22 – ISLA CONEJO
Het eilandje Isla Conejo ligt in de Golf van Fonseca, in de Grote Oceaan. An die golf liggen drie landen, die elk een belangrijke haven aan de golf hebben. La Unión in El Salvador, San Lorenzo in Honduras en (al een stuk landinwaarts gelegen) Puerto Morazán in Nicaragua. Vanuit onze koloniale bril werd de golf ontdekt door Gil González Dávila (1480-1526), een Spaanse veroveraar die in 1519 van de koning opdracht kreeg vanuit Panama de Pacifische kust in Centraal-Amerika te verkennen. De ijdele hoop was een doorgang van de Grote Oceaan naar de Atlantische Oceaan te kunnen ontdekken. In 1849 was de Amerikaanse archeoloog Ephraim Squier benoemd tot speciaal zaakgelastigde van alle Centraal-Amerikaanse staten en onderhandelde verdragen met Nicaragua , Honduras en San Salvador. Hij kwam met Honduras overeen dat het land een kanaal zou graven vanaf de Caribische Zee tot aan de Golf van Fonseca. Dat stuitte op Brits verzet, want ze vreesde dat dit destabiliserend zou werden voor de Miskito-kust, die onder hun controle stond. Een Britse vloot landde daarom op het eiland El Tigre om de toegang tot de golf te blokkeren. Squier had zich hierop voorbereid, liet de eilanden tijdelijk in Amerikaanse bezit overgaan en slaagde er zo in een Britse bezetting onmogelijk te maken.
Al eeuwenlang zijn de grenzen in de Golf van Fonseca nooit goed vastgesteld. Dat heeft ook ernstige milieueffecten. De industrie van de drie landen bedreigt het ecosysteem in de golf. Er wordt veel afval in de golf geloodst en is de commerciële kweek van garnalen een ramp voor de kwetsbare mangrove. De kust van de golf bestaat uit vulkanisch gebied, met vele vulkanen. De Cosigüina-vulkaan in Nicaragua is een stratovulkaan die 860 meter boven zeeniveau uitstijgt en voor het laatst een eruptie had in 1835. Doordat nooit duidelijk is welk land verantwoordelijk voor de aanpak van een probleem, blijft de situatie onaangepakt. El Salvador, Honduras en Nicaragua waren lange tijd in een discussie verwikkeld over het bezit van de golf en de daarin gelegen eilanden. In 1992 bepaalde het Internationaal Gerechtshof dat de drie landen het bezit over de golf moesten delen, maar grenzen stelde het hof niet vast. Wel werden de eilanden Meanguera en Meanguerita aan El Salvador toegekend, en het eiland El Tigre aan Honduras. Logische keuzes omdat deze eilanden dicht voor de kust liggen van het toegewezen land.
Dat zou echter ook moeten gelden van Isla Conejo (‘Konijneneiland’) dat vlak voor de kust van Honduras ligt en waarvan El Salvador nog steeds claimt dat het tot hun grondgebied zou behoren. Het is een minieme rots voor de kust, met een Hondurese legerbasis (Fuerzas Amarmadas de Honduras). Het eiland schijnt een strategisch punt van maritieme en militaire waarde voor zowel Honduras als El Salvador te zijn. Het zal, ik kan niet inzien waar men zich hier druk om kan maken.

