HET BERUCHTE VIJFTAL VAN FRIESLAND 2

Vanaf het Burmaniahuis dat gedurende de Tweede Wereldoorlog het hoofdkantoor was van de SD-Aussenstelle Leeuwarden terroriseerden een ‘beruchte viertal’ de provincie Friesland: Lucas Bunt, Abraham Kaper, Fransoos Lammers, Jan Meekhof en Zacharius Sleijffer.

Lucas Bunt (Nijehaske, 17 april 1907 – Heerenveen, 21 april 1981) was een Nederlandse NSB’er en SS’er Hij was horecaondernemer en exploitant van het Friesch Koffiehuis in et pand zou later in Leeuwarden vaak ‘de rotte kies van Leeuwarden’ worden genoemd, niet vanwege het feit dat Lucas Bunt er ooit eigenaar en exploitant was, maar omdat de vervallen pandjes van het koffiehuis tot frustratie van de gemeente en omwonenden al vanaf eind negentiger jaren leeg stonden en steeds meer in verval raakten. In 2017 werd de hele boel eindelijk gesloopt en werd voor 1,2 miljoen euro een gloednieuw nieuw horeca-etablissement gebouwd. In zijn boek In dienst van de nazi’s merkt Paul van de Water op dat vaak ten onrechte wordt beweerd dat de meeste collaborateurs vooral laagopgeleide mensen waren in sociaal povere omstandigheden. Lucas Bunt was echter bepaald niet armlastig. Verder stond hij voor de oorlog bekend als een vrijmetselaar, apolitiek, Oranjegezind en anti-Duits. Van de Water: ‘Je zou niet verwachten dat hij ging werken voor en met de bezetter en dat hij gewelddadig werd. Dat is toch gebeurd. Tijdens de inval is zijn broer gesneuveld. In hedendaagse verklaringsmodellen voor extremisme wordt zo’n traumatische gebeurtenis als cruciaal gezien voor een omslag.’ Hij voegt eraan toe in zijn boek een meer­dimensionale benadering te volgen en te onderzoeken welke psychologische, sociologische en maatschappelijke factoren van invloed zijn op de ontwikkeling naar radicaal en extremistisch en hoe die factoren elkaar versterken.

Lucas Bunt was op 29 augustus op 24-jarige leeftijd getrouwd met Sjoukje Wisman. Het echtpaar kreeg drie kinderen. In 1944 werd Bunt lid van de Landwacht, de paramilitaire organisatie die op 12 november 1943 door de Duitsers werd opgericht. Kees van Geelkerken, de tweede man binnen de NSB, werd door Seyss-Inquart benoemd tot Inspecteur-Generaal van de Landwacht. Na Dolle Dinsdag (september 1944) werd SS-politieschef Hanns Albin Rauter de bevelvoerder en na de op Rauter (maart 1945) nam de SD’er Eberhard Schöngarth het bevel over. De Landwacht bestond voornamelijk uit fanatieke NSB’ers die met jachtgeweren waren uitgerust, reden voor de Nederlandse bevolking voor hen de scheldnaam ‘Jan-Hagel’ te bedenken. De Landmacht werd al snel zeer gevreesd en gehaat vanwege hun vele arrestaties en executies. De leden droegen de zwarte NSB-partijkleding: zwarte overhemden, zwarte pantalon of rijbroek, zwarte leren motor- of rijlaarzen, zwart lederen koppelriem met bijbehorende draagriem. Al naargelang de weersomstandigheden kon een zwarte tuniek en/of zwarte overjas worden gedragen. Bunt was gevreesd als lid van deze Landwacht, die nauw samenwerkte met de SD Leeuwarden. Hij overleed in 1981 op 74-jarige leeftijd.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: