SCHEISSE-NAZIS AUF DEM DONNERBALKEN
Iedereen kent het reclamedeuntje ‚Koning, keizer, admiraal. Popla gebruiken ze allemaal’, waarbij het overduidelijk is dat het laatste zinnetje makkelijk gewijzigd kan worden in ‘poepen doen ze allemaal’. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat je geheel privé op het toilet doet en dat daarvoor toiletpapier beschikbaar is. Dat is echter zeker nooit het geval geweest. In het oude Rome had de rijken een privétoilet en iedereen kon voor een klein bedrag naar een ‘latrina publica’, een openbaar toilet, gaan. Daar zaten ze op duur marmer, dat was aangesloten op het riool. In een lange rij naast elkaar, dat wel. De kennis van de Romeinen ging echter verloren. In de Middeleeuwen plasten en poepen mensen gewoonlijk in een po, die vervolgens op straat werd leeggegoten. De stank in de middeleeuws stadjes moet groot zijn geweest. Kasteelbewoners hadden de beschikking over een toiletnis in de kasteelmuur, waarna de behoefte in de slotgracht terecht kwam. Daarna bleef die situatie lange tijd onveranderd. Ruim twee eeuwen geleden slechts had men in het beroemde paleis van Versailles geen fatsoenlijk toilet of ‘fecaliënput’ (een gat waar al dat stinkende spul in terechtkomt). Men vond het nobeler om de behoefte te doen op de vloer van een van de vele kamers in het kasteel. Er waren voldoende bedienden die de boel opruimden. Ook voor hofdames was het dragen van de hoepelrokken erg praktisch. Dit betekende dat ze zelfs in gezelschap hun behoefte konden doen, zonder dat hun billen zichtbaar waren. Het kasteel en het enorme kasteelpark moeten verschrikkelijk gestonken hebben! Men was blijkbaar vergeten dat al in 1596 door Sir John Harington het watercloset was uitgevonden. Pas in 1860 werd in Duitsland in kasteel Ehrenburg in Coburg het eerste toilet geïnstalleerd, dat speciaal vanwege het bezoek van de Britse koningin Victoria was geïmporteerd. Tot dan en nog lang daarna was een buitentoilet gebruikelijk. Een houten hok, met een houten bank met een diep gat waar op de bodem alles bleef liggen stinken. Ons bekende (normaliter) reukvrije toilet met alle privacy en toiletpapier is van zeer recente datum.
Een variant op het buitentoilet was wat in Duitsland de ‘Donnerrbalken’ en in Groot-Brittannië de thunderdeam werd genoemd. Een Nederlandse benaming ben ik nergens tegengekomen. Je kon zo’n buitentoilet namelijk moeilijk meenemen en het kon zijn dat je in een bos toch ineens hoognodig een grote boodschap moest doen. Een probleem waar de huidige wandelaar nog steeds mee kan worstelen: How to Poop in the Woods: The Ultimate Guide on Doing Your Business in the Forest. Als je in je eentje in een niet al te druk bos loopt, hoeft dat eigenlijk amper een probleem te zijn. Dat is al anders als je met meerderen bent en al helemaal als je met een hele grote groep bent, waarvan veel mensen tegelijkertijd aandrang hebben. Dan is zo’n Donnerbalken een uitkomst. Het is in wezen een houten balk op passende hoogte waarop een aantal mensen naast elkaar kon zitten om samen ‘’zu donnern” (te donderen of te knetteren, zouden we kunnen zeggen). De term ‘Donnerbalken’ schijnt tijdens de Eerste Wereldoorlog te zijn ingevoerd, daarna ook binnen de padvinderij te zijn gebruikt en vervolgens ook in de Duitse taal te worden gebruikt om een bezoek aan het toilet aan te kondigen (‘Ich muss mal auf den Donnerbalken. Bin gleich wieder da’).
In 2018 bracht Erik Kessels, de medeoprichter van communicatiebureau KesselsKramer en foto-verzamelaar, het boek ‘Shit’ uit. Omdat het over poepende Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat een titel die beter had gekund. Een boek vol foto’s van Duitsers van alle randen en standen die ergens langs de frontlijn op de Donnerbalken moeten plaatsnemen of, bij het ontbreken van zo’n handige balk, op een andere manier verlossing moeten zien te vinden. ‘There is no dignity in war, and no modesty’, werd bij de introductie gezegd en daarmee is niets te veel gezegd. In de twee bovenstaande links meer voorbeelden uit het boek. Een boek vol ‘Scheiss-Nazi’s’, het is een weinig belicht aspect van de oorlog. Beetje banaal, toch leuk.

