SARAH HEERTJES – 016
Er is weinig bekend over Sarah Heertjes. Ze werd op 19 juli 1930 in Amsterdam geboren, maar in het bevolkingsregister van onze hoofdstad is ze niet terug te vinden, maar ook opsporing in andere steden of andere namen (Heertje, Sara) geeft geen hits op. Zoeken op Joods Monument onder ‘Heertjes’ geeft twee mogelijkheden. De eerste optie is dat ze een dochter was van de pensionhouders Marcus Hartog Heertjes (Amsterdam, 9 juli 1887 – Auschwitz, 8 april 1944) en Esther Heertjes-Wolf (Onstwedde, 24 januari 1894 – Auschwitz, 8 april 1944), die woonde aan de Waalstraat 72-I in Amsterdam en één kind hadden dat de oorlog overleefde. De tweede mogelijkheid is dat haar ouders de winkelier Jeremias Marcus Heertjes (Zutphen, 7 september 1881 – Bergen-Belsen, 11 februari 1945) en zijn echtgenote Rebecca Heertjes-Pimontel (Amsterdam, 10 juli 1892 – Bergen-Belsen, 2 april 1944) waren, waarvan ook de zoon Barend Marcus Heertjes (Amsterdam, 4 december 1926 – Auschwitz, 25 januari 1943) de oorlog niet overleefde, maar twee jongere kinderen dat wel deden. Dit gezin woonde in de Rijnstraat 120 huis te Amsterdam.
Sarah Heertjes werd in 1943 of 1944 eerst ondergebracht bij een gezin in Oirlo, waarschijnlijk bij een gezin Heerink want ze had hier de schuilnaam Annie Heerink. Daar was ze het enig kind in huis, wat haar behoorlijk eenzaam maakte en bovendien miste ze de drukte van de grote stad vreselijk. Daar kwam voor haar nog bij dat in het boerengezin waarin ze terecht kwam de omgangsnormen totaal anders waren dan ze gewend was. Zo werd bijvoorbeeld de broodmaaltijd in het gezin zonder borden gebruikt. Ze schreef brieven vol heimwee aan haar ouders, maar die werden door Nico Dohmen onderschept en uit veiligheidsredenen nooit verstuurd.
Na een tijdje verhuisde ze daarom naar het gezin van Sjang Poels (Broekhuizen, 19 juni 1911 – Meerlo, 4 januari 1990) en Lia Poels-van Neerven (Meerlo, 25 juni 1911-Venray, 24 juni 1996), die in de Hoofdstraat 51 in Meerlo woonde. Hier kreeg ze de schuilnaam Annie Poels. In dit gezin moet ze zich thuis hebben gevoeld, want het echtpaar had enkele kinderen. Kinderen die een stuk jonger waren dan de 14-jarige Sara. Truus Mooren-Poels, een dochtertje van Sjang Poels, was tijdens de oorlog nog maar een kleuter maar wist zich nog goed te herinneren dat er soms wel vijftig mensen in de schuilkelder onder hun huis aan de Hoofdstraat in Meerlo zaten. Ook wist ze nog dat Sara een goede v
riendin had in haar tante, Maria Poels (1929) die woonde in het Kasteelke in Meerlo. Dat gebouw uit de 15e eeuw was in 1920 gekocht door Reinier Poels (1883-1957), die op 18 april 1910 was getrouwd met Huberta Burgers (1882-1961). Het echtpaar had negen kinderen, waarvan Maria Poels (1929-2005) het jongste kind was. Het Kasteelke is nu een rijksmonument.
De binnenplaats van het Kasteelke in Meerlo. Op de voorgrond de familie Poels v.l.n.r. de kinderen Bert, Teng, Truus, Maria, Rein, Sjang, Sef, Sjaak en vader Reinier Poels
De pastoor van Meerlo had Sjang Poels een paar maal het dringende advies gegeven het Joodse kind weg te sturen omdat het te gevaarlijk zou zijn voor hemzelf en het gezin. Dat advies legde Sjang steeds naast zich neer. Moest in het gezin meedoen in de huishouding, speelde er met de kinderen en kreeg als dat nodig werd gevonden dezelfde straf die de anderen kinderen Poels bij wangedrag kregen: een paar minuten opsluiting in een donkere kast. Sara overleefde hier probleemloos de oorlog, maar wel als weeskind. Kort na de bevrijding van Meerlo werd het nog even spannend omdat de Duitsers met een kort tegenoffensief startten. De familie Poels moest toen noodgedwongen evacueren en kwam een tijdje terecht in Eindhoven. Daar werd Sara opgehaald door mensen van Joodse hulporganisaties. Daarna duikt Sara in de archieven weer op als ze op 19 januari 1948 in ’s Graveland deelneemt aan de hachsjara, de voorbereidingsschool op emigratie naar de nieuwe staat Israël, waar ook Lennie Boas, een andere onderduikster uit de groep van Hanna van der Voort aanwezig was. Kort daarna emigreerde Sara naar Israël, trouwde er en kreeg vier kinderen. Ze bleef steeds een intensief contact onderhouden met de familie Poels. Op 8 november 1997 stierf ze plotseling aan een hartstilstand.
Truus Mooren-Poels vertelde in het kader van de serie ‘Getuigen Verhalen, Herinneringen aan mijn Amsterdamse zusje/broertje’ over haar herinneringen aan Sarah Heertje.
