GERARD BOSCH VAN DRAKESTEIN (24 juli 1887)
Jonkheer Gérard Dagobert Henri “Gerard” Bosch van Drakestein (Mechelen, 24 juli 1887 – Den Haag, 20 maart 1972) reed in zijn jeugdjaren om zijn adellijke familie niet in verlegenheid te brengen vaak onder een schuilnaam mee. ‘Ulysses’ of ‘Bismarck’ bijvoorbeeld, wat toch weer een duidelijke aanwijzing was dat het iemand was die toch een beetje anders was van wat er verder in het peloton rondreed. De wedstrijdsport was iets oor het gewone volk, niet voor de mannen uit de hogere klasse. Hij reed weliswaar me, maar zou toch altijd het ideaal van zijn klasse trouw blijven dat sport niet was bedoeld om geld mee te verdienen. Hij bleef dus amateur. In augustus 1914 maakte hij een zeer grote kans om in Kopenhagen de wereldtitel sprint bij de amateurs te veroveren, maar omdat op 1 augustus de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd het toernooi afgebroken. In de periode rond deze oorlog was Bosch van Drakestein zeer sterk. Hij won in die periode zeventien Nederlandse titels.
In 1908 nam hij voor de eerste keer deel aan de Olympische Spelen, die dat jaar in Londen werden gehouden. Op 17 juli maakte hij deel uit van de team ploegenachtervolging op de baan in het White City Stadium, waar hij met teamgenoten Anton Gerrits, Johannes Jacobus van Spengen en Dorus Nijland bij de wedstrijd over 1.810 meter de vierde plaats veroverde. Een dag later stond hij aan de start voor de baanwedstrijd over 5 kilometer en finishte hij als zevende. Teamgenoot Van Spengen eindigde toen als zesde. Pas in 1924 kon hij voor de tweede keer deelnemen aan de Olympische Spelen. Op 27 juli won hij op de vijfhonderd meter lange baan van de Vélodrome Municipal de Vincennes samen met ploeggenoot Maurice Peeters de bronzen medaille bij de tandemwedstrijd over twee kilometer. Deze Peeters ging pas op 31-jarige leeftijd wedstrijden rijden, behaalde pas toen hij al 36 was zijn eerste nationale titel, werd in 1920 op 38-jarige leeftijd in Antwerpen zowel Olympisch kampioen als wereldkampioen sprint en was al 42 jaar toen hij samen met Bosch van Drakestein op de tandem derde werd. Dat had een gouden medaille moeten zijn, maar Peeters maakte tijdens de wedstrijd een vreselijke stuurfout. Vlak voorde finish stuurde Peeters onverwachts omhoog, waardoor de Fransen en Denen in dit gaatje konden duiken en de gouden en zilveren medaille wegkapen. Later bleek dat hij voor de wedstrijd rijkelijk aan de cognac, men zegt een volledige fles, had gezeten om zijn zenuwen in bedwang te houden. Bij de Olympische Spelen 1928 in Amsterdam was Bosch van Drakestein voor de derde keer deelnemer en ditmaal won hij op 5 augustus 1928 de zilveren medaille bij de sprintwedstrijd over 1 kilometer en de zilveren medaille in de ploegenachtervolging over vier kilometer. Met mederenners Jan Maas, Jan Pijnenburg en Piet van der Horst had Nederland een ijzersterk team, maar in de finale lag Bosch van Drakestein met griep op bed en moest worden vervangen door Janus Braspennincx. De finale werd nu met het geringe verschil van vijftien meter van de Italianen verloren.
Bosch van Drakestein was verder actief als uitgever, uitvinder, sportjournalist en bestuurder. Hij geldt als de uitvinder van het witte achterspatbord, een vondst die nog steeds een gewaardeerd deel is van het dagelijks leven van elke fietser. Als automobilist viel hem op dat wielrijders in het donker nauwelijks zichtbaar waren en dus een grote kans hadden aangereden te worden door een auto. ‘Reed men in een auto in het donker op onze roetzwarte, al het autolicht absorbeerende wegdekken, dan was het onmogelijk om de doorgaans donker gekleede wielrijders daarop tijdig te onderscheiden. Na elken nachtelijken rit dankte de automobilist den hemel, wanneer hij geen enkelen wielrijder had doodgereden. En de wielrijders die hadden er voor het overgroote meerderheid geen flauw vermoeden van, hoe zij in doorloopend ernstig doodsgevaar hadden verkeerd. Eens zag ik in het schijnsel van mijn koplampen twee lichtgekleurde voorwerpen gestadig heen en weer gaan. Het bleken een paar vrouwebenen te zijn die in lichtkleurige kousen waren gestoken.” Hij bedacht dat wit de best zichtbare kleur in het donker was en begin te experimenteren met een wit spatbord. In 1935 publiceerde hij in De Telegraaf een artikel om zijn Witte Startje, zoals hij het noemde, te promoten en sloot af met de aanbeveling: ‘Aarzel niet, neem den witkwast ter hand.’ Op 7 oktober 1935 werd het witte spatbord in Nederland verplicht. Al enkele jaren keek hij wat teleurgesteld terug: ‘Ik heb tot het moment, waarop al die witte spatborden loskwamen, niet kunnen vermoeden, dat er zóóveel kleuren zouden zijn, die wit worden genoemd. Vuilwit, oranjewit, saffraanwit, geelwit, blauwwit, grijswit, roestwit, enfin, vul maar alle bestaande kleuren vóór het woordje wit in en ge zult spatborden ontdekken, die er werkelijk zoo uitzien. En dat is toch zeker niet de bedoeling geweest.’ Omdat hij geen octrooi voor zijn uitvinding aanvroeg, heeft hij er nooit een cent aan verdiend.
Tussen 1898 en 1928 werd de wielersport in Nederland gehouden onder auspiciën van de Nederlandsche Wielerbond (NWB). Deze bond was indertijd opgericht omdat de ANWB zich niet meer wilde bezighouden met wielersport. Ze hanteerde het motto ‘Doortrappen en recht vooruit kijken’. In 1928 ging de bond op in de nieuw opgerichte Koninklijke Nederlandsche Wielren Unie (KNWU), waarvan Bosch van Drakestein en zijn vriend Barend Swaab de Beer de belangrijkste oprichters waren.
Vanaf midden jaren dertig kreeg Bosch van Drakestein steeds meer belangstelling voor de fascistische politiek en werd zijn voormalige Joodse vriend Barend Swaab de Beer een grote vijand. In 1939 flirtte hij steeds meer met de Nationaal-Socialistische Bond (NSB) van Anton Mussert en correspondeerde hij met het fel antisemitische tijdschrift De Misthoorn, dat een imitatie wilde zijn van het rabiate Duitse scheldblad Der Stürmer. De Misthoorn is waarschijnlijk het meest virulente antisemitische scheldperiodiek dat ooit in Nederland verscheen. Swaab de Beer wist aan de nazi’s te ontkomen door naar Zwitserland uit te wijken. Na de oorlog werd tegen Bosch van Drakestein een onderzoek ingesteld vanwege zijn optreden tegen Swaab de Beer, maar dat zou niet tot verdere vervolging leidde.
