EDGAR KELLNER – 013
Van Edgar Kellner is aanvankelijk slechts bekend dat hij in september 1943 moet zijn geboren en verbleef bij het echtpaar Sjaak Gielen (Venray, 17 mei 1912 – Venlo, 12 maart 1984) (foto links) en Marie Gielen-Janssen (Meerlo, 15 november 1911 – Tienray, 25 juni 1993). Het echtpaar trouwde op 22 april 1939 in Meerlo, waar ze gingen wonen in de buurtschap Moleneind, iets ten noorden van Meerlo, tegenover frietkraam De Hap. De buurtschap Moleneind kent momenteel dertig huizen en heeft 75 inwoners. Dat zal in de oorlogsjaren waarschijnlijk nog iets minder zijn geweest. Het echtpaar is kinderloos gebleven. Eind 1943 heeft men dus de Joodse baby Edgar Kellner in huis genomen, ongetwijfeld op verzoek van mensen uit de groep van Hanna van der Voort, die dit een betrouwbaar en veilig adres vonden. Het echtpaar was snel zeer verknocht geraakt aan het mannetje, dat als nieuwe voornaam Eddie of Jacky schijnt te hebben gekregen. Het enige bericht dat ik over hen vond, sloot af met de kille mededeling: ‘De moeder van het mannetje heeft de oorlog overleefd en het jongetje weer afgehaald’.
Wie was nu deze moeder? Op Joods Monument komt de naam Kellner maar vier keer voor, waaronder Juliana Halberstad-Kellner (Schwarzbach, 10 april 1877 – Auschwitz, 3 augustus 1944), lerares Berta Kellner (Praag, 9 september 1894 – Auschwitz, 17 september 1943) en Lilli Kellner (Keulen, 12 juli 1925). Lilli arriveerde op 22 november 1938 als dertienjarige vluchtelinge in Nederland, waar zij werd opgevangen in enkele verzamelplekken voor Palestina-Pioniers. Van 5 januari 1940 tot 7 december 1942 woonde zij als pupil in het Jeugd-Alijah tehuis in Paviljoen Loosdrechtse Rade te Loosdrecht. Hierna dook zij onder en probeerde vanuit haar onderduikadres samen met zeven andere Palestina-Pioniers naar Zwitserland te ontsnappen. De groep werd echter aan de Belgische grens opgepakt. Lilli Kellner werd op 31 oktober 1942 met transport XVII van Mechelen naar Auschwitz gedeporteerd en is daar op een onbekende datum overleden. Geen van de drie vrouwen kan de moeder van de kleine Edgar Kellner zijn geweest.
Dan was er nog Hermann Listrede Kellner (Wenen, 20 mei 1921 – Herzla, Israël, 2 september 1972). Hij kwam in januari 1939 vanuit het Zwitserse Diepoldsau, dat aan de Rijn aan de grens met Oostenrijk, maar ook dicht bij de Bodensee en dus Duitsland. Diepoldsau was daarmee een belangrijk kruispunt voor Joden die nazi-Duitsland en Oostenrijk ontvluchtten naar het gebied rond St. Gallen. In 1938 werd in een oude borduurfabriek een werkkamp voor vluchtelingen ingericht, die onder toezicht stond van het Zwitserse Rode Kruis en gefinancierd werd door de Joodse Gemeenschap van St. Gallen. Dit was in overeenstemming met het Zwitserse beleid dat religieuze gemeenschappen financieel verantwoordelijk waren voor vluchtelingen van hun denominatie, wat een enorme druk uitoefende op de relatief kleine Joodse gemeenschappen. De Zwitserse federale regering droeg niets bij. Blijkbaar werd de situatie van het nabije Duitsland en Oostenrijk te dreigend zodat Hermann via de vliegschool Teuge uitweek naar Nederland. Hij was een pionier van de Deventer Vereniging en woonde toen op ‘De Korenbloem’, aan de Papenstraat 45 te Deventer. In februari 1939 vertrok hij naar Wierden en vervolgens naar Deurningen. Daar had de familie Arnold ten Kate op hun boerderij in de buurt van de Oude Postweg vijf Palestina-pioniers in huis. In de periode 1934-1942 verbleven binnen de toenmalige gemeente Weerselo maar liefst 36 Palestina-pioniers om een agrarische opleiding te volgen ter voorbereiding van migratie naar het toenmalige Palestina. Enkele van deze voornamelijk Duitse of Oostenrijkse Joden sloten zich in de oorlog aan bij de Westerweelgroep. Hermann Kellner vertrok later naar Laag-Soeren, waar hij op 24 december 1943 werd opgepakt en werd doorgestuurd naar Westerbork. Op dinsdag 25 januari 1944 werd hij op transport gezet naar Auschwitz, in een transport van 26 wagons met 391 mannen, 435 vrouwen en 122 kinderen. Hermann Kellner slaagde er onderweg in Polen in uit de trein te springen, werd kort daarna voor de tweede maal gearresteerd en overgebracht naar Katowice. Van daaruit werd hij als Nederlandse dwangarbeider overgebracht naar Bremen, waar hij in mei 1945 werd bevrijd door de geallieerden. Enkele jaren na de oorlog emigreerde hij naar Israël en vestigde zich in Herzliya bij Tel Aviv, dat in 1924 door zeven pioniersfamilies was gesticht in het mandaatgebied Palestina en werd vernoemd naar Theodor Herzl, de grondlegger van het zionisme. Hij trad hier in 1953 in het huwelijk. Ook zijn zus Berta en broer Jacob overleefden de Holocaust.
Deze Hermann Kelln
er was op 16 september 1942 op 21-jarige leeftijd in Rheden in het huwelijk getreden met de 19-jarige Elisabeth Rozette Sluizer, uit Amsterdam. Op 13 maart 1947 werd door de Rechtbank
van Maastricht bij verstek van Hermann Kellner, waarvan de woon- of verblijfplaats onbekend is, de echtscheiding uitgesproken. Elisabeth Sluizer woonde op dat moment op de Schutterstraat 19, in Brunssum, waar op dat moment op E.R. Kellner-Sluizer staat ingeschreven. Dat kan niet anders of dat moet de Edgar Kellner zijn die in 1945 in Moleneind-Meerlo is opgehaald. Op 6september 1947 komt Elisabeth Sluizer weer voor in het bevolkingsregister van Rheden, om in dat register te laten aantekenen dat op de echtscheiding geen bezwaar is binnengekomen of hoger beroep is aangetekend.
Daarna wordthet ineens problematisch. In een mailuitwisseling over het vliegveld Hailfingen, waar zich van november 1944 tot februari 1945 het KZ-Außenlager Hailfingen-Tailfingen bevond, een buitenkamp van KZ Natzweiler-Struthof, tref ik het volgende bericht van 17 juli 1917 aan van Vered Schlauzer: ’I’m all shaking and crying with emotional feelings. thank you so much! my grandfather is looking at me from the photo and his facial features are very much the same of my father’s – his son. from the stories we heard from my grandmother, Werner was a very brave man and a hero. some of the information that you wrote me I know for the last few weeks but much of it and the photo!!! is new and very moving! I’m so happy of my decision to write to Johannes Kuhn this morning. I will tell my father and my family all about it. one of the new things I’ve learned two weeks ago is that my father has a half brother named WALDAMAR MINDEN, born in sao paulo.
Op 1 augustus vervolgde ze: ‘I invite my father to my house to tell him the news and to show him the photo. He was very emotionally excited. The only photo of his father that he had was lost in a fire. He confirms immediately that this is his father. the resemblance between them is amazing. Werner met my grandmother 1942 (Elizabeta Rozette Sluizer *15.4.1923) in Holland. He was 14 years older. He was the love of her life. They couldn´t marry of course but their love brought my father to the world. Werner was taken by the Nazis a month after my father was born. My grandmother gave him her maiden name – Sluizer.’ Iets verderop in de tekst kwam Miri Sofaro, de halfzuster van Edgar Sluizer, met het bericht: ’Werner saved his son from the Amsterdam Hospital razzia, by smuggling him out in a food basket. I can tell more brave stories about Werner and Elizabeth’.
De samensteller van de bundel voegde er nog aan toe: ‘Elizabeta Rozette Sluizers Sohn Edgar Rudolf Sluizer kam am 16.7.1943 im Ghetto von Amsterdam zur Welt. Elizabetha Sluizer versteckte sich bis Kriegsende an 12 verschiedenen Orten. 1941 wurde die Jodenbuurt in Amsterdam von den Nationalsozialisten zum Ghetto erklärt und stetig wachsenden Einschränkungen unterworfen. Am 10. Januar 1941 mussten sich alle jüdischen Bürger registrieren lassen. Ab 6. Juli 1942 durften Juden nicht mehr telefonieren und keine nichtjüdischen Personen besuchen. Autofahren für Juden wurde am 23. Oktober 1942 verboten, und im Mai, Juni und September 1943 fanden in Amsterdam drei große Razzien statt.‘
Deze Werner betreft Werner Josef Minden (Erckenschwick, 10 oktober 1909 – Midden-Europa, 30 januari 1945). In 1919 verhuisde het gezin Minden vanuit het Ruhrgebied naar Boostedt (Sleeswijk-Holstein), in 1921 naar het nabijgelegen Bad Bramstedt en op 17 mei 1929 naar Neumünster, een wat grotere plaats in Sleeswijk-Holstein. Van daaruit ging Werner naar Bremerhaven en ging de zee op. Op 19 juli 1933 trouwde hij met Herma Meyer (Bremerhaven, 30 december 1908), een niet-joodse vrouw. Het echtpaar woonde in Bremerhaven en Lübeck. Op 6 mei 1936 meldde het echtpaar zich bij de politie in Lübeck met het voornemen te willen emigreren. In juli 1939 vertrok Herma Minden-Meyer inderdaad naar Brazilië, waar ze zich onder haar meisjesnaam vestigde in Sao Vicente/Sao Paulo. Ze had op 30 januari 1930 een zoon Waldemar gekregen, waarvan verondersteld mag worden dat Werner Josef Minden de vader was. Op de huwelijksakte van Waldemar in 1953 werd hij echter niet als vader vermeld. Waldemar Meyer heeft verschillende periodes (1930-1933, 1941 en 1953) in Bremerhaven gewoond en woonde het laatste deel van zijn leven in Osterholz-Scharmbeck (tussen Bremen en Bremerhaven), waar hij op 6 september 2006 overleed. Hij had een getrouwde dochter en meerdere kleinkinderen.
Werner Josef Minden ging in juli 1939 niet mee naar Brazilië, terwijl als Jood aanzienlijk meer redenen had om Duitsland te verlaten. Werner emigreerde naar Nederland en werkte in Amsterdam en Tilburg als slager. Op 9 december 1940 werd hij vanuit Tilburg naar het ‘doorgangskamp’ Westerbork gestuurd. Hij werd op 6 augustus 1941 vrijgelaten en vertrok toen naar Enschede. Daar werd hij opnieuw opgepakt en arriveerde op 26 maart 1943 voor de tweede keer in Westerbork. Op 15 mei 1943 kon hij Westerbork weer verlaten en ging toen naar Amsterdam. Daar werd hij gearresteerd, overgebracht naar het concentratiekamp Vught en op 2 maart 1944 kwam hij voor de derde keer terecht in Westerbork. Een dag later werd hij van daaruit naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij op 5 maart 1944 aankwam. Op 28 oktober 1944 werd hij doorgestuurd vaan concentratiekamp Stutthof en van daaruit in november 1944 naar Hailfingen. Op 1 februari 1945 stierf hij in Hailfingen en werd in een massagraf begraven.
.
Elisabeth Rozette Sluizer
Zijn moeder en haar tien broers en zussen kwamen ook om het leven in Auschwitz, zijn vader, in 1879 in het Poolse Budzyn en geëmigreerd naar Duitsland werd op 22 oktober 1941 vanuit Keulen overgebracht naar het getto van Lodz en na de oorlog doodverklaard. Van de vijf broers en vijf zussen van Werner overleefden ook de helft de oorlog niet: Egon (1904-1945), Alice (1906-1941), Erwin (1908-1942), Erika (1912-1999), Günther (1914-1998), Herbert (1916-1945), Hella (1918-1942), Ruth (1919-2010), Eva (1921-2013) en Lothar (1924-1984).
Is het huwelijk met Hermann Kellner nu slechts een schijnhuwelijk geweest. Hij was tot december 1943 op vrije voeten en kan de vader zijn geweest, maar tot maart 1943 was ook Werner Minden een vrij man, dus die kon ook de vader zijn. Slechts Elisabeth Sluizer wist het antwoord. In het Gemeentearchief (verwijskaart, 30238/749) staat vermeld dat Edgar Rudolf Sluizer in september 1943 in Amsterdam is geboren, dus .. wie de vader ook mag zijn geweest, het kind kreeg de achternaam van de moeder. Door het gebruik in Tienray van de achternaam Kellner kan het lastiger zijn geweest de ware identiteit te achterhalen, mocht de nood aan de man komen.
Op dutchjewry vind ik dat Elisabeth, inmiddels onder de Hebreeuwse naam Elisheva Schlauzer voor de tweede keer trouwde met Meir Werner (Warschau, 1925), die in 1946 naar Israël was geëmigreerd. Er zijn van het echtpaar geen kinderen bekend. Van Edgar Rudolf Sluizer, zoon van Meir Werner en Elisabeth Sluizer !!, staat vermeld dat hij in Israël is getrouwd met Simcha Dabosch en vier kinderen kreeg, die de achternaam Schlauzer aanhouden: Vered, Yael, Rotem en Nofar-Nisanith Schlauzer. Wat dan gelukkig toch nog klinkt als een happy end.
