MIRJAM DASBERG EN ALEXANDER DASBERG – 25
Volgens de laatste volkstelling van vlak voor de oorlog telde Hilversum 76.269 inwoners, waarvan er 2.482 als Joods stonden geregistreerd. Hiervan zouden maar amper 200 inwoners de oorlog overleven. Een mogelijke verklaring voor dat hoge aantal Joodse doden is de vroege datum van de deportaties vanuit Hilversum. Toen halverwege 1942 in Nederland de deportaties begonnen, waren de meeste Joden uit Hilversum al gedeporteerd en daardoor afgesneden van hun netwerken en contacten met niet-Joden in Hilversum. Netwerken en contacten die hen hadden kunnen helpen deportatie te ontlopen. Het beleid van de nazi’s was er in de eerste oorlogsjaren vooral op gericht de Joden sociaal geheel te isoleren of te dwingen te vertrekken. De Duitse pogingen om de sociale uitroeiing van de Joden stuitten op redelijk wat verzet in Hilversum. De niet-Joden protesteerden in de eerste bezettingsfase tegen deze acties door boze brieven te schrijven als reactie op het verwijderen van Joden uit openbare functies. Soms mobiliseerde geweld tegen Joden de lokale gemeenschap, wat de diepgewortelde band onderstreepte van de meeste Joden in deze stad, de sterkte van de sociale banden en de onwil van hun buren om de marginalisering van de Joden in Hilversum te accepteren. Het verhinderde echter niet dat tegen de zomer van 1942 al heel wat Joodse inwoners de stad hadden verlaten. De joden, de achterblijvers in Hilversum en de vertrokkenen in hun nieuwe woonplaats, moesten nieuwe netwerken en contacten leggen buiten de niet-Joodse gemeenschap. Dat lukte maar weinigen echt goed.
Mirjam Dasberg
Rabbi Nathan Dasberg (Groningen, 14 oktober 1907 – Be’erot Yitzhak, Israël, 5 december 1992) en zijn echtgenote Elisabeth Dasberg-Prins (Amsterdam, 20 januari 1906 – Be’erot Yitzhak, Israël , 3 januari 1994) doken onder in Hilversum. Nathan Dasberg was de zoon van de bekende rabbijn Samuel Dasberg (Rotterdam, 31 maart 1872 – Amsterdam, 2 april 1933) uit Dordrecht. Zijn echtgenote Dina Dasberg-de Vries en zijn zonen Isaac Dasberg (Dordrecht, 10 december 1900 – Jerusalem, 29 april 1997) en Nathan Dasberg speelde een rol in het verzet in Dordrecht. Nathan woonde toen al in Hilversum. Nathan en Elisabeth Dasberg doken al vrij vroeg tijdens de bezetting met drie van hun kinderen Alexander, Dina en Miriam onder. Nathan kon hiervoor gebruik maken van zijn uitgebreide lokale netwerk om aparte onderduikplekken te vinden. Nathan en Elisabeth zaten in hun woonplaats Hilversum ‘gewoon’ om de hoek, op de Mauritslaan waar twee ongetrouwde, gereformeerde dames woonden. De ene was Maria Aalders (1889-1945), een zus van prof. dr. G. Ch. Aalders. De andere was een zus van dominee Kruyswijk. De twee juffrouwen hadden meerdere onderduikers. Het echtpaar Dasberg leefden twee jaar ongestoord op dit onderduikadres. In begin 1945 werden beide dames echter ziek. Maria Aalders overleed op 23 maart 1945 op slechts 56-jarige leeftijd, de overlijdensdatum van mevrouw Kruyswijk is onbekend maar in elk geval ook voor de bevrijding.
Hun dochtertje Jeanette Dasberg (Hilversum, 11 november 1937 – Auschwitz, 25 januari 1943) brachten ze onder in het de psychiatrische inrichting het Paedagogium Achisomog, een onderdeel van de Joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornse Bosch, in de verwachting dat de Duitsers deze inrichting ongemoeid zou laten. Op woensdag 20 januari 1943 verscheen echter de Ordedienst van Kamp Westerbork en op het station van Apeldoorn werd een goederentrein met veertig wagons gereed gemaakt. De helft van het personeel wist zich die nacht in veiligheid te brengen. In de nacht van donderdag 21 op vrijdag 22 januari 1943 werden de ongeveer 1.000 patiënten en 51 personeelsleden in vrachtwagens naar de gereedstaande goederentrein gebracht en rechtstreeks met transport 45 naar het concentratiekamp Auschwitz gebracht. Later werden nog eens ongeveer 350 achtergebleven patiënten en personeelsleden naar Auschwitz gebracht, zodat in totaal ongeveer 1.400 personen vanuit Het Apeldoornse Bos werden weggevoerd. De vijfjarige Jeanette Dasberg werd daar op 25 januari 1943, direct na aankomst, vergast.
Anna van Dam
De driejarige dochter Mirjam Dasberg werd op haar onderduikadres opgepakt. De politie vertelde haar verzorgers dat ze later terug zouden komen om haar op te halen. De Joodse verzetsstrijdster Anna Rosa van Dam (Rotterdam, 15 september 1915 – Dachau, Rotterdam, 8 oktober 2010) bood in november 1943 direct aan om de kleuter ergens te laten onderduiken. De ouders van deze Ans, die medicijnen studeerde, waren bevriend met de Dasbergs. Ans nam het meisje mee naar een tijdelijke locatie in Amsterdam, maar deze plek bleek een valstrik, waarop Ans zo snel mogelijk met Mirjam wilde ontsnappen. Zij nam contact op met een zekere mevrouw Muurling, en regelde dat de twintig jaar oude Wibo Florissen en de zeventien jaar oude Hein Robert Korpershoek zouden proberen het kind te redden. Vermomd met hoeden en lange jassen om de indruk te wekken dat ze veiligheidsagenten waren, gingen het jeugdige tweetal naar de tijdelijke locatie, sloegen op de deur en schreeuwden luid dat er open gedaan moest worden. Wibo instrueerde de vrouw des huizes het kind wakker te maken en aan te kleden, zodat ze mee kon. De twee mannen redden het meisje en brachten haar naar Ans, die op de hoek stond te wachten. Hein Korpershoek maakte later van de ontsnapping een mooie tekening. Ans van Dam werd enkele dagen later opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd. Daar werd ze in de ziekenbarak in Birkenau aangesteld als arts. Ze bleef er tot augustus 1944 en werd toen overgebracht naar Kaufering, een subkamp concentratiekamp Dachau. Na een aantal maanden in Kaufering werd ze overgeplaatst naar het subkamp Mühldorf, waar ze opnieuw als arts werd aangesteld. De evacuatie van Mühldorf, per spoor in goederenwagons, verliep chaotisch. Uiteindelijk ging een deel van de groep gevangenen richting Tutzing, een andere groep richting Seeshaupt. In die plaatsen zijn de gevangenen op 29 april 1945 bevrijd. Ans van Dam keerde terug naar Hilversum. Ze rouwde op 27 augustus 1947 met de psycholoog Max
Drukker (Amsterdam, 8 februari 1916 – Jeruzalem, 15 mei 2001), kreeg met hem twee zonen en emigreerde in 1952 naar Israël, waar ze in 2010 overleed, 93 jaar oud. Hein Korpershoek en Wibo Florissen zijn op respectievelijk 10 mei en 11 oktober 1987 door Yad Vashem erkend als ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’.
Mirjam Dasberg (Hilversum, 28 november 1940) en Alex Dasberg (Hilversum, 7 oktober 1935) – Jerusalem, 11 november 2007) kwamen beiden terecht op onderduikadressen van Hanna van der Voort. Mirjam kreeg er de onderduiknamen Marietje Nabben en Rietje de Vree) en kwam terecht bij de familie Lei en Truus Nabben-Vermeulen, die aan Bosweg 8 in Swolgen woonden. Na de kinderrazzia op 1 augustus 1944 in Tienray moest ze een tijdje samen met ‘vader’ Lei in het kippenhok slapen. Alex, die de onderduiknamen Lex van Dijk of Lex de Jong kreeg, zat ondergedoken bij Pieter en Johanna Driesse, woonachtig op Antoniusstraat 24 in Blitterswijck. Vijftig jaar later kwamen Mirjam en Alex vanuit Israël weer terug naar Tienray om daar haar ‘broers’ uit de duiktijd te bezoeken. Samen met Lex bezocht ze het zogeheten Hanna-monument ter ere van de ‘centrale onderduikmoeder’.
