DAGDROMEND IN DE DORPSSTRAAT
Orvelte, 4 november 2007
Op een kille en regenachtige zaterdag struinden we rond in het Drentse brinkdorp. Dat is één groot open monument, maar bij deze temperaturen en de constant miezerige regen heb je daar toch weinig oog voor. Dinie en ik hadden elkaar pas een half jaartje eerder voor het eerst ontmoet, maar al behoorlijk wat uitstapjes gemaakt. Gezamenlijk naar Alanya, de eerste keer dat Dinie een reis maakte die verder ging dan Luxenburg, de eerste keer dat ze met het vliegtuig op vakantie ging en de eerste keer dat ze van huis ging zonder de kinderen aan haar rok te hebben hangen. Of met een hele bende naar Virton in de Belgische Ardennen, waar we de twee kinderen van Dinie en mijn vijf kleinkinderen mee naartoe namen. Gezellig, maar of ik nu anderen snel zal aanraden zeven kinderen mee op sleeptouw te nemen? Pfff .. nou, eerlijk gezegd Ja. Het was superleuk en de zware vermoeidheid na zo’n lang weekend ben je weer snel vergeten. En ook de paar negatieve zaken, en die zijn er altijd als je met zijn negenen in een huisje zit. Het blijkt dat degenen met een gelukkige jeugd negatieve gebeurtenissen minder goed onthouden en vooral de positieve en leuke dingen des levens in het beperkte geheugen opslaan. Het geheugen is weliswaar groot maar niet oneindig, er moeten keuzes worden gemaakt en dat doet dat geheugen helemaal zelfstandig voor ons. Dank geheugen daarvoor en dank ook aan beider ouders om te zorgen dat ons geheugen vooral positieve content bewaard heeft.
Ook naar het binnenland namen Dinie en ik de twee kinderen mee die door Dinie de relatie werden ingebracht. Ouwehands Dierenpark, de Lokkerij bij Meppel, Dierenpark Emmen, de Kalkhovens in Dedemsvaart en het kasteel in Hernen. Steeds met twee pubers die het behoorlijk onwennig vonden dat er ineens iemand in moeders leven was gekomen. Die blijkbaar in één klap positie nummer 1 had ingenomen. Als een stel jonge hondjes kwispelden en schreeuwden ze steeds om haar heen om haar aandacht te trekken. ‘Joehoe, wij zijn er ook nog hoor’. Of juist met een zeer verveeld gezicht ergens op een afstandje gaan zitten en per ongeluk niks horen, als we weer naar een volgende boerderij of winkel wilden trekken. ‘Joehoe, wij vinden er op deze manier geen bal aan hoor!’ Of, gekke bekken trekken of andere manieren proberen te vinden om ons aan het lachen te krijgen. ‘Joehoe, wij zijn ook leuk hoor. Zie je dat niet?’
En natuurlijk, ergens hadden ze ook wel een beetje gelijk. We hadden vooral aandacht voor elkaar en alle afleiding daarvan was onplezierig. Maar hun aanwezigheid had toch ook wel een groot voordeel toen we in de Dorpsstraat in een bruine kroeg waren aangeland. Een van de twee kon worden uitgelegd hoe ze de camera scherp kon stellen en op welk knopje ze dan moest drukken. We kregen wel de opdracht niet weer constant in elkaars ogen te kijken, maar ontspannen naar buiten te kijken. Dat konden we die paar seconden best volhouden. Dinie had blijkbaar al een binnenpretje op wat er ging komen aan reacties zodra we weer diep in elkaars ogen zouden kijken. Maar dat commentaar heb ik gelukkig niet in mijn geheugen opgeslagen.

