KIRKPATRICK MACMILLAN, THOMAS MCGALL AND GAVIN DALZELL

1-Kirkpatrick MacmillanDe geschiedenis van de fiets en het wielrennen – 6

In 1839 volgde in de ontwikkeling van de fiets een volgende stap, toen de Schotse smid Kirkpatrick Macmillan (Keir, Dumfries and Galloway, 2 september 1812 – Keir, 26 januari 1878) het eerste mechanisch aangedreven tweewielige voertuig bouwde. Hij wordt algemeen gezien als de uitvinder van de trapfiets ofwel een door pedalen aangedreven fiets. Hij vond echter niet de moderne fietspedalen uit, maar paste het sinds de Middeleeuwen bekende pedaal aan de draisine aan. Kirkpatrick Macmillan bouwde een houten fiets met pedaalaandrijving, inclusief houten wielen met ijzeren velgen, een bestuurbaar wiel vooraan en een groter wiel achteraan dat via drijfstangen met de pedalen was verbonden.

Als jonge man had hij verschillende banen, voordat hij in 1824 ging werken bij zijn vader die een smidse had. Rond die tijd zag hij een loopfiets over een nabijgelegen weg rijden en besloot er eentje voor zichzelf te maken. Na voltooiing realiseerde hij dat het een radicale verbetering zou zijn als hij  kon voortbewegen zonder steeds zijn voeten op de grond te moeten zetten. In 1839 voltooide hij in zijn smederij zijn nieuwe machine. Deze eerste trapfiets werd voortbewogen door een horizontale heen en weer gaande beweging van de voeten van de berijder op de pedalen. Deze beweging werd via drijfstangen overgebracht op de krukken op het achterwiel. De machine was extreem zwaar en de fysieke inspanning die nodig was om erop te rijden moet aanzienlijk zijn geweest. Desalniettemin beheerste Macmillan snel de kunst om op de ruige landwegen te kunnen rijden en was hij er al snel aan gewend om de veertien mijl lange reis naar Dumfries in minder dan een uur te maken. Zijn volgende wapenfeit was om in juni 1842 de 68 mijl naar Glasgow te rijden. De reis kostte hem twee dagen en hij kreeg een boete van vijf shilling omdat hij een klein meisje dat zijn pad kruiste licht verwondde. Een krant in Glasgow berichtte in 1842 over een ongeval waarbij een anonieme ‘heer uit Dumfriesshire … op een vélocipède … van ingenieus ontwerp’ een voetganger in de Gorbals omverreed en daarvoor een 7 - Kirkpatrick Macmillanboete van vijf Britse shilling kreeg. Macmillan wordt als die heer beschouwd.

Macmillan heeft nooit overwogen zijn uitvinding te patenteren of er geld mee te verdienen. Anderen zagen wel het potentieel ervan en boden eigen gemaakte trapfietsen te koop aan. Gavin Dalzell uit Lesmahagow kopieerde zijn machine in 1846 en gaf de details aan zoveel mensen door dat hij meer dan vijftig jaar algemeen werd beschouwd als de uitvinder van de trapfiets. Macmillan maakte zich niet druk over de ophef die zijn uitvinding had veroorzaakt en gaf er de voorkeur aan te genieten van het rustige plattelandsleven waaraan hij gewend was. Hij stierf op 26 januari 1878. In 1939 werd op de familiesmidse in Courthill een plaquette aangebracht met de tekst: ‘Hij bouwde beter dan hij wist.’ Macmillan woonde echter in Glasgow en werkte in de periode rond 1840 dat hij  zijn fiets ontwikkelde niet in Courthill, maar werkte hij in de relevante periode rond 1840 bij de Vulcan Foundry.

4 - Macmillan VelocipedeDeze Johnston-doctrine van de slimme, bescheiden en ijverige handelaar, die bereikte wat anderen pas tientallen jaren later zouden doen, sprak tot de publieke verbeelding, vooral in Schotland. Tot begin twintigste eeuw werd het verhaal over Kirkpatrick Macmillan door historici algemeen geaccepteerd. Sceptici merken echter op dat er geen sluitende bewijzen zijn. Sommige historici die de uitvinding van de pedaalaangedreven fiets hebben bestudeerd, stellen dat Macmillan niet de eerste uitvinder was omdat er geen hedendaags gedocumenteerd bewijs is dat een pedaal-crank-ontwerp werd toegepast op een tweewielig voertuig. Ook werd in brieven van klanten in Schotland aan het bedrijf Michaux in 1868 nooit melding gemaakt van het Macmillan-ontwerp en steeds opgemerkt dat alle door mensen aangedreven voertuigen driewielers en 3 - McCall1869vierwielers zijn, geen pedaalaangedreven voertuigen. Ze beweren ook dat het ontwerp van Macmillan, zoals dat later voor een ver familielid werd gepresenteerd, in werkelijkheid een compositie was van twee vélocipèdes uit 1869 van Thomas McCall. Ook de identificatie van Macmillan als maker van de verkeersovertreding in Glasgow wordt betwijfeld.

Van boven naar beneden: de fiets van Macmillan, McGall met zijn fiets, de twee tekeningen van McGall van zijn fiets en die van Macmillan en de fiets van Dalzell.

Thomas McCall (1834-1904), een Schotse wagenmaker. Die kwam op twintigjarige leeftijd vanuit zijn geboorteplaats Penpont naar Kilmarnock, waar hij tot zijn dood woonde. Hij bouwde in 1869 twee versies van een tweewielige vélocipède met hendels en stangen met een slinger op het achterwiel. Ze waren gemaakt naar het voorbeeld van de Franse vélocipèdes uit het midden van de jaren 1860, fietsen 5 - Mccallvelosmet pedaalkrukken op het voorwiel. In die periode waren minstens zeven anderen ook aan het werken met dit achterwielidee. In de jaren 1880 startte de rijke graanhandelaar James Johnson ten gunste van zijn oom Kirkpatrick Macmillan een campagne om zijn oom het eerste ontwerp van ‘een echte fiets’ toe te schrijven. Johnson schreef de door McCall gemaakte ontwerpen toe aan Macmillan, zonder daar echte bewijzen bij te leveren en antidateerde ze op 1839. Sceptici beweren dat McCall een imperfecte replica van zijn fietsen bouwde om als die een origineel exemplaar van Macmillan te presenteren op de Stanley Show in 1896. De opdracht daartoe zou afkomstig zijn geweest van James Johnson. De vermeende replica bevindt zich nu in Dumfries Observatory.

Daar staat echter tegenover dat Gavin Dalzell van Lesmahagow in 1846 de Macmillan-machine had gekopieerd en de details aan velen had doorgegeven. Er is echter geen enkele melding dat deze Gavin Dalzell ooit aanspraak heeft gemaakt op het uitvinden van de machine. Er wordt aangenomen dat hij het potentieel van het ontwerp zag voor zijn plaatselijke draperiebedrijf en aan de hand van het ontwerp een eigen fiets fabriceerde om zijn waren makkelijker binnen zijn woonomgeving naar klanten te kunnen brengen. Een replica van een Gavin Dalzell-fiets bevindt zich in het Riverside Museum in Glasgow.

Tot in de eerste helft van de twintigste eeuw werd in Groot-Brittannië als een vaststaand feit aangenomen dat de eT.1958.1.a_01erste echte fiets, dus met stuur en pedalen, een Schotse uitvinding was. Strijdpunt is dan wel of het nu Kirkpatrick Macmillan, Gavin Dalzell of Thomas McCall was geweest. Van Macmillan, een bescheiden man die geen roem en fortuin zocht, kan de claim niet worden onderbouwd met documenten. De fietsjournalist Dave Moulton concludeerde: ‘Desondanks zal zijn naam een plaats in de geschiedenis blijven innemen, samen met de andere namen die verband houden met de bouw van dit type machine; degenen die ik hier heb genoemd, zoals Gavin Dalzell en Thomas McCall. Terecht, want deze mannen waren stuk voor stuk pioniers op het gebied van fietsenbouw’.

Anderen wezen erop dat moet worden bedacht dat ook ontwerpen voor achterwiel aangedreven vélocipèdes ook werden gepatenteerd door de Amerikanen John Smith, Benjamin Lawson, Thomas Morse en Charles Dayton, door de Brit J. Cox en de Fransen Alphonse Barberon en Joseph Meunier. En in Duitsland waren Heinrich Mylius en Philipp Moritz Fischer op dit terrein actief. Kortom, er is steeds meer twijfel op de Schotse aanspraken op het uitvinden van de fiets.

Dit item was geplaatst door Muis.