EROTIEK IN DE 19E EEUW – 20


(meer…)

Advertenties

EMILE VAN DOREN

Emile Van Doren (Brussel, 14 april 1865 – Genk, 19 mei 1949) was een Belgisch kunstschilder. Hij werd geboren in een Brusselse slagersfamilie. Na afronding van zijn opleiding aan het Sint-Michielscollege in de hoofdstad schreef Van Doren zich in aan de faculteit Farmacie van de Université libre de Bruxelles. Zonder medeweten van zijn ouders had hij zich tezelfdertijd in Brussel ingeschreven aan de Académie des Beaux-Arts. Hij specialiseerde zich al snel in de landschapsschilderkunst. In 1892 won hij de Prix Donnay, die sinds 1888 werd uitgereikt als een landschapsschilderskunstprijs voor de Brusselse Academie. In de jury zaten de erkende landschapsschilders Joseph Coosemans, Franz Courtens en Edmond De Schampheleer. Coosemans schilderde vanaf omstreeks 1874 regelmatig in de Limburgse Kempen, vooral in de omgeving van Genk en Kinrooi. Hij wordt om deze reden ook gerekend tot de zogenaamde Genkse School, waarvan hij volgens sommige bronnen zelfs de meester was. De Genkse School is niet meer dan een overkoepelende benaming die gegeven wordt aan een aantal kunstenaars en/of een genre schilderkunst uit de tweede helft van de negentiende en van de vroege twintigste eeuw dat pittoreske landelijke hoekjes van Genk en omgeving centraal plaatst. Naast de pittoreske dorpskern van Genk met de neogotische kerk was vooral het omliggende landschap en toen nog grotendeels verlaten omliggende heideland dat de kunstenaars naar de Limburgse Kempen bracht. Tussen de kunstenaars die het genre beoefenden bestond er geen gestructureerd verband via een kunstenaarsvereniging en feitelijk slaat de term dus enkel op dàt segment van hun oeuvre dat aan Genk gelinkt is. Er zijn op die manier meer dan tweehonderdvijftig kunstenaars bekend die in de periode 1840-1940 in Genk actief waren en daarmee tot de Genkse School gerekend worden.
(meer…)

ADRIAN VON ZIEGLER

Adrian von Ziegler (Zürich, 25 december 1989) is een Zwitserse componist en muzikant. Hij maakt voornamelijk Keltische muziek en gothic maar is ook actief in andere genres. Toen Von Ziegler een jaar of vijftien-zestien was, deed hij zijn eerste muzikale ervaring op als drummer van een plaatselijke psychedelische-rockband. Ondertussen componeerde hij ook zelf muziek, maar omdat hij die met zijn band niet kon spelen, verliet hij de groep en kocht hij zijn eerste gitaar. Tussen 2007 en 2009 nam Von Ziegler verschillende demo’s op onder de artiestennaam Indigo waarin hij zijn gitaar langzaamaan verving door keyboards en orkestrale arrangementen.
In de zomer van 2009 ontdekte hij Magix Music Maker, een muziekprogramma waarmee op de computer muziek kan worden gemaakt.
Het programma laat je muziek maken, opnemen, mixen en afronden op een makkelijke manier. Er kan gekozen worden uit meer dan honderd soundspools en loops (geluidsbouwstenen) voor beats, bassen, melodieën, zang en rap. Hij was ermee in contact gekomen doordat een paar vrienden hem vroegen de muziek voor hun film te schrijven. Het zou een beslissend keerpunt in zijn loopbaan worden. Hij maakte op 1 augustus 2009 een You Tube-account aan om zijn vrienden zijn vorderingen met het schrijven van de filmmuziek te laten horen. Vanaf dat moment liet hij zijn artiestennaam Indigo voor wat het was en publiceerde onder zijn eigen naam. Via Magix wist hij een kenmerkende stijl te creëren, met een indrukwekkende mix van vooral gitaar en orkestrale elementen. Wat als muziekstijl wordt omschreven als Neoclassical Gothic. Vanaf het voorjaar van 2010 won Von Ziegler aan populariteit dankzij liedjes als A Celtic Tale en Your Dying Heart, waarop hij besloot een album te maken. In juni 2010 bracht hij zijn eerste album uit: Requiem. Zijn discografie bestaat inmiddels uit veel verschillende stijlen muziek, variërend van Keltische muziek tot folkmetal. Met grote regelmaat verschijnt een nieuw album. Vanaf augustus 2010 is Carina Grimm degene die niet alleen zijn levensgezel is, maar ook degene die verantwoordelijk is voor de hoesontwerpen en alle promotiemateriaal. Vandaag maar liefst 31 nummers van Von Ziegler: Two Hours of Celtic Music (part 1). (meer…)

POLLETJE PIEKHAAR

Hoofdstuk 1 uit het boek Polletje Piekhaar van Willem van Ieperen. Het complete boek is na te lezen op de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren, maar ook verkrijgbaar in de boekhandel en anders zeker binnen het antiquariaat.

Za’k ie vertelle ……… Ik hiet Daantje, maar ze noeme me Polletjepiekhaar, omda’k naar de kleniek liep om me kalkhoofd te late plukke en op ’t haveloosie met me bloote kop in de klas most zitte met Snoekie, Scheeltjeleelijk en Balletjewoef…. Snoekie en Balletje ware vaste gabbertjes, maar as ze morke, da’k geen bijgoogem was en een heele ris kopersneesies in ’t snotje had, benne ze same gaan doen met mijn en Scheeltje, die naast me Opoe in de Zeve Weeje woont. De Zeve Weeje, dat benne de zeve luizige krotjes van een rijk gesticht, die net as de koeje op een hoopie in de modder staan om uitgemolke te worre.
Me ware geen pikeurs op ’t haveloosie, waar me les krege in rekene, leze en uitharde van Pietjepuk, die een hoedje met hersenschuddinkies droeg, dat ie meebrocht uit Tierol in Denemarke voor z’n daklooze klithare en me later van ‘m hebbe gepikt om d’r Erassemes mee op te knappe. Amme dochte, da’ me alweer is genog hadde motte leere en bang wiere, dat ’t in je hoofd door mekaar zou loope, ginge me spijbele, zandhappertje spele en sneesies make, net zoo lang tot ’t haakstuk liep en de stille smerisse ons opbrochte om af te stedeere. Tege da’me an ’t hek van de school kwamme, sting Pietjepuk al met een knoersie essehout bij de deur om ons te begroete: ‘De heere worre bedankt,’ zee ie tege de klabakke, die an d’r pet tikte, ‘en an de resepsie zal niks mekeere. D’r wordt groen gemaakt…… en bont en blauw: al de kleure van de regeboog! Op de meziek kan gewacht worre en de heere motte maar een stoel neme, as ze van plan zijn om ’t pregram mee te maken. D’r wordt an gewerkt!’ Dan slingerde ie ons in ’t turfhok, kwam mee d’r in, dee de deur in ’t slot en ging z’n linksmoesie houwe: ‘Nog al wat rechschapes op de kop wete te tikke deze reis?’ (meer…)

WATERSNOODRAMP 1926 (3)

Op het Gelders Eiland zijn vanaf de aanleg van de eerste dijken in de dertiende eeuw tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw tientallen grote dijkdoorbraken en overstromingen geweest. Eeuwenlang is het water een niet te beheersen onderdeel van het dagelijkse leven geweest. De Watersnoodramp van 1926 is de laatste grote dijkdoorbraak en overstroming geweest. In twee afleveringen ooggetuigenverslagen van deze gebeurtenis, waarvan Deel 1 op 28 maart werd geplaatst.

J.H. Breuking, in: De kroniek voor het St. Michaëls-Gesticht, 1973
In 1926 maakte de oude heer Rijn er een waterballet van de bovenste plank van. In de dagen rond Kerstmis was ’t water al hoger en hoger komen te staan, zodat de toestand dreigend begon te worden. Dag en nacht werden overal de dijken bewaakt. Vanaf 2 januari mochten de kerkklokken niet meer geluid worden dan alleen bij een dijkdoorbraak.
Op 5 januari had je dan het gedonder in de glazen: om kwart over zes werd de koster uit z’n bed getrommeld met het bericht, dat er een doorbraak was in de Deukerdijk bij Pannerden. Zo gauw z’n benen hem dragen konden, rende Mulder naar de kerk en hing hij al gauw aan de touwen. Angstaanjagend gebeier klonk over het duistere dorp. Iedereen schrok op en massaal hees de bevolking zich in de kleren. Ook de zusters natuurlijk. De nodige voorzorgsmaatregelen hadden zij al genomen: de kelder was ontruimd, de aardappelen en allerlei andere etenswaren waren een verdieping hoger gebracht. (meer…)

WATERSNOODRAMP 1926 (2)

Op het Gelders Eiland zijn vanaf de aanleg van de eerste dijken in de dertiende eeuw tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw tientallen grote dijkdoorbraken en overstromingen geweest. Eeuwenlang is het water een niet te beheersen onderdeel van het dagelijkse leven geweest. De Watersnoodramp van 1926 is de laatste grote dijkdoorbraak en overstroming geweest. In twee afleveringen ooggetuigenverslagen van deze gebeurtenis.

L. Haggenburg, in: Het dorp Pannerden, 1931
En zoo naderde de 5e Januari 1926, het water stond ongekend hoog tot aan de kruin der dijken. Gevaar was er, maar bijna niemand besefte het: ook de uitgezette dijkwacht had er geen erg in wat ramp er over ons dorp zou komen. En zoo woelde het water onder den op moerassigen bodem gelegen dijk voort, tot deze eindelijk bezweek en het water met donderend geweld zich in den polder verspreidde en mensch en dier verraste, nog in diepen slaap verzoeken.
Op dezen tijd nu kwam Hend Wezendonk, die op den rijksbandijk wacht had gehouden naar huis, toen hij plotseling geruisch en gebrul hoorde. Wat was dat, zoo vroeg hij zichzelven af. Het antwoord was er spoedig, want zie daar kwamen de golven reeds aanrollen. Zich voortspoedende wekte hij nu nog links en rechts wie hij bereiken kon en zoo herinner ik mij nog hoe hij in de kom des dorps verscheen, luid roepende: Minsche, diekdeurbraak, diekdeurbraak.
Al spoedig begonnen de klokken te luiden en kwam alles in rep en roer om te redden wat er nog te redden was. Gelukkig was ’t inmiddels al in ’t vergevorderde morgenuur, het begon te schemeren, zoodat eenieder kans zag zich te redden en er dus geen menschenlevens te betreuren waren. Aan vee ging verloren: 12 koeien, 47 varkens, 40 biggen, 2555 kippen, 3 geiten, 10 schapen, 80 konijnen en 1 paard (uit: “De Post” van 26 april 1926). De schade aan gebouwen geleden bedroeg ƒ 48000, aan roerend goed ƒ 112.278. (meer…)

DE BOER DIE STERFT – 5

Karel van de Woestijne
DE BOER DIE STERFT
houtgravure van Jozef Cantré

deel 5
(deel 1)
 ; (deel 2) ; (deel 3) ; (deel 4)

Den Woensdag, hawel, dat is weêr hetzelfde, niet-waar; en den Donderdag ook. Maar gij eet aleens een appel ook. De aard-beziën gaan naar den markt. Aalbeziën en stekel-beziën zijn bucht voor de kinderen. En al de andere vruchten worden op den boom verkocht, en de vruchten van den vlier-struik aan Mijnheer den pastor; daar maakt Boldina siroop van voor zijnen hoest, zegt zij. Maar een mensch heeft allicht een appel. Te noen-stonde vliegt, om iederen appel van den boom, in geweldigen vaart, een appel-bie. En ’s avonds hangen zij in een kleed van dansende muggen. En zij zijn goed zuur, tegen den dorst.
Den Vrijdag is het markt-dag. Gij gaat naar de stad. Gij drinkt een koelen druppel; dat is geen mis-bruik, als gij er maar twee drinkt. En gij drinkt ook een kapperke bier. ’s Middags eet gij zoete-melk-pap met brokken, en gij krijgt een ei bij uw aard-appels. En de reste van den dag deugt gij voor niets meer. En ’s avonds eet gij een natten haring, die zout is.
Den Zaterdag-ochtend is het brood zoo droog als een schorse. Gij smaakt beter dat het naar gruis smaakt. Maar den Zaterdag-avond eet gij van ’t versche brood, dat heel het huis overeind zet van zijn geur. En ’t blijft goed op de maag liggen gelijk een wafel, en het slaat al ‘nen keer zuur op.
En zoo komt de Zondag. Er zijn er die al druppels stekken van vóór de Hoog-mis. Maar dat hebt gij nooit gedaan; gij hebt gewacht tot ná de Hoog-mis, omdat gij goed stond met den pastor. (meer…)