BETRAPT!
22 juni 2007 – Sauerland 3
Nadat we in Hotel Schinkenwirt waren ingecheckt, was er nog volop tijd om iets te ondernemen. Het was immers nog maar amper half drie. Om nu al direct in het hotel aan de bar te gaan hangen? Een uur op de slaapkamer gaan zitten kijken naar de klok tot het eindelijk tijd is om een hapje te gaan eten, is ook geen aanlokkende gedachte. Dus togen we snel naar Olsberg, een paar kilometer verderop. Op het oog een slaperig stadje, dat wat meeprofiteert van het toerisme verderop in het Sauerland. Nu werden we een beetje misleid doordat het mooie weer wat was omgeslagen. Stond bij het kersenpitspuwen eerder die middag het zonnetje nog lekker te schijnen, in de tussentijd was het echt weer geworden iets warmers aan te trekken. Het verklaarde ook dat er weinig volk op straat was.
De auto werd weggezet langs de Bahnhofstrasse, waar op de hoek van de straat een mooi beeldengroepje stond. Van het soort waar men in Duitsland patent op lijkt te hebben. We vermoedden dat het een verwijzing was naar een sprookje. Uit de combinatie van een pastoor met een waterslang om een gieter vol te laten lopen, een klein jongetje dat iets onbestemds in zijn handen heeft en een tienermeisje dat een beetje wellustig, vlak naast die brave pastoor, aan het pootjebaden is, kon ik geen verhaal destilleren. Ik troost me met de gedachten dat de meeste Olsberger dat waarschijnlijk ook niet (meer) kunnen. Iets verderop moest eerst de Gieskoppbach worden overgestoken, eigenlijk niet meer dat een wat breed uitgevallen pisstraaltje dat iets verder uitmondt in de Ruhr. In Olsberg is die Ruhr trouwens ook nog maar een klein riviertje, dat steeds door nieuwe beekjes die erin uitkomen snel groter zou worden.
Daarna volgde een rotonde, die we konden oversteken om via de Bahnhofstrasse uit te komen in de Kirchstrasse. Daar torentje de Pfarrkirche St. Nikolaus hoog boven de huizen uit. Die werd in de jaren 1900-1903 gebouwd op de plaats waar al vanaf 1270 een kapel zou hebben gestaan. De restanten daarvan zijn in de gewelven van de kerk nog te zien. Blijkbaar wordt deze kerk voor het toeristenvolk niet erg belangrijk gevonden, want er is verdomd weinig informatie over te vinden. Wat ons er niet van weerhield naar binnen te gaan. Dat zou een vaste gewoonte worden op al onze latere vakanties en uitstapjes. Overal waar we kwamen, werd het religieuze gebouw bezocht. Protserige katholieke kerken, somber ingerichte protestantse kerken, kleine synagogen die de laatste eeuw hebben overleefd en majestueuze moskeeën, allemaal werden ze bekeken. Een buitenstaander moet wel denken met een erg gelovig tweetal te maken te hebben. Dat viel wel mee. Het zijn echter vaak architectonische kunstwerken, vol cultuur en symboliek. In deze Sint Nikolaaskerk bijvoorbeeld bevonden zich veertien indrukwekkende glas-in-loodvensters uit 1945 (‘Die Fenster’) van Wilhelm Sommer. Olsberg werd vanaf september 1944 door de geallieerden zwaar gebombardeerd om het spoor en de ijzersmelterijen te treffen. Het kan niet anders dat de kerk daarbij ook flink beschadigd is geraakt en er behoefte was aan nieuwe ramen. In 1984 zijn er nog een aantal moderne glas-in-loodramen van Nikolaus Bette aan toegevoegd. Ook het orgel schijnt ver na de oorlog te zijn geplaatst en de hele schildering van muren en plafonds doet erg eigentijd aan. De kerk moet in de oorlogsjaren gigantisch beschadigd zijn geweest en daarna opnieuw zijn gebouwd. De Eerste en Tweede Wereldoorlog komt in een hoek van de kerk terug in een monument waar de gevallenen van beide vernietingsslagen werden herdacht. Eindeloze rijen gesneuvelden vanuit een stadje dat ten tijde van 1914-1918 slechts enkele duizenden inwoners moet hebben gekend.
Die plafonds waren ook dermate mooi dat ikzelf de moeite name languit op mijn rug midden in het kerkpad te gaan liggen om een goede foto te nemen. Er was toch geen ander bezoek in de kerk aanwezig. Gelukkig kwam Dinie niet op het idee daar een foto te nemen. Zelf ging ze languit in de kerkbanken liggen. Alles in haar blik verraadde dat ze zich erg betrapt voelde, maar er ook het komische wel van inzag, toen ze mijn toestel zachtjes hoorde klikken.

