AUSSENKAMP 6 – BRAUNSCHWEIG SS-REITSCHULE

SS-ReitschuleOngeveer vier maanden lang, van november 1944 tot 25 februari 1945, was in Braunschweig het Kamp SS-Reitschule gevestigd, een subkamp voor vrouwelijke gevangenen van concentratiekamp Neuengamme. Het is niet bekend wie gedurende deze korte periode hier de kampleider was. Het kamp was gevestigd in de voormalige SS-Manege Braunschweig in de wijk Viewegsgarten-Bebelhof in het gebied Hans-Porner-Straße 20, Schefflerstraße 2 en Salzdahlumer Straße. Die manege had deel uitgemaakt van de SS-Junkerschule Braunschweig, die halverwege 1944 werd verplaatst naar Owinka bij Posen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Braunschweig het doelwit van talrijke geallieerde luchtaanvallen, waarbij ongeveer 90 procent van het stadscentrum en 42 procent van de hele stad werd verwoest. Het meest verwoestende was het bombardement op Braunschweig op 15 oktober 1944, waarbij 233 Lancaster-bommenwerpers van de RAF twee en een halve dag lang een woedende vuurstorm veroorzaakte door ongeveer 200.000 fosfor-, brandbommen en explosieve bommen af ​​te werpen. Bij deze aanval kwamen ruim duizend mensen om het leven. Gedurende de hele oorlog stierven in de stad ongeveer 3.500 mensen door bombardementen. Bijna de helft van hen waren krijgsgevangenen, dwangarbeiders en concentratiekampgevangenen. Na dat zware bombardement op 15 oktober 1944 diende de fanatieke nazi en Gauleiter Hartmann Lauterbacher van de Gau Südhannover-Braunschweig een aanvraag in bij Reichsführer SS Himmler voor de toewijzing van 2.000 vrouwelijke Poolse gevangenen, die geïnterneerd waren in Stalag XIB Fallingbostel. Deze gevangenen zouden dan worden ingezet bij de opruimwerkzaamheden in de zwaar gehavende stad. Het verzoek werd echter afgewezen, waarna Lauterbacher eenzelfde verzoek deed aan het concentratiekamp Bergen-Belsen. Hier kreeg hij wel een positief antwoord.

Begin november 1944 kwam de eerste groep vrouwen vanuit het concentratiekamp Bergen-Belsen naar Braunschweig om hun intrek te nemen in de leegstaande SS-manege. In totaal zouden ongeveer 800 vrouwelijke gevangenen in de paardenstallen verblijven. Het waren voornamelijk Joodse vrouwen, maar ook Jehova’s Getuigen, die onder meer kwamen uit Hongarije, Joegoslavië, Polen, Frankrijk, Joegoslavië, Roemenië. Een deel van de vrouwen was eerder vanuit het concentratiekamp Auschwitz naar Bergen-Belsen overgebracht en weer tachtig kilometer verplaatst naar Braunschweig. De levensomstandigheden in het kamp waren catastrofaal. De voeding, medische zorg en hygiënische omstandigheden waren volkomen ontoereikend. De vrouwen werden ondergebracht in de overdekte rijbak, waarvan de vloer en muren van beton waren. De zaal was niet verwarmd, maar wel winddicht. Het bestaande mangat voor de paarden werd waarschijnlijk ’s nachts als toilet gebruikt en overdag dienden twee gaten in de vloer als toilet. De gevangenen moesten op dun stro op de betonnen vloer Reitschule-gedenkplaatslapen. Voor het werk werd er brood en thee geserveerd en ’s avonds was er wat soep. Het was midden in de winter, maar de vrouwen hadden geen winterkleding of handschoenen. Een exact aantal doden kon niet worden vastgesteld, maar vanaf januari 1945 tot de ontbinding van het kamp stierven minimaal zeventien gevangenen aan de ontberingen en het uitputtende werk bij het ruimen van puin en sneeuw in de zwaar beschadigde binnenstad van Braunschweig.

Omdat het front eind februari 1945 snel naderde, werd door de SS-leiding besloten het kamp per 25 februari 1945 te sluiten. Begin januari 1945 waren al vijftig doodzieke gevangenen naar een onbekende bestemming vervoerd. Hun lot laat zich raden. De overgebleven gevangenen werden over verschillende kampen verdeeld. Ongeveer tweehonderd vrouwen die niet langer in staat waren te weren werden overgebracht naar het concentratiekamp Salzgitter/Watenstedt/Leinde, ongeveer twintig kilometer ten zuiden van Braunschweig. Degenen die nog wel in staat werden geacht te werken, gingen naar het concentratiekamp Helmstedt-Beendorf, vijftig kilometer naar het oosten. Daar werden ze aan het werk gezet in de plaatselijke Schacht Marie-mijn. De meerderheid van de vrouwen werd echter naar het concentratiekamp Hannover-Stöcken gestuurd. Al deze groepen moesten deze reis onder barre winterse omstandigheden te voet maken. In een pdf-file van KZ-Neuengamme wordt door enkele ex-gevangenen van de SS-Reitschule weergegeven onder welke erbarmelijke omstandigheden de vrouwen moesten werken en zien te overleven.

Na de oorlog kregen de manege en bijgebouwen kregen een commercieel gebruik en zouden op die manier tot 2008 in gebruik blijven. De Britse of Duitse rechterlijke macht heeft tegen geen enkele SS’er die in het kamp werkzaam was een aanklacht ingediend wegens begane oorlogsmisdrijven. Bij de gebouwen is een gedenkplaat aangebracht ter herdenking van het satellietkamp.

Artikel SS-Reitschule

Dit item was geplaatst door Muis.