19 MEI – JAN BONEKAMP

Jan Bonekamp (Velsen, 19 mei 1914 – Amsterdam, 21 juni 1944) was een Nederlands communist en verzetsman tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij het uitbreken van de oorlog was Bonekamp werkzaam als chauffeur bij de Hoogovens en lid van de Centrale Bond van Transportarbeiders. Hij is ook kaderlid van de Communistische Partij van Nederland. Op 15 september 1938 trouwde hij met Trien van den Brink. Op 30 april 1940 wordt een dochter geboren. In april-mei 1943 breken stakingen uit tegen een oproep voor Nederlandse militairen om in krijgsgevangenschap te gaan en uit algemene onvrede met de Duitse bezetting. Ook bij de papierfabriek Van Gelder en bij de Hoogovens in Velsen wordt gestaakt. Jan Bonekamp speelde een rol in de staking bij de Hoogovens, aanvankelijk met het verspreiden van illegale kranten en stakingsoproepen. Na de staking werd hij samen met tal van anderen opgepakt en verhoord. Omdat de Duitsers dachten de verkeerde Bonekamp in bewaring te hebben, werd hij vrijgelaten. Hij liep toen terug naar huis gelopen en verstopte zich daar onder de vloer, maar beslot vervolgens elders onder te duiken. Hij besluit bij het gewapend verzet aan te sluiten.

Hij krijgt na enige tijd van verzetsman Jan Brasser (1908-1991) de opdracht de politieman Willem Ragut te liquideren. Ragut (1897-1944) was van 1924 tot 1941 hoofd van de politie van Beverwijk. Samen met zijn vrouw was hij actief in het sociale en culturele leven van die plaats, maar hij werd gedwongen Beverwijk te verlaten omdat hij in beslag genomen kaas achterover had gedrukt. Hij werd vervolgens benoemd tot plaatsvervangend leider van de dienst die het bezit van gedeporteerde joden moest inventariseren en beheren. Na promotie werd hij politiechef in Zaandam. Op 4 december 1943 raakte Ragut verwikkeld in een vuurgevecht met een SS’ers Willem Polak en Henk Slot. Die hadden als onderdeel van de Aktion Silbertanne een aanslag gepleegd op twee personen. Ragut was die dag vrij en wist niet dat Polak en Slot medestanders van hem waren. Ragut was namelijk lid van de NSB en werkte voor de Sicherheitsdienst. Hij had mazel, de op hem afgevuurde kogel ketste af op zijn broekrits. Ragut  was gehaat in zijn omgeving, want hij was hij verantwoordelijk voor de arrestatie van verschillende verzetsmensen. De Raad van Verzet in Zaandam besloot daarom dat Ragut geëlimineerd moest worden. Twee eerdere pogingen hem te doden waren mislukt. Hannie Schaft en Jan Bonekamp kregen de opdracht. Ragut was echter een gewaarschuwd man; hij hield rekening met een aanslag op zijn leven en droeg altijd twee pistolen bij zich. Kleine Jan, zoals Bonekamp wordt genoemd, wist dat er voorzichtig moest worden gehandeld en bereidde de aanslag zorgvuldig voor. Tijd en plaats kwamen na nauwkeurig speurwerk vast te staan. Op 21 juni 1944 vertrokken Schaft en Bonekamp vroeg van het huis. Aan de Zaandamse Westzijde, vlak voor de Kamer van Koophandel, wachtten ze Ragut op. Hannie schoot als eerste en fietste snel weg. Via Assendelft bereikte ze veilig hun gezamenlijke onderduikadres in Limmen. Ragut viel van zijn fiets en lag op straat. Er vloog net een formatie bommenwerpers over zodat de meeste mensen dachten dat Ragut door de bommenwerpers was geraakt. Jan kwam dichterbij om het genadeschot te geven, maar Ragut schoot op hetzelfde moment. Hij wist met zijn revolver Jan Bonekamp in de buik te treffen. Bonekamp schoot vervolgens zijn wapen op Ragut leeg. Hij strompelde bloedend weg van de aanslagplek en belde aan bij het huis van twee oude dames. Eén vrouw riep een politieagent die razendsnel Jans revolver wegmoffelde. Bonekamp werd vervolgens naar de eerste-hulppost op het politiebureau gebracht. Een collaborerende politieman waarschuwde de Sicherheitsdienst. Bonekamp kon zich niet meer verweren, werd gearresteerd en overgebracht naar het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Hannie Schaft en Truus Oversteegen hebben nog gezien hoe de zwaar bewaakte Bonekamp op een brancard naar binnen werd gedragen.

De Duitsers spoten Jan vol met een stimulerende stof die hem aan het praten moest krijgen. Jan zei niet veel en mompelde nauwelijks hoorbaar een paar woorden. Uiteindelijk noemde hij het adres van zijn vrouw in IJmuiden en waarschijnlijk ook dat van Cor Koelman, een RVV’er die vaak met Hannie samenwerkte. Niet duidelijk is er wat er vlak voordat Jan stierf gebeurde. Volgens Ton Kors boog Emil Rühl van de Sicherheitspolizie zich, toen men niets meer loskreeg, over hem heen en zei dat hij een vriend was. ‘Kan ik nog wat voor je doen?’ vroeg hij. Jan noemde de naam van Hannie Schaft en haar adres in de Van Dortstraat. Volgens het boek van Truus Oversteegen heeft een zogenaamde verzetsverpleegster Jan Bonekamp toegefluisterd dat, als er nog wat te waarschuwen viel, zij het wel wilde doen. Jan zou toen Hannies adres genoemd hebben. Bonekamp overleed niet veel later aan zijn verwondingen. In zijn portefeuille droeg hij een foto van Hannie Schaft bij zich, die de Duitsers van pas kwam toen zij haar negen maanden later arresteerden. De ploeg die klaarstond om Bonekamp uit het lazaret te halen hoefde niet meer in actie te komen. De Sicherheitspolizei deed een week later een inval in de Van Dortstraat.

‘De dood van Bonekamp heeft mij erg geschokt,’ herinnerde Jan Brasser zich, ‘maar je kon er niet lang bij stil blijven staan, daar was gewoon geen tijd voor, er was nog zoveel te doen. Het is heel wat keren gebeurd dat ik en Jan Bonekamp met anderen samen in aktie waren (…) Hij was een enorme verzetsstrijder, eentje van het harde en betrouwbare soort waar ik erg graag mee heb samengewerkt.’ Hannie Schaft (1920-1945) schreef na zijn dood over hem aan een ondergedoken vriendin: ‘Denk niets lafs van mijn vriend, hij heeft zich prachtig gedragen. Het was te wensen dat er meer van zulke mensen waren en overbleven. Hij was een van de fijnste kerels die ik ooit heb ontmoet. Onthou dit, het is heel belangrijk.’

Een week na de bevrijding, op zaterdag 12 mei 1945, werd in de tuin van de Kamer van Koophandel, vlakbij de plaats van de aanslag op Ragut, een monument voor Bonekamp onthuld. Op die plaats werd in 1980 door oud-verzetsstrijders een herinneringsmonument voor Bonekamp en Schaft onthuld. In Zaandam en IJmuiden werden straten naar hem vernoemd. Zijn naam staat ook geschreven op het Hoogovenmonument voor de omgekomen burgerslachtoffers bij de staalfabriek in IJmuiden. Verder komt hij uiteraard voor in het boek Het meisje met het rode haar van Theun de Vries en als Cor Takes in De aanslag van Harry Mulisch. Jan Bonekamp werd na zijn dood in het geheim, onder de initialen ‘BJL’, gecremeerd op crematorium Westerveld in Driehuis. Pas na de oorlog kwam de asbus in handen van de familie. Jan Bonekamp werd op 2 juni 1945 bijgezet in het familiegraf op de Westerbegraafplaats in IJmuiden. Vriend en verzetskameraad Henk Pools uit Beverwijk droeg de asbus van Jan naar zijn laatste rustplaats, begeleid door familie, vrienden en verzetskameraden. Oud-verzetsstrijders deden in 1980 tevergeefs een poging zijn graf, met instemming van de familie, te verplaatsen naar de Eerebegraafplaats te Bloemendaal, maar de stichting die daarover beslist had in 1960 en 1975 had besloten deze begraafplaats te sluiten. Het graf van Bonekamp op de Westerbegraafplaats werd vervolgens vergeten en pas in 2004 weer ‘herontdekt’ door de schrijfster Conny Braam, die over hem had geschreven in haar roman Het schandaal. Op initiatief van Braam werd door de familie een nieuwe grafsteen onthuld op het familiegraf. Sindsdien organiseert het Jan Bonekamp Herdenkingscomité ieder jaar op 4 mei een herdenking met spreker aan het graf.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: