HENDRIK DIENSKE – 028

Hendrik Dienske (Schiedam, 30 juni 1907 – Beendorf, 16 februari 1945) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Als reserve-eerste-luitenant der Artillerie diende Dienske tijdens de meidagen van 1940 bij het 10e Regiment Artillerie, dat deelnam aan de strijd om Rotterdam. Nadat hij op 17 juni 1940 was gedemobiliseerd, bleef hij contact onderhouden met officieren, onderofficieren en manschappen van zijn legeronderdeel. Hij legde daarmee de basis voor zijn latere werk in het verzet. Dienske woonde me zijn gezin met zes kinderen aan de Dintelstraat in Amsterdam, vlakbij de Waalkerk waar hij ouderling was. Rond die kerk ontstaat in november 1940 een kleine verzetsgroep, die Joodse onderduikers voorziet van schuilplaatsen. Deze groep reisde stad en land af om in gereformeerde kringen de strijd tegen het nationaalsocialisme te stimuleren. Zelf herbergt hij in zijn woning ook een aantal onderduikers. Dienske koos voor zichzelf een schuiladres in de Waalstraat. Hij werd ‘de meneer uit de Waalstraat’ genoemd, bediende zich van de schuilnamen Van Bergen en De Ridder en had regelmatig contact met ‘Bolhoed’, Gerrit van der Veen.

Dienske was ook penningmeester van de Anti-Revolutionaire Partij (ARP), waar aan het begin van de oorlog voormalig minister-president Hendrik Colijn de leider was. De ARP kwam vanwege haar halsstarrige houding ten opzichte van de bezetter al snel onder druk te staan. Massameetings van de partij werden verboden, het blad Hou en Trou mocht ook niet meer verschijnen en in oktober 1940 werden een groot aantal ARP-leden gearresteerd. Enkele dagen na die arrestaties riep Colijn twaalf uitverkorenen bijeen in Pulchri Studio in Den Haag. Colijn vreesde dat het niet lang zou duren voor ook hij gevangen gezet zou worden en dat binnen niet al te lange tijd een algemeen verbod op politieke partijen zou volgen. In beide gevallen kreeg hij gelijk. Hij hield de ‘Twaalf Apostelen‘ voor dat ze een ‘schaduworganisatie’ moesten gaan vormen om na de opheffing van de ARP de achterban blijvend geestelijk te mobiliseren en weerbaar te houden. Hendrik Dienske was één van die twaalf personen.

In de loop van 1943 werd hij provinciaal leider van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (kortweg de LO genaamd) voor Noord-Holland en Amsterdam; sinds de zomer van 1943 behoorde hij tot de top van de LO. Hij woonde daardoor de vergaderingen bij van de vertegenwoordigers van de grote verzetsorganisaties en ontmoette onder meer Walraven van Hall (NSF), Gerrit van der Veen (PBC) en Wim Speelman. Hij kreeg het toezicht op de verspreiding van distributiebenodigdheden voor achttienduizend personen en stond in verbinding met de Groep-2000.

Op donderdag 20 april 1944 werd hij door toedoen van een verraadster die voor de SD werkte gearresteerd en overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans, waar hij tot eind juli 1944 zal blijven. Via kamp Amersfoort kwam hij terecht in het concentratiekamp Vught. Bij de evacuatie van dit kamp op 5 september 1944 werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Sachsenhausen. Op 16 oktober 1944 werd hij opnieuw op transport gezet, ditmaal naar het concentratiekamp Neuengamme. Hij werd daar te werk gesteld in het Arbeitslager Beendorff, in de omgeving van Helmstedt, waar hij op 16 februari 1945 overleed. Hendrik Dienske werd begraven in kerkhof van het dorpje Beendorff. Na de oorlog werd in de Uiterwaardenstraat te Amsterdam de Hendrik Dienskeschool naar hem vernoemd. Bij Koninklijk Besluit van 7 mei 1946 kreeg hij postuum het Verzetskruis toegekend. De Amerikaanse regering onderscheidde hem op 7 mei 1953 te Amsterdam met de Medal of Freedom with Bronze Pal. Dat was een hoge onderscheiding die op 6 juli 1945 werd ingesteld om personen te onderscheiden die geen deel uitmaakten van het Amerikaanse leger en ná 6 december 1941 (de startdatum van deelname door de Verenigde Staten aan de Tweede Wereldoorlog) een daad van verdienste hadden verricht waardoor de Verenigde Staten of hun bondgenoten geholpen werden in de oorlog tegen een gewapende vijand. De onderscheiding werd slechts uitgereikt indien andere mogelijke militaire onderscheidingen niet van toepassing waren.  Verschillende Nederlandse en Belgische verzetsstrijders uit de Tweede Wereldoorlog zijn op deze manier gedecoreerd. Op 2 februari 1971 werd Dienske door Yad Vashem de titel ‘Rechtvaardige onder de Volkeren’ verleend, de eretitel waarmee Israël niet-Joden eert die tijdens de Holocaust Joden hebben helpen onderduiken, ontkomen en overleven.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: