EEN HOOG KNUFFELGEHALTE
Vanaf het strandje aan de Waal en nadat we een groepje roodbonte koeien waren gepasseerd, leidde een smal, met gras begroeid pad naar het dorp Lent. Daar stond ongetwijfeld een lekker pilsje voor ons te wachten. In 2007 was café de Zon waar we ons neerzette een rustige bedoening. Momenteel is het er een stuk drukker nu de Spiegelwaal is gegraven. In mooi ambtelijk jargon: ‘De Waal maakt bij Nijmegen niet alleen een scherpe bocht, maar vernauwt zich daar ook. In 1993 en 1995 was duidelijk dat de rivier daardoor bij hoog water kan overstromen. Om de bewoners te beschermen tegen de kracht van het water is de dijk bij Nijmegen- Lent 350 meter landinwaarts gelegd. Zo kwam er ruimte om een nevengeul voor de Waal aan te leggen. Die geul, de Spiegelwaal, biedt bij hoog water extra capaciteit voor waterafvoer, zodat er minder opstuwing is. Voor Nijmegen is het ook een grote ruimtelijke ingreep in het hart van de stad. Door de dijkverlegging en het graven van de geul is een langgerekt eiland in de Waal ontstaan. Dit ligt tussen de historische binnenstad en het nieuwe stadsdeel Nijmegen-Noord. Het eiland en de Spiegelwaal vormen samen een uniek rivierpark, met een mix van water en natuur, recreatie en stedelijke activiteiten.’ Inderdaad, dit deel van Lent ligt sinds een jaar of vijftien op een eiland, dat met de nodige toeristische ambitie Rivierpark Nijmegen wordt genoemd.
De meeste mensen zullen het dorp slechts kennen als ze ooit de Nijmeegse Vierdaagse hebben gelopen. De eerste dag schijnt tegenwoordig Blauwe Dinsdag te heten, wat een verwijzing schijnt te zijn naar de twee machtige rivieren Waal en Rijn die door de meeste wandelaars die dag worden gepasseerd, maar toen de wereld nog niet was volgeplempt met allerlei overbodig toeristische onzinjargon, heette het gewoon ‘de dag van Elst’. Het laatste, bijna dodelijke uur voor de vermoeide wandelaars, bestond dan uit een schuifeltocht over de overbevolkte Waaldijk. Steeds Nijmegen en de Waalbrug in zicht, maar het duurde en duurde voor men daar eindelijk was aangeland. De bevrijding begon dan in Lent, eindelijk weer in de bewoonde wereld, waar een feestvierende menigte zorgde voor verlichting. Daar kon men de Waalbrug opstappen en was het eindpunt van de etappe snel bereikt.
Op onze dag (3 juni 2007) was het er nog doodstil. Twee man zaten er op het terrasje aan de Veerdam, met een pilsje binnen handbereik te genieten van het uitzicht op Nijmegen. Ooit is het hier elke dag druk geweest. Tot in de dertiger jaren pendelde er vanaf dit punt een gierpunt tussen Nijmegen en Lent en stonden hier met regelmaat files te wachten om de overtocht te kunnen maken. Bij zo’n gierpont werd gebruik gemaakt van de stroming in de rivier. Stroomopwaarts, midden op de bodem van de rivier, lag een zwaar anker met een staalkabel, die verbonden was met de gierpont. Omdat de stalen kabel een bepaalde lengte moest hebben, werd een deel van deze kabel gedragen door zogenaamde ‘kabelschuiten’, zodat de kabel niet op de rivierbodem ligt. De kabel zat dus in een driehoeksverbinding aan de veerpont verbonden, en door één zijde enigszins in te korten, bracht het vaartuig zichzelf naar de andere oever. Bij het terugvaren werd de andere zijde weer wat ingekort en voer de gierpont terug naar de tegenover liggende veerstoep. Aan dit alles kwam in Nijmegen een einde toen de Waalbrug in 1936 werd geopend.
Nu zaten er dus maar twee man. Een van hen viel het hoge knuffelgehalte op van het tweetal dat een eindje verderop stilletjes in een rustig hoekje ging zitten. Hij glimlachte even, stond toen energiek op om op ons af te stappen en vroeg of we het misschien leuk vonden dat hij een foto van ons zou nemen. Ja, dat vonden we inderdaad leuk. Het is jarenlang een van onze favoriete foto’s geweest. Is het eigenlijk nog steeds.
.

