EEN WEDSTRIJDJE KERSENPITSPUWEN?

22 juni 2007 – Sauerland 1

We waren ruim op tijd in Olsberg, waar ik voor onze eerste, korte vakantie een leuk hotelletje had geboekt. We moesten dus even wachten voor we konden inchecken. Dat deden we toen nog keurig. Bij latere vakanties stapten we gewoon naar binnen, deden alsof we van niks wisten en konden altijd gewoon de koffers en andere spullen naar onze kamer brengen. Maar toen dus nog niet. Dus eerst maar eens een klein extra rondje door de omgeving gereden. Een schitterende omgeving, want het hotel lag tegen de helling van de Eisenberg, met vlak in de buurt de oude ingang van een lang geleden gesloten kolenmijn. Niet toegankelijk helaas, dus daar konden we de tijd niet even overbruggen. Vlakbij ook de uitgebreide bossen, want de houtindustrie is sterk vertegenwoordigd in Sauerland. Overal waren de sporen te zien van de vreselijke Kyrill-storm die het gebied kort daarvoor had geteisterd. Complete delen van het immense bos waren tegen de vlakte geslagen. Als gebroken lucifers lagen nog steeds duizenden bomen over elkaar heen. En dan te bedenken dat men al maandenlang bezig moet zijn geweest om alle gesneuvelde sparren keurig te verslepen en in keurige stammen te zagen, klaar voor verdere verwerking. Pas later die dag, na onze keurige melding bij de receptie en wegzetten van de spullen in de kamer, konden we een kleine boswandeling maken en een eerste voorzichtige inschatting maken van de ramp die zich in februari had voltrokken.

Maar zo ver waren we nu nog niet. Het extra rondje was gedaan en om dat voor een tweede keer te doen, daar hadden we geen zin meer in. Dus de auto weggezet op een soort kruispunt van kleine landweggetjes, met een bankje met uitzicht over het dal. In de verte stak de kerktoren van Olsberg nog net boven de horizon uit. Hier werd ook duidelijk dat we ongezien toch al op een redelijke hoogte waren geraakt, want voor dat stukje zichtbare toren moest al goed naar beneden worden gekeken. De koelbox werd uit de auto gehaald, want als we hier toch gaan zitten wachten, kunnen we net zo goed even wat drinken en eten. Meer dan genoeg meegenomen door Dinie. Er bleken ook nog kersen in die blauwe box te zitten. De eerste kersen werden weggewerkt, al pratend over koetjes en kalfjes. De pitten werden achteloos weggespuwd en belandden met een zacht plonsje in de regenplas vlak voor ons. Het had blijkbaar deze ochtend nog even geregend. En daar kwam ineens de verrassende vraag: ‘Zullen we een wedstrijdje kersenpitspuwen doen? ‘. Daar was ik niet op bedacht en ik had gewaarschuwd moeten zijn. Het leek toch eerder een vraag voor mannen onder elkaar. Niet te lang nagedacht over dat ouderwetse vooroordeel, want natuurlijk ging ik graag op die makkelijke uitdaging in. Ik hou wel van dit soort wedstrijdjes en een zekere overwinning lag nabij. Dat viel tegen. Het werd een kansloze nederlaag. Binnen enkele minuten lagen er overal in de waterplas voor onze voeten rode pitten, maar er hoefden niet gediscussieerd te worden over de vraag van wie de verste exemplaren waren. Een glunderende Dinie keek me steeds aan terwijl ik probeerde daar geen aandacht aan te schenken. Dus kreeg ik een por in mijn zij zodat ik wel gedwongen was in dat triomfantelijke gezicht te kijken. Niet al te hard gelukkig, die por, het gezichtsverlies deed al zeer genoeg. Kansloos dus. Ik was een gewaarschuwd man, dit was een vrouw met pit!

Dit item was geplaatst door Muis.