014 –BODEGRAVEN EN ZWAMMERDAM

Toen de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1672 werd aangevallen door Engeland, Frankrijk, Keulen en Münster, lagen Bodegraven en Zwammerdam vlak achter de Hollandse Waterlinie, een grote barrière voor de oprukkende Franse troepen. François-Henri de Montmorency-Bouteville, duc de Piney-Luxembourg (1628-1695), gebruikelijk aangeduid als Luxembourg, had op 23 juni 1672 de stad Utrecht bezet. Luxembourg moest al snel van het grote Franse leger manschappen afstaan. De markies van Turenne nam zijn complete ruiterij over en Lodewijk XIV had 20.000 man mee terug genomen naar Frankrijk. Luxembourg hield nog 40.000 man over. Omdat er verder weinig te doen was voor Luxembourg en zijn manschappen, trok hij in september naar Lexmond, Capelle en Benschop. Drie dagen later trok hij verder naar Hilversum, Loosdrecht en Eemnes. Vervolgens liet Luxembourg zich weglokken voor Naarden, waar prins Willem III op 12-13 oktober bij de Slag bij Kruipin tevergeefs probeerde het door de Fransen bezette Woerden te ontzette. Daarna moest Luxembourg nogmaals 15.000 man afstaan aan Turenne, die zich langs de Rijn tussen Wesel en Koblenz had opgesteld. In de wintermaanden bevroren de geïnundeerde polders en konden de Fransen over het ijs optrekken, met als doel in de loop van december ’s-Gravenhage te bereiken.

Bij Bodegraven had de Zweedse graaf von Königsmarck de leiding over de onderbezette post gekregen. Luxembourg wachtte al maanden op een gelegenheid de Oude Hollandse Waterlinie aan te vallen. Vanuit Frankrijk had hij de opdracht gekregen te wachten tot de waterlinie zou bevriezen, maar pas eind december was het zover. Toen de waterlinie bevroor, greep Luxembourg zijn kans. Met een troepenmacht van 9.000 man betrad hij bij Woerden de ijsvloer. Op het laatste moment moest het plan worden aangepast. De inundaties bij Hekendorp bleken niet te zijn bevroren. De hertog week daarom via Zegveld uit naar de Meije, ten noorden van de Oude Rijn. Het bleek een moeizame tocht, maar de Fransen bereikten uiteindelijk Zwammerdam. Ongeveer de helft van het Franse leger had echter terug moeten keren naar Woerden omdat haastig gebouwde bruggen waren ingestort. Het ontbrak Luxembourg daardoor aan allerlei materiaal en soldaten. Een aanval op de Nederlandse post bij Gouwesluis leek onmogelijk en Den Haag was onbereikbaar. Toen begon het ook nog te dooien.

Bij Nieuwerbrug was generaal Moïse Pain et Vin de bevelhebber van de Staatse troepen aan de Nieuwerbrug. Aan de westkant van de Dubbele Wiericke hebben in de loop der jaren drie verschillende schansen aan de Oude Rijn gelegen, waarvan nu niets meer is terug te vinden. De eerste ‘Nieuwerbrugse Schans’ werd al in 1575 gebouwd door het Spaanse leger. Tijdens het beleg van Woerden blokkeerden ze hiermee de opstandige stad. In 1672 werden de dijken langs de Oude Rijn aan beide kanten verdedigd. Hier aan de Dubbele Wiericke liet kolonel Pain et Vin het ‘Quartier aan de Nieuwerbrugge’ bouwen, dat bestond uit een aarden borstwering richting Woerden, waarop kanonnen waren geplaatst. De achterkant, richting Bodegraven, was open. Aan de overkant van de Rijn lag de kleine Molkerschans. Om vanaf de wallen de omgeving goed te kunnen overzien, werden huizen in het dorp afgebrand. Bij deze schansen begon het hoofdkwartier van Prins Willem III. Zijn troepen legerde hij achter de smalle waterlinie, vanaf de Enkele Wiericke, tussen Nieuwerbrug en Bodegraven. Soldaten, hun meegekomen vrouwen en kinderen werden ingekwartierd in boerderijen of sliepen in tenten. De betere huizen waren bestemd voor de officieren. Enkele officieren waren in het kamp gevangen gezet, omdat ze hun vestingstad of schans niet hadden verdedigd. De stallen en weiden stonden vol met paarden, die achter de waterlinie niet veel meer deden dan het verslinden van grote hoeveelheden hooi en haver. Naast Nederlands hoorde je de Duitse huursoldaten lachen, de bevriende Spaanse cavaleristen opscheppen en het deftige Frans van de officieren onderling. Hier leidde kapitein-generaal Willem III vanuit een boerderij de hele waterlinie. Vanuit binnen- en buitenland kwam men naar dit hoofdkwartier om met de prins van Oranje te spreken. Zo werd hij hier gevraagd om stadhouder van Holland te worden en voerde hij in zijn tent bij Nieuwerbrug de vredesonderhandelingen met afgevaardigden van de Engelse koning.

In de nacht van 27 december 1672 konden ongeveer 8.000 Franse soldaten en 900 paarden bij Zegveld en het riviertje De Meije de bevroren Hollandse Waterlinie oversteken.  Zo hadden ze de Wierickerschans bij Bodegraven en de Molkerschans bij Nieuwebrug kunnen omzeilen. De ongeveer 50-jarige kolonel Moïse Pain-et-Vin was in 1672 al vele jaren in dienst van het Nederlandse leger. Hij was op 28 december 1672 samen met veldmaarschalk Paulus Wirtz in Gouda. Het Nederlandse leger dacht dat de Fransen bij vorst een aanval op de stad zouden doen en had er daarom duizenden soldaten samengebracht. De slechte weersomstandigheden dwongen de Fransen echter tot een andere route: vanuit het bezette Woerden, via Zegveld naar de Meije.

Toen de commandant aan de Oude Rijn, de graaf Von Königsmarck, bericht kreeg dat de Fransen Woerden hadden verlaten besloot hij zich onmiddellijk terug te trekken. De graaf had dit enkele weken eerder al aangekondigd. Hij was toen door Holland en door de prins van Oranje streng berispt: het verlaten van de Oude Hollandse Waterlinie mocht alleen in het uiterste geval. Op 28 december 1672 negeerde de graaf deze orders. Hij gaf Pain-et-Vin opdracht om mannen uit Nieuwerbrug naar Zwammerdam te brengen en vertrok zelf naar Leiden. Kolonel Pain-et-Vin haalde zo’n tachtig soldaten uit Nieuwerbrug. Volgens de overlevering waren zij in paniek; volgens een andere bron liet Pain et Vin zijn soldaten aan hun lot over.  Hij vertelde het stadsbestuur dat hij vreesde voor zijn mannen in Nieuwerbrug. Met enkele lokale en militaire gidsen bereikte hij ‘s nachts Driebruggen, vanwaar hij zijn manschappen opdracht gaf zich te evacueren. In de ochtend van 29 december 1672 kwamen zij in Gouda aan. Nadat de Fransen in Bodegraven hoorden dat de post bij Nieuwerbrug was verlaten, trokken ze over de Rijndijk terug naar Woerden. De Fransen kwamen daardoor langs Bodegraven en Zwammerdam, dat met de grond werd gelijkgemaakt en waarvan de bevolking werd uitgemoord. Op hun pad hebben ze alle huizen, boerderijen, molens, bruggen en schansen verwoest. Eén huis blijft gespaard, het r.k. schuilkerkje aan de Overtocht onder Zwammerdam, dicht bij de plek waar nu de Willibrorduskerk staat. Ook in Bodegraven heerste op dat moment een besmettelijke ziekte (waarschijnlijk de pest, die ook in het nabijgelegen Gouda heerste) en grote sterfte, niet alleen onder de soldaten van het staatse leger, maar ook onder de resterende inwoners.

Terug in Woerden werden Luxembourg en zijn manschappen ingekwartierd en voerden een schrikbewind, met executies, plunderingen en uitbuiting van de bevolking. Diverse auteurs stelden later dat, indien Pain et Vin op zijn post was gebleven, hij de Fransen, die in de val zaten, had kunnen tegenhouden. Kolonel Pain et Vin werd op 30 december 1672 gearresteerd. Hij werd op 10 januari veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf omdat hij zijn posten bij Nieuwerbrug had verlaten en verbeuring van zijn ambt en vermogen. De net benoemde, 22-jarige stadhouder Willem III wilde dat vonnis niet onderschrijven en eiste de doodstraf. Een nieuwe rechtbank veroordeelde Pain et Vin tot de doodstraf; hij werd op 23 januari 1673 onthoofd, maar bleef tot op het laatst volhouden dat hij opdracht had gekregen voor de terugtocht en slechts zijn orders had uitgevoerd. De graaf Von Königsmarck werd niet bestraft. Door zijn moorddadige optreden kreeg Luxembourg ook intern veel kritiek. De prins van Condé nam op 1 mei 1673 het opperbevel.

Eind 1672 vertrok de prins met het grootste deel van zijn leger. Het hoofdkwartier werd toen verplaatst naar Alphen aan den Rijn. Nadat het Franse leger in december 1672 de drie schansen had verwoest, liet men in 1673 Fort Wierickerschans bouwen. Hier aan de westkant van de Dubbele Wiericke verrees de kleine ‘Sterreschans’ of ‘Fort Nieuwerbrug’. Deze werd wegens de slechte staat al in 1682 opgeheven.  

Dit item was geplaatst door Muis.