HET PARISOORDEEL 5

Niklaus ManuelDas Urteil des Paris
Niklaus Manuel
1517-1518
Kunstmuseum Basel

Niklaus Manuel Deutsch, gewoonlijk Niklaus Manuel genoemd, (Bern, omstreeks 1484 – Bern, 28 april 1530) was een Zwitserse kunstenaar, schrijver, huurling en gereformeerd politicus. Hij was waarschijnlijk de zoon van Emanuel Aleman (of Alleman), een apotheker van wie de vader was geëmigreerd uit Chieri in Piemonte. Diens vrouw Margaretha Fricker (of Frikart) was een buitenechtelijke dochter van de Berner stadsschrijver Thüring Fricker. Niklaus gebruikte ‘Manuel’, de voornaam van zijn vader, als zijn achternaam en voegde hier ‘Deutsch’ aan toe, de Duitse vertaling van Aleman/Alleman. Hij ondertekende zijn werken met de initialen NMD. Hij werd voor het eerst vermeld in 1509, toen hij trouwde met Katharina Frisching. Zij was de dochter van Hans Frisching, een voormalige Berner schout en lid van de stadsraad (Kleiner Rat). Niklaus Manuel en Katharina Frisching kregen zes kinderen. Twee van hen, Hans Rudolf Manuel Deutsch (1525-1571) en Niklaus Manuel Deutsch de Jongere (1528-1588), waren ook kunstenaars. Niklaus Manuel wordt beschouwd als de stichter van de patriciërsfamilie Manuel van Bern. Vanaf 1510 was Niklaus Manuel lid van het stadsparlement (Grosser Rat).

Niklaus Manuel 2Hij werd voor het eerst vermeld als schilder in dienst van de stad in 1513. Naast Hans Holbein is hij de belangrijkste vertegenwoordiger van de renaissanceschilderkunst in Zwitserland. In 1514 kocht hij het huis aan de Gerechtigkeitsgasse 72, dat tot de zeventiende eeuw in het bezit van de familie Manuel bleef. In 1516 trad hij in dienst als huurling als secretaris van Albrecht von Stein en nam deel aan de Ennetbirgische Feldzüge, een reeks van gewapende conflicten tussen het Zwitserse Oude Eedgenootschap, het hertogdom Milaan, Frankrijk, het Huis van Habsburg, de paus en verschillende Italiaanse staten over de suprematie in Noord-Italië, in het bijzonder de heerschappij over het hertogdom Milaan. In de jaren 1516-1517 schilderde hij op de muur van de Dominicaanse abdij in Bern zijn beroemde Dance Macabre. Het werk ging in 1660 verloren, maar een kopie van Albrecht Kauw uit 1649 is bewaard gebleven. De laatste uit de reeks van 86 afbeeldingen is Der Tod holt den Maler, waarin Manuel zichzelf heeft afgebeeld.

In 1522 trad hij opnieuw in dienst bij Albrecht von Stein in een campagne in Lombardije en raakte gewond bij Novara. Hij nam op 27 april 1522 ook deel aan de Slag bij Bicocca. Hij componeerde een satirisch lied tegen de Duitse Landsknechten die de Zwitserse huurlingen versloegen in deze slag. Na de campagne van 1522 was hij ook fel kritisch op de Heilige Stoel, met name de overleden paus Leo X en zijn militaristische beleid in de Italiaanse oorlogen. In de jaren die volgden was hij een groot voorstander van de Zwitserse Reformatie en een vriend van Huldrych Zwingli, die net als hij had deelgenoten aan de gevechten in Italië en ook teleurgesteld was geworden door de oorlogszucht van de paus. Hij voerde campagne voor de hervormde zaak in Bern met Berchtold Haller, de priester in St Vincent Münster en schreef twee antikatholieke carnavalsspelen of Fasnachtsspiele, die in 1522 werden opgevoerd. De toneelstukken waren erg populair en zouden meer hebben gedaan voor de aanvaarding van de Reformatie in Bern dan de preken van Haller. De twee toneelstukken werden dan ook  vaak herdrukt. In 1523 kreeg Niklaus Manuel Deutsch het ambt van Berner schout van Erlach, Echallens en Nidau. Hij werd in 1526 als Niklaus Manuel - Parisoordeelvertegenwoordiger van Bern naar de Zwitserse Rijksdag gestuurd. Hij diende als lid van de stadsraad (Kleiner Rat) van april 1528 tot aan zijn dood in 1530.

In 1717-1518 schilderde hij zijn versie van het Parisoordeel, een tempera-schilderij van 223 bij 160 cm dat zich in het Kunstmuseum in Basel bevindt. In Manuel’s versie van de beroemde scène uit de Griekse mythologie is de gebeurtenis verplaatst naar een Duits bos met hedendaagse figuren. Paris verschijnt als een Zwitserse landheer die Venus zojuist de appel als haar prijs heeft gegeven. Juno en Minerva hebben zich na hun nederlaag afgekeerd. Juno correspondeert met Paris in de kleuren van haar kleding, terwijl Minerva op dezelfde manier verwant is aan Venus. Vanaf een tak van de boom schiet de geblinddoekte Cupido een pijl naar Paris. De twee wapenschilden die aan de takken hangen behoren toe aan de familie van Benedicht Brunner, een raadslid van Bern, die naar alle waarschijnlijkheid het schilderij had besteld. Er is een vreemde discrepantie tussen het klassieke thema en het volkomen anti-klassieke vrouwelijke ideaal dat wordt vertegenwoordigd door de vrouwen, wier gebogen buiken terug te voeren zijn op Dürer. Manuel compenseert zijn problemen met anatomie in de extreme fijngevoeligheid waarmee hij de gezichten tekent. Door de ongebruikelijke techniek van tempera op canvas te gebruiken, roept Manuel een pastelachtig palet van grote charme op. In details zoals Venus’ doorschijnende jurk toont hij de verfijning van zijn kunst. De compositie, waarin de figuren als in reliëf zijn gerangschikt tegen de schaduwrijke achtergrond van een bos, doet denken aan Gobelin-wandkleden.

Dit item was geplaatst door Muis.