NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN – 30
NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
DOOR DR. A. ALETRINO
Amsterdam, Van Holkema & Warendorf, 1916
ZESDE HOOFDSTUK (2e deel)
Om zijn zin door te drijven en gedaan te krijgen wat hij wilde, en tevens om in Europa bekend te doen worden, aan welke meskyne behandelingen hij van den kant der Engelsche regeering bloot stond, waarvan misschien een verandering van zijn toestand het gevolg zou kunnen zijn, besloot hij tot een andere maatregel over te gaan en een gedeelte van zijn zilver te verkoopen. Op zijn bevel vijlde men de adelaars en de andere teekenen, waaraan men de herkomst van het zilver zou kunnen weten van de schalen en de schotels af, sloeg de borden in stukken en in elkaar en verkocht er den eersten keer 942 ons van aan Balcombe, genoeg om er de loopende schulden van te betalen. Een tweede keer verkocht men, 1.227 ons, een derde keer 2.048 ons, die bij elkaar 26.419 frcs. opbrachten, ternauwernood genoeg om er een drie maanden mee rond te komen. AI het zilver bij elkaar, zou niet meer dan een 100.000 frs opbrengen. Was dat geld verbruikt, dan bleef nog altijd het geld van Las Cases en van Bertrand beschikbaar. Tot zoover echter behoefde men niet te gaan. De weerklank van het stukslaan der zilveren stukken, was op St. Helena zelf en in Engeland zóó groot, dat de openbare meening zich er mee bemoeide en dat een interpellatie van lord Holland aan de regeering er het gevolg van was. En men was gedwongen den Keizer verlof te geven het geld, dat hij noodig had, in Europa aan te vragen door brieven, die noch door den gouverneur, noch door een der Engelsche ministers zouden geopend of gelezen worden.
De geld-kwestie of die der bezuinigingen alléén, zou het leven op St. Helena niet zóó onaangenaam hebben doen zijn, wanneer het verblijf er overigens dragelijker zou zijn geweest. Er werd echter zóó absoluut niets gedaan, om Napoleon het bestaan een weinig genoegelijker te maken. Integendeel! De Engelsche ministers vonden de gelegenheid om hem op alle manieren – zelfs zonder de tusschenkomst van Hudson Lowe het bestaan te verbitteren. Op de tocht naar St. Helena, had Napoleon de halte, die men te Madera maakte, gebruikt om een lijst naar Engeland te zenden van boeken, tijdschriften enz., die hij, tegen rembours, verlangde te hebben. In de maand Juni 16 pas ontving hij van het Engelsche gouvernement een tiental kisten met boeken, als antwoord op zijn aanvraag. Maar in plaats dat hij er de werken in vond, waarom hij had verzocht, had men hem – behalve een aantal boeken, die hij niet had aangevraagd; het eenige voor hem bruikbare was een verzameling moniteurs No. 1793- 1807 – voornamelijk allerlei oude, verloopen uitgaven gezonden, tijdschriften waaraan nummers en jaargangen ontbraken, voor het grootste deel een onbruikbaar zoodje, bijeen-geraapt in het resteerende en onverkoopbare van een boekwinkel te Londen, waarvan hij het meerendeel niet voor zijn werk kon gebruiken. Toch veroorloofde het gouvernement zich de vrijheid hem daarvoor plus minus 1,396 £. (25.000 frs) in rekening te brengen. In het vervolg richtte hij dan ook zijn aanvraag om boeken tot zijn particuliere correspondenten, die beter voor hem zorgden. Het waren voor hem de feestelijke uren en de feestelijke dagen, de tijden wanneer hij de kisten met boeken ontving, al moest hij ook verdragen, dat zij alle van het visa van lord Bathurst waren voorzien. Eigenhandig pakte hij ze uit, stapelde ze op in zijn kamer, verspreid over de tafel, op stoelen, over de meubelen, over den grond en verliet op zulke dagen soms in twaalf uur zijn kamer niet, maar bleef voortdurend zitten lezen.
Het kasteel van Malmaiso
n
De kern waaruit de bibliotheek op Longwood aangroeide, was van Rambouillet afkomstig. Vier dagen vóór zijn vertrek uit Malmaison, had Napoleon zijn bibliothecaris Barbier, behalve een lijst van 10.000 deelen, die hij uit zijn groote bibliotheken wilde meenemen, verzocht hem werken over Amerika te zenden en een opgave van alles wat er over hem, gedurende zijn veldtochten, gedrukt was. Daarbij. vroeg hij om een volledige verzameling van den Moniteur, de beste encyclopedieën en de beste dictionnaires.
Allerlei omstandigheden echter verhinderden hem, dit alles mee te nemen en hij moest zich met een kleinere bibliotheek tevreden stellen. De Chambre des représentants stond hem, op een schrijven van Barbier, toe om over de boekerij van Rambouillet te beschikken. Behalve 30 of 40 deelen, die van Malmaison meegingen, waren de 588 boeken, die in den eersten tijd op St. Helena de boekenrij vormden, van Rambouillet afkomstig. Het waren voornamelijk litteraire werken, tragedies en romans, alleen geschikt om de verveling te verdrijven en de avonden te helpen doorkomen. Historische werken of boeken, die geschikt waren om hem bij zijn historische arbeid behulpzaam te zijn, vond men er niet bij. Het had weinig gescheeld, of hij had ook dit kleine gedeelte – klein in vergelijking zoowel bij de groote boekerijen, die hij in de verschillende paleizen, voor zijn gebruik had samengesteld, als bij zijn reis-bibliotheek – moeten missen. Immers, zoodra Blücher het verlangen van den Keizer en het besluit van de Chambre des représentants had vernomen, stuurde hij een troep cavalerie naar Rambouillet, die het overbrengen der boeken moest beletten. De troep kwam echter toen de eerste vracht reéds vertrokken was, maar had toch nog gelegenheid de andere tegen te houden.
Waar Napoleon’s boeken en boekerijen altijd ordelijk en netjes werden gehouden, terwijl ieder boek van het stempel “Cabinet de l’Empereur” werd voorzien, was hij te Longwood nog netter en zuiniger op zijn boekerij. Het vroegere stempel werd door een inkt- of een lakstempel vervangen, waarin de keizerlijke wapens waren gesneden en elk boek – wanneer het ook maar eenigszins van nut was – kreeg een vaste plaats in de boekenkast. Mocht het soms geschieden, dat Saint-Denis het door den Keizer gevraagde boek niet kon vinden, dan beschreef de Keizer het precies en wist altijd nauwkeurig aan te geven, waar het stond of waar het moest staan; een talent, dat hij ook in Europa voor al zijn bibliotheken had.
In den eersten tijd op Longwood. voordat hij zijn werk had geregeld en voordat hij de boeken had ontvangen, die hij daarbij noodig had, moest hij zich behelpen met een slecht boekwerk over de oorlogen der Franschen in Italie, en met een verzameling van het “Annual Register,” die hem door een bewoner van St. Helena was ter leen gegeven. In April 1816 echter, ontving hij van Hudson Lowe – die een paar honderd Fransche boeken in zijn biblotheek had meegebracht en ter beschikking van Napoleon en zijn gevolg stelde – een verzameling “Bulletins de la Grande Armée,” de officieele stukken over de expeditie naar Egypte en eenige Moniteurs. Zoolang hij zich nog niet met het dicteeren van
zijn veldslagen bezig hield, las Napoleon geweldig veel; naar het zeggen van Gourgaud heeft hij gedurende het eerste jaar van zijn verblijf op St. Helena niet minder dan vijf en zeventig deelen doorgelezen! In zijn wit-casimiren kamerjapon op de kleine sofa van zijn kamer uitgestrekt, verlangt hij, dat Saint Denis hem boeken, veel boeken, brengt en blijft hij soms lezen tot het uur van het middag-eten dáár is, bladert of leest een werk door, legt het weg, neemt het nog eens op en – indien het de moeite waard is – schrijft hij zijn opmerkingen aan de rand van de bladzijden. Later bespreekt hij ze met zijn gevolg en lokt er lange discussies over uit. Hij las voornamelijk de brieven van Mad. de Sevigné; veel Mémoires, geschiedkundige werken, en brochures, waarin hij nieuwsgierig zoekt naar wat men over zijn regeering zeide. De pamfletten tegen hem gericht en de lasterpraatjes, die men er in verkondigde, lieten hem koel; waren zij te erg dan schreef hij er een uitroep-teeken naast of een korte aanteekening en ging verder. Boeken over krijgskunde, aardrijkskundige werken en reisbeschrijvingen las hij eveneens veel. Op literair gebied voelde hij zich nog altijd aangetrokken door Paul et Virginie, dat hem in zijn jeugd, door de sentimenteele romantiek, zooveel genoegen had verschaft. Don Quichotte behoort eveneens onder zijn preferenties, evenals Gil BIas, terwijl hij van de Engelsche literatuur Paradise lost, de geschiedenis van Engeland door Hume en Clarisse Harlow, in vertaling, leest. Van de Fransche proza-schrijvers is Voltaire dien hij “Ie roi de l’esprit” noemde, zijn lieveling, terwijl bij boven alle Fransche dichters Ossian – die hij in een Italiaansche vertaling leest – verkiest, wiens groot-visioenende nevel-beelden hem aantrekken. ‘Ik ben er altijd van beschuldigd, zeide hij eens tot Lady Malcolm, glimlachend. ‘dat ik de wolken van Ossian in mijn hoofd had!’
s’ Avonds, na het diner, wanneer het kleine troepje – de dames zoo mooi mogelijk in haar verouderd en verdofd costuum gekleed, waarover Napoleon haar soms goedig bespotte, terwijl hij een vergelijking maakte tusschen haar tegenwoordige toiletten en die, welke zij in de Tuileriën droegen; de mannen in vol ornaat van hun generaals-uniform of hun hof-kleedij – rondom hem verzameld was, nam hij zijn toevlucht tot het eenige redmiddel om de eentonige, kleurlooze, altijd dezelfde, langdurende uren door te komen, namelijk tot lezen. Dikwijls vroeg hij: “Wat zullen we vanavond lezen? Of wil je liever ergens heen? Naar een komedie of een tragedie?” Men wist welke zijn voorkeur was en koos meestal de tragedie, een werk van Racine, van Corneille of van Voltaire, maar vooral Corneille. Meestal begon hij zelf een scène te lezen. Hij las goed, met vuur en gevoel, maar had geen notie van de maat, zoodat hij dikwijls, zonder het te bemerken, de vers-regels bedierf door er een paar voeten bij te voegen of af te laten. Daarbij was zijn herinnering voor namen zeer slecht, zoodat de beroemde r
egel: ‘Laten we vrienden worden, Cinna, het is mijn uitnodiging.’ verlengt en misvormd werd. Soms, doordat hij zoo dikwijls hetzelfde wilde lezen, verflauwde de belangstelling van het auditorium en viel er iemand in slaap. Wanneer hij dat zag – en hij zag het bijna altijd – klonk op eens een streng: “Madame de Montholon, u slaapt,” of “Gourgaud, wordt wakker,” en dwong hij den slaper, tot straf, om met lezen voort te gaan. Dan ging hij zitten luisteren, maar .. … vijf minuten later sliep hij zelf. Hij had zóó dikwijls Zaïre van Voltaire voorgelezen, dat Mad. de Montholon en Gourgaud afspraken het deel te verstoppen, om het niet meer te hooren. Maar het gaf niets, hij vroeg het terug en plaatste het weer op het répertoire.
Pierre-Augustin Caron de Beaumarchais
Ook Molière en Beaumarchais werden veel door hem gelezen; eveneens de Mille et une Nuits en soms de Bijbel. Wanneer men den avond tot elf uur was doorgekomen – soms las men wel, zonder het te bemerken, tot middernacht – betoonde de Keizer een echte vreugde over wat hij zijn “verovering van de tijd’ noemde, ‘een van zijn gemakkelijke veroveringsmiddelen,’ zei hij. ‘We hebben hier geen valstrik behalve de tijd,’ zei hij bitter-spottend dikwijls.
