EN ZE ZAG DAT HET GOED WAS
22 juni 2007 – Sauerland 2
Nadat het wedstrijdje kersenpitspuwen was afgelopen bleven we nog even op het bankje zitten. De ene zachtjes balend, de andere nagenietend. Iets minder stilzwijgend. Op een gegeven moment hadden we het landschap echter voldoende gezien. Het was mooi glooiend, met fel groen jong gras, een smal weggetje dat daar kronkelend en op- en afgaand doorheen liep en hier en daar wat bomen, maar na een kwartier vonden we dat we toch maar eens tijd richting hotel moesten gaan. Misschien was daar toch nog iets te beleven wat niet op de kaart stond? En inderdaad, want pakweg honderd meter verder op de Eisenberg na Hotel Schinkenwirt stond de Kapelle der Heilige Familie. Die ‘Hauskapelle’ werd er in 1996 gebouwd door de toenmalige eigenaren van Schinkenwirt, het echtpaar Karl en Anneliese Schmücker. Bij de deur stond een stichtelijke tekst voor de bezoekers: ‘Rasten muss der Mensch zuweilen. Nicht nu durch die Landschaft eilen; nach dem heulen der Motoren öffnen wieder Aug‘ und Ohren, sehen wieder Gottes Spur in die Schönheit der Natur, plaudern auch und scherzen -, zu vergessen Alltagsschmerzen. Wer Gottfrieden hat gefunden kann an Leib und Seel‘ gesunden. So meint es auch die Kapelle, die uns grüßt an diese Stelle‘. Dat kwam mooi uit, want dat waren we precies van plan, het een beetje rustig aan doen en genieten van de natuur. Onder anderen.
Het moet gezegd, het was een verrassend mooie kapel. Een oase van rust zou je kunnen zeggen, maar hotel en kapel stonden al eenzaam op de Eisenberg. De hele omgeving was een grote rustige oase. Een oase binnen de oase, je kunt ook overdrijven! De kapel stond vanuit het hotel aan het begin van de aanlooproute naar boven op de Eisenberg. We kwamen er de daarop volgende dagen steeds langs. Soms keken we even naar binnen, meestal liepen we er achteloos aan voorbij. We hebben er tijdens ons verblijf in Schinkenwirt nooit een ander naar binnen zien gaan. We leven in een goddeloze wereld, dat werd maar weer eens bewezen. Je zou haast denken dat die God toch bestaat en de mensheid zo af en toe flink op zijn donder geeft, als straf dat de meesten hem zijn vergeten. Toen we iets later in het hotel waren ingecheckt, konden we vanaf het balkon voor het eerst de schade zien die de Kyrill-storm in februari van dat jaar had aangericht. Het was een kleine voorbode van de schade aan de bossen in Sauerland die we de volgende dagen zou zien. Dinie stond die eerste dag die schade echter nog glimlachend te bekijken, bijna Bijbels: ‘En ze zag dat het goed was!’, straalde ze uit.


