SCHOKLAND

Het voormalige eiland Schokland is ontstaan op een grijze, zandige vuursteenrijke keilemen ondergrond, een overblijfsel van een minstens 150.000 jaar ouden stuwwal die zich uitstrekte van Texel en Wieringen naar Urk en Vollenhoven. Die stuwwal werd tijdens de laatste ijstijd bedekt met een dikke laag stuifzand, waar in het zuiden en noorden de rivieren de IJssel en Vecht stroomden. Een kleine twaalfduizend jaar geleden begon in een groot gebied rond dat gebied de zeespiegel te stijgen. Dat was het gevolg van een van de vele klimaatveranderingen die onze planeet te verduren heeft gekregen. Deze ingrijpende gebeurtenis was echter niet het gevolg van menselijk ingrijpen. Het zou nog de nodige duizenden jaren duren voordat in deze contreien de eerste mensen hun voeten in de drassige grond planten. Van enige invloed op de leefomstandigheden kon al helemaal geen sprake zijn. Maar door die stijging van de zeespiegel ontstond een veenlaag van twee tot vijf meter. Dat proces van veenvorming ging verder tot ongeveer de dertiende eeuw. Twee eeuwen later werd de smalle strook land die het schiereiland Schokland nog met het vasteland verbond, definitief door het water van de Zuiderzee overstroomd. Schokland werd een eiland en zou dat ruim viereneenhalve eeuw blijven.

001 - Tekening_van_de_Middelbuurt_in_1845Schokland was toen al bewoond. De naam Schokland was afgeleid van ‘schokke’, een rietplag of gedroogd stuk koemest dat als brandstof diende. Een soort turf voor de armen, dus de naam was nogal spottend bedoeld. Door het isolement ontstond een eigen cultuur, een eigen klederdracht en een eigen dialect, het Schokkers. Waarbij het dialect van de noordelijke katholieke bevolking afweek van de spreekwijze van de protestanten die op het zuidelijk deel van het eiland woonden. Contacten met de eilandbewoners van het andere geloof werden ontmoedigd. Gemengde huwelijken, die hier ‘gespikkelde huwelijken’ werden genoemd, waren al helemaal uit den boze. In 1717 bouwde de protestanten een grotere kerk, waarna de middeleeuwse kerk op de zuidpunt snel in verval raakte. Na de afbraak bleef wel de begraafplaats in gebruik. Trouwens, met dat isolement viel het best wel mee. Het eiland lag aan de monding van de IJssel op een druk bevaren scheepvaartroute. Het betekende dat schippers bij ruwe zee graag beschutting zochten aan de oostkant van Schokland en dan met kleine bootjes naar het eiland kwamen. Goed voor de economie van de Schokkers. Lang ging het de eilandbewoners behoorlijk voor de wind. Op de eerste plaats was er natuurlijk de visvangst, maar er werden op het eiland ook schapen en koeien gehouden, die bij hoog water van het land moesten worden gehaald en zo dicht mogelijk bij de woningen moesten worden ondergebracht. In jaren met een goede hooiopbrengst kon een deel hiervan worden verkocht aan boeren op het vasteland.

004 - Schokland_Hermannus_Koekoek_jrIn de loop der jaren werd het eiland steeds kleiner als gevolg van de regelmatige zware stormen, die steeds een stukje land  wegsloegen. Vooral door de stormvloed van 1825 werd Schokland zwaar getroffen. Het hele eiland kwam onder water te staan, meer dan twee kilometer aan zeedijk werd vernield, de paalwering en beide kerken werden zwaar beschadigd, plus werd de vuurtoren op de Zuidpunt volkomen vernield. De bewoners moesten naar de zolders van hun woningen vluchten. Twintig huizen werden compleet weggespoeld, tientallen andere woningen raakten ernstig beschadigd en er waren dertien doden te betreuren. Vanaf dat moment was de visserij niet langer levensvatbaar en waren schippers niet langer in staat hun schepen goed te onderhouden. Schokland werd de armste gemeente van Nederland. De vissers hadden zo weinig inkomen, dat ze hun schepen niet goed konden onderhouden. Er was op het eiland nog maar amper betaald werk, slechts hier aan daar konden Schokkers worden ingezet bij het onderhoud van de zeeweringen. In 1855 werd vanwege de landafslag de Zuiderbuurt ontruimd, maar de situatie was toen al zo dramatisch verslechterd dat vier jaar later op bevel van koning Willem III het gehele eiland werd ontruimd. Overigens niet alleen vanwege dec dreigende zee en de steeds toenemende armoede, waarvoor regelmatig inzamelingen werden gehouden om de Schokkers te helpen. Ook de inteelt op het eiland zou bij de koninklijke beslissing een rol gespeeld hebben. Half 1859 verlieten de ongeveer 650 eilandbewoners hun geboortegrond. Alle huizen werden afgebroken m te worden hergebruikt voor nieuwe woningen op het vasteland. De meeste bewoners verhuisden naar Vollenhove en het dorp Brunnepe bij Kampen, waar de Schokkerbuurt gebouwd werd. Daarvan is een deel nagebouwd in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen.

002 - Schokland_1933Volgens het stadsbestuur van Kampen konden de Schokkers vanwege ruimtegebrek niet binnen de stadspoorten van de stad worden gehuisvest. De reden was simpelweg da de rijke Kampenaren niet zaten te wachten op de armoezaaiers uit Schokland. Ze vonden het daarom beter hen te laten vestigen bij de eveneens armoedige bevolking van Brunnepe, die ook hoofdzakelijk bestond uit vissers. In het dorp wist de Schokker onderwijzer Arnoldus Legebeke een perceel te kopen met een huis en grote tuin. Die tuin werd opgesplitst in 21 stukken, exclusief een gedeelte voor het eigen huis van Legebeke. Het te bouwen huis was meestal opgetrokken van meegenomen materiaal van het eigen huis op Schokland. Bijna honderd Schokkers kregen op deze manier een woning in de tuin van Legebeke. De meeste Schokkers bleven vissers en handhaafden lang hun taal en cultuur. Niet verwonderlijk van integratie met de oorspronkelijke bevolking in Brunnepe en andere locaties waar ze heentrokken was amper sprake. In essentie werden ze behandeld als woonwagenbewoners. In de kerken moesten de Schokkers apart zitten in de ‘Schokker banken’. Door hun sociale isolatie waren ze ook wat huwelijken betreft op elkaar aangewezen. Op het laatst waren bijna alle Schokkers familie van elkaar. Er is nog steeds een Schokkersvereniging die de belangen van de nakomelingen van de Schokkers behartigt.

Ironisch genoeg werd Schokland nadien amper kleiner geworden werd ook niet echt meer bedreigd door stormen. Na 1859 verbleven nog maar enkele rijksambtenaren op het eiland: een lichtwachter op de zuidpunt, een arbeider voor het onderhoud van de kustverdediging in de Middelbuurt en een paar havenmeesters van de haven bij Emmeloord. Die haven werd nog regelmatig bezocht. Jaarlijks kwamen er seizoenarbeiders (dijkwerkers en rietsnijders) naar het eiland. Schokland werd vooral een populaire trekpleister voor dagjesmensen uit Kampen en Urk. Tot 1932 bleef het een echt eiland in de Zuiderzee, maar nadat in 1940 de dijk om de Noordoostpolder was gesloten, werd begonnen met het droogpompen van de polder. In 1942 werd het eiland volledig omgeven door land en werd onderdeel van de Noordoostpolder. Door het verlagen van de grondwaterspiegel ten behoeve van de Noordoostpolder begon het veen in te klinken. Sindsdien is  het oppervlak van het eiland zo’n anderhalve meter gezakt, wat een onomkeerbaar proces is. Er wordt nu weel geprobeerd verdere inklinking en verlaging van het voormalige eiland te voorkomen. Vanaf 1980 zijn de terp van de Middelbuurt enkele houten huizen in ‘Zuiderzeestijl gebouwd’ waarin Museum Schokland is gevestigd met een permanente tentoonstelling over de geschiedenis van Schokland en omgeving.

003 - Schokland_1942 003 - Schokland_2015

Dit item was geplaatst door Muis.