CLARK STANLEY’S SNAKE OIL

Clark Stanley was eind van de 19e eeuw de zelfbenoemde Rattlesnake King. Volgens eigen zeggen was hij in 1854 in Abilene geboren, wat lastig in overeenstemming te krijgen is met de werkelijkheid aangezien het Texaanse stadje pas in 1881 zou worden gesticht. Stanley verwierf eeuwige roem/beruchtheid als de uitvinder van het patentmedicijn Clack Stanley’s Snake Oil. Stanley claimde dat hij, nadat hij eerst elf jaar lang als cowboy had gewerkt, twee jaar lang onder de Hopi-indianen verbleef in Walpi, Arozona. Van een Hopi-medicijnenman leerde hij in die tijd de geheimen van het maken van slangenolie, dat door de stam zou zijn gebruikt bij hun traditionele regendans. In 1879 kon hij dan eindelijk met behulp van een drogist uit Boston zijn product op de markt brengen. Via de bekende ‘medicine shows’ in het Wilde Westen werd het ‘geneesmiddel’ aan de man gebracht. Net als zovele andere patentmedicijnen en oude middeltjes tegen allerlei kwaaltjes, zoals in Nederland onder meer de Haarlemmerolie, moest Clack Stanley’s Snake Oil dé oplossing zijn voor vele lichamelijke ongemakken. In 1893 wist Stanley alle aandacht op zich te vestigen bij een spectaculaire presentatie op de World’s Columbian Exposition in Chicago. Voor de ogen van de verbaasde toeschouwers pakte Stanley uit een zak een slang, sneed die doormidden en gooide de slang vervolgens in kokend water. Al snel dreef een laagje vet op het water, dat door hem werd weggeschept en ter plaatse produceerde hij vervolgens zijn ‘Stanley’s Snake Oil’, direct geschikt voor de verkoop aan het publiek.  (meer…)

Advertenties

ALEXEJ VON JAWLENSKY

Alexej von Jawlensky (Torzjok Rusland, 25 maart 1864 of 1865 – Wiesbaden, 15 maart 1941) was een Russisch-Duits expressionistisch schilder. Hij kreeg in Sint-Petersburg in 1892 de aanbeveling zich bij zijn kunstopleiding te richten op de schilderkunst en dan les te gaan volgen bij de vermogende Barones Marianne von Werefkin (1860-1938), die op dat moment in Rusland al behoorlijk wat succes had en de bijnaam ‘de Russische Rembrandt’ had gekregen. In die periode schilderde Von Jawlensky realistische werk, maar bijna alle werken van hem uit die periode zijn verloren gegaan. In 1896 vertrokken hij, Marianne von Werefkin en hun elfjarig dienstmeisje naar München in Duitsland, waar hij bevriend raakte met Wassily Kandinsky. In 1902 ging hij meer aandacht krijgen voor de avant-garde in Parijs, die hij in 1903 ook bezoekt. Hij gaat steeds meer stillevens en landschappen in neo-impressionistische stijl schilderen. In de jaren 1904-1906 concentreerde hij zich sterk op het werk van Vincent van Gogh, wat tot uiting kwam in het werk Das Waldhäuschen. Enkele jaren later richtten hij en zijn vrouw in de ‘rosafarbenen Salon’ van Werefkin de Brüderschaft von Sankt Lukas op, gebaseerd op de werkwijze van de aloude gilden. Het gilde zou geen lang leven beschoren zijn, maar wist toch in de jaren 1909-1911 drie invloedrijke tentoonstellingen te organiseren. In dezelfde salon van Werefkin werd rond Kerstmis 1908 de Neue Künstlerverein München opgericht, waarvan behalve uiteraard het echtpaar Von Jawlensky-Von Werefkin ook Adolf Erbslöh, Oscar Wittenstein, Gabriële Münter en Wassily Kandinsky waren. Het bleek opnieuw de opstart te zijn naar een andere vereniging. Al na een jaar verliet hij deze vereniging en startte met Franz Marc de nieuwe kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter, die een toonaangevende club in de Duitse schildergeschiedenis zou innemen. In 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog hield de club op te bestaan. Elk van de kunstenaars ging zijn/haar eigen weg, voortdurend werkend aan een indrukwekkend artistiek oeuvre.

Meer over Alexej von Jawlensky
. (meer…)

DAT WERKT ALS HAARLEMMEROLIE

Een overbekende uitdrukking, met als gebruikelijke betekenis om aan te geven dat iets echt overal voor kan worden gebruikt; het werkt altijd. Hoewel ik een tijdje geleden het woord ‘Haarlemmerolie’ ook wel tegenkwam waar eigenlijk gewoon het woord ‘smeerolie’ had moeten staan. In een situatie waarin men een soort bemiddelende rol wil spelen tussen twee andere partijen en hoopt daarmee een patstelling vlot te trekken, is ‘smeerolie’ echt beter. Met ‘haarlemmerolie’ geeft men de suggestie dat de eigen bemoeienis bij bemiddeling altijd zal functioneren. Maar goed, iedereen begreep wat werd bedoeld.
Haarlemmerolie is een middel dat uit de zeventiende eeuw stamt, dat werd samengesteld door de schoolmeester Claes Tilly (1665-1734). Of Tilly in 1696 daadwerkelijk de uitvinder was, wordt links en rechts nog al eens betwijfeld omdat het middel al bekend zou zijn lang voordat het in Haarlem werd bereid door Claes. In 1625 zou een vergelijkbaar middel al in Praag verkrijgbaar zijn geweest en waarschijnlijker is het middel nog veel ouder. Dat het hier om hetzelfde product ziu gaan, wordt door de huidige producent ontkend: ‘Dat middel was erger dan de kwaal. De verdienste van Claes Tilly is dat hij de natuurhars heeft gestabiliseerd met behulp van zwavel, waardoor hij de toxische stof neutraliseerde.’ De Haarlemmerolie die Tilly in 1696 op de markt bracht zat in een klein flesje en kon worden gedronken of op de huid gesmeerd. De samenstelling is al eeuwen geheim, maar bestaat in ieder geval uit terpentijnolie, natuurhars, kruiden en ontgiftigd zwavelpoeder. De precieze samenstelling wordt door de fabrikant echter al meer dan driehonderd jaar angstvallig geheimgehouden. (meer…)

15 JUNI – MARIA DERMOUT

Maria Dermoût (Pekalongan, Java, 15 juni 1888 – ‘s-Gravenhage, 27 juni 1962) was een Nederlands-Indische schrijfster. Ze was de dochter van Frederik Ingerman, werkzaam in de suikerfabricage op Java, en Anna Sophia Halverhout, in een familie die al vier generaties lang op Java gevestigd was. Enig Indisch bloed is in de familie onmiskenbaar en tijdens haar leven werd daarover ook veelvuldig gespeculeerd, waarover ze in een brief eens tijd laconiek zei: ‘Maar wat doet dat ertoe’,  maar het was algemeen bekend dat in haar tijd werd ‘van gemengd bloedig zijn’ bepaald niet positief werd opgevat. Lees het blog over ‘de blauwe hap’ er nog maar eens op na. Enkele maanden nadat Maria Ingerman was geboren op de suikerfabriek Tirto bij de Midden-Javaanse kustplaats Pekalongan overleed haar moeder, die zij dus nooit heeft gekend. Vóór haar zesde jaar werd zij al twee keer in Nederland ondergebracht, maar toen haar vader in 1894 hertrouwde, vestigde het gezin zich op een suikerplantage Redjosari in Ngandjoek op Java. Maria’s stiefmoeder, de onderwijzeres Auguste Helena Lohman trad op als haar gouvernante, totdat Maria in 1900 eerst korte tijd op kostschool in Soerabaja werd geplaatst en later dat jaar voor haar opleiding naar Nederland verhuisde. In Haarlem bezocht ze één jaar de Meisjes-Burgerschool voor Middelbaar Onderwijs en daarna de tweede klas van het Stedelijk Gymnasium. Daar werd zij getypeerd als een ‘haastige en slordige leerling, die ‘het best kan als ze maar wil’. Op school leerde ze de latere geoloog Aldert Brouwer kennen, met wie zij haar hele leven bijzonder bevriend gebleven is. Haar dochter zei over deze relatie dat een levensbeschrijving van haar moeder zonder vermelding van de onvervulde, maar nooit aflatende gevoelens voor Brouwer ‘een verdraaide’ zou zijn. In 1906, toen Maria in de vierde klas zat, vertrok zij met haar vader, die enige tijd met ziekteverlof in Nederland geweest was, weer naar Indië. (meer…)

NEBELUNG

Nebelung is een band waarover de Duitstalige Wikipediasite slechts de summiere aanduiding geeft: ‘Nebelung ist eine im Herbst 2004 gegründete Neofolk- bzw. Darkfolk-Band aus Bonn’. Na wat verder zoeken kom ik niet verder dat het trio bestaat uit Stefan Otto (gitaar, zang), Thomas List (gitaar) en Katharina Hofmann (cello), met steeds weer de aanduiding dat het een ‘Deutsche Neofolk-band’ is. Die term moet iedereen een beetje zenuwachtig maken, want er hangt bij een aantal van bands uit die scene een luchtje van extreemrechts gedachtegoed. En sterke lucht soms.  De vroege wortels van Neofolk (verwante aanduidingen zijn apocalyptic folk en folk noir) liggen in de jaren zeventig en tachtig en de misleidende aanduiding ‘folk’ doet vergeten dat het genre ontstond uit de punk, industrial en vooral gothic. Een van de eerste neofolkbands was Current 93, een Britse folkgroep rond zanger en tekstschrijver David Tibet die muziek schreef met als vaste  thema’s de apocalyps, de terugkeer van Christus en de sterfelijkheid van de mens. De aanduiding ‘folkmusic’ dankt men aan het feit  dat met een soortgelijk instrumentarium als folk werd gewerkt, maar de composities en klankkleuren lagen dichter bij industrial en gothic dan bij originele folk. Na verloop van tijd werd in het genre om diverse redenen het het gebruik van Germaanse, heidense en (sporadisch) fascistische en nazi-symboliek steeds vaker gebruikt, waardoor vele bands ten onrechte als extreemrechts werden gezien. In de praktijk was dat slechts bij enkelen echt het geval, maar bij de meeste bands is dat volkomen ten onrechte. Zeker bij Nebelung lijkt dat het geval te zijn, gezien hun eigen omschrijving van het ontstaan van de band: ‘Nebelung as a project was born in the autumn of 2004. Still its roots lead further back to a fullmoon Beltane night in the year of 1999, when Stefan and Thomas were wandering the forests around the Brocken in the Harz Mountains. In this night the woods revealed their stunning beauty and gave rise to a higher mystical understanding of man and nature. It is this spirituality, which inspires Nebelung to their lyrics and music – dreaming deeper into woods and silence’. De groep heeft inmiddels negen cd’s opgenomen, vol met dromerige muziek, waarvan ik vooral ‘Palingenesis’ veelvuldig draai, maar ik vond ook een mooi live-concert (bijna één uur genieten) uit 2014, met een onbekende vierde muzikant: Nebelung, live in Rosslau. (meer…)

LE FACTEUR (1900)

Les Landes is een Frans departement, dat deel uitmaakt van de regio Nouvelle-Aquitaine en wordt begrensd door de departementen Gironde, Lot-et-Garonne, Gers en de Pyrénées-Atlantiques. In het noorden ligt de metropool Bordeaux, in het zuiden stuit men op de Franse Pyreneeën. Verder grenst het aan de Atlantische Oceaan. Het departement was een van de 83 departementen die tijdens de Franse Revolutie werden gecreëerd toen op 4 maart 1790 een wet van 22 december 1789 tot uitvoering kwam en delen van de provincies Guyenne en Gascogne werden samengevoegd tot een nieuw departement. Het departement kent inmiddels een paar redelijk grote steden, zoals Mont-de-Marsan (30.162 inwoners) en Dax (20.528), maar overwegend kent men er slechts wat dunbevolkte dorpen die slechts in de zomermaanden worden overspoeld door hordes toeristen. Dat is niet zo verwonderlijk, want Les Landes heeft een kustlijn van maar liefst 106 kilometer, met vele fantastische zandstranden, prachtige duinenrijen, pittoreske dorpjes en schaduwrijke en uitgestrekte dennenwouden om te schuilen tegen de soms erbarmelijk hete zon.  Dat was vroeger wat anders, want tot vroeg in de 20e eeuw bestond Les Landes uit een geweldig moerasgebied waar slechts heide op groeide.  Om het gebied bewoonbaar te krijgen werden vanaf het eind van de 19e eeuw de bossen aangepland, die nu in totaal ruim 600.000 hectare beslaan. In dat moerassig gebied was het voor de bewoners essentieel goed te kunnen steltlopen. Het was de enige manier om snel en veilig te kunnen verplaatsen. Tegenwoordig zijn ‘les echasses’ nog slechts een folkloristische activiteit, een eeuw geleden kon men herders en ander volk zo zien rondlopen. Het was simpelweg de enige manier om zich snel te kunnen verplaatsen. Ook de postbode kwam dus al steltlopend langs en daar zijn ook mooie ansichtkaarten van gemaakt. Niet zo lang geleden trof ik een foto aan die zo’n ansichtkaart professioneel had gephotoshopt, wat leidde tot de vragen of dit echt mogelijk was en waar het in hemelsnaam voor diende. (meer…)

KAT IN HET BAKKIE

Het lijkt zo’n alledaagse Nederlandse uitdrukking, maar zelfs F.A. Stoett, de onvolprezen kenner van Nederlandse gezegden en uitdrukkingen, heeft het niet in zijn boek staan. Dat kan betekenen dat het een vrij recente uitdrukking is, want de eerste uitgave van Stoett’s Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden dateert van 1902 en ook in de uitgave van 1923-1925 komt het niet voor. De betekenis van Kat in ’t bakkie is die van ‘een makkelijk karweitje’, maar het wordt ook wel geroepen als een karwei is afgerond of als uitroep in de betekenis ‘voor elkaar!’ en ‘komt in orde!’
Marc De Coster vermeldt in zijn Woordenboek van populaire uitdrukkingen, clichés, kreten en slogans (2002) dat het van oorsprong een Rotterdamse uitdrukking is die door inbrekers werd gebruikt bij een geslaagde inbraak. Politiemensen zouden de uitdrukking gebruiken voor een zaak die afgehandeld is. De herkomst van deze uitdrukking is niet zeker. Kat kan zijn afgeleid van het Maleise gadji (‘vet’), dat vroeger ‘loon, opbrengst’ betekende. Kat in ’t bakkie betekent dus wellicht zoiets als ‘geld in het laatje’. Het sluit aan bij andere verbasteringen van gadji, zoals de zegswijze katje beuren, wat marinetaal is voor ‘het salaris opstrijken’. Het feit dat het marinetaal is, wijst ook al op een oorsprong uit het Verre Oosten. Dat de havenstad Rotterdam de bakermat is van deze verbasteringen, mag ook geen verwondering wekken. Was de gage ontvangen, dan zat men weer ‘vet’ in het geld. Katjesdag werd vroeger (en wordt misschien nog) wel gebruikt in de betekenis ‘betaaldag’. In het Bargoens woordenboek van Endt en Frerichs (1974) komt kattebak voor in de betekenis ‘winkella of geldla’, dus opnieuw een aanwijzing dat het een verbastering is van gadji.