9 DECEMBER – OLGA ODERKERK

Olga Oderkerk (Rotterdam, 9 december 1924 – aldaar, 15 oktober 1987) was een Nederlands keramist. Ze was een dochter van beeldhouwer Cornelis Oderkerk en Sophia Anna Zoest. Ze volgde de schildersopleiding aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten. Tijdens de studie leerde ze Henny Radijs (Rotterdam, 23 maart 1915 – Amsterdam, 2 oktober 1991) kennen. Radijs was aanvankelijk kantoorbediende, maar de keramist Hein Andrée stimuleerde haar om pottenbakker te worden. Ze volgde de opleiding keramiek aan de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten (1942-1946), waar ze lessen kreeg van Andrée, Heinz Mauser en Gerrit de Blanken. Op de academie ontmoette ze dus Olga Oderkerk, met wie ze van 1953 tot 1969 samenwoonde, vanaf 1962 in Brielle. Beide vrouwen ontwikkelden zich als keramist, elk met een eigen stijl. Oderkerk maakte gebruiksaardewerk, maar ook mozaïeken, wandversieringen en plastieken. Ze signeerde haar werk met ‘OLGAO’. Oderkerk was lid van de Rotterdamse kunststichting en exposeerde meerdere malen (onder andere in het Nederlands Tegelmuseum), geregeld samen met Radijs. In 1969 verhuisde Radijs naar Amsterdam, Oderkerk keerde terug naar Rotterdam. Haar werk is opgenomen in de collecties van het Tegelmuseum, het Princessehof, het Frans Hals Museum, het Groninger Museum, het Centraal Museum en het Stedelijk Museum Schiedam. Oderkerk overleed op 62-jarige leeftijd in haar woonplaats Rotterdam. (meer…)

Advertenties

BAP

BAP is een van de bekendste Duitse rockbands. De band komt uit Keulen en zingt ook in het Keuls. De muziek is zowel qua stijl als inhoudelijk geïnspireerd op hun voorbeelden Bob Dylan, de Rolling Stones en de Kinks. Ook Bruce Springsteen met wie de zanger en voorman van BAP Wolfgang Niedecken bevriend is, geldt als inspiratie. De in Nederland bekendste nummers zijn ‘Kristallnaach’ van het album „Vun drinne noh drusse“ (1982) en ‘Verdamp lang her’ van het album „Für usszeschnigge!“ (1981). De band rond voorman Wolfgang Niedecken bestaat sinds 1976. De bandnaam ‘BAP’ (Kölsch voor „Papa“) is van de bijnaam van Niedecken afgeleid. De grootste successen beleeft de groep in de jaren tachtig, vooral nadat gitarist Klaus Heuser alias ‘Major Healey’ de gelederen versterkt in 1980. Klaus Heuser blijkt een begenadigd songwriter te zijn en schrijft tussen 1980 en 1999 bijna alle songs voor BAP. Tussen de intellectueel en tekstschrijver Wolfgang Niedecken en de rock-gitarist en songwriter Klaus Heuser ontwikkelt zich een gezonde spanning die net als bij hun voorbeelden Lennon/McCartney en Jagger/Richards tot goede muziek leidt. De rock-riffs van Klaus Heuser vormden een goed contrast tegen de poëtische en politiek geëngageerde Wolfgang Niedecken. Deze succesformule houdt bijna twee decennia aan. Vooral de albums „Für usszeschnigge!“ (1981) en „Vun drinne noh drusse“ (1982) maken BAP tot een topact, zeker in Duitsland. Met „Zwesche Salzjebäck un Bier“ (1984) wordt het succes bestendigd. In mijn studietijd deze drie LP’s van de groep helemaal grijsgedraaid. De groep bestaat nog steeds, maar sinds, na een aantal eerdere wisselingen, ook Klaus Heuser in 1999 de band heeft verlaten, is Wolfgang Niedecken het enige overgebleven lid van de oorspronkelijke bezetting. De muziek blijft van hoge kwaliteit. (meer…)

DE NAZIS RUKKEN WEER OP

SABURO MURAKAMI -2

Saburo Murakami (27 juni 1925 – 11 januari 1996) was een Japanse kunstenaar, oprichter van de Gutai-beweging, die geassicieerd was aan de Nederlandse Nul-beweging en soortgelijke bewegingen in Europa (Zero in Duitsland, Azimuth in Italië en het nouveau réalisme in Frankrijk). Gisteren ging het om zijn ‘kami-yaburi’-werken (paper-breaking), een performance-art waarbij hij grote vellen papier op houten frames of deurstijlen plakten en daar dan doorheen liep. Wat er aan papier aan stijlen en lijsten bleef hangen werd beschouwd als een vorm van visuele kunst. Bij een performance in het Guggenheim Museum brak Murakami door 24 van dergelijke frames. Vandaag een aantal van zijn abstracte kunstwerken.
.

(meer…)

SABURO MURAKAMI -1

Saburo Murakami (27 juni 1925 – 11 januari 1996) was een Japanse kunstenaar, oprichter van de Gutai-beweging, die geassicieerd was aan de Nederlandse Nul-beweging en soortgelijke bewegingen in Europa (Zero in Duitsland, Azimuth in Italië en het nouveau réalisme in Frankrijk). Murakami werd geboren in Kobe, ging er vanaf 1943 naar de Kwansei Gakuin University, kwam terecht bij de kunstenaarsopleiding Gengetsu-kai, waar hij een leerling werd van Hiroshi Kamihara. Bij hem volgde hij lessen in olieverfschilderijen maken. In 1948 rondde hij zijn opleiding af, in 1950 ook een vervolgopleiding. In 1952 richtte hij samen met Kazuo Shiraga, Atsuko Tanake en Akira Kanayama de ‘zero-kai’ op, die zich in 1955 aansloot bij de Gutai-beweging, die werd geleid oor Jiro Yoshihara, in 1955. Vanaf 1990 tot zijn dood in 1996 was Murakami docent aan het Kobe Shoin Women’s Junior College. Murakami werd bekend door zijn ‘kami-yaburi’ (paper-breaking), een performance-art waarbij hij grote vellen papier op houten frames of deurstijlen plakten en daar dan doorheen liep. Wat er aan papier aan stijlen en lijsten bleef hangen werd beschouwd als een vorm van visuele kunst. Bij een performance in het Guggenheim Museum brak Murakami door 24 van dergelijke frames. Het is eigenlijk best wel vermakelijk om daar een filmpje van te zien, niet omdat ik het kunstwerk nu zo fenomenaal vind (integendeel zelfs) of de performance zo indrukwekkend (ook integendeel zelfs), maar vanwege de overenthousiaste reacties van het publiek. De kunstcritici beschouwden deze werken als ‘..a collision of mind and body, as well as an expression of his free spirit.’ Na zijn dood werden veel van zijn kami-yaburi-werken vernietigd, als logisch uitvloeisel van de boodschap die Murakami altijd uitdroeg: vernietig het kunstwerk. Dat is niet gebeurd met de schilderijen die hij maakte; die hangen in diverse musea. (meer…)

KERSTMIS ONDER VUUR

De afgelopen jaren schreef Kevin Prenger, projectleider van go2war.nl, een drieluik over drie SS’ers die een dubbelrol zouden hebben gespeeld, namelijk enerzijds volop actief in de nazi-machinerie en de massamoord op Joden, socialisten, homoseksuelen, zigeuners, Jehova Getuigen en gehandicapten en anderzijds ook met betrokkenheid in het Duitse verzet. In deel 1 werd Kurt Gerstein besproken, een SS-Oberstürmführer die probeerde zand in de moordmachine te gooien door informatie aan buitenlanders te verstrekken over de geheime en gewelddadige operaties in Oost-Europa, maar tegelijkertijd wel in de positie zat dat hij betrokken was bij het euthanasieprogramma, bij Aktion Reinhard en Zyklon-B aan de concentratieprogramma leverde. In het tweede deel kwam Konrad Morgen aan bod, een SS’er en steile jurist die allerlei hooggeplaatste SS’ers die in Auschwitz en andere kampen werkzaam waren op beschuldiging van moord voor de rechtbank bracht. Niet vanwege morele bezwaren, want voor Morgen lag het verderfelijke niet in de moord op de Joden en andere slachtoffers, maar in het feit dat alles niet via de correcte procedures was uitgevoerd. Het leek er in beide gevallen op dat ze aan het eind van de oorlog heel sluw voor zichzelf een ontsnappingsroute wilden creëren toen de oorlog eenmaal verloren leek. Vooral bij Gerstein zijn er omstandigheden om zijn verhaal geloofwaardig te maken (er waren dan ook behoorlijk wat mensen die in zijn onschuld en verzet bleven geloven), maar alle eventuele goede intenties ten spijt, ze maken de feiten waaraan hij zich aantoonbaar schuldig heeft gemaakt niet ongedaan en maakt er zeker geen voorbeeld of held van. Dat gold in aanzienlijk sterkere mate voor Morgen en bij de hoofdpersoon van deel 3, Kriminalpolizeichef Arthur Nebe, kan het eindoordeel nooit anders kan luiden dat hij gezien moet worden als een oorlogsmisdadiger. (meer…)

JAC VAN LOOY – DE BRUILOFT (9)

deel 1; deel 2 ; deel 3 ; deel 4 ; deel 5 ; deel 6 ; deel 7 ; deel 8

In het toneeltje voor de middelste tafel wachtte Dirk, propperig in een blauw infanterie-buis met een rij koperen knopen. De stropdas slordig, zonder koppel om het lijf, had hij een politiemuts schuin staan op zijn strokleurig haar, wat dommetjes naar beneden gestreken. En een manslaars, rossig van schacht, hield hij om zijn linkerarm klaar, tot Willem hem een schoenborstel reikte. Buiten werd er tegen de glazen deur getrommeld.
‘Daar is ie!’
Jubelend wipte tante Mijntje op, lollig in haar dikke rokken; doch zenuwachtig, kon ze de grendel niet zo gauw los krijgen als ze wel wilde. De bazen keken toe.
‘Als ie opstaat, valt ie,’ kletste oom Willem, zijn broer bedoelend; toen: ‘laat jij je boertjes maar gaan, hoor!’
Oom Piet hikte.
‘Jij bent me ook een hardloper-van-luie-Kees!’ Evenwel, zij staken beiden geen vinger uit. Ferdinandje van zijn stoel, omdat hij in de weg zat anders, druilde hangerig bij oom Willem.
‘Ja, ja,’ riep tante Mijntje naar buiten.
‘Hij lijkt wat heet gebakerd,’ vergoelijkte oom Gerrit.
‘Vadertje!’ en oom Willem besnoof het knaapje naast hem, ‘heb ik het mis, of ruikt uwes een beetje naar de wieg?’
Ferdinandje was het huilen nader dan het lachen; van Dort wenkte naar de keukendeur: ‘Vraag maar es,’ zei hij. (meer…)