CONCENTRATIEKAMP NEUENGAMME 2

Neuengamme 1Begin 1945 waren er voor het hele kamp ongeveer 49.000 gevangenen geregistreerd, waarvan ongeveer 10.000 vrouwen. Alleen al het hoofdkamp was drie keer overvol met 12.000 gevangenen. Het hele kamp Neuengamme werd beheerd door 2.211 SS-leden. Inclusief de subkampen werden tussen januari 1945 en de ontruiming van het kamp minstens 9.000 doden geregistreerd. Op 15 maart 1945 begon de repatriëring van de Scandinavische gevangenen, vanaf 24 maart 1945 werden de subkampen ontruimd, als eerste de Emsland-kampen. Naar schatting 20.000 gevangenen werden overgebracht naar opvangkampen zoals Bergen-Belsen , Stammlager XB in Sandbostel of Wöbbelin. Vele duizenden gevangenen stierven van de honger. Op 8 april 1945 bombardeerde het Britse leger een gevangenentrein, waarbij ongeveer 2.000 gevangenen omkwamen. Het 9e Amerikaanse leger bevrijdden op 14 april 1945 3.000 vrouwen uit het kamp Salzwedel. Vanaf 19 april 1945 werd het hoofdkamp geëvacueerd. In Neuengamme voerde SS-arts Kurt Heißmeyer (1905-1967) tuberculose-experimenten uit op gevangenen. In de nacht van 20 op 21 april 1945, slechts enkele dagen voor het einde van de oorlog, werden twintig Joodse kinderen vermoord in de kelder van de school aan de Bullenhuser Damm in Hamburg-Rothenburgsort, een gebouw dat sinds oktober 1944 als subkamp werd gebruikt. Hun vier verzorgers en 24 Sovjet-krijgsgevangenen werden samen met de kinderen vermoord. De moord was bedoeld om elk bewijs van menselijke experimenten te verdoezelen voor de naderende Britse troepen. Tussen 20 en 26 april 1945 werden zo’n 9.000 gevangenen naar Lübeck vervoerd en op de schepen Cap Arcona, Thielbek en Elmenhorst geplaatst. Het zinken van de Cap Arcona bij Neustadt op 3 mei 1945 eiste ongeveer 7.100 levens, waaronder 6.600 gevangenen. Ook de stoomschepen Olga Siemers en Rheinfels werden in april 1945 ingezet om concentratiekampgevangenen uit Neuengamme te vervoeren. Eind april 1945 werden de laatste 600 tot 700 gevangenen geëvacueerd, alle dossiers werden vernietigd en het kamp werd gedeeltelijk ontmanteld en opgeruimd. De laatste gevangenen werden overgebracht naar de speciale eenheid SS Dirlewanger. Op 2 mei 1945 troffen Britse troepen het concentratiekamp leeg aan. De laatste gevangenen werden op 10 mei 1945 in Flensburg vrijgelaten.

Neuengamme-WöbbelinDoor de gevolgen van de oorlog duurde het evacuatietransport per spoor wel een week. Soms moesten de gevangenen dagenlang te voet zonder adequate verzorging aan een dodenmars meedoen. De meeste van die dodenmarsen begonnen vanuit het hoofdkamp. De 8.000 voornamelijk vrouwelijke Joodse gevangenen werden naar Bergen-Belsen gestuurd. Ook de gevangenen uit het subkamp van de accumulatorfabriek in Hannover-Stöcken werden nog steeds beschouwd als ‘fit om te marcheren’ en werden te voet richting Bergen-Belsen gedreven. Enkele honderden gevangenen werden per trein naar Mieste gebracht, waar de meesten kort na aankomst werden vermoord tijdens het bloedbad in de Isenschnibber-veldschuur in Gardelegen. Omdat alle opvangmogelijkheden verder uitgeput waren, bevonden in april 1945 in het hoofdkamp nog steeds ongeveer 14.000 zieke gevangenen, te ziek om verder vervoerd te worden. Naar het subkamp Sandbostel werden 9.000 zieke gevangenen met tyfus en dysenterie overgebracht en daar aan hun lot overgelaten, 5.000 geNeuengamme-Wöbbelin 2vangenen wachten hetzelfde lot in subkamp Wöbbelin gedeporteerd. Terwijl de evacuatie van het concentratiekamp Neuengamme al in volle gang was, werden 58 mannelijke en 13 vrouwelijke verzetsstrijders uit de politiegevangenis van Fuhlsbüttel op bevel van de SS’er Georg-Henning Graf von Bassewitz (1900-1949) naar Neuengamme gebracht voor executie. Tussen 21 en 23 april werden ze in de detentiebunker opgehangen. Toen enkele van hen zich verdedigden, werd door Schutzhaftlagerführer Anton Thumann (1912-1946) een handgranaat naar binnen gegooid. De allerlaatste zevenhonderd gevangenen moesten de sporen van de misdaden in het concentratiekamp Neuengamme verwijderen en verlieten het kamp tussen 30 april en 2 mei 1945. Deze ‘evacuatiemars’ stond onder leiding van kampleider Thumann en zijn ondergeschikte Wilhelm Dreimann (1904-1946) en ging richting Flensburg aan de Deense grens.

Het kamp Neuengamme had 92 buitenkampen die zich uitstrekten van de Nederlandse tot de Deense grens. Van de ongeveer 100.000 gevangenen uit Duitsland (9% van de gevangenen) en de bezette landen (91%) die daar tot 1945 gevangen zaten, stierven er minstens 42.900 als gevolg van de onmenselijke werk- en levensomstandigheden, door moord en tijdens de dodenmarsen bij de ontruiming van het kamp. Neuengamme was daarmee het dodelijkste Duitse werkkamp. Bij aankomst werden alle persoonlijke bezittingen afgenomen, werd daarna al het lichaamshaar afgeschoren en kreeg men een nummer op een zinken plaatje dat om de nek gedragen moest worden. De SS probeerde de morele en psychische weerstand van de gevangenen te breken door hen in vernederende omstandigheden te laten leven en werken. De barakken waren overvol, sanitaire voorzieningen waren ontoereikend en enige privacy was er niet. Men kreeg onvoldoende voedsel en moest zware arbeid verrichten. De dag was zo strikt ingedeeld dat er nauwelijks een vrije minuut overbleef. De gevangen woonden in standaard houten barakken van vijftig bij acht meter. Vanaf 1941 waren de barakken uitgerust met bedconstructies van drie verdiepingen, kluisjes, tafels en banken. Eén blok was bedoeld voor ongeveer driehonderd gevangenen. In de latere jaren van de oorlog huisvestten ze echter vaak wel zeshonderd gevangenen. In 1943-1944 werden twee gevangenisblokken met stenen gebouwen voor ruim zevenhonderd gevangenen gerealiseerd. De gevangenen droegen de bekende gestreepte broeken, jassen en hoeden die het hele jaar door en onder alle weersomstandigheden gedragen moesten worden. Hun dieet bestond uit water, gemoute koffie, brood, pap en soep. De gevangenen moesten de bewakers begroeten, voor hen in de houding staan en hun hoed afzetten. Hun leven werd constant bedreigd door mishandeling, hard werken, honger, ziekte, slechte hygiënische omstandigheden en executies.

Neuengamme SkulpturSculptuur ‘De stervende gevangene’ van Françoise Salmon in het concentratiekampmonument Neuengamme

Na de oorlog werd wat nog resteerde van het kamp eerst gebruikt als interneringskamp en doorgangskamp. In mei 1945 werd het kamp vier weken lang gebruikt om ontheemden op te vangen en te zorgen voor terugkeer naar hun vaderland. Vanaf 5 mei 1945 bevonden zich onder deze voormalige dwangarbeiders en concentratiekampgevangenen vooral tienduizenden Sovjet-dwangarbeiders. Al vier dagen na de opzet van dit doorgangskamp werd een begin gemaakt met de repatriëring van de Russen. Een ander deel van het terrein werd gebruikt om Duitse krijgsgevangenen te huisvesten. De hygiënische omstandigheden in het kamp moeten in die fase bijna net zo erbarmelijk zijn geweest als de maanden daarvoor. Op 27 mei 1945 riep de Britse militaire leiding via de radio de burgers van Hamburg op kleding te sturen voor de mannelijke en vrouwelijke bevolking. De respons was ambivalent. Veel Hamburgers namen wraak op de ontheemden in het kamp, waarbij zelfs enkelen van hen om hert leven kwamen. De Britten stelden daarna een aantal dagen een avondklok in. Eind mei 1945 werd het doorgangskamp voor de displaced persons’ gesloten en werd in het Hamburgse park Planten un Blomen het doorgangskamp Zoo opgericht om de repatriëring naar de Sovjet-Unie te regelen. Tot in 1950 waren er in Hamburg nog steeds zes kampen voor ongeveer 4.000 ‘displaced persons’ die door de Hamburgse sociale autoriteiten inmiddels werden beschouwd als ‘dakloze buitenlanders’. Vanaf de zomer van 1945 tot augustus 1948 was het een interneringskamp waar nazi-functionarissen, SS-leiders en beschuldigde staatsfunctionarissen werden vastgehouden. Vanaf november 1945 onder de officiële naam Civil Internment Camp No. 6 (CIC 6). Vanaf de herfst van 1946 bevond zich naast het interneringskamp een doorgangskamp voor Duitse gezinnen die waren verdreven uit Aziatische, Afrikaanse en Europese landen. Nadat het kampterrein in 1948 weer aan de stad Hamburg was overgedrageNeuengamme 5n, werd er een mannengevangenis ingericht, eerst in de steenfabriek en vervolgens in september 1948 in het voormalige gevangenenkamp. Later werden de voormalige kampkazernes en andere gebouwen van het voormalige concentratiekamp geleidelijk gesloopt en werd een nieuw cellenblok gebouwd. De steenfabriek werd verhuurd. Op de plek van het concentratiekamp bestaat sinds 2005 het concentratiekampmonument Neuengamme als tentoonstellings-, vergader- en studiecentrum. Drie van Neuengammes buitenkampen zijn omgevormd tot oorlogsmonumenten.

Tussen 1946 en 1948 moesten meer dan 120 leden van het kamppersoneel van Neuengamme terechtstaan ​​voor Britse militaire rechtbanken. Het hoofdproces vond plaats van 18 maart tot 13 mei 1946 in het Curiohaus in Hamburg als onderdeel van de Curiohaus-processen, waarbij veertien hNeuengamme 6oge SS-officieren en bewakers uit het concentratiekamp Neuengamme werden aangeklaagd. Er werden elf doodvonnissen uitgesproken, die op 8 oktober 1946 werden uitgevoerd door ophanging in de gevangenis van Hameln . Onder de geëxecuteerden waren de al genoemde kampcommandant Max Pauly, Schutzhaftlagerführer Anton Thumann, Rottenführer Wilhelm Bahr, SS-Unterscharführer Wilhelm Dreimann en SS-Hauptsturmführer KZ-Arzt Alfred Trzebinski. In zeven vervolgprocessen in hetzelfde Curiohaus werden nogmaals vijftien personen vanwege hun oorlogsmisdrijven in Neuengamme veroordeeld, waarvan twaalf doodvonnissen die in acht gevallen werd voltrokken: Schutzhaftlagerführer Albert Lütkemeyer, SS-Oberscharführer  Ewald Jauch, SS-Unterscharführer Johann Frahm en de SS-arts Kurt Heißmeyer. Op 20 februari 2021 hebben de VS de voormalige concentratiekampbewaker Friedrich Karl Berger uitgeleverd aan Duitsland, maar tot een daadwerkelijke strafprocedure tegen de hoogbejaarde oorlogsmisdadiger is het nooit gekomen.

Dit item was geplaatst door Muis.