PIOTRKÓW TRYBUNALSKI, GEWOON EEN STADJE IN POLEN (deel 8)
Yisrael Meir Lau werd op 1 juni 1937 geboren in Piotrków Trybunalski en was een van de zeer weinige uit zijn geboortestad die de oorlog overleefde. Zijn vader, rabbijn Moshe Chaim Lau (Lviv, 22 mei 1891 – Treblinka, oktober 1942) was de laatste opperrabbijn van deze stad en werd op 51-jarige leeftijd vermoord in het vernietigingskamp Treblinka. Toen Yisrael Meir Lau nog maar amper zes jaar oud was werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Treblinka en daar gescheiden van zijn vader Moshe en moeder Chaya Fraenkel-Teomim (Chrzanow, 1 januari 1900–Ravensbrück, 1945), die uiteindelijk in de loop van 1945 in het Duitse concentratiekamp van ontbering zou sterven. Ook bijna alle andere kinderen van het gezin zouden de oorlog niet overleven. Slechts Yisrael Meir Lau en zijn oudere broer Naphtali Lau-Lavie (1926-2014) zouden wel overleven en naar Palestina emigreren. Op 21 augustus 1943 werd Treblinka ontmanteld en werd het gehele terrein omgebouwd tot een boerderij. Een Oekraïense bewaker bleef achter om de indruk te wekken dat er niets bijzonders was gebeurd en ook om te voorkomen dat de lokale bevolking zou gaan zoeken naar mogelijk achtergebleven kostbaarheden. De laatst overgebleven Joodse gevangenen werden overgebracht naar Sobibór. In november 1943 resteerde er niets meer van Treblinka, waar na Auschwitz de meeste Joden werden vermoord. De jonge Yisrael Meir Lau kan dus nooit erg lang in dit concentratiekamp hebben verbleven. Hij werd uiteindelijk op 11 april 1945 bevrijd in het concentratiekamp Buchenwald, nog geen acht jaar oud. Dat hij die erbarmelijke omstandigheden wist te overleven schreef Yisrael later toe aan de heldhaftige inspanningen van zijn oudere broer Naphtali Lau-Lavie, die hem samen met andere gevangenen de hele tijd verborgen hield. Bij de bevrijding werd hij ontdekt door Herschel Schacter (1917- 2013), een jonge rabbi met Poolse roots die met de Amerikaanse legers optrok en als eerste aanwezig was bij het bevrijden van vernietigingskampen. In de verschillende kampen trof hij ongeveer duizend kinderen aan van wie de ouders niet langer leefden. Een daarvan was een jongetje dat Lulek werd genoemd en die zich verschuilde achter een grote stapel lijken. De foto’s van het bevrijde jongetje gingen de wereld over en Lulek werd zo een symbool voor de onmenselijkheden van het naziregime. Bijna zijn hele familie was vermoord, behalve zijn broer Naftali Lau-Lavie, zijn halfbroer Yehoshua Lau-Hager en een oom, die voor de oorlog al in het mandaatgebied Palestina woonde.
Al in juli 1945 emigreerde de drie overlevenden naar Palestina, waar Yisrael Meir Lau werd opgevoed door een oom en tante. Hij studeerde later aan de beroemde religieuze scholen, werd in 1961 tot rabbijn gewijd. In 1978 werd Lau aangesteld als opperrabbijn van de stad Netanya. In 1983 werd Lau benoemd tot lid van het Israëlisch opperrabbinaat en in 1988 als opperrabbijn van Tel Aviv, een functie die hij bekleedde tot 1993. Van 1993 tot en met 2003 was Lau de opperrabbijn van Israël. Yisrael Meir is de 38ste generatie in een ononderbroken reeks rabbijnen in zijn familie. Lau wordt ‘de rabbijn van de consensus’ genoemd, omdat hij uiteenlopende joodse groepen weet samen te brengen. Hij heeft zowel nauwe banden met de Haredi-gemeenschap als met de modern-orthodoxe joden. Hij heeft drie zonen en vijf dochters, waarvan ook de drie zonen rabbijn zijn geworden.

