HANS VOGL

Hans Vogl (Eben am Achensee, 3 april 1895 – München-Stadelheim, 30 juni 1944) wird geboren in Eben am Achensee, een dorpje halverwege het traject Kufstein-Innsbruck. Het telde toen ongeveer vijfhonderd inwoners dat omstreeks 1940 iets meer dan verdubbeld was. Hij was afkomstig uit een lerarenfamilie, volgde eerst de lerarenopleiding in Bolzano en verhuisde vervolgens naar Innsbruck. In 1915 sloot hij zich aan bij de studentenvereniging Alemannia Innsbruck. Hij behaalde zijn middelbareschooldiploma in 1917 en slaagde in 1919 voor het lerarenexamen voor het basisonderwijs en in 1927 voor het voortgezet onderwijs. Hans Vogl was van 1918 tot 1936 in Erl bij Kufstein leraar aan een basisschool en gemeentesecretaris in het grensplaatsje, een kilometer of vijftien ten noorden van Kufstein. Hij was in Erl ook actief als organist en dirigent van de Passiespelen. Daarnaast studeerde hij enkele semesters wiskunde en natuurkunde in Innsbruck.

Als sociaaldemocraat werd hij in het landelijke gebied met wantrouwen en afwijzing bejegend, waardoor hij geen betere baan kon vinden. Tegelijkertijd had hij wel een steeds groter wordend gezin. Vogl bleef echter politiek actief terwijl de politiek in de dertiger jaren steeds meer werd gedomineerd door de austrofascistische beweging van Engelbert Dollfuss. Volgens de vicegouverneur van Tirol, Hans Peer (1875-1945), was Vogl echter slechts bij de Sociaal-Democratische Partij gekomen uit lichte onvrede over de economische situatie’. Hij kon daardoor in 1933 ‘een politieke ommezwaai’ maken. In het schooljaar 1936-37 werd Vogl door de schoolleiding overgeplaatst naar Jenbach, vlak bij zijn geboorteplaats. Na de annexatie van Oostenrijk in maart 1938 leek de antiklerikale Vogl zich aanvankelijk aan te passen. Vogl stond positief tegenover de Groot-Duitse ideologie. Omdat hij als betrouwbaar werd beschouwd, werd hij op 1 oktober 1938 benoemd tot rector van de middelbare school in Zell am Ziller. Hij sloot zich in juni 1938 aan bij de Nationaal-Socialistische Volkswelzijnsorganisatie (NSV), vervolgens bij de Nationaal-Socialistische Lerarenbond (NSLB), en werd per 1 januari 1940 lid van de Nazipartij (NSDAP) met het lidmaatschapsnummer 7892467.

Hij raakte echter al snel betrokken bij het verzet. In 1941 nam hij deel aan een bijeenkomst van het linkse verzet in Kufstein en steunde het ook financieel. In juni 1941 werd Hans Vogl door zijn vriend Adi Horejs uitgenodigd voor de bijeenkomst waar de Berlijnse communist Robert Uhrig zijn eerste toespraak hield in Kufstein. Vogl was aanwezig en doneerde geld ter ondersteuning van de ondergrondse activiteiten. In januari 1942 kreeg hij bezoek van Alois Graus, die hij enkele weken later bij toeval tegenkwam in een trein op weg naar Innsbruck na Graus’ arrestatie in Hopfgarten. Graus kon Vogl ertoe bewegen de leden van de Roby-groep in Kufstein te waarschuwen, wat hem ook lukte.

Hans Vogl werd op 10 april 1942, volkomen onverwacht voor zijn familie, collega’s en de lokale bevolking, door de Gestapo gearresteerd vanwege verzetsactiviteiten. Tijdens een huiszoeking vond de Gestapo een ‘uitgebreide marxistische bibliotheek’. Op 15 april 1942 werd hij uit de partij gezet en ontslagen uit zijn functie ‘wegens staatsvijandige activiteiten’, waarbij zijn salaris werd gehalveerd. Hij zat vervolgens twee jaar lang in de gevangenis of in het concentratiekamp Dachau (8 januari-23 september 1943). Hij schreef talloze brieven aan zijn vrouw Hilde, die getuigen van de afschuwelijke omstandigheden waarin hij gevangen zat. Op 13 en 14 april 1944 vond in München het hoofdproces voor de 6e Senaat van het Volksgerechtshof, plaats, waar zeven verzetsmensen uit Kufstein terecht stonden: Hans Vogl, Adele Stürzl, Walter Caldonazzi, Georg Gruber, Ernst Ortner, Thomas Salvenmoser en Franz Wurzenrainer. Ze werden alleen op 30 juni 1944 ter dood veroordeeld. Het hof gebruikte zijn partijlidmaatschap tegen hem, omdat hij als partijlid ‘zijn loyaliteit aan de Führer had verbroken en samenzwoer om een ​​dodelijke vijand van het naziregime te zijn’. Gratieverzoeken van familieleden werden allemaal afgewezen en nog dezelfde dag werden de vonnissen voltrokken. In zijn laatste geschriften vóór zijn executie op 30 juni 1944 schreef hij aan zijn vrouw en vier kinderen: ‘Ik ben niet gestorven omdat ik iemand kwaad had gedaan, maar omdat ik altijd aan de kant van de armen en hulpelozen stond, dat wil zeggen, vanwege mijn wereldbeeld. Dit hoeft voor jullie geen schande te zijn. Jullie mogen er trots op zijn. (…) De geschiedenis zal het ware oordeel vellen!‘

Hans Vogl (uiterst links) met leerlingen van de middelbare school in Zell

Voor de basisschool in Zell im Zillertal, waar tot 1972 ook de middelbare school was gevestigd waarvan hij van 1938 tot 1942 directeur was, staat een gedenkteken en Stölperstein ter herinnering aan Hans Vogl. Hij was de eerste in Tirol die zo’n Stölperstein kreeg. Op 22 juni 2024 werd een gedenksteen voor zijn vrouw Hilde Vogl toegevoegd omdat zij en hun kinderen na zijn arrestatie en executie veel ontberingen moesten doorstaan. Hilde Vogl werd niet alleen gedwongen de kosten te dragen voor de onthoofding en crematie van het lichaam van haar man, maar als weduwe van een verrader van het volk verloor ze ook alle financiële steun, terwijl ze wel drie minderjarige kinderen had om voor te zorgen. Leerlingen van de school in Zell im Zillertal verwoorden als volgt wat de geschiedenis van Hans Vogl hen leerde: ‘Het verhaal van Hans Vogl staat symbool voor moed en vastberadenheid om op te staan ​​tegen onrecht en onderdrukking, en daarom is het vandaag de dag nog steeds zo relevant. Het laat ons zien dat we niet moeten opgeven en ons niet moeten laten beïnvloeden door de meningen van anderen.’  Hans Vogl had tijdens een van zijn lessen ook de moed het volgende te zeggen tegen zijn klas met leerlingen: ‘Jullie hebben op school al geleerd om zelfstandig te denken en te handelen, dat wil zeggen, zonder speciale instructie of begeleiding. Neem nu het heft in eigen handen en ga vol vertrouwen je leven tegemoet!’

Dit item was geplaatst door Muis.