DE ONDERGANG VAN DE EERSTE DEMOCRATIE 3
Tijdens de Franse Revolutie werd Pasquale Paoli (Morosaglia, 6 april 1725 – Londen, 5 februari 1807) uitgenodigd om terug te keren uit Groot-Brittannië. Omdat hij na de nederlaag bij de Slag om Ponte Nuvo in 1769 en de ondergang van de Republiek Corsica (1755-1769) door de monarchisten van het eiland was verbannen, werd hij door de revolutionairen gezien als een voorbeeldig strijder voor vrijheid en democratie. Hij werd in 1789 door de Nationale Grondwetgevende Vergadering gevraagd naar Parijs te komen waar hij door de revolutionairen als een held werd ontvangen. Hij werd door hen in 1790 teruggestuurd naar het Franse departement Corsica met de rang van luitenant-generaal om er de leiding van het plaatselijke bestuur op zich te nemen. Tot zijn medewerkers van die tijd behoorde de jonge Corsicaanse officier Napoleon Bonaparte. Maar Paoli kreeg het moeilijk met de revolutie toen die steeds radicaler werd. Paoli scheidde zich uiteindelijk af van de revolutionaire beweging vanwege de executie van koning Lodewijk XVI en sloot zich aan bij de royalistische partij. Toen hij vervolgens door de Franse Nationale Conventie van verraad werd beschuldigd, riep hij in 1793 in Corte een consulta (vergadering) bijeen met zichzelf als voorzitter. Daar riep hij Corsica’s formele afscheiding van Frankrijk uit en vroeg de Britse regering om bescherming. Op dat moment was Groot-Brittannië in oorlog met het revolutionaire Frankrijk. Paoli stelde voor Corsica als autonoom koninkrijk net als het koninkrijk Ierland onder de Britse monarch te plaatsen. Voor Groot-Brittannië zou dit een goede kans geven om op Corsica een basis in de Middellandse Zee veilig te stellen.
In 1793 mislukte een poging om met een Frans legertje vanuit Corsica het naburige Sardinië te veroveren, omdat Pasquale Paoli de expeditie heimelijk had gesaboteerd. Als gevolg daarvan verklaarde de Nationale Conventie in Parijs hem vogelvrij.
Na het uitbreken van de Franse Revolutionaire Oorlogen werd Samuel Hood in februari 1793 benoemd tot opperbevelhebber van de Middellandse Zeevloot. In augustus 1793 namen Franse royalisten en andere tegenstanders van de revolutie de stad Toulon over en nodigden Hood, wiens vloot een blokkade voor de kust uitvoer, uit om de stad te bezetten. Hood nam daarop het commando over de haven van Toulon over, daarbij gesteund door Spanjaarden en Sardiniërs. In december 1793 slaagde Napoleon er echter in de bondgenoten, die niet harmonieus samenwerkten, te verdrijven. Hood gaf het bevel de Franse vloot in brand te steken om te voorkomen dat deze weer in handen zou vallen van de revolutionaire regering in Parijs.
Hood richtte zich toen op de bezetting van Corsica, dat hij namens de Britse koning George IIII moest innemen.
In februari 1794 stuurde Groot-Brittannië een kleine expeditievloot naar Corsica onder admiraal Samuel Hood. Eerst werd met succes het Franse garnizoen van San Fiorenzo verslagen en vervolgens een grotere macht die de stad Bastia verdedigde. De Britse strijdmacht richtte toen hun aandacht op het fort van Calvi, het enige overgebleven door de Fransen bezette fort op Corsica. Bij deze strijd om Calvi verloor de toenmalige kapitein Horatio Nelson het zicht in zijn rechteroog. Calvi was een zwaar versterkte positie, verdedigd door twee grote moderne artillerieforten. De Britten bereidden zich voor op een lang beleg, veroverde de bergachtige hoogten boven de toegangswegen naar de stad en opende een gestaag vuur, dat krachtig werd beantwoord. Beide partijen leden zware verliezen. Na enkele weken waren de Franse posities vo
ldoende beschadigd en werd een grote aanval gelanceerd, waarbij de Fransen uit de forten en de stad werden verdreven. Er volgden tussen beide strijdende partijen uitgebreide onderhandelingen die eerst leidden tot een wapenstilstand en op 10 augustus 1794 tot een capitulatie. De voorwaarden van de overgave waren genereus en de Franse troepen keerden terug naar Frankrijk. Corsica kwam nu onder Brits gezag en kreeg als het zelfstandige Anglo-Corsicaans Koninkrijk (juni 1794-oktober 1796) een eigen grondwet, met de Britse koning George III als koning en de Brit Gilbert Elliot werd onderkoning.
In 1796 waren de Britten echter al van Corsica verdreven en kwam het eiland Corsica bij Frankrijk. Terwijl de bezetting van Corsica werd uitgevoerd, hadden de Fransen bij Toulon zich zo ver herpakt dat ze een vloot naar zee konden sturen. De relatie tussen Paoli’s regering en de Britten werd echter nooit duidelijk gedefinieerd, wat resulteerde in talrijke kwesties van autoriteit. Met name ontstonden er spanningen door het conflict tussen Sir Gilberts loyaliteit aan de Britse monarchie en Paoli’s republikeinse neigingen en verlangen om de Corsicaanse autonomie te verdedigen. De onderkoning kreeg ook het vetorecht ten aanzien van de grondwet. Er was ook een uitgesproken scheiding tussen Corte, de traditionele hoofdstad en een binnenlands bolwerk, en Bastia aan de kust, waar Sir Gilbert begin 1795 de hoofdstad naartoe verplaatste en dat het centrum was voor Franse en Corsicaanse royalisten. Toen Spanje aan de kant van de Fransen kwam, realiseerden de Britten zich dat hun positie in de Middellandse Zee precair was en trokken ze hun troepen in oktober 1796 van het eiland terug. De kroon nodigde Paoli uit om af te treden en terug te keren naar ballingschap in Groot-Brittannië met een pensioen, wat hij, omdat hij geen alternatief had, gedwongen was te doen, en zich bij de Britten aan te sluiten bij hun terugtocht van het eiland. Op 19 oktober 1796 heroverden de Fransen Bastia en werd Corsica definitief Frans grondgebied.
In 1811 werd Corsica een departement van Frankrijk met Ajaccio als hoofdstad. De Franse taal werd ingevoerd en het Corsicaans verdween naar de achtergrond. Pasquale Paoli verliet gedesillusioneerd zijn geliefde eiland. Hij stierf in 1807 in Londen. In 1889 werd zijn as overgebracht naar Morosaglia op Corsica.
