EROTIEK IN DE 19E EEUW – 24

Advertenties

PHINEAS GAGE

Phineas Gage (9 juli 1823 – 21 mei 1860) was een Amerikaanse spoorwegarbeider die in 1848 bij de aanleg van een spoorweg een arbeidsongeval kreeg waarbij hij zware schade aan zijn frontale kwabben in de hersenen opliep. Op 13 september 1848 begeleide hij als ploegbaas een team arbeiders bij de aanleg van de Rutland-Burlingtonspoorlijn bij Cavendish in de staat Vermont. Gage nam zelf de taak op zich om een rotsblok op te blazen. Zijn mannen hadden een gat in de rots geboord, dat Gage vulde met kruit. Met een stevige ijzeren staaf, ruim een meter lang, drie centimeter dik en zes kilo zwaar, stampte hij het kruit aan. Dat moet een kleine vonk hebben veroorzaakt, want opeens ontplofte het kruit en werd de staaf als een projectiel uit het gat geschoten. Gage stond nog over het gat gebogen, precies in de schootslijn. De staaf boorde zich met hoge snelheid in zijn jukbeen vlak onder het linkeroog, ging dwars door de hersenen heen en schoot er boven aan de schedel weer uit. De staaf landde zo’n dertig meter verderop, besmeurd met bloed en hersenweefsel. Gage viel neer, terwijl zijn collega’s ontzet toesnelden. Ze gingen ervan uit dat hun ploegbaas dood was, maar al snel kwam hij bij en was hij tot ieders verbijstering volledig bij kennis. Na een paar minuten stond Gage zelfs op, praatte hij met mensen en kon hij lopen. De mannen haalden snel een kar en brachten hem naar dokter John Martyn Harlow. Gage werd een medische sensatie, want tot dan wees alle expertise en ervaring erop dat een patiënt met een dergelijke ernstige hersenschade nooit kon overleven. Gage was de eerste waarbij dat niet het geval was. Harlow maakte de wond schoon, verwijderde stukjes schedel en dekte de openingen af met een nat verband. Toen hij voelde of er nog botresten in het gat zaten, bleek dat hij zijn hele middelvinger in de wond kon duwen zonder ook maar enige weerstand te ondervinden. Hij besloot om geen chirurgische ingrepen te doen, maar om de wonden uit zichzelf te laten genezen.  Dat bleek een juiste beslissing te zijn geweest, want Gage herstelde snel. Zijn spraakvermogen en geheugen waren intact gebleven en leidde al na een paar maanden weer een normaal leven. (meer…)

11 AUGUSTUS – ROBERT LEHNHOFF

Robert Wilhelm Lehnhoff (Elze, 11 augustus 1906 – Groningen, 24 juli 1950), was een Duitse SD’er en oorlogsmisdadiger die opereerde vanuit het gevreesde Scholtenhuis in Groningen. Het Scholtenhuis was een statig herenhuis aan de Grote Markt in Groningen. Het enorme gebouw in eclectische stijl was eigendom van de rijke industrieel W.A. Scholten (1819-1892), die het pand tussen 1879 en 1881 liet bouwen. Architect was J. Maris, het interieur werd verzorgd door zijn collega P.M.A. Huurman. Met zijn echtgenote betrok hij het linkerdeel, zijn zoon Jan Evert (1849-1918) bewoonde het rechterdeel. Scholten was directeur van bijna 24 fabrieken, die onder andere aardappelmeel, suiker, strokarton en turfstrooisel produceerden en bezat ook boerderijen en veengebieden. Ook na het overlijden van de industrieel en zijn zoon bleven andere leden van de familie Scholten er wonen. Een maand na de Duitse inval in 1940 werden de weduwe van Jan Evert Scholten en haar zoon echter zonder pardon op straat gezet. Vanaf dat moment werd het Scholtenhuis het noordelijke hoofdkantoor van de Sicherheitspolizei (SIPO) en de Sicherheitsdienst (SD). Vooral vanaf september 1944 werd vanuit het Scholtenhuis een waar schrikbewind gevoerd. Het kreeg in die periode de naam Het voorportaal van de hel werd genoemd en was na de oorlog het meest gehate gebouw in de stad. Bij de bevrijding in 1945 werd het Scholtenhuis kapot geschoten door de Canadezen en in brand gestoken door de Duitsers. Ook als dat niet was gebeurd, had het gebouw er zeker niet meer gestaan, want de Groningers zouden het maar wat graag eigenhandig tot de laatste steen hebben afgebroken. Er is nu wel een virtuele wandeling door het Scholtenhuis mogelijk, om de herinnering aan de gruwelijkheden die er plaats vonden levendig te houden. Daarin een fragment van de beruchte Robert Lehnhoff tijdens het verhoor van een jonge vrouw. Eerst rookt hij nog een sigaret met haar, allengs wordt het verhoor bruut. Als de vrouw blijft zwijgen, opent Lehnhoff een kast waarin de studente en verzetsvrouw Anda Kerkhoven zit opgesloten. Kerkhoven, die later wordt omgebracht, is geslagen, gebeten en ondergedompeld. Maar is slechts te horen via de commentaarstem, want om de site niet te schokkend te maken voor kinderen, worden geen gruwelijkheden getoond. Bij uitgeverij Profiel zijn enkele interessante boeken over het Scholtenhuis verschenen. (meer…)

CALVIN RUSSELL

Calvin Russell (1 november 1948 – 3 april 2011) was een blueszanger, – gitarist en singer-songwriter, die als Calvert Russell Kosler werd geboren in Austin, Texas Op twaalfjarige leeftijd leerde hij gitaar spelen en een jaartje later sloot hij zich aan bij een band die The Cavemen heette. In 1989 kwam hij in beeld van een platenmaatschappij waar hij een demo naar had gestuurd. In 1990 verscheen zijn eerste LP, A Crack In Time. Om die plaat te promoten begon Russell uitgebreid te toeren door Europa, waar hij altijd meer succes zou kennen dan in de Verenigde Staten. Hij heeft daarna bij diverse platenmaatschappijen een dozijn platen uitgebracht, maar een echte doorbraak heeft hij nooit gekend. Wat hem zeker parten moet hebben gespeeld dat hij in de loop der jaren een behoorlijke verslaving aan drugs en alcohol had ontwikkeld. In 1995 zou hij vanwege het bezit van cocaïne in Texas worden gearresteerd. In 2011 overleed hij op 62-jarige leeftijd, na een langdurige strijd tegen leverkanker. Ik had eerlijk gezegd nooit eerder van de man gehoord, maar vond op het internet enkele parltjes van hem. Een ervan is Crossroads. (meer…)

BERNARD IJZERDRAAT – 32

Bernard IJzerdraat (Haarlem, 13 oktober 1891 – Waalsdorpervlakte (Den Haag), 13 maart 1941) was een Nederlandse verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was opgeleid tot onderwijzer en had zich toegelegd op het geven van les in handenarbeid. Hij was enige jaren verbonden aan de gemeentelijke kweekschool in Rotterdam. Hij richtte daarna een eigen kunstweefschool op in Laren (Noord-Holland), die echter inde crisisjaren moest sluiten. Hij sloot zich in 1936 aan bij de beweging Eenheid door Democratie, die zich zowel tegen fascisme en nationaalsocialisme als tegen het communisme verzette. Zij waarschuwden vanaf het begin voor de pro-Duitse propaganda van de NSB. In 1938 was hij ontwerper en bedrijfsleider bij de Deventer tapijtfabriek van Maurits Prins in Dinxperlo. In september 1939, bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, keerde hij terug naar Rotterdam; hij werd leraar aan enkele scholen in Schiedam en Vlaardingen. Vervolgens werd hij gobelinrestaurateurin het Frans Hals Museum in Haarlem. Het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 en de capitulatie de dag erna maakten een enorme indruk op hem en waren voor hem het signaal om op te roepen tot verzet.Zijn verontwaardiging over de Duitse inval en snelle Nederlandse capitulatie was zo groot dat hij een handgeschreven vlugschrift samenstelde, vermenigvuldigde en als kettingbrief verspreidde. Hij koos hiervoor de naam ‘Geuzenactie’. Zijn eerste bericht is niet bewaard gebleven, wel de tweede Geuzenbrief van 18 mei 1940 met daarin de voorspelende passage: ‘Al onze voorraden zullen worden weggehaald, voedsel, kleding, schoeisel, spoedig krijgen we het bonnenstelsel voor alles en nog wat en daarna kunnen we zelfs op de bonnen niets meer krijgen. Onze jonge mannen zullen worden gedwongen elders te gaan werken voor de overweldiger’.
(meer…)

DE ACHTTIEN DOODEN – 1

  De Geuzen warende eerste verzetsgroep in Nederland gedurende de Tweede Wereldoorlog. De groep ontstond al direct na de Duitse inval op 10 mei 1940 en stond onder leiding van de Schiedammer Bernard IJzerdraat. Door roekeloos gedrag, naïviteit en verraad werd de hele verzetsgroep al in november 1940 door de Sicherheitsdienst opgerold. Op 24 februari 1941 stonden 43 Geuzen in het gebouw van de Hoge Raad voor het Feldgericht des Kommandierenden Generals und Befehlshabers im Luftgau Holland. Op 4 maart 1941 werd bekendgemaakt dat tegen achttien van hen de doodstraf was opgelegd. Generaal Christiaansen, de Duitse bevelhebber in Nederland, nam de gratieverzoeken in behandeling en zette van drie minderjarige leden van de verzetsgroep De Geuzen de doodstraf om in een gevangenisstraf. De andere vijftien werden, samen met drie communisten, op 13 maart 1941 op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd. Vlak voor hun terechtstelling in de duinen van Scheveningen zouden de Geuzen psalm 43:4 hebben gezongen ( Dan ga ik op tot Gods altaren; Tot God, mijn God, de bron van vreugd; Dan zal ik, juichend, stem en snaren; Ten roem van Zijne goedheid paren; Die, na kortstondig ongeneugt’; Mij eindeloos verheugt). (meer…)

DE KOLONISATIE VAN NOORD-AMERIKA

Het gebied dat nu de Verenigde Staten heeft werd oorspronkelijk bewoond door talrijke inheemse Amerikaanse volken. Vanaf de 16e eeuw werd het gekoloniseerd door Spanje, later verschenen de koloniale machten Engeland, Nederland, Zweden, Frankrijk en Rusland op het toneel. De rol van Zweden en Nederland was al in 1664 uitgespeeld, Rusland bleef vanwege Alaska nog een tijd een relevante partner, maar speelde verder ook maar een marginale rol. Tussen Engeland, Frankrijk en Spanje waren er echter heftige conflicten. De Britse kolonisatie van Noord-Amerika kwam aan het eind van de 16e eeuw op gang. Na de Spaans-Engelse Oorlog (1585-1604), waarbij de kaapvaart een belangrijke rol speelde werd dor de Britten een begin gemaakt met het ontdekken van de oostkust van Noord-Amerika. De Britten zetten nederzettingen op langs de kustlijn van Florida tot aan Newfoundland. Oorspronkelijk werd de gehele oostelijke kustlijn tot aan het noorden van het huidige Canada Virginia genoemd ter ere van koningin Elizabeth I. Vooral vanaf 1620 werden in een hoog tempo nieuwe nederzettingen gebouwd voor ambitieuze kolonisten, vooral boeren en Poolse huurlingen. In 1664 werd het Britse grondgebied flink uitgebreid met de bezetting van Nieuw-Nederland (waaronder Nieuw Amsterdam), die dat gebied in 1655 op de Zweden hadden veroverd. In 1763 kwam het tot verdere uitbreidingen na veroveringen op de Franse en Spanjaarden, officieel bevestigd in de Vrede van Parijs.

In 1776 kwamen dertien kolonies in opstand tegen de Britten. In New England de provincies New Hampshire en Massachusetts Bay en de kolonies Rhode Island and Providence Plantations en Connecticut. In de Middle Colonies (het voormalig Nieuw-Nederland) waren de provincies New York, New Jersey, Pennsylvanië en Delaware van de partij en tot slot waren er de Southern Colonies, die bestonden uit de provincies Maryland, Georgia, North Carolina en South Carolina, plus de kolonie-dominion Virginia. De kolonies verschilden nogal van elkaar, zowel door geografische ligging als door de heersende opvattingen. In New England lagen vrij onvruchtbare en rotsachtige gebieden, bloeide de nijverheid en visserij en werd vooral handel gedreven. De puriteinse, calvinistische waarden overheersten. In het middengebied waren New York, New Jersey en Pennsylvanië kosmopolitisch; vooral New York was als smeltkroes van allerlei natiën, was een sterke handelsstad, maar Philadelphia was in de 18e eeuw de grootste stad van de Engelse koloniën. De groep zuidelijke kolonies waren agrarische, vruchtbare gebieden, die rijst, indigo, tabak en andere gewassen teelden. De plantages die door Afrikaanse slaven werden bewerkt en werden geleid door aristocratische families. Meer landinwaarts, tegen het gebergte, woonden en werkten vrije boeren met een meer democratische instelling. (meer…)