NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN – 27

NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
DOOR DR. A. ALETRINO

Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1916

VIJFDE HOOFDSTUK (3e deel)

Montchenu onderscheidde zich van de anderen commissarissen, doordat hij er een secretaris op nahield, wat echter niet steeds een genoegen voor hem is geweest. Deze satelliet, wiens naam “de Gors” was, had waarschijnlijk de opdracht meegekregen om een waakzaam oog op zijn chef te houden en bracht met een bewonderingswaardige vrijmoedigheid verslag, achter diens rug, over de gedragingen van zijn chef uit. Wanneer hij diens depêches had overgeschreven, voegde hij er zijn opmerkingen aan toe, de Montchenu – die vriendschappelijk met zijn beide collega’s omging, maar met een zoetsappige valscheid hen achter hun rug trachtte te verraden en te bekladden, had na het vertrek van baron Stürmer, toen de Oostenrijksche regeering hem ook diens functies had opgedragen, waaruit hij hoopte nog meer verhooging van honorarium te trekken en na het vertrek van comte Balmain, allerlei bedekte insinuaties omtrent Oostenrijk en Stürmer aan zijn regeering geschreven en had ook Balmain’s goeden naam niet ongemoeid gelaten, dien hij echter wèl voortdurend en telkens had gebruikt om een diner los te krijgen of nieuws van Longwood te vernemen. Bij dit schrijven voegde de Gors: ‘Het spijt me dit te moeten zeggen, namens meneer de Montchenu, maar het is mijn plicht te verklaren dat al zijn opmerkingen over zijn twee collega’s niet erg oprecht zijn en te veel op persoonlijkheid lijken. Hij had zich rechtvaardiger en onpartijdiger moeten opstellen tegenover meneer Graaf de Balmain, de enige die de gemeenschappelijke belangen van de dienst echt ter harte nam en die daar met overmatige ijver zijn rust en gezondheid voor opofferde. Meneer de Montchenu had niet moeten vergeten dat de missie aan de Graaf te danken is voor al het belang dat ze heeft opgeleverd, en hij heeft er nooit toe kunnen besluiten om samen met hem een ​​eenvoudig bezoek te brengen aan de inwoners van Longwood. Hij kletste veel, gaf altijd de schuld aan wat hij niet deed en handelde nooit wanneer het tijd was. Hij heeft zich vermaakt met discussies over voorrang en de beslissing is nu genomen, zodat Longwood een post is die alleen met duizend moeilijkheden zal worden heroverd.

Trouwens, het oordeel van de Engelsche officieren over hem was al niet veel beter en ieder was het er over eens, dat hij een klaplooper en een oude klets was en dat men aan zijn woorden en aan zijn praatjes geen geloof kon hechten. En hun oordeel werd nogal tot een zekere hoogte getemperd door de glans, die een adelijke titel, en dus ook die van “marquis,” meebracht. Nogmaals, veel leed had Napoleon er niet over, dat hij de Montchenu niet ontmoette.

Meer smartte het hem. dat hij de Balmain en Stürmer niet te spreken kon krijgen, met wie hij gehoopt had zich schadeloos te stellen. Immers, hij had gedacht, dat de keizer van Rusland die hem te Tilsitt en te Erfurt een eeuwige vriendschap had beloofd, hem niet een van zijn officieren zou zenden, zonder hem met een of andere boodschap te belasten. Niets toch zou gemakkelijker zijn gegaan dan een correspondentie met den czaar te openen en door diens hulp te verkrijgen wat hij wilde; misschien zelfs zou deze hem een verblijf in zijn rijk aanbieden. En wat de Oostenrijksche commissaris aangaat, daarover verkeerde hij geen oogenblik in twijfel, of deze zou hem nieuws van zijn vrouwen van zijn kind brengen, een oplettendheid, waarvoor hij den keizer van Oostenrijk dankbaar zou zijn. Doch hij wachtte te vergeefs en zond even vergeefs nu eens Madame Bertrand, dan weer Las Cases en eindelijk wie maar wilde, met allerlei diplomatieke opdrachten om maar iets te vernemen. Niets en niemand echter had eenig goed gevolg in die richting. Toch schijnt Balmain iemand te zijn geweest, die – zoolang hij op St. Helena vertoefde – geneigd was, om de woorden, in zijn instructie door keizer Alexander zelf onderstreept, nauwkeurig op te volgen. In zijn instructie toch werd hem – in afwijking met die der beide anderen, waarin men niets van dien aard vindt – aanbevolen: “In uw betrekkingen met Bonaparte zult u de consideratie en gematigdheid in acht nemen die een dergelijke delicate situatie vereist, en de persoonlijke consideratie die hij verschuldigd is.” Ingevolge daarvan verklaarde hij dan ook, dat het de wil van zijn souverein was, dat hij zich verre moest houden van de buitengewone maatregelen, die de Montchenu wilde nemen. En hij gedroeg zich dan ook verder daarnaar zooveel hij kon ofschoon hij van plan was geweest – een voornemen, dat zijn beide collega’s hem ontraadden en waaraan hij dan ook geen uitvoering gaf – een jong naaistertje uit Parijs naar St. Helena mee te nemen om met haar het huwelijk op bedriegelijke wijze na te bootsen (al zou dit nu niet zoo heel erg· zijn geweest, waar, wanneer men sommige Fransche berichtgevers mag geloven, de amoureuze verhoudingen van Gourgaud bij voorbeeld niet zoo verborgen en delikaat waren en zelfs hoog-geplaatste Engelsche officieren, onder anderen admiraal Plampin, van de oorlogsschepen er hun maîtresse op nahielden), waren zijn houding en zijn gedrag op St. Helena van dien aard, dat een ieder met lof over hem sprak. Stürmer schreef over hem: “De graaf van Balmain heeft hier algemeen aanzien verworven. Zijn gedrag contrasteert opvallend met dat van M. de Montchenu. Hij is vol bescheidenheid en handelt met grote omzichtigheid, waarbij hij zorgvuldig alles vermijdt wat de gouverneur zou kunnen beledigen. Gedienstig van karakter en vriendelijk zonder pretenties, weet hij zich geliefd te maken bij iedereen die met hem in contact komt. Hij maakt weinig indruk op M. de Montchenu en verbergt dat niet voor mij.”

De woorden, door czaar Alexander in de instructie onderstreept, hebben geen invloed gehad op de houding van de Russische regeering, die op het congres te Aix-Ia-Chapelle het bekende memorandum indiende, waarin gevraagd werd en er op werd aangedrongen, om met nog meer gestrengheid tegenover Napoleon op te treden en waarin werd aanbevolen om, des noods met kracht en geweld, hem te dwingen zich tweemaal daags, zoowel aan de commissarissen als aan den gouverneur te vertoonen, Geen dezer voorstellen echter, heeft tot eenig gevolg geleid. Napoleon is meester van het terrein gebleven en heeft zich nooit vertoond.

Wat Balmain’s positie tegenover den gouverneur wel eenigszins bemoeilijkte en hem in een ietwat scheeve verhouding bracht, was, dat hij op diens stiefdochter, Miss Johnson, de dochter van Lady Lowe, verliefd werd. Deze verliefdheid, die de twee laatste jaren van zijn verblijf op St. Helena duurde, voordat zij tot een definitief resultaat voerde, verhinderde hem dikwijls om zijn oordeel vrij te uiten en te volharden bij wat hij wilde, zonder daarom nog te beletten, dat hij telkens met den gouverneur in botsing kwam. Balmain, die eerlijk en oprecht en daarbij een echte gentleman was, wist zich zooals de toon van zijn depêches voldoende uitwijst – ver van de intrigues (want geintrigueerd werd er voortdurend) van Longwood te houden en ging zijn weg, zooals hem die door zijn instructie was voorgeschreven. De eenige kans om, zonder eenige intrigue of leugen, met Napoleon in aanraking te komen en wat hij gaarne schijnt te hebben gewild – te oordeelen ten minste naar het gesprek tusschen hem en den gouverneur, dat door Stürmer bijna letterlijk aan zijn regeering is geschreven – namelijk hem als privé persoon te gaan bezoeken, werd hem door den gouverneur belet, die zich achter zijn eigen instructies verschool en standvastig bleef weigeren hem daartoe verlof te geven. Wat nu het ware is geweest in de houding van Balmain tegenover Napoleon en omgekeerd, is moeilijk te zeggen, wijl de beweringen van de Montholon daaromtrent – en de Montholon had een ruime fantaisie en heeft nooit geaarzeld om een onwaarheid neer te schrijven – volstrekt niet overeenkomen met wat Gourgaud uit die periode heeft geschreven of liever niet heeft geschreven.

De Montholon verhaalt van een mededeeling, door Balmain aan Gourgaud gedaan en voor den Keizer bestemd, waarin gezinspeeld werd op de broederlijke vriendschap van den czaar en op de waarschijnlijkheid, dat Gourgaud – wanneer de Keizer hem zou zenden – aan het Russische hof zou worden ontvangen; en tevens van drie vragen, die Balmain op bevel van czaar Alexander zou hebben gesteld, een betreffende de bezetting van Oldenburg in 1812, een over den oorlog tegen Rusland en de laatste over het afbreken der onderhandelingen omtrent het huwelijk van Napoleon met de zuster van den czaar. Napoleon zou daarop hebben geantwoord met een dankbetuiging aan den czaar voor diens gevoelens en voor de gastvrijheid, die deze hem in Rusland aanbood. En na een oplossing der drie aan hem gestelde vragen te hebben gegeven, zou hij den czaar zijn bondgenootschap hebben aangeboden voor het geval dat deze zich van de Bourbons zou afscheiden, terwijl hij zich gereed verklaarde – wanneer dat de voorwaarde voor een mogelijke overeenkomst zou zijn – een handels-verdrag met Groot Brittanje te onderteekenen. Dit document zou aan Gourgaud zijn overhandigd, opdat hij daarnaar zijn gedrag, later, aan het Russische hof zou kunnen regelen. Waarschijnlijk echter is dit het geschrift geweest, dat Bertrand, twee maanden later te vergeefs getracht heeft aan Balmain ter bezorging te overhandigen, doch dat deze weigerde. In het Journal van Gourgaud nu, vindt men niets van dit alles vermeld op den datum waarop de Montholon beweert, dat het zou zijn geschied. Het zou nu toch wel zeer vreemd zijn, dat Gourgaud een zóó gewichtig iets, de groote nauwkeurigheid, waarmee zijn journal is bijgehouden, in acht genomen, zou verzuimd hebben te vermelden. Trouwens, uit de depêches van Balmain blijkt evenmin iets van een mededeeling.

Het meest waarschijnlijke is dan ook, dat Napoleon – die al van plan was om Gourgaud naar Europa te zenden en hem naar den czaar af te vaardigen – hem een geloofsbrief wilde meegeven, waarin hij zich tevens verantwoordde op die punten, die een verwijdering tusschen hen hadden teweeg gebracht. Hij was te weten gekomen, dat in de instructie van Balmain de voor hem gunstige woorden door den czaar waren ingevoegd en onderstreept; hij herinnerde zich den grooten invloed, dien hij indertijd op den czaar had uitgeoefend en was niet onbekend met de weinige sympathie, die Alexander voor de Bourbons voelde. Hij deed het dus voorkomen, alsof hij wèl een mededeeling had ontvangen en alsof zijn document een antwoord daarop was. Mocht Alexander zich later over zulk een mededeeling verwonderen en ontkennen, dat hij zulk een opdracht had gegeven, dan zou men alles op een misverstand kunnen schuiven of de schuld geven aan een verkeerd begrepen of uitgelegd gesprek. Het kan ook zijn, dat Balmain inderdaad – doch uit zuivere nieuwsgierigheid, zoo maar, zonder eenige verdere of diepere bedoeling – onder het spreken, die vragen aan de omgeving van Napoleon heeft gedaan. Welke bedoeling of wat er dan ook bij Napoleon achter heeft gezeten, een zekerheid is het, dat hij geen gelegenheid wilde laten voorbijgaan, geen kans wilde verwaarloozen zelfs de kleinste niet. Het ging toch om de belangen van zijn zoon, die hem altijd voor oogen stonden. Balmain echter heeft steeds geweigerd een dergelijk stuk aan te nemen, om het den czaar te overhandigen. De verwachting, die Napoleon van een, zij het dan ook officieuze ontmoeting met den Russischen commissaris koesterde, werd geheel te niet gedaan.

En evenmin werkte de komst van den Oostenrijkschen commissaris iets ten voordeele van Napoleon uit. Deze was pas acht en twintig jaar, toen hij op St.-Heiena kwam en had een jonge en beminnelijke française getrouwd, die intertijd te Parijs, toen zij nog niet tot barones was verheven, maar tot een tamelijk burgerfamilie behoorde, door Las Cases en zijn vrouw was geholpen, wat zij nu vergoedde door hem te negeeren en hem op een afstand te houden, tot groote en rechtmatige verontwaardiging van den kamerheer. Stürmer was een man van niets en zijn verblijf op St.-Helena heeft, om zoo te zeggen, nog minder dan dat van de andere commissarissen ten gevolge gehad. Ontkend kan niet worden, dat Stürmers positie een moeilijke en de lastigste van die der drie commissarissen was, wijl hem nauwkeurig in zijn instructie was voorgeschreven en hem telkens door zijn regeering werd voorgehouden, niet dan in overeenstemming met Hudson Lowe te handelen. Wie op de hoogte is van de persoonlijkheid van Hudson Lowe, kan begrijpen, dat dit een onmogelijk te vervullen eisch was. Te vergeefs trachtte Napoleon zich met hem, den vertegenwoordiger van zijn schoonvader, in verbinding te stellen. Zelfs toen Napoleon hem op een dag liet vragen en verzoeken, of hij hem – wanneer hij eens ernstig ziek mocht worden – met een opdracht aan zijn schoonvader zou kunnen belasten, verschool hij zich – zonder een duidelijk antwoord te geven – achter de belofte, dat hij daaromtrent instructies aan zijn regeering zou vragen. Natuurlijk is een antwoord van de Oostenrijksche regeering uitgebleven! Onder de suggestie van Engeland, dat daartoe door Hudson Lowe was aangezet, werd hij in 1818 door zijn regeering teruggeroepen en werd aan Montchenu opgedragen in zijn plaats de belangen van Oostenrijk te behartigen, waarvan deze gebruik maakte om op nog meer verhooging van honorarium, maar nu van de kant van Oostenrijk, aan te dringen.

Was de instelling der zending van drie commissarissen al op zich zelf iets, dat – vooral ten gevolge van de instructie, aan ieder van hen meegegeven – onmogelijk tot eenige goede en nuttige uitkomst kon voeren, wat er misschien nog door bereikt had kunnen worden, werd door de voortdurende verdeeldheid die er tusschen hen heerschte en door het voortdurend intrigueeren tegen elkaar, te niet gedaan. De Sainte-Alliance was op St.-Helena al even oneenig als in Europa, wat belangen en inzichten betreft: er bestond een steeds levende, nu eens openlijke, dan weer stille strijd onder de commissarissen, wijl ieder van hen beproeven wilde, op aandringen van zijn regeering, om met den gevan-gene in aanraking te komen en te blijven, zonder dat de ander het mocht weten ; terwijl Engeland, van zijn kant, ook in het geheim, moeite deed Napoleon voor zich alléén te hebben en de anderen er buiten te houden. Ieder was bang, dat de anderen tot een overeenkomst met den gezamenlijken vijand zouden komen.

Slechts op drie punten voelden zij zich eenig en in overeenkomst met elkaar, namelijk in hun schatting van en hun verachting voor Hudson Lowe, over de duurte van het leven op St. Helena en in gevolge daarvan over het onvoldoende van hun honorarium en eindelijk – en dat waren vooral de Russische en de Oostenrijksche commissaris – over den schadelijken invloed van het klimaat op hun zenuwen. Balmain schreef, dat zijn gezondheid slecht was en slecht bleef en dat hij voortdurend last van zijn zenuwen had, die door het klimaat verzwakt werden. Drie maanden na dit schrijven, zocht hij herstel in Brazilië. Erger was Stürmer er aan toe, die aan echte zenuwtoevallen begon te lijden, waarin hij door een paar man moest worden vast gehouden, lach- en huilbuien had en langzamerhand een formeele hystericus werd.

De weigering van Napoleon om de commissarissen te ontvangen, werkte de taktiek en de plannen van Hudson Lowe in de hand, die – zoowel op aandringen van de Engelsche ministers als uit zich zelf, zich ten doel had gesteld, hem meer en meer af te zonderen en hem te beletten menschen te zien en bezoek te ontvangen. Onder admiraal Cockburn was het genoeg, wanneer iemand den Keizer wilde bezoeken, audientie bij den grandmarêchal aan te vragen, die dan met den Keizer over dit verzoek sprak, welke er al of niet in toestemde. Niet zoodra hadden de drie commissarissen te kennen gegeven, dat zij – waar de Keizer hen niet als officieele personen wilde ontvangen – geneigd waren, hem als privé-personen een bezoek te brengen of Hudson Lowe veranderde het reglement en stelde vast, dat niet de grand-maréchal, maar uitsluitend hij het recht zou hebben een bewijs af te geven, om bij Napoleon toegang te verkrijgen. Niet alleen ontnam hij daardoor den Keizer alle gelegenheid om eenige afleiding te vinden, maar – wat veel erger voor dezen was – hij verhinderde daardoor, dat Napoléon met Europa in verbinding kon blijven, zijn klachten kon doen overbrengen, zijn bezwaren en zijn grieven kon doen gelden. Immers, behalve, dat de Keizer daardoor belet werd met de inwoners van St. Helena, die er langzamerhand een gewoonte van hadden gemaakt om hem te bezoeken, om te gaan, hij werd er ook door verhinderd de reizigers, die op hun heen- of terugreis, van en naar Europa voor een enkelen dag St. Helena aandeden en tot hem wilden komen, te ontvangen. De tijd was meestal te kort, om eerst een toegangs-bewijs van den gouverneur te verkrijgen, dit aan den grand-maréchal te doen overhandigen en dan te wachten of de Keizer al of niet geneigd was hen te ontvangen. De meeste zagen er daarom van af. Van hen was dus voor Hudson Lowe niets te vreezen, dat zij óf brieven zouden meenemen naar Europa óf klachten zouden overbrengen. En wat de personen van hoogen rang betreft, aan wien Hudson Lowe al die bezwaren en moeilijkheden niet in den weg durfde leggen en die hij zich dus onmiddellijk tot den grand-maréchal deed richten, van hen was hij verzekerd wijl zij tot de familie van een of anderen minister behoorden partijgenoten of aan een ministerie verbonden waren of ook een hoogen regeerings-post bekleedden – dat zij hem niet zouden loochenstraffen of de klachten en bezwaren van Napoleon zouden overbrengen, terwijl zij zijn maatregelen en reglementen daar tegenover zouden afkeuren.

Dit item was geplaatst door Muis.