SPEEL- EN OOGSTBOS LOBITH – INLEIDING
Iets buiten Lobith aan de Batavenweg ligt het zogenaamde ‘Gat van de Mus’, waarvan de oorsprong van de naam me volstrekt onbekend is. Het is in elk geval een mooi verscholen juweeltje voor sportvissers. In 2017 is er in opdracht van Stichting Landschap Rijnwaarden door de lokale hengelsportvereniging Ons Eiland een mooie vissteiger aangelegd die vooral bedoeld is voor sportvissers niet meer goed aan de natuurlijke waterkant kunnen zitten. Er zou voor degenen die niet goed ter been zijn vanaf de Batavenweg een verhard toegangspad naartoe moeten lopen, maar sinds de aanleg is dat pad behoorlijk overwoekerd. De vissteiger is dus niet meer zo makkelijk te bereiken als indertijd de bedoeling was. De vissteiger is ook een veilige plek aan het viswater voor de jeugd die net met vissen begin. Direct na deze vissteiger komt men terecht in het Speel- en Oogstbos voor de jeugd. Honden zijn hier uitdrukkelijk niet toegestaan. Daar kunnen kinderen door de struiken rondstruinen, in de bomen klimmen, in het bos hutten bouwen, met een trekvlotje op het water varen, op een touwbrug balanceren of aan een touw over het water slingeren. Bovendien kunnen ze daar in de zomermaanden zelf fruit plukken. Afhankelijk van het seizoen zijn er appels, peren, kersen, hazelnoten en bramen te vinden.
Het ‘Gat van de Mus’ is waarschijnlijk een zandafgraving. De naam verwijst naar de plaatselijke projectontwikkelaar Muskens BV. Aan de andere kant van de Batavenweg ligt een soortgelijk meertje, ‘het ‘Gat van Schip’, dat verwijst naar het naastgelegen fruitteeltbedrijf F. van Schip aan de ‘s-Gravenwaard. Dit meertje staat echter vooral bekend als het Skippymeer. Tot eind zestiende eeuw lag de Rijn-Waalsplitsing vlak bij de huidige Coornmolen aan de Boterdijk. Daar splitste de Waal zich af van de Nederrijn en liep via het huidige ‘Gat van Schip’ richting Herwen, min of meer parallel aan de huidige Batavenweg. de tegenwoordige Oude Waal is van latere datum en heeft niets te maken et de indertijd afgesplitste Waal. Het ‘Gat van Mus’ kan dus ook een oude zijarm zijn geweest van de Waal van voor de zestiende eeuw, maar ook een zandafgraving van latere datum. De eerste zandwinners voeren met een scheepje op de rivier en schepten met een handbeugel, een soort schepnet, het zand van de rivierbodem. Later werd de winning steeds grootschaliger. De schepen kregen een kraan met grijper. Na 1900 raakten ook baggermolens in zwang en vervolgens vanaf de jaren vijftig van de vorige eeuw zandzuigers om steeds grootschaligere zandvoorraden te kunnen aanspreken. Die waren in het rivierengebied ruimschoots aanwezig want onder de rivierklei liggen pakketten zand en grind van vele tientallen meters dik. Dit zand is in de ijstijden afgezet door vlechtende rivieren. Vooral in de uiterwaarden is de winning eenvoudig. De gegraven zandgaten staan in directe verbinding met de rivier. Baggermolens, zandzuigers en beunschepen die het zand vervoeren kunnen vrij in- en uitvaren. Door de grootschalige zandwinning zijn in het uiterwaardenlandschap veel grote zandgaten te vinden. De oudste zandwinput is de plas De Bijland in de uiterwaarden bij Lobith en Herwen. In 1926 werd deze uiterwaard in de binnenbocht van de afgesneden Oude Waal geschikt bevonden om zand te winnen. Het werd een plas van 300 hectare. Latere zandwinplassen zijn door modernere zandzuigtechnieken steeds dieper geworden. Ze zijn nu tot veertig meter diep. Veel zandwinplassen zijn nu in gebruik als recreatieplassen met zandstranden en soms ook met jachthavens. Andere zijn ingericht als overnachtingshaven en weer andere zijn nu natuurgebied.

