BOMBARDEMENTEN OP NEDERLAND 04
Moerdijk en omgeving hadden in de eerste dag van de oorlog veel te lijden door de oorlogshandelingen. Dat kwam vooral door de aanwezigheid van de Moerdijkbruggen die het Eiland van Dordrecht (Zuid-Holland) over het Hollandsch Diep verbonden met de provincie Noord-Brabant. Dat waren in 1940 een verkeersbrug uit 1872 en de tweesporige Moerdijkspoorbrug voor de spoorlijn Dordrecht – Lage Zwaluwe. Op 10 mei 1940 werd na een Duitse parachutistenlanding rond de beide landhoofden enige tijd hard gevochten om het bezit van de Moerdijkbruggen. Rond 04.00 uur begonnen de Duitsers met hun aanval op het gebied rond de bruggen. Met bommenwerpers, jagers en transportvliegtuigen met parachutisten werden de omgeving rond het dorp Moerdijk, het gebied ten westen van Lage Zwaluwe en de overzijde bij Willemsdorp bestookt. Hun eerste doel was de verkeersbrug en daarna de spoorbrug om de ongehinderde doortocht van troepen vanuit Limburg en Midden-Brabant te garanderen. In de verdedigingsstelling van het Zuidfront van de Vesting Holland waren de Moerdijkbruggen de enige toegangsweg naar het noorden. Aan de zuidelijke en de noordelijke zijde was het bruggenhoofd enkele dagen voor de aanval door de Nederlandse legerleiding nog versterkt, maar alleen de luchtdoelartillerie was op 10 mei 1940 in staat van paraatheid. Door de bezuinigingen op materieel, de slechte voorbereiding en coördinatie, de verrassingsaanval en de Duitse overmacht was het verzet snel gebroken. Om 05.15 uur kwamen de bruggen onbeschadigd in handen van de Duitsers.
Omdat Moerdijk en omliggende kernen vlak bij het Hollandsch Diep en de Mark lagen, kregen ze te maken met veel schade en het verlies van mensenlevens. Bij Zevenbergschen Hoek en het station Lage Zwaluwe werden de Nederlandse stellingen gebombardeerd; ook de militaire barakkenkampen Moerdijk en Willemsdorp werden aangevallen. Rond 07.00 uur waren de dorpen Moerdijk, Zevenbergschen Hoek en het station Lage Zwaluwe door de Duitsers veroverd. Bij de Haven en op de Steenweg in het dorp Moerdijk vonden felle gevechten plaats. Ongeveer achthonderd Nederlandse militairen moesten zich overgeven. Onder de burgers in Moerdijk vielen zeven slachtoffers. De bevolking werd ondergebracht in het Moerdijkse klooster, waar ook de gedode en gewonde Nederlandse militairen naartoe werden gebracht. Een aantal bewoners van Zevenbergschen Hoek werd naar Langeweg en Zevenbergen geëvacueerd. Later op de dag mislukte een tegenaanval van Nederlandse militairen.
Op zaterdag 11 mei 1940 verschenen in Zevenbergen en Zevenbergschen Hoek een groep Franse militairen, die samen met Nederlandse troepen moesten proberen de Moerdijkbruggen te heroveren. Hun komst bleef niet onopgemerkt voor de Duitsers. Die middag rond 15.00 uur werden Zevenbergen, Langeweg en Zevenbergschen Hoek door de Luftwaffe gebombardeerd om de daar aanwezige Nederlandse en Franse militairen te verjagen. In Zevenbergen staarden argeloze burgers omhoog, onbewust van wat komen ging. Vijf zware bommen vielen neer op het dorp en richtte daar grote schade aan. Vier straten ten zuiden van de haven (Merodestraat, Brouwerstraat, Kerkstraat en Zuidhaven) en drie straten ten noorden van de haven (Langenoordstraat, Lage Wipstraat en Noordhaven) werden verwoest. Veel inwoners vluchtten langs dijken en wegen het open veld en de weilanden in of klopten aan bij familie en kennissen elders. De Franse troepen verlieten de volgende dag snel het dorp en trokken naar het zuiden. Er waren in Zevenbergen en Zevenbergschen Hoek 36 dodelijke burgerslachtoffers en ook sneuvelden 5 Franse militairen. Op de Gemeentelijke Begraafplaats in Zevenbergen is een verzamelgraf voor de slachtoffers die omkwamen tijdens de bombardementen op 11 mei 1940. De vijf Franse militairen liggen begraven op de begraafplaats in Zevenbergschen Hoek.
Zevenbergen
Enkele kilometers westwaarts kregen ook Willemstad, Fijnaart en Heijningen te maken met het Duitse leger, maar met aanzienlijk minder gevolgen. De Stelling Willemstad had vanaf 1585 de taak om Holland tegen de vijand te beschermen en de doorvaart over het Hollandsch Diep te garanderen. Dat lukte in de 15e en 16e eeuw tegen de Spanjaarden en in 1793 tegen de Fransen, maar enkele eeuwen later met een totaal andere oorlogsvoering voldeed de stelling niet meer. Op 1 november 1939 werd in Willemstad de staat van beleg afgekondigd en werden ter voorbereiding op een mogelijke aanval versterkingen aangelegd en maatregelen genomen om de polders rond de stelling onder water te zetten. Op 5 september 1939 werd de uitkijk- en luisterpost op de Koepelkerk bemand. De inundatie van de polder Ruigenhil kwam bij de inval van de Duitsers op 10 mei 1940 maar moeilijk op gang. Dat kwam door de lage waterstand van de rivier en de ongunstige wind zodat het water maar langzaam de polder instroomde. Op 12 mei kwamen kleine groepjes Nederlandse soldaten de stad binnen: kapotte kleren, vies en doodmoe. Een dag later, op Pinkstermaandag, werd het eerste contact gemaakt met de Duitse militairen, die op 14 mei 1940 begonnen met een aanval op de stad. De verdediging liet de wegen rond de stad opblazen en versperringen aanleggen maar dat kon niks uitrichten tegen de Duitse overmacht. Nog dezelfde dag veroverde het Duitse leger Willemstad.
Het 3e Nederlandse grensbataljon trok op 10 mei 1940 door Heijningen om versperringen op te richten, die in wezen niet veel om het lijf hadden. Nog dezelfde dag trok men naar het vliegveld Waalhaven in Rotterdam om te proberen dit te heroveren op Duitse parachutisten. In Fijnaart en Heiningen waren de daar achter gebleven militairen begonnen met het inunderen van de polder Sabina Henrica, wat ook hier maar zeer langzaam verliep. Op 13 mei 1940 reden de eerste Duitse pantserwagens zonder wezenlijke tegenstand te zijn tegengekomen de beide dorpen binnen.
Aan Duitse zijde kwamen bij de gevechten bij Moerdijk 17 militairen om het leven. Op 10 mei 1940 stortte ten zuiden van Zevenbergschen Hoek een Duitse bommenwerper, een Heinkel He 111, rond 6.00 uur neer na onklaar te zin geschoten door de G-1 van sergeant-vlieger H.F. Souffree van het 3e JaVA van Waalhaven. Oberfeldwebel Helmut Ganss werd daarbij gedood, de overige bemanningsleden werden krijgsgevangen gemaakt. Op 11 mei 1940 stortte circa twee kilometer ten zuiden van Zevenbergschen Hoek een Messerschmitt Bf 109 neer. Over het lot van deze piloot zijn geen gegevens bekend.
Zevenbergschen Hoek

Dit item was geplaatst door Muis.
- 12 januari 2026
- 08 - GESCHIEDENIS, WO 2 - bombardementen op nederland
- Reacties gesloten
