TWEE OUDJES TUSSEN DE FOSSIELEN

Borculo, zondag 5 september 2021

‘Nou, zijn we weer met ons tweeën,’ zei Dinie en keek er een beetje beteuterd bij. ‘En vinden we dat erg?,’ bracht ik er een beetje aarzelend tegenin. Ze keek een paar seconden wat aarzelend voor zich en haalde een keer diep adem, maar daar kwam alweer een voorzichtige glimlach. ‘Nou, eigenlijk niet hé. Maar wat gaan we nu doen?’

De planning was inderdaad behoorlijk overhoop gegooid. Het moest een driedaags gezinsuitje worden. Het werd echter zoals De Dijk in hun nimmer ‘Ietsje Later’ al zong: ‘Ik kom waarschijnlijk ietsje later en moet ook wat eerder weg.’ In plaats van vroeg in de vrijdagmiddag kwamen de vier anderen pas net voor het avondeten binnenwaaien en op zondag vertrok de ene helft daarvan direct na het ontbijt en de andere helft rond het middaguur. Was allemaal reuze gezellig hoor, maar toch flink korter dan we ons hadden voorgesteld. Gelukkig lag er in het huisje een stapel folders met al wat er aan leuks voor toeristen in Holten en wijde omgeving te doen is. Dat was niet weinig. Het was inmiddels al september, maar het toeristenseizoen was nog lang niet afgelopen en het was bovendien stralend weer. Maar toch, de ene na de andere ‘attractie’ werd niet goed bevonden.

Uiteindelijk viel de keuze toch op een binnenactiviteit, het Kristalmuseum in Borculo. Het museum was in 1992 opgericht, was gevestigd in het voormalige gemeentehuis van Borculo en bezat een grote collectie kristallen, mineralen, edelstenen en fossielen, lazen we in een van die folders. Voor dat negentiende eeuwse pand was een ouderwetse ophaalbrug geplaatst ‘om ruimte te bieden aan de berkelzomp’. Dat was een intrigerend zinnetje. Een beetje onheilspellend ook. Wat zou daar in hemelsnaam mee bedoeld worden? Zoals Dinie al vermoedde, had dat iets te maken met het riviertje de Berkel. Nu blinkt mijn lief niet uit in een overmaat aan geografische kennis, maar als geboren Overijsselse moest ze dit natuurlijk wel weten. Dat een zomp een scheepje was waarmee vroeger in deze contreien werd gevaren, was haar echter onbekend. De toeristenindustrie deed nu verwoede pogingen deze Berkelscheepvaart met een replica van zo’n zomp weer een extra stimulans te geven. Nou, als we mazzel hadden, konden we misschien wel een zomp met een zooitje zatlappen feestend en zwaaiend langs zien komen. Of gewoon met keurige gezinnetjes met blije kindertjes, dat kon natuurlijk ook.

Maar goed, we gingen niet naar Borculo voor die zompvaart maar voor de grote collectie kristallen, mineralen, edelstenen en fossielen in het museum. Nu, is dat ‘grote collectie’ misschien wel overdreven, maar het waren er al bij al toch heel wat. Overvolle vitrinekasten of gestapeld op spaanhouten kistjes, ‘Kristal Museum Box’, elk met een eigen nummer. Bij de fossielen keurige bordjes, zodat we te weten kwamen dat het bijvoorbeeld een vis (Phareodus) van 52 centimeter uit Eoceen betrof die in het Amerikaanse Wyoming na vele miljoenen jaren weer boven water was gekomen. Dezelfde informatie bij elk van de mineralen, kristallen en edelstenen, soms wel erg dicht tegen het betreffende voorwerp aan. ‘Verdorie, dat is wel frustrerend bij het fotograferen,’, liet Dinie zich bozig ontvallen. ‘Of zo’n klote bordje staat er bovenop of er is weerkaatsing van de felle lampen op het glas’, voegde ze eraan toe. Dat had ik inmiddels zelf ook al opgemerkt, met hetzelfde moedeloze gevoel. Het bederf toch een beetje ons enthousiasme, terwijl het een alleraardigst museum was. Dat museum en haar collectie konden er niks aan doen. Ons eeuwige gefotografeer zat ons nu in de weg. Sorry museum.

Na een uurtje of twee van kristal langs fossiel naar mineraal te zijn geschuifeld, vaak gebukt om toch maar een zo goed mogelijk kiekje te krijgen, werd de beentjes en de rug toch wel wat moe. ‘Ik begin toch onderhand wel te merken dat we langzaam twee oudjes beginnen te worden’, zuchtte Dinie. Dat soort opmerkingen was ik van die eeuwige optimist niet gewend. Ze zette zich langzaam neer op een bankje van vier van die museumboxen om op haar gemakje van een afstand de boel eens te bekijken. Even later: ‘Ik heb het hier inmiddels wel gezien eigenlijk. Kom we gaan naar buiten, op het terras hebben ze ongetwijfeld Belgisch bier’. Zoiets is bij mij nooit aan dovemansoren gericht.

Op dat terrasje scheen een heerlijk, zacht zonnetje. We knapten beiden zienderogen weer op van het biertje en de kaasblokjes die we erbij hadden genomen. Helaas kwam er geen zomp rustig voorbij dobberen, anders was het helemaal perfect geweest.

De fotoreportage van ons bezoek aan het Kristalmuseum, 5 september 2021

05-09-2021 - Kristalmuseum Borculo

Dit item was geplaatst door Muis.