leefden. In feite was het vonnis een doodstraf, waarbij het vonnis niet direct werd voltrokken. Het uitputtende werk, de ondermaatse voeding en de constante ontberingen in de opeenvolgende kampen moesten de gevangenen binnen een korte tijd fataal worden.

In Natzweiler-Struthoff kreeg Bob te maken met zware mishandelingen, slechte voeding en gebrekkige medische zorg, terwijl hij loodzwaar werk moest verrichten in de granietmijnen. Het was dus niet verwonderlijk dat gevangenen snel verzwakten en overleden. Om onduidelijke weken zou Bob de Leeuw in september 1944 twee weken lang heen en weer gestuurd zijn naar Dachau, om weer snel terug te keren naar Natzweiler-Struthof. Vanuit het hoofdkamp werd hij eerst gestuurd naar Haslach, waar zich enkele buitenkampen bevonden. De eerste waar hij terecht kwam was Sportplatz (soms ook Barbe genoemd ; zie onderstaande foto’s) in het Zwarte Woud, waar vanwege de toenemende geallieerde Haslach Sportplatz 1bombardementen op Duitse steden tunnels in een steengroeve moesten worden uitgegraven om de verplaatsing van fabrieksinstallaties naar ondergrondse wapenfabrieken mogelijk te maken. Deze subkampen in Haslach werden op 16 september 1944 in gebruik genomen, toen vanuit de kampen Dachau en München-Allach in totaal 399 gevangenen arriveerden. Bob de Leeuw maakte dus deel uit van deze eerste lichting, die voornamelijk bestond uit Franse verzetsstrijders. De groep werd ondergebracht in een opslagloods van de Wehrmacht op het sportveld Haslach. Op 16 februari 1945 werd Sportplatz gesloten en werden de gevangenen, waaronder Bob de Leeuw) overgebracht naar Kamp Dautmergen en Kamp Vaihingen. De Leeuw kwam in het kamp Vaihingen a/d Enz terecht, ook een Haslach-buitenkamp van Natzweiler-Struthof dat van 9 augustus 1944 tot 16 april 1945 operationeel was.  In de vier barakken van het kamp hebben in die korte periode ongeveer 5.000 mensen in dit kamp gezeten. In de Haslach Sportplatz 2ondergrondse fabriek moesten onderdelen voor Messerschmitt-vliegtuigen worden gebouwd. De eerste gevangenen waren 2.189 Poolse Joden, die vanuit het concentratiekamp Auschwitz werden overgebracht. Vanaf oktober 1944 werd het kamp verbouwd tot SS-hospitaal, waar vanaf 10 november 1944 zieke gevangenen uit kampen in de omgeving naartoe werden gebracht Verzorging kregen ze er echter nauwelijks. In totaal zouden met 25 transporten in totaal 2.442 zeer zieke gevangenen naar Vaihingen  worden gebracht. Bob de Leeuw was één van hen. Hij kwam aan kort nadat in januari in het kamp tyfus was uitgebroken, waarna veel gevangenen overleden. Vanwege de tyfusuitbraak werd besloten het kamp te sluiten en de 515 gevangenen die nog konden lopen, over te brengen naar concentratiekamp Dachau. Op 7 april 1945 werd het kamp, waar zich nog ongeveer 650 gevangenen bevonden, door Franse troepen bevrijd. Op 16 april 1945 was het kamp leeg en werden de barakken in brand gestoken. In massagraven werden later omstreeks 1.700 lijken van gestorven gevangenen aangetroffen. Ruim 230 van hen konden worden geïdentificeerd en werden voor herbegraving overgebracht naar hun eigen land. De 1.267 anonieme slachtoffers werden herbegraven op de begraafplaats, die in 1958 bij het kamp werd aangelegd. Op 25 juli 1998 werd in Haslach de ‘Gedenkstätte Vulkan’ geopend ter herinnering aan de ruim 1.700 gevangenen uit twintig landen die hier in het laatste jaar van het nationaalsocialistische bewind om het leven kwamen en de gevangen die wel de folteringen en dwangarbeid hier overleefden.

Bob de Leeuw stierf er op 23 maart 1945 op 40-jarige leeftijd. Hij liet een vrouw en dochter over. Na de oorlog zijn er diverse oproepen gedaan om informatie te krijgen over zijn lot, waaronder de oproep in De Zwerver. Over een verblijf in het Oostenrijkse Melk, waarover in de oproep werd gesproken, is niets bekend. Melk was van 21 april 1944 tot april 1945 een buitenkamp van concentratiekamp Mauthausen. De oproep resulteerde erin dat zijn nabestaande alsnog worden geïnformeerd over zijn overlijden en zijn tocht langs de vele Duitse kampen. Er werd nergens melding gemaakt van een herbegrafenis in Nederland, zodat Bob de Leeuw naar alle waarschijnlijkheid in eerste instantie in een van de massagraven van kamp Vaihingen lag en een van de anonieme slachtoffers die in 1958 in de begraafplaats van dat kamp herbegraven werd.

Haslach KZ-Gedenkstätte Vulkan

Dit item was geplaatst door Muis.