NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN – 20

NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
DOOR DR. A. ALETRINO

Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1916

VIERDE HOOFDSTUK (3e deel)

Van eenzelfde soort en van eenzelfden slag als Marchand, was Saint-Denis, bijgenaamd Aly, die in rang op Marchand volgde en die, na hem, het meest met den Keizer in aanraking kwam en met hem verkeerde. Hij was jager en fungeerde als Mameluk. In 1788 te Versailles geboren – zijn vader was er als piqueur aan de koninklijke stallen verbonden – had hij een zeer goede opvoeding en uitstekend en uitgebreid onderwijs genoten, was eerst eenige jaren klerk op een notaris-kantoor geweest, wat hem al heel gauw verveelde, en werd in 1806 als leerling-piqueur aan het Huis van den Keizer verbonden. Ook hij nam in ’11 deel aan de reis naar Holland, nadat hij de veldtochten in Spanje en in Duitschland had meegemaakt. Op het einde van dat jaar werd Saint-Denis tot Marneluk uitgekozen in plaats van den echten Aly – die indertijd, evenals Roustam, uit Egypte was meegekomen, maar dien men, om zijn soms gevaarlijke driftbuien, niet langer als lakei had kunnen houden, waarom men hem een dienst te Fontainebleau had gegeven – wiens oostersche kleedij en wiens naam hij tevens overnam. In het vervolg dus, deed hij denzelfden dienst als Roustam en vervulde dezelfde functies van kamerdienaar, jager en “aide-porte-arquebuse”; in den veldtocht bewaarde hij de verrekijker en de zilveren veldflesch met cognac. Hij maakte de tocht naar Rusland mee en die in Saksen; in Mainz achtergelaten, was hij verhinderd deel te nemen aan den strijd tegen de geallieerden in Frankrijk.

3 - Saint-DenisZoodra het beleg voor Mainz was opgeheven, ging hij den Keizer naar Elba achterna. Hij kwam mee terug naar Parijs en bleef gedurende de veldtocht in België bij den Keizer. Evenals Marchand, met wien hij door een echte, goede vriendschap was verbonden, hield hij veel van lezen en van boeken. Daarbij schreef hij, ook als Marchand, een uitstekende hand, die hij op St. Helena meer en meer oefende en verbeterde om heel klein te kunnen schrijven, zoodat hij in staat was onnoemlijk veel op de kleinste stukjes papier of satijn te pennen, wat de correspondentie van Napoleon met Europa vergemakkelijkte. Hij was ouder dan Marchand en maakte, door verschillende omstandigheden, een niet zóó geslaagden loopbaan als deze. Behalve, dat hij op St. Helena – nadat Las Cases zijn bruikbaarheid om het Mémorial in het net te schrijven, evenals zijn zoon deed, had leeren op prijs stellen – telkens door den Keizer als secretaris werd gebruikt, werd hem geleidelijk de zorg voor de bibliotheek toevertrouwd, wat geen sinecure was. Men las zeer veel op Longwood en ieder, ook de huisgezinnen, putte uit de bibliotheek van den Keizer. Hij stelde een systematische catalogus samen en zorgde er voor, dat alle boeken met het ex-libris van Napoleon werden voorzien en geregeld hun plaats in de bibliotheek terug vonden, waar zij behoorden. Ook was hij belast met het registreeren der. boeken die geleend werden en met de zorg, dat zij werden teruggegeven, wat hem veel hoofdbrekens bezorgde, wijl sommige uit het gevolg van den Keizer – en Montholon was een der ergste – dikwijls en lang vergaten de geleende boeken terug te bezorgen. Wanneer de Keizer toevallig juist het geleende boek verlangde en het was niet aanwezig, kwam zijn toorn daarover het eerst op Aly neer. De Keizer was zeer op hem gesteld en hield veel van hem en t oen hij – nadat hij, met toestemming van den Keizer, Betsy Hall (een jong meisje, dat door de zorgen der tante van Mad. Bertrand naar St. Helena was gegaan om als haar kamenier dienst te doen) getrouwd had – vader van een dochtertje werd, stemde Napoleon er in toe diens peetoom te zijn en gaf haar, toen zij gedoopt werd, een gouden ketting ten geschenke. De ziekte van den Keizer, waardoor iedereen uit zijn omgeving minder en minder lust en geduld had om te lezen, maakte de taak van Saint-Denis gemakkelijker en met den dood van den Keizer hield zijn functie geheel op.

Na zijn terugkomst in Frankrijk, kon hij zich door het geld, dat zijn meester hem had nagelaten, rustig te Sens vestigen waar hij met zijn vrouw – die hem nog twee dochtertjes schonk – tot aan zijn dood, in 1855, bleef wonen. Ook hij maakte deel uit van de expeditie met de Belle-Poule. Bij gelegenheid, dat hij in ’54 met het kruis van het Légion d’honneur gedecoreerd werd, bood men hem een feestmaal op de Préfecture aan, waar eenige oud-soldaten van den grooten Keizer mee aanzaten. Die boeken, welke hij van St. Helena had meegenomen en eenige herinneringen aan Napoleon, die hij had bewaard, liet hij uit dankbaarheid aan het museum te Sens na: een uniform van Napoleon met diens epauletten en zijn decoratie; een cocarde van een zijner legendarische steekjes; een stuk hout van de kist, waarin men hem had begraven en een gedeelte van een stam van een treur-esch die het graf van den grooten Keizer overschaduwden.

3 - Jean Abram NoverrazVan een mindere afkomst en van een lageren stand, maar even vol liefde, toewijding en trouw voor den Keizer als Marchand en Saint-Denis, was Jean- Abram Noverraz, omstreeks 1790 in het kanton Vaud in Zwitserland geboren en in 1809 naar Parijs gekomen om er een betrekking te zoeken. Zijn goed gesternte, goede aanbevelingen en zijn goed uiterlijk bezorgden hem het buitenkansje om in de Tuilerieën in dienst te treden. Hij maakte als kamerdienaar, de veldtochten van ’13 en ’14 mee. Na den eersten troonsafstand werd hij aangesteld als jager, waardoor hij dezelfde functie als Saint-Denis vervulde. Op de droeve tocht van Fontainebleau naar Fréjus, zat hij op de bok van het rijtuig, waarin zich de Keizer bevond. In Orgon, een der pleisterplaatsen, wilde het gepeupel Napoleon te lijf en had het portier al open gerukt, toen Noverraz van den bok sprong, zijn mes trok en op het punt stond om den dichtst bijzijnden oproerling te treffen doch door den commandant van de stadswacht daarin werd tegengehouden, geholpen door Napoleon, die hem bij zijn jaspanden vastgreep en hem beval rustig te blijven. Waar Napoleon op Elba verblijf hield, hetzij in het nederig “paleis” Mulini, hetzij in de landelijke villa van San Martino, Noverraz vervulde overal zijn functies met dezelfde ernst en waardigheid, alsof hij zich nog in de Tuillerieën bevond. Het maakte voor hem dan ook geen onderscheid, toen hij eenige maanden later zijn plichten weer in de Tuilerieën waarnam. Bij Waterloo was hij, met Saint-Denis, in de omgeving van den Keizer.

Gegeven zijn trouwe vereering voor Napoleon, is het niet te verwonderen, dat men hem te Malmaison, te Rochefort, op de Bellerophon en op de Northumberland in het gevolg van den Keizer vindt; dat hij hem naar · St. Helena vergezelt en dat hij daar tot diens dood blijft. s’ Morgens hielp hij – afwisselend met Saint-Denis – den Keizer bij het maken van zijn toilet en wreef hem stevig af met eau de Cologne: ‘Kom op, sterk als op een ezel’ beval deze altijd; doch ’s middags, vooral wanneer de Keizer vreemdelingen ontving, die om een audientie hadden verzocht, nam Noverraz zijn functie van kamerdienaar-deurbewaarder op. Dan stond hij, gekleed in zijn groene rok, aan de kraag met goud gegalloneerd, met opslagen aan de mouwen, zijn wit-casimier vest, korte zwart-zijden broek, wit-zijden kousen en schoenen met glanzende gespen voor de deur van s’ Keizers kamer op wacht. En niemand zou het hebben durven wagen, te trachten tot den Keizer door te dringen, wanneer hij daartoe geen verlof had gekregen. Noverraz was niet gemakkelijk en zeker niet voor hen, van wien hij kon vermoeden, dat hun bezoek zijn meester niet zeer welkom was. Zelfs was zijn gestreng optreden eens de oorzaak van een voor Napoleon onaangenaam incident. Hudson Lowe namelijk, zou bij zijn eerste bezoek door admiraal Cockburn aan den Keizer worden voorgesteld. Noverraz, die niet gehoord had, dat de Keizer tegelijk met den naam van Hudson Lowe, die van Cockburn had genoemd, liet den eersten door, maar belette den tweede, nog al hardhandig, om bij den Keizer binnen te gaan. De admiraal, daarover te recht woedend, verwijderde zich, hoeveel moeite Bertrand en de Montholon, die in de antichambre dienst deden, zich ook gaven om het misverstand op te helderen. Toen het geval Napoleon ter oore kwam, had hij plezier als een schooljongen, die met zijn meester een streek heeft uitgehaald, maar zond toch een zijner officieren naar ‘den admiraal om hem zijn verontschuldigingen aan te bieden. “Men moet moeten niet spelen met deze goede Zwitser, mijn beer uit Helvetië ‘, zeide Napoleon naar aanleiding van dit geval. ‘Als ik de pech had te moeten zeggen dat we van de gouverneur af moeten komen, zou hij de man zijn die hem voor mijn ogen zou vermoorden!’

In tegenstelling met alle andere ballingen van St. Helena, kon Noverraz er zich zeer goed schikken, vooral nadat de Keizer hem geoorloofd had met Joséphine Brulé, de kamenier van Mad. de Montholon, die na het vertrek van de gravin op St. Helena was gebleven, te trouwen. Zij hadden ieder voor zich een klein kapitaaltje overgespaard, die bij elkaar een aardig sommetje vormden, wat geleidelijk werd vermeerderd, doordat Napoleon Joséphine als verzorgster van zijn linnengoed aanstelde en zij – zij was zeer handig – als modiste voor Mad. Bertrand en anderen werkte.

In 1821, toen de gezondheid van den Keizer minder en minder werd, begon ook, toevallig, Noverraz te sukkelen. Toch hield hij zoo lang mogelijk zijn dienst vol, hielp den Keizer verbedden en droeg hem; wanneer hij wilde opstaan, naar zijn stoel, meer nog dan dat hij hem daarbij ondersteunde. Een paar dagen vóór den dood van den Keizer echter, is hij zóó ziek, dat hij – het was, alsof hij diens sterven vooruit voelde – toen hij zich, zwak en ellendig als hij was, naar diens kamer had gesleept, neerviel. Toch had hij nog wils-kracht genoeg om hem, na zijn dood, te helpen aankleeden en neerleggen op zijn parade-bed. Ook dwong hij zich om achter de dooden-wagen mee te gaan naar Geranium Valley. Even als de anderen, had ook hij de opdracht van den Keizer ontvangen een gedeelte uit diens nalatenschap aan den Roi de Rome te overhandigen, namelijk drie zadels, tuigen, en teugels, zijn sporen en zijn jachtgeweren, die hij op St. Helena had gebruikt: ‘Om aan mijn zoon te geven, als hij zestien jaar oud is!’ Even als aan de anderen, werd ook hem geweigerd aan die opdracht gevolg te geven.

Hij kwam met zijn vrouw naar Europa terug en vestigde zich bij Lausanne, in een kleine villa, die hij “la Violette” had gedoopt, waar hij rustig van het geld kon leven, dat zij te samen hadden overgelegd, gevoegd bij het legaat, dat Napoleon hem had nagelaten en waarvan hij ook door allerlei complicaties met het testament – slechts een gedeelte uitbetaald kreeg. De voorwerpen die de Keizer hem voor den Roi de Rome had gegeven, heeft hij, met een paar haarlokken en een paar ongelijke pistolen van zijn Meester, steeds bewaard. Dat hij, op zijn verzoek, verlof kreeg om met de expeditie van la Belle-Poule mee te gaan, is begrijpelijk. Hij overleed den 12den Januari 1849. Hij is te vroeg gestorven, dan dat hem – even als aan de anderen – het geluk kon te beurt vallen met het kruis van het Légion d’ Honneur te worden gedecoreerd. Hem zou zeker “l’Etoile des braves et des fidèles” niet hebben misstaan.

Giovan Natale Santini was een ander slag mensch als zijn collega’s kamerdienaren. Even trouw, met een grenzelooze toewijding en liefde voor den Keizer bezield, dien hij als een halfgod vereerde, was hij, acht dagen nadat Napoleon te Fontainebleau afstand van de regeering had gedaan, door generaal Ornano aan den grand maréchal voorgesteld, wijl hij met den Keizer naar Elba wenschte te gaan. Hij was een stevige, korte ineengedrongen jonge man van 24 jaar, met trouwe, eerlijke oogen en had een sterk Corsicaansch accent. Het Keizerlijk Huis was toen al meer dan compleet. Daarbij kwam, dat men geen betrekking voor iemand als Santini wist, die altijd – eerst als gewoon soldaat en later als oorlogs-koerier – had dienst gedaan, alle veldslagen en veldtochten van 1804 tot 1812 had meegemaakt, doch onbekend was met de eischen, die men aan een kamerdienaar of zoo iemand stelde. “Je ferai ce qu’on voudra,” bad Santini den grand maréchal. Deze echter wist er niets op en gaf hem alleen te verstaan, dat – wanneer hij op eigen kosten de plaats van inscheping kon bereiken – hij er voor zou zorgen, dat hij gratis de overtocht naar Elba kon meemaken en dat men daar verder kon zien. Santini had het geluk, dat Napoleon hem tijdens de ov3 - Napoleon op St Helena 01ertocht opmerkte en hem in de gelegenheid stelde in het kort zijn levensloop te verhalen. Hij kreeg ook van dien de vage toezegging, dat men zou zien, wat men voor hem kon doen.

Op Elba echter was en bleef het ’t zelfde: er was geen betrekking te vinden, waarin men hem kon plaatsen: ‘Wat wil je dat we hier met je doen’, zeide de grand maréchal tot hem. “Je zult niet de afwas willen doen, je kunt niet als lakei optreden en je hebt geen ervaring met dienstverlening.’ Toch gaf Santini zijn pogingen niet op, maar bleef rondom de woning en de stallen van Napoleon dwalen met een vasthoudendheid, die hem in de oogen van de politie verdacht maakte. Immers kreeg men telkens waarschuwingen en berichten, dat er van verschillende kanten lieden waren en werden afgezonden om den Keizer te vermoorden. Eindelijk gelukte het Santini om den Keizer te spreken te krijgen, die hem – zich hun vroeger gesprek herinnerend – tot “bewaarder van de portefeuille” benoemde, een titel, waarvoor op Elba geen functie was; het eenige wat hij te doen had was de schrijftafel schoon te houden en verder het werk te doen van een jongste klerk op een kantoor.

Waar de sluipmoordenaars vooral uit Corsika werden afgezonden en Corsicanen waren, was het noodig iemand daarheen te zenden, die er geheime relaties kon onderhouden, op die wijze van alles op de hoogte kon blijven en naar Elba over-boodschappen. Het was een moeilijke post niet alleen een post van vertrouwen, maar vooral een gevaarlijke, wijl – wanneer hij zou ontdekt worden – de spion zonder vorm van proces zou worden gefusilleerd. Die post werd aan Santini opgedragen, die er zich prachtig van kweet, geholpen doordat hij Corsicaansch sprak, dat hij van Corsica geboortig was en verschillende familieleden op het eiland had, die hem behulpzaam waren. Toen Napoleon naar Frankrijk terug ging, bevond Santini zich onder de oude garde rondom den Keizer, gereed om – wanneer het noodig zou zijn – weer als gewoon soldaat dienst te doen.

Vier maanden later, op de Northumberland! Het was gloeiend heet. Cypriani, de maître d’ hotel, had zijn landgenoot Santini verzocht hem zijn haar te knippen en de portefeuille-bewaarder had zich welwillend in kapper veranderd. Terwijl hij bezig was zijn nieuwe functie op het dek uit te oefenen, zag Napoleon, die met Las Cases en Gourgaud op het dek wandelde, het tafereel en zeide op eens in Corsicaansch patois: ‘Als je klaar bent, kom je ook mijn haar knippen. En als je ze niet goed snijdt, pas dan op’ Kort daarna was Santini met het hoofd van Napoleon bezig, wat niet gemakkelijk was, wijl deze bewegelijk en ongeduldig telkens zijn hoofd bewoog, waardoor Santini zenuwachtiger en zenuwachtiger werden Napoleon hem telkens dreigde hem in zee te laten gooien, wanneer hij niet deed, zooals het behoorde. Marchand verzamelde intusschen de afgesneden haren in een doek. Door zijn zenuwachtigheid en door het gewichtige van zijn taak onhandig geworden, prikte Santini op een gegeven moment den Keizer in zijn linker oor. ‘Oh. Prutser. Je sneed bijna mijn oor af’. stoof Napoleon op! En zich tot Gourgaud wendend, dreigde hij : “Men moet hem in zee gooien!” Niet alleen werd Santini niet in zee gegooid, maar hij werd zelfs niet van zijn nieuwe functie ontheven, die hij tot aan zijn vertrek van St.-Helena vervullen bleef.

Precies een jaar, van 17 October ’15 tot 19 October ’16, bleef Santini op St.-Helena. Hij was handig en deze handigheid was door al de jaren, dat hij soldaat was geweest, waarin hij geleerd had zich te behelpen en te helpen – onderhouden en verhoogd. Daardoor kon hij zijn Meester allerlei kleine, doch zeer belangrijke diensten bewijzen: hij wist met naald en draad om te gaan en herstelde niet alleen de kleeren van Napoleon, maar vermaakte op een dag een oude mantel tot een jas; hij vervormde een paar oude laarzen tot een paar schoenen, die hij vanbinnen met satijn voerde, dat hij van Mad. de Montholon had gekregen. De rest van dit satijn zou later tot diplomatieke doeleinden worden gebruikt en zou een historische rol vervullen! Daarbij was hij een uitstekend schutter, zoodat hij telkenmale eenig gevogelte voor de tafel van den Keizer van zijn jachttochten kon meebrengen.

Langzamerhand echter begonnen het humeur en de stemming van Santini te veranderen. Hij was nooit vroolijk en vriendelijk geweest, maar nu werd hij in zich zelf gekeerd, somber en prikkelbaar. Vooral somber, wijl hij de gezondheid van zijn Meester meer en meer zag achteruit gaan en prikkelbaar door de kinderachtige plagerijen, die Hudson Lowe telkens uitvond. Geleidelijk hield hij op met in huis dienst te doen, hield zich alleen nog met de jacht bezig en dwaalde soms dagen lang eenzaam rond tusschen de kale rotsen, wat hem niet opgewekter deed worden. Op een dag kreeg hij ruzie met den Engelschen bediende van Gourgaud; hij wilde niet, dat deze te midden van de Franschen aan tafel mee aanzat. Hij was achterdochtig geworden tegenover bijna iederen Engelschman, wijl – zooals hij beweerde – Hudson Lowe hem het voorstel had gedaan, hem eiken dag te komen oververtellen, wat er te Longwood gebeurde en wat er besproken werd. “Santini”, schrijft Las Cases, ‘voelde zich diep gegriefd. Geërgerd tot op het bot door alle mishandelingen van de gouverneur, was hij zo verbitterd geworden dat zijn gezondheid hierdoor verslechterde. Overweldigd door diepe melancholie had hij enige tijd alle interne die3 - Napoleon op St Helena 02nsten stopgezet, en onder het voorwendsel dat hij een paar vogels zou vangen voor de lunch van de keizer, leek hij meer bezig te zijn dan met jagen in de buurt. In een moment van verlatenheid, vertrouwde hij hem aan Cypriani, zijn landgenoot, toe dat hij van plan was met de hulp van zijn dubbelloopsgeweer, de gouverneur te doden en vervolgens zichzelf te doden. Hij zei het allemaal, om de aarde te bevrijden van een monster. Cypriani, die het karakter van zijn landgenoot kende, bang door zijn besluit, deelde het met verschillende anderen op de afdeling, en allen kwamen samen om Santini te bepraten; maar hun welsprekendheid, in plaats van hem te verzachten, leek het hem alleen maar te irriteren. Vervolgens namen ze het besluit om alles aan de Keizer te vertellen, die hem onmiddellijk liet halen in zijn aanwezigheid: ‘En het is alleen’, vertelde hij me later, ‘dat door keizerlijke autoriteit, die ik kon de vastberadenheid van deze man kon overwinnen.  Zie een stukje van het schandaal wat hij ging veroorzaken! Ik zou nog steeds voor de moordenaar zijn doorgegaan, de moordenaar van de gouverneur! En in feite zou het heel moeilijk zijn geweest om zo’n gedachte uit de hoofden van veel mensen te verwijderen” … Tijdens het diner zei de keizer, terwijl hij Santini met strenge ogen aankeek: ‘Bandiet! Je wilde de gouverneur vermoorden! … Miserabel! …Laat zulke ideeën in je opkomen, en je zult met mij te maken krijgen! Jij. Kijk eens hoe ik jullie behandel.” En zich tot ons wendend, zei hij: ‘Heren, hier is Santini die de gouverneur wilde vermoorden. Grappige kerel zou ons veel opleveren! Het kostte al mijn autoriteit, al mijn woede om hem tegen te houden…’

Toen een paar maanden later het personeel moest verminderd worden, besloot Napoleon dan ook om Santini weg te zenden, maar tevens daarbij gebruik te maken van zijn groote toewijding. Men liet hem het protest uit het hoofd leeren, dat Napoleon tot de vorsten van de Sainte-illiance had gericht, doch van welks uitwerking hij weinig verwachting had, wanneer het niet tevens aan het publiek bekend werd. Santini zou, in Europa teruggekomen, handelen zooals hij ’t meest geschikt vond, al naar gelang van de omstandigheden. Voor het geval, dat zijn herinnering hem in de steek mocht laten, gaf men hem het protest – door de jonge Las Cases op satijn geschreven en verborgen in de opnaaisels van Santini’s gala-rok – mede.

Na de gewone quarantaine aan de Kaap, kwam Santini eindelijk te Londen, waar hij iemand kende. Een toeval bracht hem met een Italiaan in aanraking, die hem het adres gaf van Sir Robert Wilson, welke zich zooveel moeite had gegeven om Lavalette te helpen ontvluchten en van den dood te redden. Deze bracht hem met lord Holland in aanraking, die zóó verontwaardigd was over de behandeling, die men Napoleon aandeed, dat hij niet alleen beloofde Santini in alles te zullen helpen en hem tegen de politie te beschermen, maar ook – naar aanleiding van dit protest – een interpellatie tot de regeering richtte, die een enorme weerklank, zoo wel in Engeland als op het vasteland vond. Nog grooter echter was het gevolg van de brochure, die Santini – door lord Holland met een uitgever in aanraking gebracht, die voor het drukken en verspreiden zorgde met behulp van een Engelschman van het protest maakte en die in het Engelsch en in het Fransch werd uitgegeven. In deze brochure beschreef Santini tevens den geheelen toestand op Longwood, het voedsel, de plagerijen van den gouverneur, de onaangename behandeling, waaraan de Keizer bloot stond, diens gezondheid enz. Toen hij vond, dat hij genoeg in Engeland had gedaan. Besloot hij naar het vasteland over te steken en daar zijn zending voort te zetten. Overal werd hij door de politie der verschillende landen gevolgd, vervolgd en voortgejaagd, waar hij de familie van den Keizer wilde opzoeken en ook die op de hoogte van alles wilde brengen. Na vele omzwervingen – terwijl hij te Milaan, te Mantua en ook te Weenen een tijdlang werd gevangen gezet – kreeg hij eindelijk verlof om zich te Brünn in Moravië te vestigen onder voorwaarde. dat hij daar zou blijven en zich zelfs niet in den omtrek of in de voorsteden zou begeven. Zijn correspondentie werd door de politie geopend en gelezen en hij moest zich elke veertien dagen op het politiebureau melden De Oostenrijksche regeering gaf hem intusschen geld, waarvan hij kon leven. Maar tevens werd hem gedreigd, wanneer hij zich niet aan de voorschriften hield, dat men hem in een gevangenis zou opsluiten. Eerst na den dood van den Keizer mocht hij Brünn verlaten niet alleen, maar men liet hem vrij om zich overal heen te begeven, waarheen hij wilde.

En weer begonnen zijn zwerftochten! Doch nu met het doel om zijn onderhoud te kunnen verdienen en om in het bezit te geraken van het geld, dat zijn Meester hem had nagelaten en dat betaald moest worden uit de geldsommen die Marie Louise aan den Keizer schuldig was. Marie Louise nu, heeft nooit iets van die schuld afgedaan. Eindelijk werd hij in ’30 aan het Koninklijk Huis verbonden, maar verkoos liever een baantje aan de Posterijen te hebben, wat hem ook gegeven werd. Zoodra Napoleon de derde aan de regeering was gekomen verzocht Santini om het kruis van het Légion d’Honneur wat hem billijkerwijze toekwam, wijl het hem door den grooten Keizer bij zijn terugkeer uit Elba, was beloofd. Hij kreeg het en werd – tot belooning voor zijn diensten en voor alles wat hij voor de dynastie der Bonapartes had gedaan – benoemd tot wachter bij het graf van den Keizer, een baantje, dat men speciaal voor hem schiep, ‘als beloning voor zijn lange diensten en zijn gehechtheid aan keizer Napoleon I.’ Ook werd hem door de zorgen van Napoleon den derde, het geld, hem door Napoleon den eerste nagelaten, uitbetaald. En tot aan zijn dood, in 1862, bleef Santini trouw de wacht houden bij de laatste rustplaats van Hem, die eenmaal zijn meester was geweest. En wee den bezoeker, die verzuimde zijn hoofd te ontblooten, wanneer hij het graf van den grooten Keizer naderde! Dan klonk de strenge, luid-gebiedende stem van den trouwen, zeventig-jarigen grijsaard: ‘On se découvre devant Ie tombeau de l’ Empereur!’

3 - Napoleons graf 01

Dit item was geplaatst door Muis.