HENNY EICKENBOOM – 008
Henny Eickenboom (Den Haag, 22 februari 1933) woonde bij het uitbreken van de oorlog met haar ouders in Maastricht. Haar oorspronkelijke naam was Henny Fresco, de dochter van de ongehuwde Adriana Eleonora Fresco (Den Haag, 9 maart 1911), die op 28 september 1938 in Den Haag zou trouwen met Peter Anton Eickenboom (Wesel, 7 november 1909 – Amstelveen, 28 januari 2001), die in het Amsterdamse Gemeentearchief stond ingeschreven als kantoorbediende en musicus. Hij was de kleinzoon van de Maastrichtse porseleinwerker Piet Eikenboom (Maastricht, 28 juni 1845), die in 1884 met zijn gezin verhuisde naar het Duitse Poppelsdorf, in de omgeving van Bonn. In 1894 emigreerde het gezin voor de tweede keer, nu naar Longwy in de Franse Elzas. Daar raken vader Piet, moeder Jantje en drie van hun zoons in conflict met de familie Balthasar, wat leidde tot wat slagen over en weer en enkele verwondingen. Elk gezinslid kreeg een boete van vijf frank en men keerde weer terug naar Duitsland. Zoon Willem Eikenboom (Maastricht, 9 januari 1878 – Rotterdam, 21 december 1953), de vader van Peter Anton, verhuisde in 1910 voor een paar jaar naar Engeland, maar het is bekend of zijn vrouw en pasgeboren zoon toen meegingen. Peter Anton groeide verder op in Duitsland, de reden dat zijn achternaam toen werd gewijzigd in ‘Eickenboom’. Na de oorlog keerde de gebruikelijke Nederlandse achternaam weer terug. Blijkbaar verhuisde het gezin Eickenboom-Fresco naar Maastricht, de thuisbasis van de echtgenoot. Er werden daar nog drie kinderen geboren: Louis, Lilian en Boudewijn Eickenboom. Henny Fresco werd blijkbaar door Piet, de roepnaam van Peter Anton, erkend als zijn dochter en kreeg de naam Henny Eickenboom. Het was blijkbaar geen gelukkig huwelijk, want op 30 maart 1942 werd het huwelijk na slechts iets meer dan drie jaar ontbonden. Het is ook niet ondenkbaar dat het feit dat het een huwelijk was met een Joodse vrouw een rol speelde. Adriana Fresco bleef gewoon in Maastricht wonen, waar ze op 4 augustus 1945 na een ongelukkige val van de trap op slechts 34-jarige leeftijd zou overlijden. Ex-partner Piet Eickenboom was op 91-jarige leeftijd in Amstelveen overlijden.
Gedurende de oorlog moet het voor Adriana Fresco duidelijk zijn geworden dat een onderduikadres moest worden gevonden voor dochtertje Henny omdat de inschatting was dat haar Joodse achtergrond door de Nederlandse naam niet verborgen kon blijven. Via het netwerk van Hanna van der Voort kwam ze in 1943 terecht bij Gerard Verstraelen (Blitterswijck, 5 mei 1909 – Blitterswijck, 17 maart 1967), zijn
echtgenote An Driessen (Blitterswijck, 27 november 1911 – Blitterswijck, 26 januari 2000) en hun zoontje Chris die aan de Pastoor Verheggenstraat 23 in Blitterswijck woonde. Het gezin woonde precies tegenover de dorpsschool, die voor Henny te gevaarlijk werd gevonden om naar toe te gaan. Haar kamer lag aan de voorkant van het huis, wat nogal riskant was. Er was een paar keer een huiszoeking en dat moest Henny steeds verhuizen naar een veilig plekje om zich te verstoppen: het kippenhok, het konijnenhok, de windmolen, de schuur of kelder van een buurman. Het gezin kreeg via Hanna van de Voort of Nico Dohmen uit het nabijgelegen Tienray steeds voldoende bonkaarten.
In de loop van 1944 kwam de oorlogsgevechten steeds dichter bij het dorp Blitterswijck. Op een gegeven momenten kregen ze onderdak van gewonde Duitse soldaten die verzorgd moesten worden, kort daarna vroegen gewonde Britse militairen voor dezelfde hulp. Kort daarna moest het hele dorp worden geëvacueerd omdat er ernstige bombardementen plaatsvonden. Blitterswijck werd voor de eerste keer bevrijd door de Argill and Sutherland Highlanders, maar men wist op voorhand al dat een snelle terugkeer van de Duitsers onvermijdelijk was. Uit voorzorg werd de bevolking geëvacueerd naar het ‘krankzinnigengesticht’ Sint Servatius in Venray, waar enkele paviljoens zowel bovengronds als ondergronds met elkaar verbonden waren. Deze kelders boden daarom tijdens de bombardementen voor de patiënten en broeders, maar ook voor veel inwoners van Venray en vluchtelingen uit de omgeving een veilige schuilplaats. Omdat het water in de Maas uitzonderlijk hoog stond
en veel wegen en akkers overstroomd waren, moesten veel mensen door het water lopen om Sint Servatius te bereiken. Ook het gezin Verstraelen vluchtte met hun onderduikstertje naar ‘Sint-Servaas’, met Henny vanwege het hoge water zittend op het stuur van de fiets. Veel personen voelden zich echter niet prettig in het met vluchtelingen overvolle Venray en zochten onderdak in de naburige dorpen America, Castenray, Geldrop, Horst, Meerlo, Melderslo, Merselo, Mortel, Oirlo, Oostrum, Sevenum, Son, Swolgen, Tienray, Valkenswaard en zelfs naar België. Het bleek verstandig om te evacueren, want de Duitsers waren met een regen van mortieren teruggekeerd naar Blitterswijck. Op Nieuwjaarsdag vestigden ze een bruggenhoofd langs de Maas van Wanssum tot Blitterswijck, waardoor het dorp enorme schade ondervond. Zo kreeg Kasteel Blitterswijck in november 1944 inkwartiering van Duitse militairen. Op een gegeven ogenblik ontplofte een Duitse vrachtwagen vol handgranaten. Een vijftal militairen
kwam daarbij om. Terugtrekkende Duitsers vernielden de rest van het kasteel, waarvan slechts een ruïne resteerde. Er sneuvelden veel Duitse, Britse en Poolse militairen bij de gevechten in en rondom Blitterswijck. Toen dit deel van Nederland bevrijd was, konden de Verstraelens terugkeren naar hun totaal verwoeste dorp. De school was met de grond gelijkgemaakt en hun huis was gedeeltelijk verwoest. Toch waren de Verstraelens blij dat ze in ieder geval het leven van één Joods meisje hadden weten te redden. Uit de fotocollectie van Van der Voort resteert slechts een foto die waarschijnlijk kort na de bevrijding is genomen. Hierop op de voorste rij Salomon Schrijver, Wim Lindner en Jantje Montezinos en op de achterste rij Eva Nagel, Henny Eickenboom en Alice Onderwijzer.
Op 7 juli 1986 erkende Yad Vashem Gerard Verstraelen en Johanna P. Verstraelen-Driessen als Rechtvaardigen onder de Volkeren. Henny Eickenboom verhuisde na de oorlog naar Israël, werd na haar huwelijk Henny Schwegler, kreeg twee zonen en twee dochters en vestigde zich in de kibboets Geva, een nederzetting die in 1921 door Joodse immigranten uit Polen en Rusland was gesticht in de omgeving van de huidige Israëlische stad Afula en het Palestijnse Jenin. De bescheiden nederzetting vlak boven de bezette Westelijke Jordaanoever was ook lang het verblijf van Shimon Peres en de folkgroep The Gevatron.
