NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN – 09
.
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
DOOR DR. A. ALETRINO
Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1916
TWEEDE HOOFDSTUK (2e deel)
Het incident – tevens de reden, waarom Las Cases het eiland moest verlaten – waarop Napoleon in dezen brief toespeling maakt, is het volgende. Op den 17den November 1816 had Hudson Lowe den bediende van Las Cases van Longwood verwijderd, onder het voorwendsel, dat het gevolg van Napoleon uit te veel personen bestond, en had hem een bediende van den Keizer. aangewezen, die in het vervolg ook hem van dienst kon zijn. Eenige dagen later, op den 23sten November, vond Las Cases, toen hij ’s avonds van den Keizer kwam, zijn vroegeren bediende op hem wachten, die hem vertelde, dat hij een dienst bij iemand had gevonden. dat hij met dien persoon naar Europa terug ging, dat hij zich met allerlei listen en langs allerlei omwegen – wetend, hoezeer Longwood, van alle kanten door soldalen werd bewaakt – in het donker naar Longwood had kunnen begeven en dat hij dit alleen had gedaan om Las Cases aan te bieden, wanneer deze het wenschte, brieven of anderszins voor hem naar Europa mee te nemen. Las Cases nam zijn aanbod aan en schreef een langen brief, of liever liet dien door zijn zoon op een stuk satijn schrijven, aan Lucien Bonaparte gericht, waarin hij hem op de hoogte stelde van alles wat er op St. Helena geschiedde, van den toestand en het leven van Napoleon, van het bestaan dat men den Keizer en zijn gevolg op het eiland liet leiden. Dit stuk werd door den knecht in diens vest genaaid en hij vertrok, nadat Las Cases hem nog een aanbevelingsbrief voor een zijner kennissen – Lady Clavering – te Londen had gegeven. Napoleon zelf wist, tot een zekere hoogte, daar niets van. Wèl wist hij, door Las Cases, dat diens vroegere knecht hem had bezocht, maar had zich verder niet met de zaak ingelaten, noch was hij op het voorstel van Las Cases om een schrijven naar Europa te zenden, ingegaan, omdat hij dat beneden zijn waardigheid en niet in overeenstemming met de gedragslijn vond, die hij zich eenmaal had voorgenomen te volgen.
Den volgenden dag werd Las Cases, eigenhandig door Hudson Lowe, gevangen genomen; er werd beslag op al zijn papieren gelegd, hij werd onder talrijk escorte weggevoerd en achter slot en grendel gezet, vergezeld van zijn zoon. Hij was in den valstrik geloopen, dien Hudson Lowe hem had gespannen! Wel heeft Hudson Lowe later op zijn eerewoord verzekerd, dat hij Las Cases dien valstrik niet had gespannen en deze heeft hem geloofd. Maar . . , Hudson Lowe en diens eerewoord! In alle geval blijkt uit alles, uit alle omstandigheden en gezegden, dat Hudson Lowe al een tijdlang met het denkbeeld had rondgeloopen, om Las Cases van het eiland te verwijderen.
Baron Sturmer schrijft in een zijner rapporten, dat de zaak zich op de volgende wijze zou hebben toegedragen: de bediende van Las Cases zou, angstig geworden, alles aan zijn vader hebben verteld en deze zou, bevreesd voor de mogelijke gevolgen, wanneer de geschiedenis ooit mocht uitkomen, naar Hudson Lowe zijn gegaan en hem alles hebben meegedeeld. Sturmer echter zegt er niet bij, uit welke bron hij die mededeeling heeft, maar laat wel doorschemeren, dat hij de zaak – van den kant van Hudson Lowe – niet al te zeer vertrouwt.
Zoodra hij echter Las Cases had gevangen genomen en diens papieren – en voornamelijk het mémorial – had gelezen, begon Hudson Lowe berouw over zijn daad te voelen, omdat hij begreep een domheid te hebben begaan. Immers, door Las Cases naar Europa te laten terugkeeren, gaf hij hem de gelegenheid om mondeling en aan ieder, dien hij het maar wenschte, mededeelingen over het leven op St. Helena te doen. Misschien ook voelde hij langzamerhand zijn eerbied en zijn sympathie te groot voor den eenige, die hem – wat veelheid en breedte van schrijven betreft – evenaardde en zich met hem kon meten. Immers, den dag, volgend op dien, waarop hij werd gevangen genomen, schreef Las Cases hem een brief van plus minus tien zijden lang ; den 27sten schreef hij een tweeden, den 28sten ontving Hudson Lowe een derden, den 29sten e:!n vierden en zoo ging het voort, een maand lang, zonder ophouden, een voortdurend en herhaald protest tegen zijn gevangenschap! Te vergeefs trachtte Hudson Lowe deze beweringen in even lange en breedsprakige schrifturen te weerleggen. Het mocht hem niet gelukken, Las Cases tot zwijgen te brengen! Hij stelde hem echter voor. alles ongedaan te maken en hem weer naar Longwood te laten terugkeeren. Maar nu weigerde Las Cases! Las Cases werd tot den 31sten December op St. Helena gehouden en op dien datum naar den Kaap de Goede Hoop ingescheept. Daar hield men hem tot den 20sten Augustus 1817. waarna men hem, met den traagsten zeiler van de Engelsche vloot naar Engeland zond, waar hij den 15den November 1817 aankwam.
Door zijn papieren en de gesprekken, die hij hield. op de hoogte van zijn meeningen gebracht, haastte de Engelsche regeering zich hem het verblijf in Engeland te ontzeggen en hem naar het vasteland te doen overbrengen. Eerst ging Las Cases naar België, maar daar en overal, waar hij kwam, werd hij als een wild dier door de handlangers der verschillende regeeringen vervolgd, die hem wilden beletten zijn mededeelingen aan de regeerende vorsten en aan de familie van Napoleon te doen en verhinderen, dat hij zijn ondervindingen publiek zou maken. Eindelijk, na een langen tijd zwerven. vond hij een onderkomen te Franckfort a. Main, waar hij tot den dood van den Keizer bleef wonen. Dat egoïstische beweegredenen Las Cases er toe zouden hebben aangezet om te verzoeken met Napoleon te mogen meegaan en
zijn mémoires te boek te stellen – een bewering van Frémeaux, die van hem zegt, dat hij zijn Mémoires zou hebben bijgehouden “pour la postérité et son très grand profit personnel” – of dat. hij, door ijdelheids-motieven gedreven, namelijk, wijl, wanneer hij Napoleon in zijn verbanning volgde, zijn Mémoires schreef en in het licht gaf, zijn naam ten eeuwige dage met dien van Napoleon zou verbonden blijven (zooals Masson veronderstelt), zijn meeningen van allen grond ontbloot.
Las Cases had een zekere, zelfs een groote mate van ijdelheid, die uit zijn geheele loopbaan, uit zijn streven naar hooger, uit zijn moeite-doen om gewichtige ambten te vervullen en om vooruit te komen, blijkt. Doch dat die ijdelheid de drijfveer zou zijn geweest voor het besluit om bij zijn Keizer te blijven, is een veronderstelling, die niet verdedigd kan worden en die gemakkelijk kan worden weerlegd. Even goed als het beweren van Frémeaux zonder veel moeite kan worden te niet gedaan met argumenten, die men uit het Mérnorial kan putten. Eerlijk en oprecht nu, is het Mémorial geschreven. Las Cases moge misschien later hier en daar iets aan het Mémorial hebben toegevoegd, dat hem door zijn behoefte naar breed-sprakigheid of door zijn groote bewondering voor den Keizer is ingegeven, eerlijk en oprecht is hij er overal in en men kan er geen enkel argument uit putten, waaruit men zijn ijdelheid kan bewijzen. Om slechts een voorbeeld te noemen: waar hij gedwongen is zich zelf sprekend in te voeren, wat men uit den loop van de dialoog kan opmaken, of weergeeft wat hij zelf heeft gezegd, noemt hij zich zelf nooit, maar schrijft hij altijd “un de nous”. Dat doet niet iemand, die er op uit is, zich zelf op den voorgrond te plaatsen. Las Cases nu, wist noch vooraf, waarheen Napoleon zou gaan, noch hoeveel jaren deze buiten Frankrijk zou blijven. Indien hij wèl het plan had om een dagboek te gaan houden, dacht hij er toèn zeker nog niet aan het later uit te geven. Alleen in het geval, dat hij met of zonder Napoleon in Frankrijk zou terugkeeren, zou hij er geldelijk voordeel van hebben getrokken, wanneer hij het Memorial het licht zou doen zien. En ook alleen in dit geval en dat Napoleon zijn vroegere grootheid zou herkrijgen – waartoe echter de kansen zeer gering waren zou deze misschien rekening met de eerbieds- en bewonderings-uitingen houden, die Las Cases er in heeft neergeschreven. Napoleon – hoewel hij later wist, dat Las Cases er een dagboek op nahield – las het nooit en pas in October van 1816, keek hij er toevallig, voor het eerst in, terwijl Las Cases niet kon vermoeden, dat Napoleon ooit van plan zou zijn het in handen te nemen. Daarbij had hij niet noodig zijn toevlucht tot veinzen of tot een dergelijke vleierij te nemen, opdat zijn Keizer zou te weten komen hoezeer hij hem achtte en welke liefde en toewijding hij voor hem koesterde. Zijn daad, om zonder dat hij er door een wensch van Napoleon, moreel om zoo te zeggen, toe was gedwongen, maar geheel uit eigen beweging, – met hem naar St.-Helena mee te gaan en zijn ballingschap te deel en, getuigden genoeg voor zijn zelfopoffering en voor zijn wil om te pogen Napoleons bestaan eenigszins dragelijk te maken en zooveel mogelijk te veraangenamen. De gedachte, dat Napoleon naar Amerika of naar Engeland zou gaan, moge van invloed zijn geweest op zijn voornemen om hem te volgen, hij aarzelde niet om bij zijn besluit te volharden, nadat de eerste schok voorbij was toen hij vernam, dat St.-Helena hen als verblijf was aangewezen en hij niet wist of en wanneer hij ooit naar Europa zou terugkeeren. Dat de mededeeling, naar St.-Helena te zullen worden gebracht hem een geweldigen schok gaf, kan men begrijpen uit wat hij in het Mémorial op den 26sten Juli heeft geschreven: “Nee, ik zal de uitwerking van deze vreselijke woorden nooit beseffen! Een koude rilling ging door mijn hele lichaam: het was een onverwacht doodvonnis! Genadeloze beulen grepen mij voor en marteling; ik werd met geweld losgerukt van alles wat mij aan het leven bond; ik strekte pijnlijk mijn armen uit naar wat mij zo dierbaar was: het was tevergeefs, ik moest omkomen. Deze gedachte, een van de velen in deze wanorde, veroorzaakte een ware storm in mij: het was het verscheuren van een ziel die zoekt om zichzelf te bevrijden van zijn aardse mengelmoes! Mijn haar werd wit!… Gelukkig was de crisis van korte duur en kwam ik moreel als overwinnaar tevoorschijn, zo volkomen zegevierend, dat ik vanaf dat moment onmiddellijk boven alle aanvallen van mensen weerstond. Ik had het gevoel dat ik nu onrecht, mishandeling en marteling kon trotseren. Bovenal heb ik gezworen dat niemand ooit klachten van mij zou horen. Maar laten degenen onder ons voor wie ik in deze fatale omstandigheden zo kalm moet zijn overgekomen, mij niet beschuldigen van ongevoel.”
Dit laatste heeft hij tot het einde volgehouden! Hij is de eenige geweest, die van den eersten dag tot den laatsten, dien hij in de omgeving van Napoleon heeft doorgebracht, alles in het werk heeft gesteld om hem zijn bestaan zoo goed mogelijk te maken ; die altijd voor oogen hield, dat hij voor een doel was meegekomen, namelijk om zich geheel en al, met hart en ziel, aan zijn vroegeren Keizer, die toch nog altijd Keizer voor hem was gebleven, te wijden ; hij is de eenige geweest, die er angstig voor zorgde, dat Napoleon nooit kon weten hoeveel hij onder zijn vrijwillige ballingschap, onder de gedwongen ontberingen, onder het gemis van zijn vrouwen van zijn huisgezin leed en die altijd, met een vroolijk gezicht, eIken dag weer de taak aanvaardde en volbracht, die hij zich eenmaal had opgelegd. Toen Napoleon aan boord van de Bellérophon van hem wilde weten of hij plan had hem ook naar St. Helena te volgen, kon hij hem naar waarheid antwoorden; “dat ik, toen ik Parijs verliet om hem te volgen, bij elke gelegenheid een gat in de lucht sprong, en dat Sint-Helena hierop geen uitzondering was, dat we met een groot aantal om hem heen waren; dat hij alleen maar mocht meenemen drie van ons maakten het voor mij tot een misdaad om mijn familie in de steek te laten, omdat ik wist dat ik nuttig en ‘aangenaam’ voor hem zou zijn; dat ik maar één woord nodig had als hij mij zou kiezen; dat deze observatie geen bijbedoeling bevatte, omdat ik hem voortaan mijn leven zonder enige beperking had gegeven.’
En later, tegen het midden van April 1816, toen Napoleon hem vroeg – naar aanleiding van het nieuwe bedenksel van Hudson Lowe, om de lieden uit Napoleons gevolg een document te laten teekenen waarin zij verklaarden of dat zij vrijwillig aan diens persoon verbonden bleven, of dat zij verlangden naar Europa terug te keeren – welk besluit hij daarin zou nemen, luidde zijn antwoord, dat aan zijn “vastberadenheid niet kon worden getwijfeld; als ik een gebroken hart zou hebben gehad, zou dat zijn geweest op het moment van mijn eerste vastberadenheid; dat vanaf dat moment mijn lot onherroepelijk vaststond; dat ik toen glorie en mijn eer had gevolgd; dat ik sindsdien elke dag meer mijn genegenheid en mijn gevoelens heb gevolgd”.
Alleen iemand, die door hoogere motieven tot een daad als die van Las Cases wordt aangezet, kan zich blijven gedragen zooals hij het heeft gedaan. Tot nog toe immers, had Napoleon altijd als keizer voor zijn oogen gestaan. Dat de bewondering en de eerbied, die hij voor hem voelde, gedurende den tijd, dien hij door zijn ballingschap, in nauwer aanraking met hem verkeerde, moesten toenemen, is te begrijpen. In zijn eenzaamheid toch, had Las Cases de gelegenheid hem als mensch te bestudeeren en te leeren kennen. Hij voelde, dat er in de burgerlijke mesquine omgeving van Longwood, onder de meest ellendige omstandigheden, waarin Napoleon gedwongen was te leven, dezelfde grootsche suggestie van hem bleef uitgaan, als toen hij zich nog in alle praal en pracht in de Tuileriën bewoog ; hij voelde, dat de mensch Napoleon even groot was als de keizer en de veldheer.
Niet ontkend kan worden, dat de houding en het gedrag van Las Cases, wat zijn heengaan van St. Helena betreft, op het eerste gezicht en oppervlakkig beschouwd, vreemd en onverklaarbaar schijnen. Na al zijn betuigingen van gehechtheid en liefde voor den keizer, na al zijn bewijzen van trouwen de opofferingen voor zijn meester, die hij heeft gegeven, zou men verwachten, dat hij – nadat Hudson Lowe hem had voorgesteld alles ongedaan te maken en hem verlof had gegeven om naar Longwood terug te keeren – die gelegenheid met beide handen zou hebben aangegrepen. Trouwens, zijn geheele handelwijze met en tegenover zijn vroegeren bediende, vertoont iets raadselachtigs! Immers, hij wist waaraan hij zich blootstelde, wanneer zijn afspraak met dezen, om brieven naar Europa mee te nemen en over te brengen, zou verraden worden; hij wist, dat hij tegen de instructie, door den gouverneur gegeven, handelde en wat daarvan het gevolg zou kunnen zijn; hij wist, dat hij – wanneer hij, in het gunstigste geval, van St. Helena zou worden verwijderd – den keizer van zijn gezelschap beroofde en welk nadeel hij hem daarmee berokkende. Waarom ging hij zich daaraan te wagen? En waarom, terwijl hij als zeer gewettigde verontschuldiging voor zijn verlangen om naar Europa terug te keeren, zijn eigen gezondheidstoestand en dien van zijn zoon – die op dat oogenblik nog al ernstig scheen te zijn – kon aanvoeren, of zijn overtuiging, dat hij in Europa voor den keizer van meer nut zou kunnen wezen dan door te St. Helena te blijven, nam hij zijn toevlucht tot de bewering, dat hij nu, nadat en omdat hij was gevangen genomen, niet meer naar Longwood kon teruggaan, wijl hij ‘was aangetast door zijn arrestatie” en putte hij een steun voor zijn handelwijze in de woorden, die de keizer hem schreef: ’ik heb je in mijn dienst en roep je als ik je nodig heb,” pogingen te doen, dat hij naar Europa zou worden terug gebracht?
Zijn gezondheid was, behalve nog, dat hij bijna blind was geworden, geweldig geknauwd en geknakt door de ontberingen, die hij op St. Helena had moeten voelen, door het voortdurende geprikkel en gehaat van Gourgaud en de Montholons, door de gestadige spanning, waarin hij, even als iedereen, door het regime van den gouverneur verkeerde; de toestand van zijn zoon was, naar zijn beschrijving te oordeelen, verre van geruststellend en in alle geval ernstig genoeg om hem te wettigen een ander en beter verblijf, een betere geneeskundige behandeling dan die hij op St. Helena kon vinden, te zoeken. Dat hij, in Europa teruggekeerd, veel meer en veel beter de gelegenheid had, de behandeling waaraan de Keizer bloot stond en den toestand en omstandigheden, waaronder deze verkeerde, onder de aandacht der bevoegde personen te brengen en daarin verbetering te kunnen verkrijgen, wist hij en was daarvan even goed overtuigd, als ieder ander en zelfs Hudson Lowe dit inzag. Waarom verklaarde hij zijn ‘gedrag niet uit al deze beweegredenen?
Sommige schrijvers nu, willen een verklaring voor zijn daad vinden in een gekwetste ijdelheid, die hij, na al zijn betuigingen; niet wilde en kon erkennen. Immers, zoo redeneeren zij, was hij te Longwood niet meer, zooals eertijds aan boord van de Northumberland en later op de Briars, de eenige en voornaamste in het gevolg, maar moest alle voorrechten – en vooral dat van door den Keizer gedicteerd te worden, al geschiedde het ook op een voorstel, indertijd door hem zelf gedaan met de anderen deelen; zijn naam alleen zou niet voor goed en voor altijd met dien van Napoleon verbonden blijven, maar die van de anderen zou daarnevens worden genoemd. Indien hij naar Europa ging en zich daar de houding gaf, dat hij als kampvechter voor den Keizer optrad en uit diens naam wereldkundig maakte, wat hij wist, dat Napoleon gaarne onder de menschen verspreid wenschte te zien, zou hem dit – wijl hij, voor wie weet hoe lang de eenige zou blijven, die zoo deed –
een zeker aanzien verschaffen en een plaats doen innemen, zooals geen enkele, noch uit het tegenwoordig gevolg van den Keizer, noch uit diens vroegere omgeving, tegenover het nageslacht en ten eeuwige dage zou vervullen. Dit alles echter zijn even zoo vele veronderstellingen, door hen aangevoerd, die een verklaring van het gedrag van Las Cases zoeken, waarvoor niemand het bewijs heeft.
Meer voor de hand ligt de verklaring, dat de taak die Las Cases op zich had genomen, te zwaar voor hem was en dat het verlangen om naar Europa terug te keeren, onbewust in hem was gegroeid. Waren de omstandigheden dezelfde gebleven zooals zij tot nog toe waren, dan zou hij het misschien nog wel hebben kunnen uithouden. Nu echter – doordat hij gevangen was genomen plotseling onttrokken aan de geweldige suggestie, die hij van het dagelijksch verkeer met Napoleon onderging en die hem op de been hield, zooals hij zelf bekent – voelde hij ineens hoezeer zijn gezondheid had geleden, in welke mate zijn zenuw-gestel was aangetast. Dit, gevoegd bij alle andere omstandigheden, deden het verlangen om van St. Helena weg te komen, bij hem wakker worden, al wilde hij dit voor zich zelf niet weten, bekennen of toegeven. Napoleon, die zijn gemoeds-toestand beter dan hij zelf begreep, schreef hem de boven-geciteerde woorden, waarschijnlijk om hem het weggaan voor zich zelf gemakkelijker te maken en misschien daarbij ook, wijl hij begreep, dat Las Cases hem in het vervolg in Europa van meer nut zou kunnen zijn, dan wanneer hij op St. Helena bleef. En Las Cases had nu een verontschuldiging voor een daad, waarvan hij voor zich zelf het geoorloofde betwijfelde, al voelde hij, dat het hem onder de tegenwoordige omstandigheden, onmogelijk was verder zijn taak vol te houden en te volbrengen. Welke echter de drijfveeren voor zijn handeling zijn geweest, deze doen in geen geval afbreuk aan het eerzame en nobele van zijn houding, die hij tegenover Napoleon, toen deze had opgehouden Keizer te zijn, heeft aangenomen, of verminderen in een enkel opzicht het groote van de zelf-opoffering en van de toewijding, die hij in de benarde dagen van ’s Keizer’s bestaan, heeft vertoond. Dat al de pogingen, die hij in Europa in het werk heeft gesteld, op niets zijn uitgeloopen, is niet zijn schuld, maar is het gevolg van het niet te kwalifieeren gedrag van Gourgaud, die alles wat Las Cases bezig was te bereiken, door zijn optreden en zijn doen en laten belette en te niet deed.·
