HET FASCINERENDE WONDERMIDDEL RADIUM, deel 1
Radium is een chemisch element, waarvan alle isotopen radioactief zijn; de meest stabiele isotoop is radium-226 met een halfwaardetijd van 1.600 jaar. Wanneer radium vervalt, zendt het als bijproduct ioniserende straling uit die fluorescerende chemicaliën kan opwekken en radioluminescentie kan veroorzaken. Radium werd in 1898 ontdekt door Pierre Curie en Marie Curie toen ze bij het onderzoeken van het mineraal uraniniet na het verwijderen van het uranium uit het mineraal, bemerkte dat het residu nog steeds radioactief was. In 1910 werd radium voor het eerst geïsoleerd in zijn metaalachtige toestand door Marie Curie en André-Louis Debierne door de elektrolyse van radiumchloride. Nadat wetenschappers in Europa in vroege experimenten met succes kankercellen hadden gedood met radium, steeg de vraag naar het element enorm. Zieke patiënten over de hele wereld eisten behandeling met ‘het wonderbaarlijke radium’. Terwijl sommige artsen serieus experimenteerden met een radiumgeneesmiddel voor ziekten als kanker, tuberculose en lupus, werd hun werk overschaduwd door gewetenloze zakenlieden en kwakzalvers die radiumgeneeswijzen voor bijna elke kwaal op de markt brachten. Radium fascineerde de wereld met zijn radioactieve en lichtgevende eigenschappen. Omdat er geen inzicht was in de nadelige gevolgen van stralingsvergiftiging, werd radium een modieuze trend, een medisch wondermiddel en een industrieel wonder. Kranten stelden zich toekomstige steden voor die verlicht zouden worden door radiumlampen, restaurants die glow-in-the-dark radiumcocktails en snoep zouden serveren, radiumkunstmest die de opbrengst van boerderijen zou verbeteren en artsen die radium gingen gebruiken om kanker voor altijd te genezen. De zakenlieden en kwakzalvers maakten echter op agressieve wijze reclame met hun radium-producten en verkochten met enorm succes radiumcrèmes, dranken, zouten en zetpillen die beweerden acne, bloedarmoede, artritis, astma, kaalheid, moedervlekken, blindheid, constipatie, diabetes, struma, verharde slagaders, hoofdpijn, impotentie, krankzinnigheid, rachitis, tandbederf en wratten te genezen. In dit en volgende delen enkele ‘fraaie’ producten uit de ‘Radium-dagen’, die grotendeels duurde van omstreeks 1904 tot 1927.
1
– De Radiumdans van Loie Fuller
Loie Fuller was een Amerikaanse actrice en danseres die vooral bekend staat om haar pionierswerk op het gebied van theatrale lichttechnieken. Ze werd minstens twee keer door Toulouse-Lautrec op magistrale wijze getekend. De danseres van onder meer de Folies Bergère was geïnspireerd door berichten over een fenomeen dat Pierre en Marie Curie in hun laboratorium hadden gezien, namelijk dat radiumchloride er overdag uitzag als gewoon zout, maar in het donker gloeide. In 1902 schreef ze het echtpaar aan om hun hulp te vragen bij het maken van een kostuum voor haar nieuwe dans met ‘vlindervleugels van radium’. Loïe wilde graag radiumzouten verwerken in de stof van haar jurk, maar had advies nodig over de beste manier om dat te doen. De Curies waarschuwden haar voor de potentiële gevaren van dit soort experimenten, probeerden haar te ontmoedigden en drongen erop aan andere, minder gevaarlijke materialen te gebruiken om de gewenste speciale effecten te creëren. Pierre Curie hielp Fuller zelfs met het opzetten van een laboratorium in Parijs voor haar experimenten met andere stoffen. Met succes blijkbaar want in haar dagboeken liet ze weten goed doordrongen te zijn van de werking van radium en de effecten van radioactiviteit. In 1911 verklaarde ze in een interview met de New York Times dat dat ze radium te problematisch vond om in haar kostuums te gebruiken en dat ze een andere stof had gevonden om haar kostuums in het donker te laten gloeien. Er is nooit achterhaald welke andere stof en het is te betreuren dat ze overal wel de indruk gaf dat radium een veilig middel w
as om te gebruiken voor allerlei doeleinden.
Loïe Fuller debuteerde uiteindelijk begin 1904 met wat zij de Radium Dance noemde en voerde deze met haar dansgroep met groot succes uit in Parijs, Londen en de Verenigde Staten. Haar poëtische regie-aantekeningen lieten zien welk effect ze probeerden te bereiken: ‘De Radium is een zacht-vreemd licht. Het is als de maan, het werpt geen stralen, het is niet briljant en het moet in absolute duisternis worden gezien. Het is een nieuw onbekend licht en er mag niet naar gekeken worden of beoordeeld door een helder licht en het moet van heel dichtbij gezien worden.’ Een van haar optredens in Londen werd op gedenkwaardige wijze beschreven door een journalist die een eigen kijk op het spektakel had: ‘Door een spleet in het gordijn tegenover ons is een groene gloed te zien. Plotseling komt er een verschijning in zicht. Het is een vage vorm, die zich alleen onderscheidt door de honderden kleine glimwormpjes die hij op zijn vloeiende gewaad lijkt te dragen. Het weefsel van fonkelende sterren zweeft rond, cirkelt, veegt over de vloer of zweeft omhoog totdat het is gevormd tot een soort grote lichtgevende vaas. Het gezicht van de danseres wordt nooit gezien, haar vorm wordt vaag voorspeld wanneer ze wordt omlijnd door de gloeiende lichten. De verschijning verdwijnt en wordt gevolgd door nog een vreemdere verschijning. Boven een volkomen onzichtbaar hoofd, waarvan je alleen maar veronderstelt dat het daar is, schijnt een blauwachtige halo. Beneden, die een onzichtbare figuur bekleedt, bevindt zich een lang gewaad, dat slechts één groot stuk van hetzelfde spookachtige licht is. De verschijning beweegt langzaam op een plechtig ritme, lijkt de hemel aan te ro
epen, waarbij de halo naar achteren wordt geworpen als het hoofd zoals je concludeert, wordt opgeheven, en ten slotte zinkt het gewaad van licht op de grond, als je concludeert dat de figuur knielt. De tweede geest verdwijnt, een derde verschijnt, een monsterlijke gloeiende mot, met een glanzende antenne van een voet lang, ogen die bollen van licht zijn, en vleugels van twee meter hoog, glinsterend van lichtgevende krullen in alle kleuren. De mot fladdert rond en rond door het atelier, verdwijnt dan uit ons zicht, maar verschijnt onmiddellijk weer, vergezeld van een kleinere, gloeiende witte vlinder, die met zijn vleugels over de kop van het monsterlijke lichtgevende insect slaat. Als de lampen opnieuw worden aangestoken, worden we teruggekocht naar de realiteit uit het spookland, en als we de gelegenheid hebben om de jurken van de danseres te onderzoeken, ontdekken we dat ze zijn gemaakt van een eigenaardig soort zijde, volledig geïmpregneerd met bepaalde fluore
scerende zouten. In volledige duisternis zijn alleen de delen van het materiaal die aldus lichtgevend zijn geworden, zichtbaar.’
2 – Radiuminkt
New York was het begincentrum van de radiumhype die zich snel over de Verenigde Staten verspreidde. Loie Fuller was niet de enige die geïnteresseerd was in de mogelijkheden van radium in het theater om voorwerpen in het donker kon laten schijnen. Nu waren lichtgevende verven al in de negentiende eeuw bekend. Voor het creëren van theatrale effecten werden vooraf fosforen belicht om te kunnen werken. De fosforen moesten ook periodiek worden opgeladen of vervangen om te voorkomen dat ze binnen zeer korte tijd vervaagden. Dit laatste probleem zou nu, was de gedachte, worden voorkomen door in het vervolg radium te gebruiken. Bovendien zouden slechts minuscule sporen van radiumzouten nodig zijn om een permanent gloeiende substantie te maken die geen externe lichtbron nodig had. De eerste persoon probeerde radium te laten gloeien in de donkere verf was de ingenieur Lester D. Gardner te zijn, een ingenieur. In 1904 produceerde zijn in Manhattan gevestigde bedrijf een glow-in-the-dark radiuminkt, waarvoor hij een grappig bedoelde kaart van in omloop bracht, niet wetend hoe toepasselijk de doodskop in feite was. De kopers van de kaart kregen de instructie de kaart een minuut lang in het licht te houden bijvoorbeeld tegen een raam als de zon scheen. Daarna moest men naar een absoluut donkere kamer gaan, de toilet was daarvoor meestal de aangewezen plaats, om in de absolute duisternis de opgloeiende afbeelding te kunnen zien.
