DE HERFST IS IN AANTOCHT

Advertenties

MARCELLUS EMANTS – OP ZEE (7)

(vervolg)

Soms was ’t hem te moede als iemand, die in de opwinding van een halve roes een gevaarlik hartsgeheim heeft geopenbaard. Edoch, die eerste sentiementalieteit verdween, toen Passtra hem vertelde, dat een van zijn vrienden het stuk verduiveld kranig had genoemd. Meer was er niet nodig om zijn ziel te doen weergalmen van een zegevierend gejubel, als was ie een feestzaal, waarin een vorst wordt gekroond. En nog eens glansde de sensasie in hem op, welke hem als schooljongen doorstraald had: het trotse gevoel, dat men hem opmerkte en nakeek, als iemand, die meer is dan anderen.
O, verrukkelike tijd vol gedachten-opzwepende werklust, vol wilstalend zelfvertrouwen, vol gemoed-doorzingende tevredenheid! Nooit, nooit meer was hij zo vlekkeloos gelukkig geweest. Dacht hij tans in zijn lome ontmoediging aan dat stuk leven terug, dan was ’t hem, of hij toen vleugels gehad en op die uitgebreide wieken geplaand had hoog in het blauwe luchtpaleis, glimlachend neerziende op de wemelende mensjes.
Toen gebeurde ’t op eens, midden onder het werken, dat hij inzag, zowel voor het putten uit zich zelf als voor het beschrijven van anderen, weer onder die mensjes te moeten neerdalen en met hen meeleven…. zij ’t dan ook op een afstand.
(meer…)

10 SEPTEMBER – HANS NOBILING

Hans Nobiling (Hamburg, 10 september 1877 – Jacarepaguá,, 30 juli 1954) was een Duits-Braziliaanse voetbalpionier. Nobiling speelde bij SC Germania 1887 Hamburg, een voorloper van het huidige Hamburger SV en werd kampioen van Hamburg met de club. In 1897 emigreerde hij op twintigjarige leeftijd naar Brazilië en ging er in de stad São Paulo wonen waar ook een Duitse gemeenschap woonde. Hij had een voetbal mee genomen uit Duitsland en leerde het spel in Brazilië aan een aantal stadgenoten.

In augustus 1899 werd een club opgericht; het eerste probleem was een geschikte naam voor de club te kiezen. Vijftien spelers kozen voor Internacional en vijf voor Germânia, zoals het voorstel van Nobiling luidde. De naam van de club vanaf dat moment SC Internacional, het was op dat moment de derde Braziliaanse voetbalclub. In 1902 speelde de club mee in de eerste voetbalcompetitie in Brazilië, de Campeonato Paulista. SC Internacional zou dat kampioenschap twee keer winnen, in 1907 en 1928. Door financiële problemen fuseerde de club in 1933 met Antarctica FC tot CA Paulista. In tegenstelling tot wat de naam suggereert kwam ook Antarctica gewoon uit São Paulo. De club werd in 1915 opgericht en werd vernoemd naar de gelijknamige brouwerij die het bier Antarctica op de markt bracht. In 1926 vond er een splitsing plaats in het voetbal in de staat São Paulo, er kwam een prof- en een amateurcompetitie. Antárctica ging in de hoogste klasse van de amateurcompetitie spelen en eindigde in het eerste seizoen op een respectabele derde plaats. De volgende jaren eindigde de club minder goed. Nadat de amateurcompetitie in 1929 afgeschaft was, ging de club in de tweede klasse spelen. CA Paulista verging het niet erg voorspoedig. In de competitie van 1934 eindigde de club in de hoogste klasse op de voorlaatste plaats en de twee daarop volgende jaren bij de laatste drie. In 1937 fuseerde de club met CA Estudantes de São Paulo tot CA Estudantes Paulista, dat op haar beurt in 1938 werd opgeslorpt door São Paulo FC.
(meer…)

MIKE OLDFIELD

Mike Oldfield had zijn grote doorbraak in 1973 met de lp Tubular Bells, waarop vrijwel alle instrumenten door hemzelf worden bespeeld. Dit album zonder lyrics of losse nummers (met als enige nummers Part One en Part Two, ofwel respectievelijk de eerste en tweede kant van de lp, beide duren langer dan twintig minuten) bevat een mix van verschillende stijlen waarmee Mike Oldfield ook in de rest van zijn carrière zou experimenteren: rock, new age, folk, ambient en blues. Later kwamen ook Afrikaanse stijlen en zelfs invloeden van elektronische dansmuziek naar voren. Tubular Bells bestaat evenals veel van Oldfields latere werk uit gecompliceerde symfonische muziek. De meeste van zijn albums zijn grotendeels instrumentaal en op bijna al zijn albums speelt hij de meeste tot alle instrumenten zelf. Dit zijn veelal verschillende snaarinstrumenten, meerdere toetsinstrumenten, enkele slaginstrumenten en sommige blaasinstrumenten. In latere jaren is zijn muziek echter steeds elektronischer geworden en is hij steeds meer gebruik gaan maken van synthesizers en software. Kenmerkend is Oldfields elektrische gitaar. Oldfield zegt zichzelf in de eerste plaats als gitarist te zien. Hij heeft zichzelf ook wel omschreven als “een technicus die ideeën krijgt en deze vertaalt naar geluid”. In de jaren 80 scoorde hij enkele hits met toegankelijke liedjes als Moonlight Shadow (1983) en To France (1984). Op beide nummers wordt gezongen door Maggie Reilly. In 1983 stond Moonlight Shadow in Nederland op nummer 1 in de Nationale Hitparade. Tubular Bells werd uitgebracht door Virgin Records, de toen nog beginnende platenmaatschappij van Richard Branson. Branson runde destijds een opnamestudio, The Manor House, waar Tubular Bells werd opgenomen. Omdat geen enkele van de benaderde platenmaatschappijen verkoop zag in Tubular Bells, besloot Branson zijn eigen Virgin Records op te richten en het eerste album dat hij uitbracht werd Tubular Bells.

(meer…)

DJANGO

Vanmiddag naar de film:
Django
2016, 115 minuten,
regisseur Etienne Comar

De film
1943, Parijs zucht onder het Duitse nazibewind. De briljante, zorgeloze jazzgitarist Django Reinhardt is op het hoogtepunt van zijn roem en speelt in de grootste zalen van de stad. Ondertussen lijden zijn zigeunerbroeders door heel Europa onder de toenemende vervolging. Wanneer hij door de nazi’s gedwongen wordt om op tournee naar Duitsland te gaan, ziet hij geen andere uitweg dan te vluchten.
De in Wallonië geboren en veel te jong gestorven Jean Baptiste Reinhardt groeide op in een woonwagenkamp bij Parijs. Dit verklaart waarom Reinhardt, die al snel de artiestennaam Django kreeg, een grote voorliefde ontwikkelde voor zigeunermuziek. Een makkelijke jeugd had Django niet. Toen hij achttien was, werd hij getroffen door een woest uitslaande brand waardoor hij een aantal vingers moest missen. Ook bleef hij de rest van zijn leven kreupel doordat hij weigerde zijn zwaargewonde been af te laten zetten. Gitaarspelen was met deze beperkingen lastig, maar Reinhardt groeide uit tot de beroemdste vertegenwoordiger van de swingende zigeunerjazz. In Nederland wordt deze stijl gespeeld door onder andere het Rosenberg Trio en Jimmy Rosenberg.
(meer…)

LE CHAT NOIR – 1896

Le Chat Noir was een theatercafé en cabaret gelegen in Montmartre in Parijs, dat in 1881 werd opgericht door Rodolphe Salis, een zoon van een limonadefabrikant en leider van een klein theatergezelschap. De zaak was eerst gevestigd aan de Boulevard de Rochechouart en had zijn naam te danken aan een kat die Salis tijdens de inrichting van het café op straat had gevonden. In 1885 verhuisde Le Chat Noir naar Rue Victor Massé 12, een pand met drie etages dat gedecoreerd werd door Henri Rivière en Caran d’Ache. De faam van Le Chat Noir groeide nadat Émile Goudeau de literaire club Hydropathes had weten te overtuigen van de gelegenheid hun verzamelplaats te maken. Le Chat Noir werd een populaire ontmoetingsplaats van artiesten en cabaretiers. Tot de klanten hoorden onder meer Émile Zola, Georges Rodenbach, en Léon Bloy. De chansonniers Aristide Bruant, Maurice Mac-Nab, Jules Jouy, Jean Goudezki traden er op, de schrijvers en dichters Georges Lorin, Charles Cros, Albert Samain, Maurice Rollinat en Jean Richepin hielden voordrachten en Erik Satie speelde er piano.

Rodolphe Salis trad zelf vaak op als ceremoniemeester en conférencier. Hij had een goed gevoel voor modes en zorgde dat er altijd een nieuw aanbod van artiesten was en dat het programma regelmatig werd ververst. Hij introduceerde ook het succesvolle Theatre d’Hombres, het schaduwspel. Het schaduwspel was een idee van de uitgever van het blad Le Chat Noir, Henri Riviére. Hij plaatste een doek over de opening van zijn marionettenkast en sneed silhouetten van bekende politie-agenten uit de buurt. Veertien jaar lang verscheen het gelijknamig tijdschrift waarin artikelen werden geschreven door Guy de Maupassant en Émile Zola. Henri de Toulouse-Lautrec maakte tekeningen voor het tijdschrift.

Het idee van Le Chat Noir was zo succesvol dat spoedig in andere Europese steden gelijknamige en gelijksoortige gelegenheden werden geopend. In 1896 werd het cabaret gesloten; Salis overleed in 1897.
(meer…)

JAC. VAN LOOY – EEN DAG MET SNEEUW

Het korte verhaal verscheen in ‘De Nieuwe Gids’, jaargang 1, deel 2 (1886), afl. 4 (april, p. 4-8. Het verscheen ook in de tweede druk van ‘Eenpic-nic in proza’, een bloemlezing uit ‘De Nieuwe Gids’, pagina 15-19 (Amsterdam, z.j.). In de eerste druk van Proza, die in 1889 bij uitgeverij S.L. van Looy te Amsterdam verscheen, was het opgenomen als tweede verhaal. In latere versies was het verhaal het openingsverhaal van de verhalenbundel.

Het sneeuwde in Venetië. Traag schommelend, teruggezogen door den Noord-Oosten-wind, die over de koppen der huizen heensneed, daalde de sneeuw, als donzige veêrvlokken rijzend en dalend op den adem van een spelend kind. En de donkere winkelkasten schenen donkerder en verder achter het kringelende netwerk van witte vlokken met wijde mazen, dat brokkelend neêrviel op hoofden en schouders der voortgangers. In de donkere, smalle straatjes had zich de sneeuw onder den eeuwigen cadans van trippende voeten omgezet tot een smerige brei, die bij elke nieuwe witte vlok sopperiger en troebeler werd.
Een vochte, griezelige lucht huisde tusschen de bonte gevels, en deed de mannen huiverend voortgaan, tot den neus gehuld in wijde wollen mantels, met een dikke plooi slingerend van schouder tot schouder onder de kin, met een voorkomen van antieke bronzen busten; en de vrouwen die hun inkoopen deden, scholen dieper weg in hun kleurige omslagdoeken, schuivende door die kringelende witte wisseling, als vlekken rood en geel en groen, als verdwaalde kleuren op een grijs palet.
De hemel was grauwgrijs, strak, als smalle strooken van een vuile stof uitgespannen boven de straatjes.
En het stille Venetië was stiller dan ooit. Slechts van tijd tot tijd kwam het heesche roepen van een melkventer: ‘latte! latte!’ die stilte storen. Het kwam van heel ver, als de schreeuw van een drenkeling, een schreeuw met
den mond vol water. Of hier en daar gleed een half, kort woord, uitgaande van een bedekten mond, grommelend en bijna onverstaanbaar: ‘koud, koud vandaag!’ dan was alles weêr stil en hoorde men alleen het gezuig en gekluts van schoenen in de modder.
Maar op het plein San Marco vierde de sneeuw feest in de groote stilte. Het was daar een jagen en woelen van witte vlokken, als een razende dans van bezetenen op de wilde maat des winds, die schuins van boven vrij in de vierkante ruimte viel. En zijn forsche slag joeg de dolle vlokken voor zich uit en brokte ze tot glinsterende schubben, tot fijn stuivend poeder, dat heel de sneeuw één rag van dunne, draaiende draden scheen, een groot doorzichtig weefwerk met witte verdiksels van plooien en krooken, wapperend op de richting van zijn adem. En achter die wriemeling waren de strakgelijnde gebouwen links en rechts als onbelijnde massa’s en de kolonnaden als donkere holen aan hun voet.
En de sneeuw heerschte overal.
(meer…)