BOMBARDEMENTEN OP NEDERLAND 03

Op vrijdag 10 mei 1940 begon in de vroege ochtenduren de Duitse aanval op Nederland. Al in de eerste uren landden de eerste Duitse parachutisten op het eiland IJsselmonde. Ze moesten alle bruggen bij Rotterdam en Dordrecht in bezit nemen om de opmars van het Duitse leger zo snel mogelijk te laten verlopen. De Duitsers verkenners die naar het gebied van Ridderkerk en Hendrik-Ido-Ambacht waren gestuurd om het veer naar Alblasserdam te bezetten, troffen daar tot hun grote verbazing geen veer aan, maar een prachtige nieuwe verkeersbrug over de Noord bij Alblasserdam. Eind dertiger jaren was deze brug gebouwd om te zorgen voor een vaste verbinding tussen het eiland IJsselmonde en de Alblasserwaard. De brug werd op 14 november 1939 geopend. Op dezelfde dag werd ook het nieuwe stuk van de A15 tussen Sliedrecht en Hendrik-Ido-Ambacht geopend, waardoor er een snelle verbinding tussen Rotterdam en Nijmegen ontstond. Op de verouderde stafkaarten van het Nederlandse leger werd deze nieuwe verkeersbrug en het nieuwe stuk van de A15 nog niet aangegeven. Het gevolg daarvan was dat het Nederlandse leger tijdens de meidagen van 1940 geen gebruik maakte van de nieuwe oost-west verbinding. Ook het Duitse leger maakte er echter geen gebruik van, want ook de Duitse inlichtingendienst hadden gemist dat deze verbinding al een half jaar lang in gebruik was. Het Duitse leger gebruikte dezelfde verouderde stafkaarten als het Nederlandse leger. In zijn memoires zou generaal Kurt Student, de bevelhebber van de Duitse luchtlandingstroepen, later opmerken dat hij niet beter wist dan dat de brug over de Noord nog steeds in aanbouw was.

Na dat verrassende bericht van de verkenners sloeg men in het Duitse kamp direct alarm. Generaal Student stuurde meteen versterkingen achter de verkenners aan. Toen de Duitse troepen vanuit het noordelijke Ridderkerk oprukten, sloeg de brugwachter, die zich aan de Alblasserdamse kant van de Noord bevond, groot alarm. Na overleg met burgemeester Van Scheers van Alblasserdam, werd om 12.30 uur besloten om de brug open te zetten. Rond 17.30 uur arriveerde aan de Ridderkerkse kant van de brug een auto met Duitse militairen, die snel de oprit verkenden en weer even snel vertrokken. Een uur later kwamen ze terug en riepen in het Duits naar de brugwachter dat hij de brug neer moest laten. Daar werd echter niet op gereageerd. Als reactie begonnen de Duitsers zich in te graven aan de Ambachtse kant.

In de loop van deze avond arriveerden vanuit Brabant de eerste Nederlandse soldaten van de Lichte Divisie in Alblasserdam. De Lichte Divisie was een eenheid die in mei 1940 uit ca. 9.000 man bestond en die geheel mobiel was. Zij plaatsten hun fietsen tegen de dijk en sloegen hun bivak op onder de brug. De divisie had bevel gekregen de Noord over te steken en op te trekken naar Rotterdam om daar de Duitsers te verjagen en het vliegveld Waalhaven te heroveren. Zodra de Nederlandse militairen waren aangekomen, kwamen aan de Ambachtse kant van de brug de Duitse soldaten weer in actie. Dit was voor kolonel Hendrik Carel van der Bijl van de Lichte Divisie reden om de geplande de oversteek tot de volgende ochtend uit te stellen. Dat besluit werd later beschouwd als een grote fout, omdat er toen aan de Ridderkerkse en Ambachtse kant van de Noord nog maar weinig Duitsers aanwezig waren. De Lichte Divisie betrok stellingen rondom de brug en bestookte de Duitsers aan de overkant met mortieren en mitrailleurs. In de loop van de nacht en de vroege ochtend van zaterdag 11 mei kwamen nog meer eenheden van de Lichte Divisie aan bij de brug en parkeerden hun voertuigen onder aan de brug. Ondertussen hadden de Nederlanders al enkele pogingen ondernomen om de Duitse parachutisten aan de andere kant van de brug te verjagen, maar door het hevige tegenvuur van de Duitsers lukte dat niet.

Generaal Student werd op de hoogte gebracht van de gevechten bij de brug. Hij was verrast dat het Nederlandse leger er zo snel in was geslaagd versterkingen te laten aanrukken. Op zijn beurt stuurde hij extra manschappen en artillerie naar de Noord. Vroeg in de ochtend van 11 mei staken twee Nederlandse patrouilles met bootjes de rivier over in een poging de Duitsers bij de oprit aan de Ambachtse kant van de brug uit te schakelen. Eén van de patrouilles kon al snel niet verder, omdat er aan de Ridderkerkse kant van de brug brede, diepe sloten lagen. Ook die stonden niet op de stafkaart waarmee de aanval was voorbereid. Vanuit de Ambachtse kant van de brug werd urenlang de vijand bestookt, maar uiteindelijk moet men zich zelf terugtrekken naar Alblasserdam. Ook een poging om rond 8.00 uur aan te vallen over de brug mislukt. De klep van de brug werd nu neergelaten, maar door het hevige vuur van Duitse kant moesten de Nederlanders onverrichterzake terug. Om 10.00 uur werd een tweede aanval gedaan, maar opnieuw zonder resultaat. Bij deze aanval sneuvelde soldaat Johann Jonges, die tijdens een vijandelijke aanval met mitrailleurs, een open vuurpositie innam en zijn mitrailleur bleef gebruiken om zijn kameraden die dekking zochten te beschermen. Johann Jonges ligt begraven op het ereveld bij de Grebbeberg en werd bij Koninklijk Besluit van 9 mei 1946 postuum de één-na-hoogste militaire onderscheiding toegekend, de Bronzen Leeuw.

Na de aanvallende acties van het Nederlandse leger riep generaal Student de Duitse Luftwaffe te hulp. Kort na 10.00 uur verschenen negen Stuka’s boven Alblasserdam. Ze lieten ongeveer veertig bommen vallen op en bij de oprit van de brug. Daarbij werden de daar geparkeerde voertuigen van de Lichte Divisie vernietigd. Na dit bombardement besloten de Nederlandse strijdkrachten definitief af te zien van een aanval op de Duitsers aan de overkant van de brug. Rond 12.45 uur ’s middags kwam de tweede Duitse luchtaanval, weer met negen bommenwerpers. Nu waren de Dam en de Polderstraat in het oude centrum van Alblasserdam het doelwit. Er braken grote branden uit en er waren veel slachtoffers. Tien minuten later volgde een nieuwe luchtaanval, nu met brandbommen. Sommige bewoners waren gevlucht naar de kelders van het Waardhuis in de verwachting daar veilig te zijn. Er kwamen hier echter tien mensen om het leven. Ook elders in de stad vielen burgerslachtoffers en raakten velen gewond. Het hele gebied aan weerszijde van het riviertje de Alblas, dat door het oude centrum van Alblasserdam stroomde, stond in korte tijd in lichterlaaie. Hierdoor volgde een enorme uittocht van burgers, die massaal via de uitvalswegen de open polders invluchtten, op zoek naar een veilig heenkomen.

Een uur later, om 14.00 uur, volgde weer een nieuwe Duitse luchtaanval en een kwartier later nog eentje. Bij deze laatste aanvallen werden geen bommen gegooid, maar werden militaire posities gemitrailleerd. Het centrum van Alblasserdam veranderde in een nog groter puinhoop, maar de oprit van de brug was nog steeds in Nederlandse handen. Tijdens de luchtaanvallen was het in Alblasserdam voor zowel de inwoners als voor de soldaten van de Lichte Divisie levensgevaarlijk. De Nederlandse soldaten zaten gevangen in een gebied met beperkte wegen en dijken in een vlak en open landschap. Er was voor hen nergens een veilig heenkomen. Voor de burgers van Alblasserdam waren de luchtaanvallen nog angstiger. De laagduikende Stuka’s met hun huilende sirenes, de gierende aankondiging van de vallende bommen en de onwerkelijk zware explosies, maakten de stad in die uren een ware hel op aarde. De Stuka’s concentreerden zich niet alleen op militaire doelen langs de rivier, ze vielen ook objecten aan waar men Nederlandse militaire kwartieren verwachtte. Ze vielen knooppunten van wegen aan om de Nederlandse logistiek te ontregelen en bestookten legeronderdelen die in de dekkingloze polder vanuit de lucht makkelijk herkenbaar waren. De vier aanvalsgolven tussen 13.00 en 15.00 uur braken het Nederlandse moreel. Ze richtten ook zware schade aan in Alblasserdam. Talloze huizen en fabrieksterreinen werden verwoest of raakten in brand, zodat de troepen die nog aan de Noord lagen ingeklemd zaten tussen de vijandige overzijde en grote branden in hun rug. Op het terrein van de firma Vroege, waar Nederlandse militairen stellingen hadden betrokken, braken grote branden uit. De hoge vlammen joegen alle militairen uit hun stellingen.

In Alblasserdam werden hele straten vernield door de zware bommen en branden. Een twintigtal mensen had dekking gezocht in de garage van bode Verloop aan de Plantageweg, maar dit gebouw kreeg een voltreffer te verwerken. Zeven mensen verloren het leven. In totaal vielen er 28 doden en ongeveer 180 woningen en winkels waren totaal vernield. Daaronder de gebouwen van scheepswerf ‘Werf de Noord’ en het Gemeentehuis op de dam. Lang is trouwens uitgegaan van 32 doden vanwege de bombardementen, maar later is vastgesteld dat vier doden niet vielen bij de verschillende bombardementen maar bij beschietingen die kort daarna plaatsvonden.

De meeste troepen van de Lichte Divisie werden overgeplaatst naar het Eiland van Dordrecht. Op 12 mei besloten de gemeente Alblasserdam en Kinderdijk alle inwoners te evacueren. De hele Alblasserwaard werd nu een evacuatiezone. De bewoners van de beide stadjes ontmoetten bij hun tochten naar het oosten andere vluchtelingen uit de Betuwe, Wageningen en Rhenen. De rivier de Lek, die ten noorden van de Alblasserwaard richting de Noord stroomt, was gevuld met schepen vol evacués.

De vraag bleef of Alblasserdam alle ellende bespaard was gebleven indien de “vergeten brug’ wel op alle stafkaarten had gestaan. Er staan in Alblasserdam ter herdenking een monument dat bestaat uit drie met elkaar verankerde brokstukken van verwoeste gebouwen die op een betonnen plaat zijn geplaatst, met daarop de namen van de slachtoffers van het bombardement. Deze verankerde brokstukken symboliseren de samenwerking tijdens de wederopbouw van burgers, bedrijven en overheid. De betonplaat staat symbool voor de stabiliteit en bewegingsvrijheid van de samenleving. De tekst bij het monument luidt: ‘Deze stenen herinneren aan de groot6ste ramp die ooit in Alblasserdam heeft plaatsgevonden. Op 11 mei 1940 werd het centrum van het dorp door een Duits bombardement getroffen. Hierbij vielen 32 doden. Uit de puinresten werden bruikbare stenen gezocht waarvan deze de laatste zijn.’

Dit item was geplaatst door Muis.