DE LEEUW VAN TOSCANE

Andres McConnon (een filmmaker en schrijver van diverse historische publicaties) en zijn zus Aili McConnon (journalistieke voor een aantal gerespecteerde Canadese en Amerikaanse bladen) schreven een fascinerend verhaal, dat zowel als sportboek als geschiedenisboek gelezen kan worden. Het geeft een mooi beeld van Italië in de jaren 1915-1950, van de wielercarrière van Gino Bartali, van diens memorabele overwinning in de Tour de France van 1948 en van de onbekende rol die Bartali speelde in het Italiaanse verzet tegen de Duitse bezetting en de Jodenvervolging.

18 juni 1948. Cannes werd vroeg wakker. Duizenden wielerliefhebbers zoeken een plek langs de weg in de hoop een glimp op te vangen van de wielrenners die straks van start gaan. De renners hebben 2500 kilometer in de benen en het belooft die dag een sleuteletappe te worden. Onder de wielrenners bevindt zich Gino Bartali. Hij heeft in 1938 de Tour gewonnen, kreeg het jaar daarop van de door de fascisten gedomineerde Italiaanse wielerbond geen gelegenheid zijn titel te verdedigen, zag zijn wielercarrière daarna vijf jaar lang onderbroken door de oorlog en moest vervolgens met lede ogen zien dat Italiaanse renners in 1946 en 1947 niet mochten deelnemen. Na tien jaar mag hij eindelijk weer meedoen, 34 jaar inmiddels en door veel wielerkenners al bijna afgeschreven als “oude man”. Hij is getergd, want hij staat inmiddels 21 minuten achter op de gele trui. Hij denkt aan zijn broer, een groot wielertalent die werd doodgereden tijdens een race, en aan de Italiaanse premier De Gasperi die hem de avond daarvoor opbelde om hem te vragen de Tour te winnen. Hij vroeg dat niet alleen als supporter, maar vooral omdat hij meende dat een Italiaanse overwinning de rust zou kunnen doen terugkeren in het land dat op een burgeroorlog leek af te stevenen. (meer…)

Advertenties

5 AUGUSTUS – COR WITSCHGE

Cor Witschge (Amsterdam, 5 augustus 1925 – Terschelling, 13 maart 1991) was een Nederlands acteur. Hij speelde van 1958 tot 1980 de rol van Pipo de Clown in de oorspronkelijke televisieserie. Witschge groeide op in de Amsterdamse wijk de Jordaan. Na de lagere school bezocht hij enkele jaren de ambachtsschool, maar hij wilde liever de artistieke kant op. Op zijn zestiende deed hij auditie bij het gezelschap het Nederlandsch Jeugdtooneel dat onder leiding stond van Rob Geraerds en Rie Beyer. Zijn eerste rol was die van lakei in de toneelbewerking van het sprookje Assepoester. Witschge kreeg te horen dat hij wel zijn Jordanese accent moest wegwerken, hetgeen hem met enige moeite lukte. Vervolgens werkte hij bij diverse toneelgezelschappen en maakte twee Indische tournees. In 1958 werd Witschge freelancer en werkte enkele jaren voornamelijk voor de televisie. Hij had in 1953 al voor tv opgetreden in House of het brave en dat was hem goed bevallen. Vanaf 1958 kreeg nationale bekendheid met de titelrol in de televisieserie Pipo de Clown van Wim Meuldijk, die vanaf 17 september 1958 werd uitgezonden door de VARA. Overigens viel de overlast van die bekendheid wel mee, want het gezicht van Witschge was verborgen onder de schmink van de clown Pipo. Wel herkenden mensen hem aan zijn kenmerkende stemgeluid. In 1964 verdween Pipo van de buis en ging Witschge spelen bij het gezelschap de Nederlandse Comedie. Na drie jaar keerde hij weer terug naar de rol van Pipo, die hij met tussenpozen zou vertolken tot 1980. In totaal speelde Witschge Pipo in twaalf televisieseries en in honderden korte filmpjes van vijf minuten. Ook speelde hij de rol van de clown in diverse theatervoorstellingen voor de jeugd. (meer…)

THE SEARCHERS

The Searchers is een band uit Liverpool die, parallel aan bands als The Beatles en Gerry & the Pacemakers, de muziek ontwikkelde die uiteindelijk als Merseybeat de wereld zou veroveren. De bandleden waren voordien al sinds 1957 actief in allerlei (skiffle)-bandjes. Na diverse samenstellingen ontstond in 1961 de bezetting van The Searchers zoals die in 1963 wereldwijd zou doorbreken. Ofschoon The Beatles in feite de voorlopers waren van de Liverpoolbands, waren het The Searchers die als eerste van die lichting doorbraken in Nederland. Hun ‘Sweets for my Sweet’ was de eerste Merseybeatsong die de Nederlandse hitparade beklom. Al met al brachten The Searchers in hun succes-periode (1963 t/m 1968) 22 singles en 5 lp’s uit op het platenlabel PYE. Na die periode stapten ze over naar het RCA-label dat voornamelijk op de Amerikaanse markt was gericht en dat in Nederland nauwelijks nog tot successen leidde.

Gedurende de topjaren kenden The Searchers drie samenstellingen. De oorspronkelijke samenstelling gedurende de jaren 1961 tot augustus 1964 met Tony Jackson als leadzanger/bassist, Mike Pender en John McNally op gitaren en Chris Curtis als drummer. Ze zongen alle vier. Deze periode is vooral bekend door rocky hitsongs als Sweets for my Sweet, Sugar and Spice en Love Potion nr. 9. Na het vertrek van leadzanger Tony Jackson – die werd vervangen door Frank Allen van Cliff Bennett and the Rebel Rousers – werden de zangpartijen voornamelijk ingevuld door Mike Pender en Chris Curtis. Die periode is voornamelijk bekend door de tweestemmigheid van Pender en Curtis in melodieuze songs als Needles and Pins, Don’t throw your love away en Goodbye my Love. (meer…)

VLIEGVELD YPENBURG

Vliegveld Ypenburg was van 1936 tot 1991 een Nederlands vliegveld op het grondgebied van de gemeenten Rijswijk, Nootdorp, Leidschendam en Den Haag. Al in 1926 had de Haagse burgemeester, mr. J.A.N. Patijn, het plan gelanceerd om in de buurt van Den Haag een vliegveld aan te leggen dat Schiphol moet overtreffen. Dat is niet helemaal geworden wat hem voor ogen stond. Al enkele jaren later bleek dat door de tegenvallende economische groei het plan vooralsnog niet haalbaar zou zijn. Begin jaren dertig werd het initiatief weer opgepakt, doordat de sportvliegerij dan populair was geworden en men hier mogelijkheden ziet in de gewenste groei te voorzien. Het weiland bij de voormalige hoeve Ypenburg werd op dat moment al veelvuldig gebruikt door zweefvliegers. Het initiatief om hier een vliegveld aan te leggen is gericht op de ontwikkeling van de sportluchtvaart, maar men realiseert zich al vanaf het begin, dat dit terrein de gunstige ligging bij het regeringscentrum ook van belang kan worden voor de commerciële luchtvaart. Op 22 februari 1936 stak de Rijswijkse burgemeester mr. J.A.G.M. van Hellenberg Hubar de eerste spade in de grond voor de aanleg van het vliegveld, dat als werkverschaffingsproject werd aangelegd door een samenwerkingsverband tussen de Haagsche Aeroclub, de bank Fa. Heldering en Pierson, de Rotterdamsche Aeroclub en particulieren. Al een half jaar later, op 29 augustus 1936, verrichte Minister van Waterstaat, jhr. O.C.A. van Lith de Jeude, de officiële opening van het eerste sportvliegveld van Nederland, maar hij benadrukte ook dat het eventueel als uitwijkhaven of noodlandingsterrein, zelfs voor militaire doeleinden gebruikt zou kunnen worden. Het vliegveld werd ook gebruikt door de Nationale Luchtvaart School (NLS). (meer…)

NERGENS AAN

Nergens aan
een kort verhaal van Jan Boer
Hollands Weekblad
Jaargang 3 (1961-1962)
.
.
Vannacht had ik griep en ik droomde een heel verhaal zo tussen slapen en waken. Maar ik sliep niet. Ik droomde dus ook niet. Ik dacht. Toen we klein waren sliepen mijn zusje en ik op één kamer. Wanneer we niet in slaap konden komen vroegen we elkaar: ‘waar denk je aan?’ Dan volgde een fantastisch verhaal in een soort irrealis die verder in onze taal niet voorkomt. Of we zeiden ‘nergens aan’. Als we ‘nergens aan’ zeiden wilden we niet zeggen waaraan we dachten. Of we dachten nergens aan.

Ik dacht dus. Ik dacht, dat ik bij mijn tantes was. Ik zei niet veel, wat zou je tegen die mensen moeten zeggen? Wat zij zeiden weet ik niet meer, maar ze zeiden: ‘straks komt Flip Ventiel, die kan zo gezellig praten’. Ja, dat zou wel, Flip zou wel veel praten. Ik kende hem goed. Het laatst had ik hem nog gezien dertig jaar geleden in de Simpang Sociëteit in Soerabaja. In ‘heeren’. Hij zei dat hij morgen wegging, voor goed. Hij had er genoeg van. Toen hij de deur achter zich sloot haastte zich iemand mij iets in te fluisteren. Verstaan kon ik hem niet; deed er ook geen moeite voor. Ik haat fluisterende mannen. Een halfjaar eerder was ik Flip op het station gaan afhalen van de ééndaagse. De meneer van zijn kantoor die hem opwachtte vergat mij te vragen om mee te gaan. Voor schut stond ik op het perron en zei ‘totziens’; ik zag hem niet meer. Ik haalde hem af omdat hij de zoon was van een vriend van mijn vader. Flips vader was bij ons een geziene gast. Hij preekte zo leuk en dat zegt wat want wij waren op dit gebied overvoede pastoriekinderen. ’s Avonds ijsbeerde hij door de kamer en vertelde over de stad waar hij stond. Als ik zijn kaal hoofd zag dacht ik aan zijn naam. Zijn ouders hadden hem naar Kant genoemd maar hij was Hegeliaan geworden. Wij noemden hem oom Maan. Hij was aardig; trouwens alle vaders van kinderen van mijn vaders vrienden waren aardig. De kinderen niet. (meer…)

BERTOLD BRECHT – DIE DREIGROSCHENOPER (1934)

Bertold Brecht (Augsburg, 10 februari 1898 – Berlijn, 14 augustus 1956) was een Duits dichter, auteur, toneelschrijver, toneelregisseur en literatuurcriticus. Zijn werk was sterk politiek geëngageerd. Brecht wordt gezien als de grondlegger van het episch theater. Hij werkte veel samen met de componisten Hanns Eisler en Kurt Weill. In 1933 vluchtte Brecht uit Duitsland en kwam na omzwervingen in de Verenigde Staten terecht. Hier zou hij later vervolgd worden wegens on-Amerikaanse activiteiten, waarna hij vertrok naar Oost-Berlijn. Met zijn stukken wil Brecht een spiegel voorhouden, hij wil de maatschappelijke structuur zichtbaar maken en laten zien dat die niet onveranderlijk is. Als we dat willen, kunnen we een betere, meer rechtvaardige wereld maken. Stukje bij beetje, door het creëren van inzicht, streeft Brecht een maatschappelijke omwenteling of vreedzame revolutie na. Zijn werk wordt in die tijd sterk beïnvloed door de ideeën van Marx en Hegel, waarbij hij zich had laten onderwijzen door Karl Korsch en Fritz Sternberg, twee onorthodoxe partij-ideologen waren. De revolutie die Brecht nastreefde was naar communistische snit.

In 1928 vindt de première van de Driestuiversopera plaats, een bewerking van een Engelse opera uit de 18e eeuw (The Beggar’s Opera). Brecht bewerkt de opera in samenwerking met Elisabeth Hauptmann, de muziek is van Kurt Weill. Met de Driestuiversopera behaalt Brecht een van zijn grootste successen – een succes dat ook daarna in Duitsland zelden meer is geëvenaard. De Driestuiversopera is een zeer maatschappijkritisch stuk waarin maatschappelijke verhoudingen aan de kaak worden gesteld. Brecht geeft af op de kloof tussen arm en rijk, de burgermansmoraal, corruptie en de vruchteloze pogingen van mensen om naar het goede te streven. Bekende zin uit de opera: ‘Eerst komt het vreten, dan komt de moraal’. (meer…)

DE VAKANTIE IS WEER BEGONNEN