VLINDERS

16 JULI – BRAND EVERS

Brand Evers (Arnhem, 16 juli 1886 – Arnhem, 7 oktober 1952) was een Nederlandse atleet, die verschillende atletieknummers beoefende. Op de Olympische Spelen van Londen in 1908 nam Evers deel aan zes verschillende onderdelen. Allereerst was hij lid van het Nederlandse team op de olympische estafette, een nummer waarbij de vier lopers achtereenvolgens 200, 200, 400 en 800 meter liepen. Evert Koops en Jac Hoogveld liepen elk de 200 meter, Victor Henny 400 meter en Evers fungeerde op de 800 meter als slotloper. Het Nederlandse team werd tweede in haar heat, maar drong desondanks niet door tot de finale. Op het onderdeel 400 meter behaalde hij een derde plaats in zijn serie, maar kwam hij niet in de halve finale. Hetzelfde gold voor de 800 meter, waarin Evers zijn race in de serie niet uitliep. Bij het polsstokhoogspringen plaatste hij zich met 2,82 m niet voor de finale, evenmin als bij het verspringen en het verspringen uit stand.

Evers werd in 1908 Nederlands kampioen op de 400 meter en daarmee de eerste officiële titelhouder op dit nummer in de Nederlandse atletiekgeschiedenis. Een jaar later zou hij zijn persoonlijk record op de afstand aanscherpen tot 54,4 seconden. Sinds 2015 staat dat record op 44,72 seconden door Liemarvin Bonevacia. Brand Evers was bovendien de eerste officiële kampioen bij het polsstokhoogspringen en in 1908 en 1909 de beste op het nummer. Zijn persoonlijk record uit 1908 bedroeg 6,00 meter (sinds 2013 op naam van Ignisious Gaisah met 8,29 meter.
.
(meer…)

THE BABYS

The Babys was een Britse muziekgroep, die actief was in de jaren 1974 tot en met 1980. Ze hadden een aantal hits in Engeland en Nederland, maar waren in de Verenigde Staten veel succesvoller. Tot frustratie van de bandleden wilde een echte doorbraak maar niet lukken, zodat The Babys na enkele jaren met veel onderlinge ruzies ten onder ging. Ze lieten wat mij betreft echter één formidabel nummer achter: Piece of the action.
(meer…)

CHARLES HOUBEN

In de reeks over de Section Artistique, een wat informele groep die in totaal uit 26 kunstschilders heeft bestaat, zijn nu een negental schilders de revue gepasseerd (zie dit overzicht), toch voornamelijk de kopstukken van het legeronderdeel. Een van de minder bekende is Charles Houben, een impressionistische schilder die in 1871 in Verviers werd geboren en in 1931 in Brussel overleed. Hij genoot zijn schildersopleiding aan de kunstacademie in Luik en ging daarna architectuur studeren in Brussel. Zijn leermeesters waren onder meer Alfred Bastien, met  afstand de beroemdste schilder van Section Artistique (zie hier, hier en hier). Onder zijn vrienden behoorden een groot aantal van beroemde schilders uit zijn tijd, zoals Pros de Wit, Geo Bernier en Jean Gouweloos, die bovenstaand portret van Houben schilderde. Hij trouwde met Jane Kufferath, een violiste en dochter van de directeur van de Koninklijke Muntschouwburg te Brussel. Vanuit zijn thuisbasis Brussel maakt Houben schildersreizen over het Belgische platteland en in Frankrijk, Italië, Marokko en Tunesië. Na zijn overlijden in 1931 wordt nog slechts eenmaal een tentoonstelling van zijn werk georganiseerd, van 16 tot 29 januari 1932 in Brussel. een thuiswedstrijdje, zullen we maar zeggen. Over thuiswedstrijdjes gesproken: er hing zeer lang alleen werk van hem in musea in Luik en Brussel, zijn geboorteplaats en woonplaats. Tot in 2012 werk van hem wordt opgenomen in een tentoonstelling in het Centre Pompidou-Metz, waar hij mag hangen naast erkende meesters als Pierre Bonard, Marc Chagall, Maurice Denis, Amedeo Modigliani, Claude Monet en Pablo Picasso. Wellicht een kleine revival van zijn werk.
(meer…)

ODALISKEN – 013

Hendrik Johannes Haverman (Amsterdam, 23 oktober 1857 – Den Haag, 11 augustus 1928) was een Nederlands schilder die tot de schilders van Tachtig . Hij studeerde aan de Rijksakademie van beeldende kunsten te Amsterdam en aan de kunstacademies van Antwerpen en Brussel. Hij was een leerling van August Allebé en Hendrik Valkenburg. Hier raakte hij bevriend met diverse medestudenten, waaronder Jan Voerman, Jan Veth, Mau van der Valk, Willem Witsen en Jacobus van Looy. Hij werkte onder meer in Amsterdam, Diepenveen en Den Haag.  Toen de Franse symbolistische dichter Paul Verlaine in 1892 een bezoek aan Nederland bracht, werd er tevens een soiree ten huize van Haverman georganiseerd. Langzaam maar zeker groeide Hendrik Haverman uit tot een vooraanstaand kunstenaar. Hij kreeg als portretschilder regelmatig opdrachten, behaalde op diverse tentoonstellingen gouden en zilveren medailles, was erelid van diverse kunstgenootschappen, waaronder van Pulchri, waar hij van 1921 tot 1923 voorzitter van was. Maar zijn kunsthistorisch meest boeiende periode was toen al achter de rug.


LA GRANDE BOUCLE 18

Albert Bourlon is een van de vele honderden naamlozen die ooit een paar keer aan de Tour de France meededen en daarna voor het grote publiek in de vergetelheid raakte. Slechts in kleine familiaire kring en in het dorp waar ze een levenlang woonde, blijft de faam uit hun jeugdjaren onveranderd groot. Dat geldt dus ook voor Bourlon, maar hij heeft toch tot op de dag van vandaag een ijzersterk record op zijn naam staan, eentje waarvan het onwaarschijnlijk is dat het ooit nog eens zal worden gebroken.

Bourlon werd op 23 november 1916 geboren in Sancergues, een gat in de buurt van Bourges in het departement Cher, dat momenteel een schamele 690 inwoners kent en dat zal zo omstreeks Alberts geboortejaar niet hoger zijn geweest. Al op jonge leeftijd gaat hij aan de slag in de fabrieken van Renault. In 1936 is hij een van de fanatieke communisten die aan de grote staking in de autofabriek meedoet. In hetzelfde jaar wordt Bourlon profwielrenner, waaree hij tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn kost verdient. Hij boekt er enkele bescheiden successen in reeds lang  vergeten hoogtepunten op de Franse wielerkalender: in 1936 wint hij de tweede etappe in Parijs- Châteaumeillant, in 1937 zegeviert hij in het Circuit de Vienne en in de vierde etappe van Parijs-Saint-Jean-d’Angély en in 1938 wordt hij derde in de GP Sanal. Niet bepaalde koersen om eeuwige roem mee te verwerven. In 1938 doet hij voor de eerste maal mee en wordt 35e in de eindrangschikking. Niet onverdienstelijk eigenlijk.

In de loop van de oorlog wordt de communist Bourlon opgepakt. Tot drie maal toe probeert hij vergeefs te ontsnappen uit het kamp waarin hij opgesloten zit. De vierde keer is hij wel succesvol en weet hij de wijk te nemen naar Roemenië. Daar heeft hij blijkbaar tijd en gelegenheid om aan wedstrijden deel te nemen in het zojuist (augustus 1944) bevrijde land, want hij weet in september 1944 de wedstrijd Boekarest-Ploesti-Boekarest te winnen. Kort daarna vertrekt hij weer naar Frankrijk. Op 17 juni 1945 wordt hij twee in de GP de la Tribune du Centre, een dure naam voor een ordinair wegcriterium in Nevers (Bourgogne).
(meer…)

DE DAGERAAD

30e HINK-STAP-SPRONG DOOR DE TIJD

De Dageraad werd in 1856 opgericht, nadat een jaar eerder al een tijdschrift De Dageraad op de markt was verschenen. Sinds 1957 is de vrijdenkersvereniging verdergegaan onder de nieuwe naam De Vrije Gedachte, een vereniging die als doel heeft om met hulp van rede, natuurwetenschap en logica de mens te ‘bevrijden’ van ‘vooroordelen, kerkelijke bevoogding, dogma’s en schijnwaarheden’. Het georganiseerde vrijdenken in Nederland begon in 1854 met de publicatie van Licht en Schaduwbeelden uit de binnenlanden van Java door de Gebroeders Dag en Nacht. Dit traktaat van arts en etnoloog Franz Junghuhn (1809–1864), aanvankelijk anoniem uitgegeven, was ‘een grootschalige poging normen en waarden te funderen in de Natuur – buiten de grondslagen van het christendom’. Het speelt zich af tijdens een reis door Java, waarin een discussie wordt gevoerd tussen vier wetenschappers die respectievelijk het materialisme (Morgenrood), het deïsme (Dag), het pantheïsme (Avondrood) en het orthodoxe christendom (Nacht) vertegenwoordigen. De drie eerste wetenschappers baseren zich op de rede en gaan uit van de natuur als kennisbron van waarheid, hetgeen in die dagen de ‘natuurlijke godsdienst’ werd genoemd. Ze ontkennen daarmee het bestaan van een persoonlijke of bovennatuurlijke God. Omdat dit op gespannen voet stond met het (toen in Nederland nog alomtegenwoordige) christendom als geopenbaarde godsdienst, oogstte het boek een storm van kritiek.

De uitgever vond een tweede druk te gevaarlijk, waarop de dissidente Amsterdamse vrijmetselaarsloge Post Nubila Lux (‘Na de wolken het licht’), waar Junghuhn ook lid van was en het boek warm onthaald werd, besloot onder leiding van Frans Christiaan Günst (1823–1885) de uitgave over te nemen, met op voorhand de zekerheid dat verachting van buitenstaanders hun deel zou zijn. Als voortzetting op het boek besloot de loge het tijdschrift De Dageraad op te richten, dat 1 oktober 1855 voor het eerst verscheen. Het motto van dit tijdschrift was: “Magna est veritas et praevalebit” (Machtig is de waarheid en zij zal zegevieren). Een jaar later, op 12 oktober 1856, werd Vrijdenkersvereniging De Dageraad in Amsterdam opgericht door de redactieleden van het tijdschrift, door onder andere Günst (de uitgever van De Dageraad) en de eerste voorzitter Rudolf Charles d’Ablaing van Giessenburg (1826–1904). In totaal sloten 44 mannen zich bij de vereniging aan. Er was geen ballotage en mede door d’Ablaings sympathie voor het feminisme werden er tijdens zijn voorzitterschap (1856–1865) ook al vrouwen toegelaten. In 1857 sloot de Rotterdamse vrijdenkersvereniging De Lichtraal (in 1855 opgericht en met 20 leden een kwijnend bestaan leidend) zich aan bij De Dageraad.
(meer…)