ODALISKEN – 35

Guillaume Seignac (Rennes, 1870 – Parijs, 1924) studeerde van 1889 tot 1895 in Parijs aan de Académie Julian, waar hij les kreeg van onder meer de portretschilder en oriëntalist Gabriel Ferrier, de genreschilder Tony Robert-Fleury en vooral van William Bouguereau, die wordt beschouwd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Franse academische kunst. Bouguereau haalde zijn inspiratie vooral uit de Griekse mythologie, dus schilderde veel allegorische onderwerpen en idyllische landelijke voorstellingen. Hij had veel succes met zijn naakten, maar kreeg vanwege die werken ook veel kritiek. Guillaume Seignac liet zich bij zijn werken sterk beïnvloeden door de Engelse kunstschilder Albert Moore en de van oorsprong Nederlandse kunstschilder Lourens Alma Tadema ((Dronrijp, 1836 – Wiesbaden, 1912), die beroemd werd door zijn historische afbeeldingen van luxe en decadentie in het Romeinse Rijk, met smachtende figuren in prachtige marmeren interieurs, afgebeeld tegen een achtergrond van een blauwe Middellandse Zee of een azuurblauwe hemel. Seignac had dezelfde formidabele technische vaardigheid, die het best tot uitdrukking kwam in zijn weergave van gewaden en doorschijnende gordijnen. Of het nu een bescheiden vrouw was, van top tot teen gehuld in een kledingstuk in Griekse stijl, of een semi-naakte nimf die alleen in transparante stof is gekleed, Seignac gebruikt gordijnen om het lichaam onder de stof te onthullen.

Guillaume Seignac was niet alleen geschoold in de academische stijl van de Ecole des Beaux-arts, maar omarmde ook de klassieke leerstof van de renaissance. In het bijzonder specialiseerde hij zich in allegorische onderwerpen en mythologische figuren uit de oudheid. Geïdealiseerde vrouwelijke naakten gebaseerd op Griekse en Romeinse prototypes waren een eeuwige favoriet. Vaak tonen zijn schilderijen een allegorische vrouwenfiguur die een abstract concept belichaamt zoals ‘meditatie’ of ‘mijmering’, meestal in een omgeving met een weelderig landschap ingericht met Griekse urnen, oude Romeinse fonteinen of Pompeiaanse banken. Seignac schilderde zijn portretten van mooie vrouwen vaak in contrapposto-poses. Dat is een houding van een geschilderd of gebeeldhouwd figuur waarbij het rechterbeen het volle gewicht draagt en het linkerbeen ontspannen is. De daardoor ontstane scheve houding (de rechterheup is immers hoger dan de linker) wordt in evenwicht gebracht door de schouders en armen doordat de linkerschouder hoger is dan de rechter). De ontspanning van het linkerbeen keert terug in de rechterarm. Daartegenover staan een gespannen rechterbeen en linkerarm. Met deze methode kon Seignac het proportionele ideaal van de westerse schoonheid goed tot uiting laten komen, maar tegelijkertijd door de eenzame, levendige figuur een dynamische compositie creëren. De figuur leek haast in beweging te zijn.

035 - Guillaume Seignac - Odaliske mit einem Fächer

Dit item was geplaatst door Muis.