094 – TAKENHOFPLEIN


.

Nijmegen, Takenhofplein. Uit Rob Essers Stratenlijst: ‘In 1551 verkocht het zusterschap van het klooster van St. Agnes een stuk land aan Thomas Taeck, deze bouwde er een hofstede op onder de naam ‘Takenhof’. In verband met de stadsuitbreiding werd deze boerenhofstede in 1975 afgebroken. Bij raadsbesluit van 29 juni 1972 werd het verkeersplein in die omgeving naar de oude boerderij vernoemd.’ Op 8 juni 2000 vond de officiële ingebruikstelling plaats van de Takenhoffontein, volgens sommigen de grootste fontein van Nederland. Rondom is op de zijwand de volgende dichtregel van H.H. ter Balkt aangebracht: ’Hazelaar plantte ik voor haar vier poorten, al haast vervluchtigd voor haar rose bloesem’. Op 23 maart 1990 was bij het gebouw van Bovemij een beeld geplaatst van Fioen Blaisse, voorstellende een vrouw met vlinder, getiteld ‘Het onderweg zijn’. © Frans van den Muijsenberg, 23 juli 2006.

DR. CAMBELL’S ARSENIC COMPLEXION WAFERS

Arseen en veel arseenverbindingen zoals arseenoxide (rattenkruit) zijn extreem giftig. Binnen het menselijk lichaam richt het verwoestingen aan in het spijsverteringskanaal, veelal met dodelijke afloop. Toediening van kleine hoeveelheden over een lange tijd veroorzaakt symptomen die op een natuurlijke maag-darmontsteking lijken. Omdat arseen(-verbindingen) in het lichaam erg moeilijk te traceren was, was het een berucht moordwapen. Arseen is het meest gebruikt voor het plegen van gifmoorden. Er is lang verondersteld dat Napoleon Bonaparte zo aan zijn einde is gekomen. Zijn lichaam bleek namelijk een grote hoeveelheid arseen te bevatten. Uit een Italiaans onderzoek in 2008 bleek echter dat mensen in Napoleons tijd honderd maal hogere doses arseen hadden dan tegenwoordig. Dit zou komen omdat arseen toen veel werd gebruikt in bijvoorbeeld lijm en verf. Napoleon bleek geen hogere hoeveelheid arseen in zijn lichaam te hebben gehad dan zijn vrouw en zoon. Pas na de uitvinding van de Marshtest werd het mogelijk om zelfs zeer lage concentraties aan te tonen. In een laboratorium kan door deze test uit 1840 zeer lang na het overlijden van een persoon de aanwezigheid van arseen worden aangetoond, omdat arseen in de nagels en haren wordt opgeslagen. (meer…)

73 JAAR

086 – TIERGARTEN KLEVE 8

.
Tiergarten Kleve, juli 2008, © Frans van den Muijsenberg.

085 – TIERGARTEN KLEVE 7

.
Tiergarten Kleve, juli 2008, © Frans van den Muijsenberg.

AUSSENKAMP 10 – BREITFELDE (BEI MÖLLN)

In het stadje Breitenfelde bevond zich in de periode van 10 november 1944 tot 30 april 1945 een van de kleinste buitenkampen van concentratiekamp Neuengamme. In de Middeleeuwen lag het langs de Alten Salzstraße, vanaf het begin van de elfde eeuw de belangrijke handelsroute van Lüneburg naar Lübeck. Het lag vlakbij Mölln, een iets groter plattelandsstadje, dat sinds de NSDAP in 1933 aan de macht was gekomen het bestuurlijke middelpunt van de streek was. De omstreeks tien families die er rond 1941 nog woonden, werden naar Riga gedeporteerd en zouden geen van allen de oorlog overleven. In 1933 werd in Mölnn begonnen met de bouw van de Muna-fabriek (een van de vele munitiefabrieken van de Heeresmunitionsanstalt), die een oppervlakte had van 213 hectare. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zouden er meer dan 2.000 mensen werkzaam zijn, hoofdzakelijk dwangarbeiders uit het oosten. In het hele district werden meer dan 10.000 krijgsgevangenen als dwangarbeiders tewerkgesteld, onder meer in het tankdepot van de luchtmacht in Büchen, in de landbouw en in fabrieken. Tegen het einde van de oorlog verdubbelde de bevolking naar ongeveer 13.000 inwoners, vooral door vluchtelingen ben ontheemden uit voormalige Duitse gebieden. (meer…)

084 – LOBITH – BATAVENWEG 2

.
Batavenweg,  © Frans van den Muijsenberg, september 2024

 

093 – BEGRAAFPLAATS RUSTOORD


.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

SCHEISSE-NAZIS AUF DEM DONNERBALKEN

Iedereen kent het reclamedeuntje ‚Koning, keizer, admiraal. Popla gebruiken ze allemaal’, waarbij het overduidelijk is dat het laatste zinnetje makkelijk gewijzigd kan worden in ‘poepen doen ze allemaal’. Het lijkt zo vanzelfsprekend dat je geheel privé op het toilet doet en dat daarvoor toiletpapier beschikbaar is. Dat is echter zeker nooit het geval geweest. In het oude Rome had de rijken een privétoilet en iedereen kon voor een klein bedrag naar een ‘latrina publica’, een openbaar toilet, gaan. Daar zaten ze op duur marmer, dat was aangesloten op het riool. In een lange rij naast elkaar, dat wel. De kennis van de Romeinen ging echter verloren. In de Middeleeuwen plasten en poepen mensen gewoonlijk in een po, die vervolgens op straat werd leeggegoten. De stank in de middeleeuws stadjes moet groot zijn geweest. Kasteelbewoners hadden de beschikking over een toiletnis in de kasteelmuur, waarna de behoefte in de slotgracht terecht kwam. Daarna bleef die situatie lange tijd onveranderd. Ruim twee eeuwen geleden slechts had men in het beroemde paleis van Versailles geen fatsoenlijk toilet of ‘fecaliënput’ (een gat waar al dat stinkende spul in terechtkomt). Men vond het nobeler om de behoefte te doen op de vloer van een van de vele kamers in het kasteel. Er waren voldoende bedienden die de boel opruimden. Ook voor hofdames was het dragen van de hoepelrokken erg praktisch. Dit betekende dat ze zelfs in gezelschap hun behoefte konden doen, zonder dat hun billen zichtbaar waren. Het kasteel en het enorme kasteelpark moeten verschrikkelijk gestonken hebben! Men was blijkbaar vergeten dat al in 1596 door Sir John Harington het watercloset was uitgevonden. Pas in 1860 werd in Duitsland in kasteel Ehrenburg in Coburg het eerste toilet geïnstalleerd, dat speciaal vanwege het bezoek van de Britse koningin Victoria was geïmporteerd. Tot dan en nog lang daarna was een buitentoilet gebruikelijk. Een houten hok, met een houten bank met een diep gat waar op de bodem alles bleef liggen stinken. Ons bekende (normaliter) reukvrije toilet met alle privacy en toiletpapier is van zeer recente datum. (meer…)

ELLA HARPER

Ella Harper  (5 januari 1870 – 19 december 1921) werd geboren in Hendersonville, Sumner County, Tennessee, dat heden ten dage meer dan 60.000 inwoners telt maar rond de tijd van haar geboorte niet meer dan een armzalige nederzetting was met omstreeks 150 inwoners. Haar ouders William Harper en Minerva Ann Childress waren kleine veeboeren die oorspronkelijk uit Virginia afkomstig waren. William Harper werkte ook als steenhouwer om de kost te verdienen. Het echtpaar was in 1863 getrouwd en kregen twee jaar later hun eerste kind. William Harper diende vrijwel zeker tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), waarschijnlijk voor het Zuidelijke leger. Hij was Democraat, lid van de Vrijmetselaarsbroederschap en lid van de Methodist Episcopal Church, SouthHet echtpaar had acht kinderen. Ella had een tweelingbroer Everett, die een paar maanden na de geboorte (op 4 april 1870) stierf. Ze had ook een zus, die Susan Margaret heette, die werd geadopteerd door een gezin dat vervolgens naar Missouri verhuisde. Er waren nog vijf andere levende kinderen: Sallie Irene, Willie Johnelle, Ella, Jessie Lee en Earl Phelan. Volgens de familietraditie was Earl een pleegbroer, die in een mandje op hun veranda was gevonden. Latere nakomelingen van Earl wisten met DNA-onderzoek te achterhalen dat Earl een zoon van William Harper moet zijn geweest. Vermoedelijk had William een affaire gehad en liet deze vrouw de baby op zijn veranda achter zodat hij hem kon opvoeden. (meer…)

FRANS VAN DEN MUIJSENBERG – 049


.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

FRANS VAN DEN MUIJSENBERG – 048


.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

LILLY KETTNER – 22

Lilly Kettner werd op 2 april 1923 geboren in Floridsdorf, dat in 1904 tegelijkertijd met enkele omliggende dorpen door Wenen werd ingelijfd en sindsdien het 21 district van Wenen is. Samen met Donaustadt, het 22e district, vormen ze het deel van de stad Wenen op de linkeroever van de Donau. Lilly was het enig kind van haar ouders Ludwig Kettner (Wenen, 13 juli 1888) en Franzi Winkler (Wenen, 20 april 1889). Haar vader en zijn broer diende tijdens de Eerste Wereldoorlog als soldaat in het Oostenrijkse leger en werden aan het Russische front krijgsgevangene gemaakt. Haar vader overleefde die gevangenschap, zijn broer echter niet. Toen haar vader echter terugkwam in Wenen, ontdekte hij dat gedurende de oorlog zijn ouders waren overleden. Lilly werd in haar jeugdjaren vooral opgevoed door de grootmoeder van haar moeder, waarbij ze ook inwoonde.

Na de Anschluss van Oostenrijk bij Duitsland in maart 1938 werd de situatie voor de Joodse bevolking nog ernstiger dan die in de voorgaande jaren al was geworden. In december 1938 werd Lilly daarom naar Nederland gestuurd als onderdeel van de kindertransporten van de Joodse gemeenschap in Wenen. Haar ouders immigreerden illegaal met het schip Odyssee naar Palestina. In Nederland verbleef ze in verschillende kindertehuizen. Op 11 december 1938 zat ze eerst in quarantaine in de Copernicusstraat 159 in Den Haag, op 10 januari 1939 verhuisde ze naar Huize Overvoorde aan de Van Vredenburchweg 174 te Rijswijk en vanaf 13 september 1939 was ze woonachtig in Huis ten Vijver aan de Dwarsweg 3 in Scheveningen. Best wel aardige optrekjes om te verblijven. (meer…)

BARBARA NEWHALL FOLLETT

Barbara Newhall Follett (Hanover, New Hampshire, 4 maart 1914 – Brookline, Massachusetts, 7 december 1939) was de dochter van Roy Wilson Follett (21 maart 1887 – 7 januari 1963), een literair redacteur, criticus en universitair docent aan de Brown University, en voormalig onderwijzeres Helen Thomas Follett. Haar vader schreef de conceptversie van wat Follett’s Modern American Usage zou worden, dat bij zijn dood nog niet af was en werd voltooid en geredigeerd door zijn vriend Jacques Barzun (in samenwerking met zes andere mensen die hielpen met de redactie) en postuum werd gepubliceerd. Uit een eerder en later huwelijk van haar vader had Barbara een oudere en een jongere halfzus, Grace en Sabra. Sabra Follett Meservey, zou in 1961 de eerste vrouw worden die als doctoraalstudent werd toegelaten tot Princeton University. Barbara werd thuis door haar moeder onderwezen en toonde al vroeg aanleg voor lezen en schrijven, aangezien ze op vierjarige leeftijd haar eigen poëzie ging schrijven. Barbara was een fantasierijk en intelligent kind: op zevenjarige leeftijd begon ze haar eigen denkbeeldige wereld Farksolia op papier te zetten en daar een eigen taal bij ontwikkelen, Farksoo. Ze was een echt kind van de natuur en haar verhalen en gedichten gingen vaak over de natuurlijke wereld en de wildernis. (meer…)

FRIEDRICH RECK-MALLECZEWEN EN DE AANSLAG 20 JULI 1944

Friedrich Percyval Reck-Malleczewen (Malleczewo, 11 augustus 1884 – Dachau, 16 februari 1945) was een vooraanstaand criticus van het nationaalsocialistische bewind in Duitsland. Opvallend genoeg jon in 1937 zijn historische roman Bockelson. Geschichte eines Massenwahns, Die Geschichte der Wiedertäufer von Münster gewoon verschijnen en in de nationaalsocialistische pers zelfs goede kritieken krijgen. Blijkbaar miste men het feit dat het boek op de eerste plaats een kritische allegorie was op Hitler en het nazisme. Het boek gaat over de zestiende-eeuwse wederdopers in Münster, waarbij Friedrich Reck-Malleczewen de hoofdpersoon Jan van Leiden en diens schrikbewind vergelijkt met de Franse en de Russische revolutie en hij ook sprak van een Duizendjarig Koninkrijk van Zion in Münster. Hij vermelde ook duidelijk dat de belangrijkste propagandist van de wederdopers, net als Goebbels, een hinkepoot was. Voor Reck-Malleczewen was ook het Derde Rijk, net als Münster en de beide genoemde revoluties, een vorm van collectieve psychose. In oktober 1944 schreef hij in zijn dagboek dat de nazi-autoriteiten hem steeds meer in de gaten gingen houden. Enkele dagen later, op 13 oktober 1944, werd hij inderdaad gearresteerd omdat hij het moreel van de gewapende Duitse troepen had ondermijnd door de oproep voor de Sturmgruppe naast zich neer te leggen. De 60-jarige schrijver riskeerde voor dit misdrijf de doodstraf met de guillotine, maar kwam door de bemiddeling van een SS-generaal na een week weer vrij. Op 31 december 1944 werd hij echter voor de tweede maal gearresteerd, dit maal omdat hij bij zijn uitgever schriftelijk had geklaagd dat de hoogte van zijn auteursrechten wel erg veel te lijden hadden van de oorlog. Op 9 januari 1945 werd hij overgebracht naar het concentratiekamp Dachau. Er is onduidelijk over zijn doodsoorzaak. In de officiële doodsakte vanuit Dachau stond dat hij op 16 februari 1945 in het kamp aan tyfus zou zijn overleden, maar er waren geruchten dat hij op 23 februari 1945 via een nekschot zou zijn geëxecuteerd. (meer…)

083 – LOBITH – BATAVENWEG 1

.
Hoek Batavenweg – Zwarteweg, met een doorkijkje naar het pad evenwijdig aan het Skippymeer (links) en de Batavenweg (rechts), © Frans van den Muijsenberg, september 2024

 

092 – LENTE IN DE HOEFKAMP 7

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.

EEN ONDERDANIGE NATIE?

Vertaling van het artikel ‘A subservient nation? Russia seems prone to authoritarian rulers’, dat op 19 mei 2023 verscheen op Meduza. Het artikel was een bewerking van een editie Signal, Meduza’s nieuwsbrief over geschiedenis

Gezien de mentale pijn en in sommige gevallen de brute repressie die de vele duizenden Russen ondergaan die zich verzetten tegen Poetin en de Russische oorlog tegen Oekraïne, wil iedereen weten waarom de Russische oppositie er niet in is geslaagd hem te stoppen. Eén theorie stelt dat het iets te maken heeft met een aangeboren Russisch nationaal karakter – wat dat ook moge betekenen – van onderdanigheid, dat het Russische volk dictatuur over zichzelf afroept door niet genoeg vrijheid en democratie te verlangen. Sinds de val van de Sovjet-Unie hebben sociologische studies, zowel binnen als buiten Rusland, aangetoond dat Russische burgers democratische idealen net zo hoog waarderen als burgers van veel vrijere staten. Maar het idee dat Rusland een ‘onderdanige natie’ is, blijkt zowel oud als duurzaam te zijn. Het duurt voort vanaf het vroege imperiale tijdperk, via de Sovjet-Unie, tot op de dag van vandaag. Meduza legt de geschiedenis van het idee uit en waarom het op zijn best te simplistisch en op zijn slechtst gevaarlijk is. (meer…)

COCA-COLA SYRUP

Het welbekende Coca-Cola zou zijn uitgevonden door John Stith Pemberton (Knoxville, 8 juli 1831 – Atlanta, 16 augustus 1888), een arts en apotheker. Hij had in zijn jonge jaren een praktijk als traditionele stoomdokter, die stoombaden met kruiden en andere producten gebruikten om zweten te bevorderen, wat een heilzame werking op het lichaam zou hebben. Tijdens de Burgeroorlog diende hij in het leger van de zuidelijke Confederatie en raakte zwaargewond bij de Slag bij Columbus (15 april 1865) aan het eind van de oorlog. Om de blijvende pijn als gevolg daarvan tegen te gaan gebruikte hij verschillende verdovingsmiddelen en raakte als gevolg daarvan verslaafd aan morfine. In die tijd was er grote vraag naar allerhande huismiddeltjes en tonics en ook Pemberton ging aan de slag in het ontwikkelen van plantaardige geneesmiddelen. In 1866 begon hij te experimenteren met pijnstillers die konden dienen als een morfinevrij alternatief. Zijn eerste recept was ‘Dr. Tuggle’s Compound Syrup of Globe Flower’, waarin het actieve ingrediënt afkomstig was van de knoopstruik, een giftige plant. Vervolgens begon hij te experimenteren met coca en cocawijnen. In die tijd werd het coca-extract vooral gebruikt in geneesmiddelen, voor drankjes ter bevordering van de seksuele drift, de behandeling van spijsverteringsproblemen, voor zenuwkalmerende middelen en als drankje tegen veroudering. (meer…)

EROTIEK IN DE 19E EEUW – 62

Rond 1905 verscheen bij de Berlijnse uitgever Richard Eckstein het boek Eva im Paradies. Weibliche Freilicht-Akte nach Aufnahmen für Künstler und Kunstliebhaber (30 x 40,5 cm), met twintig foto’s van de keurige portrettenfotograaf Wilhelm Hümmer uit München. Het betrof Loseblattwerk, dat wil zeggen een map met foto’s die op karton waren bevestigd.

082 – EMMERICH VANAF DE RHEINBRÜCKE BIJ EMMERICH 2

.
Zicht op Emmerich vanaf de Rheinbrücke, met 803 meter de langste hangbrug in Duitsland, © Frans van den Muijsenberg, januari 2011

 

081 – EMMERICH VANAF DE RHEINBRÜCKE BIJ EMMERICH 1

.
Zicht op Emmerich vanaf de Rheinbrücke, met 803 meter de langste hangbrug in Duitsland, © Frans van den Muijsenberg, januari 2011

 

VERNIETIGING DOOR WERK, deel 5

Joden uit Lódz in de vrachtwagenfabriek van Büssing in Braunschweig en Vechelde, 1944-1945
Vertaling van: Karl Liedke – Destruction Through Work: Lodz Jews in the Büssing Truck Factory in Braunschweig, 1944-1945, Yad Vashem Studies, XXX, Jeruzalem, 2002, pp. 153-188, opgenomen op de website van Yad Vashem.

Korte biografieën van voormalige gevangenen van KL- Aussenlager Schillstrasse in Braunschweig

Zvi Bergman werd geboren in 1922 in Zduńska Wola en woonde vanaf 1923 in Lódz. Hij had een broer Pinkus (geb. 1916) en een zus Ruth (geb. 1925). Hij volgde een textielvakschool en behaalde in 1939 een onvolledig einddiploma van de middelbare school. In het getto van Lódz werkte hij als klerk bij de bevolkingsadministratie en de goederenbevoorrading. Hij werd op 25 augustus 1944 naar Auschwitz gedeporteerd en in oktober 1944 overgebracht naar Braunschweig (gevangenennummer onbekend). Als gevolg van een arbeidsongeval in januari 1945 werd hij arbeidsongeschikt verklaard en geëvacueerd naar een ziekenboeg in Watenstedt. Hij werd daar in april 1945 geëvacueerd en op 2 mei 1945 in Wöbbelin bevrijd. Na in het ziekenhuis in Ludwigslust te zijn opgenomen, keerde hij terug naar Polen, maar kon geen familie vinden. In oktober 1945 verliet hij het land via Tsjecho-Slowakije naar Lepheim am Ulm in Duitsland, waar hij in een vluchtelingenkamp woonde. Uiteindelijk kwam hij in Marseille aan en, na een mislukte poging om Haifa te bereiken aan boord van een illegale immigratieboot, werd hij geïnterneerd in een vluchtelingenkamp op Cyprus. In februari 1948 kreeg hij een vergunning om naar Palestina te emigreren als onderdeel van het quotum dat door de Britse regering was vastgesteld. Na een verblijf in een doorgangskamp vond hij werk in een wapenfabriek en voltooide hij zijn militaire dienst. Hij is sinds 2 juli 1946 getrouwd en heeft twee kinderen: Ruth (geb. 1951) en Benjamin (geb. 1954). Het gezin woont in Holon, Israël. (meer…)

VERNIETIGING DOOR WERK, deel 4

Joden uit Lódz in de vrachtwagenfabriek van Büssing in Braunschweig en Vechelde, 1944-1945
Vertaling van: Karl Liedke – Destruction Through Work: Lodz Jews in the Büssing Truck Factory in Braunschweig, 1944-1945, Yad Vashem Studies, XXX, Jeruzalem, 2002, pp. 153-188, opgenomen op de website van Yad Vashem.

De evacuatie (80)

Het hoge sterftecijfer in het kamp aan de Schillstrasse leek de medische autoriteiten in het hoofdkamp Neuengamme zorgen te baren. Begin januari 1945 arriveerde een afgezant uit Neuengamme in Braunschweig. Hij gaf opdracht om zo’n 200 zieke gevangenen, die arbeidsongeschikt waren en onder de heersende omstandigheden in Braunschweig zeker zouden zijn gestorven, over te brengen naar het ziekenhuis ( Krankenrevier ) in KL -Aussenlager Watenstedt. Ook werd begonnen met de bouw van een nieuw ziekenhuis. (81) De gevangenen bleven echter in het kamp sterven. Vanaf half januari 1945 werden de lijken niet langer naar Watenstedt overgebracht, maar naar het crematorium op de hoofdbegraafplaats in Braunschweig. Deze taak werd toevertrouwd aan de begrafenisondernemer “Pietät”; tot 20 maart 1945 vervoerde dit bedrijf tachtig lijken naar het crematorium. (82)

Vanaf begin januari 1945 werden gevangenen uit de kampen Schillstrasse en Vechelde naar Watenstedt getransporteerd. Aanvankelijk werden alleen zieke of verzwakte gevangenen geëvacueerd; na hun overplaatsing naar Watenstedt werden sommige van deze gevangenen niet in een ziekenhuis ondergebracht, maar tewerkgesteld in de productie van granaten in Hermann-Göring-Werke. (83) In februari werden meer gevangenen overgebracht na de vernietiging van de productiefaciliteiten in Büssing door geallieerde luchtaanvallen. Vanaf 21 maart 1945 werden er geen gevangenen meer naar de fabriek in Büssing gestuurd. Op 26 maart vertrokken ze uit Braunschweig. De zwaksten onder hen reisden per vrachtwagen; anderen liepen een afstand van 20 km naar Watenstedt. Degenen die onderweg zwak werden, werden overgeplaatst naar een wagen die door aangewezen gevangenen werd getrokken. (84) Weer anderen die de marcherende colonne niet konden bijhouden, werden door SS’ers doodgeschoten. (85) (meer…)

VERNIETIGING DOOR WERK, deel 3

Joden uit Lódz in de vrachtwagenfabriek van Büssing in Braunschweig en Vechelde, 1944-1945
Vertaling van: Karl Liedke – Destruction Through Work: Lodz Jews in the Büssing Truck Factory in Braunschweig, 1944-1945, Yad Vashem Studies, XXX, Jeruzalem, 2002, pp. 153-188, opgenomen op de website van Yad Vashem.

Het kamp

Voormalig gevangene Jerzy Herszberg beschreef de leefomstandigheden in het kamp als volgt:

Braunschweig was het ergste kamp waar ik verbleef. Ik ben geen opschepper, maar ik kan het niet laten om hier misschien wel mijn enige claim op roem te vermelden. De geruchten gingen dat de Kapo die de leiding had over het kamp eerder een beul in Dachau was geweest en dat zijn assistent Kapo tot kampen was veroordeeld in verband met een beroemde moordzaak in het vooroorlogse Duitsland, destijds bekend als de “Vampier van Düsseldorf”. Dit is een zeldzame onderscheiding, zelfs voor kampnormen. Er waren nog andere Duitse Kapo’s en één zigeuner, maar niet met zo’n reputatie, en ik kan me er nu minstens zes herinneren, gedenkwaardig vanwege hun sadisme. Ze waren allemaal eerder in Dachau geweest, waar ze een uitstekende opleiding kregen voor hun nieuwe functies. (61) Ze leken het nooit moe te worden ons te martelen en te vernederen en ik moet helaas toegeven dat ze hierbij werden geholpen door Joodse Kapo’s. (62) De kampcommandant sloeg ons nooit, maar liet ons wachten op onze zondagse soep, die we in het kamp aten, niet in de fabriek. Hij kwam op de een of andere manier erg sadistisch over. Het is misschien interessant om te vermelden dat het een klein kamp was en, voor zover ik weet, het enige waar de commandant af en toe persoonlijk de appèls kwam inspecteren. Het was in de winter en de kou was een extra last. En toen ons haar een beetje groeide nadat we in Auschwitz volledig waren geschoren, lieten we er met een tondeuse een paar over ons hoofd verwijderen, met een paar heel korte haartjes aan beide kanten. De kale plek werd door de Kapo’s, als grap, “Läuse Strasse” genoemd – straat voor luizen. Deze zeer individualistische haarstijl maakte elke ontsnapping nog moeilijker. (meer…)

VERNIETIGING DOOR WERK, deel 2

Joden uit Lódz in de vrachtwagenfabriek van Büssing in Braunschweig en Vechelde, 1944-1945
Vertaling van: Karl Liedke – Destruction Through Work: Lodz Jews in the Büssing Truck Factory in Braunschweig, 1944-1945, Yad Vashem Studies, XXX, Jeruzalem, 2002, pp. 153-188, opgenomen op de website van Yad Vashem.

De aantallen gevangenen

De eerste groep van ongeveer 350 gevangenen die de selectie hadden doorstaan, vertrok medio september 1944 naar Braunschweig. (23) Deze groep bestond vrijwel uitsluitend uit Poolse Joden uit het getto van Lódz. Een analyse van een goed bewaard gebleven gevangenenlijst geeft aan dat ze van het hoofdkamp Neuengamme nummers toegewezen kregen, variërend van ongeveer 50.000 tot 50.900. (24)  Omdat het kamp aan de Schillstrasse nog niet voltooid was, werden ongeveer 100 mannen uit dit transport toegewezen aan kamp Mascherode, waar de bouwvakkers gehuisvest waren. De resterende ongeveer 250 mannen werden naar Vechelde bij Braunschweig gestuurd, (25) waar Büssing in de zomer van 1944 een deel van zijn productiefaciliteiten naartoe had verplaatst. De groep in Vechelde was ondergeschikt aan het kamp aan de Schillstrasse als Unterkommando .

Medio oktober 1944 vertrok een tweede transport van ongeveer 500 gevangenen uit Auschwitz; ze kregen nummers toegewezen van ruwweg 64.200 tot 64.700. Net als zijn voorganger bestond ook deze groep uit Poolse Joden; slechts een tiental Joden waren afkomstig uit Duitsland of Hongarije. (26) Het lijkt erop dat tussen de 350 en 400 mannen werden ondergebracht in het voltooide deel van het kamp aan de Schillstrasse, terwijl de resterende 100-150 naar Vechelde werden gestuurd. Op 9 november 1944 vertrok een derde transport gevangenen van Auschwitz naar Braunschweig. (27) Deze groep van ongeveer 350 gevangenen bestond voornamelijk uit Poolse Joden, maar ook enkele tientallen Hongaarse Joden, evenals tussen de tien en twintig Tsjechische en Slowaakse Joden. Ze kregen nummers toegewezen van 67.100 tot 67.700. (28) Ze lijken allemaal naar het kamp aan de Schillstrasse te zijn gestuurd. Bij aankomst in Braunschweig of Vechelde kreeg elke gevangene een blikken ‘hondenplaatje’ met daarop een nummer ( Namensmarke ) gegraveerd; de plaatjes waren bedoeld om om de nek te hangen. (meer…)

VERNIETIGING DOOR WERK, deel 1

Joden uit Lódz in de vrachtwagenfabriek van Büssing in Braunschweig en Vechelde, 1944-1945
Vertaling van: Karl Liedke – Destruction Through Work: Lodz Jews in the Büssing Truck Factory in Braunschweig, 1944-1945, Yad Vashem Studies, XXX, Jeruzalem, 2002, pp. 153-188, opgenomen op de website van Yad Vashem.

Inleiding

Begin 1944 was de toestroom van buitenlandse burgerarbeiders in de economie van het Derde Rijk tot een minimum beperkt. Geconfronteerd met het vooruitzicht van een ernstig tekort aan arbeidskrachten, richtten Duitse bedrijven hun aandacht op de SS-concentratiekampen, waar een enorme hoeveelheid potentiële arbeidskrachten werd opgesloten. Vanaf het voorjaar van 1944 nam het aantal werkkampen dat als dependances van concentratiekampen fungeerde, in Duitsland en de bezette gebieden met sprongen toe. De lijst van Duitse economische ondernemingen die actief betrokken waren bij de oprichting van dergelijke subkampen werd langer en omvatte talloze bekende bedrijven.

Verzoeken om toewijzing van kampgevangenen als arbeidskrachten werden door de bedrijven rechtstreeks ingediend bij het hoofdkantoor van de SS-Wirtschafts- und Verwaltungshauptamt (WVHA), bij SS-Sturmbannführer Gerhard Maurer, het hoofd van afdeling D II – Arbeitseinsatz der Häftlinge. In individuele gevallen belandden deze verzoeken op het bureau van Maurers meerdere, SS-Brigadeführer Richard Glücks, of, als de aanvrager bijzonder goede relaties met de SS onderhield, op het bureau van het hoofd van de WVHA, SS-Gruppenführer Oswald Pohl. Af en toe namen vertegenwoordigers van Duitse bedrijven rechtstreeks contact op met kampcommandanten met verzoeken om toewijzing van gevangenen als arbeidskrachten – in strijd met de vaste procedures. (meer…)

080 – RHEINBRÜCKE BIJ EMMERICH 2

.
De Rheinbrücke bij Emmerich, met 803 meter de langste hangbrug in Duitsland, © Frans van den Muijsenberg, januari 2011

 

079 – RHEINBRÜCKE BIJ EMMERICH 1

.
De Rheinbrücke bij Emmerich, met 803 meter de langste hangbrug in Duitsland, © Frans van den Muijsenberg, januari 2011

 

EVERETT RUESS deel 2

Ruess stond in contact met Ansel Adams (20 februari 1902 – Monterey, 22 april 1984), de beroemde fotograaf van landschappen die actief was in hetzelfde gebied dat Ruess doorkruiste, en met Dorothea Lange (26 mei 1895 – 11 oktober 1965), de fotografe die op zo’n indrukwekkende wijze de effecten van de Grote Depressie vastlegde. Ruess stond zelf bekend om het maken van linoleumdrukken van landschappen en de natuur, die taferelen laten zien van de kust van Monterey Bay, de noordkust van Californië nabij Tomales Bay, de Sierra Nevada, Utah en Arizona. Ruess schreef tijdens zijn leven geen boeken, maar hij was zijn hele leven dagboekschrijver en stuurde honderden brieven naar huis. Zijn dagboeken en gedichten werden postuum gepubliceerd in twee boeken, beide geïllustreerd met zijn eigen houtsneden. Zijn dagboek uit 1934 werd echter nooit gevonden. In 1940 verscheen On Desert Trails with Everett Ruess en in 1983 Everett Ruess: Vagabond for Beauty. Zijn levensverhaal werd onder meer vertelt in Into the Wild (1966) van Jon Krakauer, maar waarin ook het verhaal werd verwerkt van de avonturier Chris McCandless die in Alaska het leven verloor. In 2007 werd dit gecombineerde verhaal door Sean Penn onder de gelijknamige titel Into the Wild verfilmd. Het verhaal van Everett Ruess komt ook voor in Desert Solitaire (1968) van Edward Abbey en in Mormon Country (1942) van Wallace Stegner in het hoofdstuk Artist in Residence (pag. 319-350). (meer…)

EVERETT RUESS deel 1

Met grote regelmaat verdwijnen mensen spoorloos van de aardbodem. In Nederland worden jaarlijks tussen de 16.000 en de 20.000 mensen als vermist opgegeven bij de politie. De grote meerderheid is binnen maximaal drie weken weer terecht, maar elk jaar blijven ongeveer 20 personen langer dan een jaar onvindbaar, waarvan er 15 nooit meer terugkomen. Er is in de loop der jaren een lange lijst ontstaan van vermiste personen. In de Verenigde Staten zijn de aantallen schrikbarend veel hoger. Ook daar zullen wel soortgelijke lijsten bestaan als in Nederland, vol namen van anonieme landgenoten waar buiten een kleine kring familieleden en vrienden nooit meer iemand acht op slaat. Maar soms verdwijnt er weleens een bekend iemand of krijgt een bepaalde vermissing veel aandacht en blijft zo decennialang onder de aandacht. Dat gold in de Verenigde Staten voor de verdwijning van Everett Ruess.

Everett Ruess (Oakland, 28 maart 1914 – Escalante, eind november 1934) was een Amerikaanse kunstenaar, dichter en schrijver die in 1934 op twintigjarige leeftijd verdween tijdens een reis door een afgelegen gebied in Utah. Hij was de jongste van de twee zonen van Stella en Christopher Ruess. Zijn oudere broer Waldo werd geboren in 1909. Zijn vader was een unitarische predikant en moest om de paar jaar verhuizen om elders als predikant te gaan werken. Zo woonde het gezin in 1920 in Brookline (Massachusetts) en in 1930 in Los Angeles. Everett begon al op zeer jonge leeftijd met houtsnijden, boetseren in klei en schetsen. (meer…)

KEIZER NORTON I VAN DE VERENIGDE STATEN

Het levensverhaal van de eerste en enige keizer van de Verenigde Staten doet denken aan het leven van de Nederlandse zwerver, straatmuzikant en kandidaat-gemeenteraadslid Nelis de Gelder (Amsterdam, 22 november 1856 – Amsterdam, 30 november 1931), die bekend staat als de tragisch-komische figuur Hadjememaar van de Rapaillepartij.

Joshua Abraham Norton(Londen, 14 februari 1818 – San Francisco, 8 januari 1880) werd geboren in een Joods middenklassegezin, maar groeide op in Zuid-Afrika. Zijn ouders John Norton (1794-1848) en Sarah Norden (1796-1846) waren succesvolle kooplui, die woonden in het Kentse stadje Deptford, tegenwoordig onderdeel van Londen. Begin 1820 verhuisde het gezin naar Zuid-Afrika als onderdeel van een door de overheid gesteund koloniaal plan waarvan de deelnemers bekend werden als de 1820 Settlers. Eind 1845 verliet Norton Kaapstad en zeilde begin 1846 van Liverpool naar Boston, In 1849 vestigde hij zich in San Francisco als handelsbemiddelaar. Het ging hem voor de wind, binnen vijf jaar was hij een rijk en gerespecteerd lid van de gemeenschap. Daarna pakte een zakelijke gok helemaal verkeerd voor hem uit. Hij probeerde nog rijker te worden door te speculeren met de verkoop van rijst. Door een exportban vanuit China was de prijs van rijst namelijk sterk gestegen en Norton wist een grote lading rijst in Peru op de kop te tikken. Hij hoopte deze met grote winst in de Verenigde Staten te kunnen verkopen. Hij was echter niet de enige die op dit lumineuze idee was gekomen. Doordat er vele schepen vanuit Peru aankwamen, kelderde de prijs enorm en leed Norton grote verliezen. Zijn fortuin verdween en in 1858 was Norton, na een lange rechtszaak, bankroet. Vanaf dat moment woonde hij in een armoedig arbeiderspension. DE geruïneerde Norton deed nog een vergeefse poging voor het Congres te worden gekozen, maar ook deze poging faalde. Waarschijnlijk waren deze twee grote tegenslagen funest voor de geestelijke gezondheid van Joshua Norton. (meer…)

EROTIEK IN DE 19E EEUW – 61

Rond 1905 verscheen bij de Berlijnse uitgever Richard Eckstein het boek Eva im Paradies. Weibliche Freilicht-Akte nach Aufnahmen für Künstler und Kunstliebhaber (30 x 40,5 cm), met twintig foto’s van de keurige portrettenfotograaf Wilhelm Hümmer uit München. Het betrof Loseblattwerk, dat wil zeggen een map met foto’s die op karton waren bevestigd.

091 – LENTE IN DE HOEFKAMP 6

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.

090 – LENTE IN DE HOEFKAMP 5

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.

INHALEREN VAN OZON

In 1910 werd door de ‘electro-therapeut’, waarschijnlijk een zelf verzonnen beroepsomschrijving,  Samuel Howard Monell (1856-1918) geadverteerd met een apparaat waarmee onder meer ozon kon worden geïnhaleerd ter verbetering van allerlei kwalen. ‘For the inhalation of ozone properly mixed with atmospheric air, this simple method of the author is not surpassed by any. Stop one nostril with pressure of a fingertip while snuffing up the ozonized discharge through the other. Two or three minutes inhalation will dry a running coryza and snuffles, open the passage in a nose stopped by swollen turbinates, soothe and heal the irritation of a ‘raw’ mucous membrane, and allay the tendency to hay fever. This inhalation, deeply drawn into the lungs, is helpful in stimulating expectoration in bronchitis and drying the secretion, and assists the radical cure of all the curable forms. In phthisis it is also useful as an aid in lessening the cough and drying and eliminating the secretion. In cases of chronic nasal catarrh with fetid odor, first cleanse out the mucus by snuffing up a mild and warm salt solution just before inhaling the ozone. Read all that is said of ozone in this book. It is a very important adjunct to high frequency currents. In acute conditions repeat at short intervals.’  Rond de vorige eeuwwisseling was ozon ineens een van de nieuwe wondermiddelen die op de markt kwam. (meer…)

ELLIE HAMME -21

Ellie Hamme werd op 14 juni 1936 in Rotterdam geboren en onder de doopnaam Aaltje Hamme ingeschreven in het gebooorteregister. Ze was de twee dochter van Marcus Hamme (Den Haag, 24 december 1901 – Sobibor, 16 juli 1943) en Keetje Tromp (Groningen, 2 december 1905 – Haifa, 28 maart 1980). Zij waren op 26 augustus 1932 in Den Haag in het huwelijk getreden. Het echtpaar vestigden zich toen in Rotterdam. Daar kregen een jaar later hun eerste dochter, Hanneke (Rotterdam, 12 november 1933 – Karne Shomron, 7 maart 2020). Weer drie jaar later werd Ellie Hammer er geboren.

Marcus Hamme was sinds 1938 docent economische wetenschap aan de HBS in Oud-Beijerland en werkte als boekhouder bij de bank van zijn zwager Hartog Koopman (Oud-Beijerland, 24 november 1889 – Sobibor, 9 juli 1943). De eerste jaren ging Marcus dagelijks met de stoomtrein vanuit Rotterdam naar Oud-Beijerland. Toen het voor Joden verboden werd om nog gebruik te maken van het openbaar vervoer, fietste hij de afstand. Toen iets later zijn fiets in beslag werd genomen, verhuisde het gezin op 23 juni 1941 naar de Steenenstraat 14 in Oud-Beijerland, in een woning die Bastiaan Willem Hollaar enkele weken eerder op een veilig had gekocht. (meer…)

AUSSENKAMP 9 – BRAUNSCHWEIG BÜSSING-NAG

Büssing-NAG Vereinigte Nutzkraftwagen AG, gevestigd in de Schillstrasse in Braunschweig, bekleedde een belangrijke positie in de wapenproductie. Het bedrijf was in 1903 opgericht door Heinrich Büssing, ontwikkelde zich tot een van Duitslands belangrijkste fabrikanten van vrachtwagens en bussen en ging vanaf 1933 steeds nauwer samenwerken met het Duitse leger, waardoor Büssing-NAG voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog een belangrijke voertuigleverancier voor de Duitse strijdkrachten werd. In 1944 vroeg het bedrijf aan de leiding van het concentratiekamp Neuengamme om arbeidskrachten om in het bedrijf te komen werken bij de productie van vrachtwagens. Voor de Wehrmacht. Vlak bij de hoofdfabriek werden vijf barakken gebouwd voor een buitenkamp aan de Wörthstraße (tegenwoordig Schillstraße). Het bedrijf zette ook het extra extern subkamp Vechelde op om de productie uit het stadsgebied te kunnen verplaatsen. Vanaf september tot november 1944 kwamen drie transporten met 1.200 gevangenen, die oorspronkelijk waren geselecteerd voor werk in het concentratiekamp Auschwitz, aan in Braunschweig. Achthonderd man ging naar het subkamp aan de Schillstrasse in Braunschweig, de resterende vierhonderd man gingen naar de voormalige spinnerij in Vechelde, ongeveer tien kilometer verderop. (meer…)

EROTIEK IN DE 19E EEUW – 60

Rond 1905 verscheen bij de Berlijnse uitgever Richard Eckstein het boek Eva im Paradies. Weibliche Freilicht-Akte nach Aufnahmen für Künstler und Kunstliebhaber (30 x 40,5 cm), met twintig foto’s van de keurige portrettenfotograaf Wilhelm Hümmer uit München. Het betrof Loseblattwerk, dat wil zeggen een map met foto’s die op karton waren bevestigd.

089 – LENTE IN DE HOEFKAMP 4

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.

088 – LENTE IN DE HOEFKAMP 3

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.

AUSSENKAMP 8 – BRAUNSCHWEIG / VECHELDE

Het Außenkommando Vechelde in Braunschweig, een dependance van het concentratiekamp Neuengamme, bestond van september 1944 tot februari 1945 in de voormalige jutespinnerij aan de Aue, tussen de Spiegelbergallee en de Spinnerstraße in Vechelde, die de Joodse koopman Julius Spiegelberg (1833-1897) hier in 1861 had gevestigd. Hij richtte het bedrijf, de eerste jutespinnerij op het Europese vasteland, op met Schotse experts en Engels kapitaal. Hij liet zijn werknemers opleiden door jutespinners uit het Schotse Dundee. Omdat de financiering niet uitsluitend via Duitse investeerders kon worden verkregen, wist Spiegelberg Engelse investeerders te overtuigen en richtte hij in 1866 met hen de British and Continental Jute and Flax Works Company Ltd. op, gevestigd in Londen en Braunschweig. Het bedrijf leunde echter zwaar op kinderarbeid en Spiegelberg verzette zich dan ook heftig tegen maatregelen eind negentiende eeuw om de kinderarbeid aan te pakken. Dat was uiteraard een hopeloze strijd. Vanwege een gebrek aan arbeidskrachten werd de spinnerij in 1926 gesloten en sindsdien stonden de werkplaatsen leeg. Aan de voormalige spinnerij herinnert slechts de toegangspoort, de ‘Jutepoort’, die tegenwoordig vooral een gedenkteken is voor de slachtoffers van het concentratiekamp Vechelde. (meer…)

087 – LENTE IN DE HOEFKAMP 2

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.

086 – LENTE IN DE HOEFKAMP 1

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, april 2007.

CARLA DRUKKER – 20

Carla Drukker werd op 20 juni 1936 in Amsterdam geboren in de Marcusstraat 15-2, waar haar ouders die maand waren gaan wonen. Haar vader Maurits Drukker (Amsterdam, 10 juni 1907 – Amsterdam, 13 april 1986) was de zoon van de winkelier Simon Drukker (Amsterdam, 29 april 1877 – Auschwitz, 24 september 1942) en Roosje Drukker-Jacobs (Den Helder, 13 augustus 1876 – Auschwitz, 24 september 1942). Maurits Drukker had in de Marcusstraat een fotostudio. Hij maakte voor de oorlog de foto van Frieda van Hessen (Amsterdam, 1915), voor de oorlog een bekende operazangeres. Ze overleefde de oorlog in de onderduik, emigreerde na de oorlog naar de Verenigde Staten waar Frieda (Fietje) haar carrière met succes vervolgde en overleed op 106-jarige leeftijd. Maurits Drukker was op 6 maart 1930 getrouwd met Sophia Levit (Amsterdam, 20 oktober 1907 – Amsterdam, 20 januari 1981). Maurits komt voor in de militieregisters waar op 3 november 1926 wordt vastgesteld dat de 19-jarige persfotograaf Maurits Drukker vanwege ‘kniegebrek (breuk) ‘ definitief ongeschikt is voor militaire dienst. Op 22 oktober 1940 werd hij, nog steeds genoemd als persfotograaf, een keer op verzoek van de Nijmeegse politie samen met Abraham Blitz gearresteerd vanwege overtreding van de Distributiewet en enkele dagen vastgehouden. (meer…)

085 – BEGRAAFPLAATS RUSTOORD


.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

084 – BEGRAAFPLAATS RUSTOORD


.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 30

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 29

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 28

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 27

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 26

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

DE RIJNSTRANGEN

De Gelderse Poort is een natuurgebied dat in Nederland en Duitsland ligt. Het ligt tussen Nijmegen, Kleve, Arnhem en Emmerik, langs de oevers van de Waal, het Bijlandsch Kanaal, het Pannerdens Kanaal, de Nederrijn en Rijn. De Gelderse Poort dankt haar naam naar de plek (de poort) waar de Rijn zich door een stuwwal werkte die tijdens de ijstijd was gevormd. Het is daarmee het beginpunt van de omvangrijke Rijndelta. De Gelderse Poort bevindt zich tussen de stuwwallen Montferland (met de Elterberg) en het Rijk van Nijmegen met het Reichswald, die vroeger met elkaar verbonden waren. Tot het moment van de doorbraak stroomde Rijn ten zuiden van de stuwwallen, ongeveer daar waar tegenwoordig het dal van de Niers is gelegen.

De Rijnstrangen maken onderdeel uit van het natuurgebied De Gelderse Poort, namelijk in het gebied waar de Rijn zich splitst in de Waal en het Pannerdens Kanaal.  De strangen waren lang een gewoon onderdeel van de rivier en waren belangrijk voor de waterverdeling naar de verschillende Rijntakken. Vanaf omstreeks 1965 werden de Rijnstrangen van de rivier afgekoppeld. Het strangengebied ziet er nog wel uit als een riviergebied, maar zijn langzaam een binnendijks moerasgebied geworden dat gevoed wordt door kwelwater uit het Montferland. (meer…)

083 – ST. STEVENSKERK 11

002 - Stevenskerk kooromgang-1zw
.
Nijmegen, St. Stevenskerk, gotische kooromgang met bijzondere straalkapellen, eeuwenoude muurschilderingen en predikantenborden.
© Frans van den Muijsenberg

SAUERLAND 25

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 24

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 23

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 22

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 21

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

078 – GEUZENWAARD 8

.
Natuurgebied De Geuzenwaard in de uiterwaarden van de Rijn bij Lobith, september 2012, © Frans van den Muijsenberg.

082 – ST. STEVENSKERK 10

002 - Stevenskerk kooromgang-1zw
.
Nijmegen, St. Stevenskerk, gotische kooromgang met bijzondere straalkapellen, eeuwenoude muurschilderingen en predikantenborden.
© Frans van den Muijsenberg

SAUERLAND 20

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 19

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 18

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 17

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 16

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

077 – GEUZENWAARD 7

.
Natuurgebied De Geuzenwaard in de uiterwaarden van de Rijn bij Lobith, september 2012, © Frans van den Muijsenberg.

081 – BEGRAAFPLAATS RUSTOORD


.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 15

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 14

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 13

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 12

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 11

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

080 – KITTY DE WIJZEPLAATS 3


.
Nijmegen, Kitty de Wijzeplaats, © Frans van den Muijsenberg, december 2007.

079 – KITTY DE WIJZEPLAATS 2


.
Nijmegen, Kitty de Wijzeplaats, © Frans van den Muijsenberg, december 2007.

SAUERLAND 10

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 09

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 08

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 07

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 06

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

076 – SONDERWYCKSTRASSE TE ELTEN 4

.
Zicht op Elten (Duitsland) en haar Sint-Martinuskerk, september 2009, © Frans van den Muijsenberg.

078 – KITTY DE WIJZEPLAATS 1


.
Nijmegen, Kitty de Wijzeplaats, © Frans van den Muijsenberg, december 2007.

SAUERLAND 05

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 04

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 03

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 02

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

SAUERLAND 01

.

Vakantie in Sauerland, dag 1 – 22 juni 2007 – Wandeling op de Eisenberg bij Olsberg © Frans van den Muijsenberg.

075 – SONDERWYCKSTRASSE TE ELTEN 3

.
Zicht op Elten (Duitsland) en haar Sint-Vituskerk, september 2009, © Frans van den Muijsenberg.

KITTY DE WIJZEPLAATS

De plaats waar in Nijmegen de Ganzenheuvel, Priemstraat, Nonnenstraat en Smidstraat samenkomen, is met een raadsbesluit van 29 maart 1995 omgedoopt in de Kitty de Wijzeplaats. Het is een van de kleinste openbare ruimten in Nijmegen. Op 4 mei 1995 werd hier een Joods monument geplaatst, een bronzen beeld van een treurende persoon van de beeldhouwer Paul de Swaaf. De Stichting Joods Gedenkteken had op 20 februari 1995 laten weten de plaats te willen vernoemen naar één persoon als eerbetoon aan meer dan vierhonderd Joodse Nijmegenaren die gedurende de oorlog waren gearresteerd en in de Duitse vernietigingskampen waren vermoord. De keuze daarvoor viel op Kitty de Wijze, een van de jongste Nijmegenaren die in Auschwitz werden vermoord. In het midden van de kruising ligt een rond perkje met het twee meter hoge beeld en een boom. Het perkje is omheind met een hek waar twee davidsterren op staan. Achter het beeld ligt een gedenksteen waarop de bekende laatste regels uit het gedicht Vrede van Leo Vroman staan: ‘Kom vanavond met verhalen; hoe de oorlog is verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.’ In de buurt van de Kitty de Wijzeplaats, in de Nonnenstraat, ligt de oudste Nijmeegse synagoge. Kitty de Wijze vertegenwoordigd alle Joodse slachtoffers uit Nijmegen. In maart 1941 telde Nijmegen op een bevolking van bijna 100.000 personen 522 geregistreerde ‘voljoden’. Van hen overleefden 433 de Shoah niet. Op de Kitty de Wijzeplaats worden jaarlijks op 4 mei alle namen van Nijmegenaren opgelezen die in de kampen zijn vermoord. In 2014 werd de Kitty de Wijze Stichting in het leven geroepen met als doelstelling: het behoud van het pand van de voormalige synagoge aan de Nijmeegse Gerard Noodtstraat en het cultiveren van het joodse erfgoed in Nijmegen. Daartoe is ook het Kitty de Wijze Centrum opgericht. Na vier jaar werd de stichting echter opgeheven omdat men de plannen financieel niet rond kreeg. (meer…)

DE KANDELAAR EN HET SERVET

22 juni 2007 – Sauerland 4

De eerste dag in Sauerland was voorbijgevlogen. Begin van de middag waren we aangekomen, hadden eerst een wedstrijdje kersenpitspuwen gedaan, daarna snel ingeboekt en de kapel bij het hotel bekeken en vervolgens een kort bezoekje gebracht aan Olsberg en haar Pfarrkirche St. Nikolaus. Het werd tijd om terug te gaan naar Hotel Schinkenwirt, tijd voor een stevige maaltijd. We bleken echter nog net iets te vroeg te zijn voor het diner. De kok was blijkbaar nog maar net gearriveerd en inderdaad, het was nog opvallend rustig in het restaurant, terwijl we zeker wisten dat het hotel volgeboekt was. Dus zat er niets anders op dan eerst maar wat te drinken. In dit geval een glas rode wijn. Gudrun, de bediende die de rest van de week overal opdook, bij de receptie, bij het opmaken van de bedden en dus ook in het restaurant, kwam met haar gebruikelijke glimlach de bestelling opnemen. Het was trouwens een behoorlijk stevige tante, die Gudrun. Je hoorde haar van verre over de houten vloer aankomen. We hadden er daarom direct omgedoopt in ‘Gedreun’, wat we ook rustig tegen haar konden gebruiken. Ze bleef onverstoord mooi glimlachen en zal ongetwijfeld hebben gedacht dat ‘die blöde Holländer’ niet eens haar naam keurig konden uitspreken. Wist zij veel van ons binnenpretje. (meer…)

MUSSENGELUK

.
Gedicht ‘Kans’ van Openbaar Geheim, 14 november 2018, © Frans van den Muijsenberg

074 – HUIS AERDT 1


.
Huis Aerdt te Herwen, oktober 2015 © Frans van den Muijsenberg.

077 – BEGRAAFPLAATS RUSTOORD


.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

BETRAPT!

22 juni 2007 – Sauerland 3

Nadat we in Hotel Schinkenwirt waren ingecheckt, was er nog volop tijd om iets te ondernemen. Het was immers nog maar amper half drie. Om nu al direct in het hotel aan de bar te gaan hangen? Een uur op de slaapkamer gaan zitten kijken naar de klok tot het eindelijk tijd is om een hapje te gaan eten, is ook geen aanlokkende gedachte. Dus togen we snel naar Olsberg, een paar kilometer verderop. Op het oog een slaperig stadje, dat wat meeprofiteert van het toerisme verderop in het Sauerland. Nu werden we een beetje misleid doordat het mooie weer wat was omgeslagen. Stond bij het kersenpitspuwen eerder die middag het zonnetje nog lekker te schijnen, in de tussentijd was het echt weer geworden iets warmers aan te trekken. Het verklaarde ook dat er weinig volk op straat was. (meer…)

EROTIEK IN DE 19E EEUW – 59

HUIS AERDT

Rond 1300 werd op de locatie waar nu Huis Aerdt staat het middeleeuwse slot Ter Cluse gebouwd. Het was eigendom van Sophia van Bylant, vrouwe van kasteel Doornenburg en kasteel Doorwerth. Zij gaf het kasteel in leen aan de broers Ricolt en Gadert van Herwen, Door een huwelijk in 1348 kwamen de bezittingen van de familie Van Bylant terecht bij de leden van Huis Bergh en werd Willem van Rees leenman van het kasteel. Ter Cluse bleef tot 1474 in het bezit van de familie Van Rees, toen Johan van der Horst, een neef van de laatste Van Rees, het kasteel verwierf. Het was op dat moment geen Berghs leen meer, aangezien de Kleefse hertog een jaar eerder alle Bylantse goederen had veroverd. Het kasteel was daarna bijna anderhalve eeuw van de familie Van der Horst. Kort voor 1600 werd het kasteel verwoest door Spaanse troepen tijdens de Tachtigjarige Oorlog, maar daarna door de familie Van der Horst enigszins gerestaureerd. In 1646 verkocht Erasmus van der Horst het kasteel aan Walraven van Steenhuys, de landdrost van het graafschap Bergh. Die besloot het bestaande en waarschijnlijk in verval geraakte kasteel Ter Cluse te slopen en op de locatie een geheel nieuw kasteel te bouwen, Huis Aerdt. In 1657 was dat kasteel gereed. De katholieke Walraven van Steenhuys liet op de bovenverdieping een schuilkerk inrichten, de zogenoemde ‘Altaarkamer’. Het nieuwe kasteel was kleiner dan zijn voorganger, was rechthoekig en had een hoog schilddak. Een galerij verbond het huis met de toren en werd ook een koetshuis gebouwd. (meer…)

076 – BEGRAAFPLAATS RUSTOORD


.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

EN ZE ZAG DAT HET GOED WAS

22 juni 2007 – Sauerland 2

Nadat het wedstrijdje kersenpitspuwen was afgelopen bleven we nog even op het bankje zitten. De ene zachtjes balend, de andere nagenietend. Iets minder stilzwijgend. Op een gegeven moment hadden we het landschap echter voldoende gezien. Het was mooi glooiend, met fel groen jong gras, een smal weggetje dat daar kronkelend en op- en afgaand doorheen liep en hier en daar wat bomen, maar na een kwartier vonden we dat we toch maar eens tijd richting hotel moesten gaan. Misschien was daar toch nog iets te beleven wat niet op de kaart stond? En inderdaad, want pakweg honderd meter verder op de Eisenberg na Hotel Schinkenwirt stond de Kapelle der Heilige Familie. Die ‘Hauskapelle’ werd er in 1996 gebouwd door de toenmalige eigenaren van Schinkenwirt, het echtpaar Karl en Anneliese Schmücker. Bij de deur stond een stichtelijke tekst voor de bezoekers: ‘Rasten muss der Mensch zuweilen. Nicht nu durch die Landschaft eilen; nach dem heulen der Motoren öffnen wieder Aug‘ und Ohren, sehen wieder Gottes Spur in die Schönheit der Natur, plaudern auch und scherzen -, zu vergessen Alltagsschmerzen. Wer Gottfrieden hat gefunden kann an Leib und Seel‘ gesunden. So meint es auch die Kapelle, die uns grüßt an diese Stelle‘. Dat kwam mooi uit, want dat waren we precies van plan, het een beetje rustig aan doen en genieten van de natuur. Onder anderen. (meer…)

013 – KASTEEL GOUDENSTEIN

Al in de dertiende eeuw stond er in Haaften, een dorp in de gemeente West Betuwe (Gelderland), het kasteel Goudenstein dat werd gebouwd door het geslacht (De Cocq) van Haeften. Na bijna drie eeuwen bezit verkocht de familie Goudenstein in 1609 aan de familie Van Brederode, een (hoog)adellijke familie uit Holland, die vanaf de tweede helft van de dertiende eeuw tot omstreeks 1600 een grote rol in de Nederlandse geschiedenis speelde.  De wettelijke lijn van deze familie stierf uit in 1679 toen Wolfert van Brederode (Den Haag, 18 november 1649 – Vianen, 15 juni 1679) op 29-jarige leeftijd ongehuwd en kinderloos overleed. De bezittingen werden daarna verdeeld over familieleden. Ook heerlijkheid en kasteel Goudenstein kwam toen in andere handen. Althans wat er nog van resteerde, want in het Rampjaar (1672) werd het kasteel door de Franse troepen van koning Lodewijk XIV bijna geheel verwoest. Tot dat moment bestond het kasteel uit een vierkant omgracht huis met op elk van de voer hoeken een grote toren. Het gebouw bestond uit een overwelfde kelder, drie verdiepingen en een zolder met zadeldak. De toren kenden geen wenteltrap, maar per verdieping konden vanuit het hoofdvertrek de torenvertrekken worden bereikt. Na het bezoek van de Franse troepen stonden nog maar wat muren en één hoektoren fier overeind staan. De toren is bijna 19 meter hoog en heeft een doorsnede van 3,5 meter. Halverwege zijn in het muurwerk nog de sporen van kantelen zichtbaar. De weergang was oorspronkelijk op deze hoogte, de muur eronder heeft een dikte van 1,10 meter, terwijl daarboven de muur slechts 25 centimeter is. De muur werd vermoedelijk in de 16e eeuw verhoogd. (meer…)

073 – ’t PEESKE 5


.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

075 – DE WELLENKAMP

.
Nijmegen, De Wellemkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, juli 2006.

EEN WEDSTRIJDJE KERSENPITSPUWEN?

22 juni 2007 – Sauerland 1

We waren ruim op tijd in Olsberg, waar ik voor onze eerste, korte vakantie een leuk hotelletje had geboekt. We moesten dus even wachten voor we konden inchecken. Dat deden we toen nog keurig. Bij latere vakanties stapten we gewoon naar binnen, deden alsof we van niks wisten en konden altijd gewoon de koffers en andere spullen naar onze kamer brengen. Maar toen dus nog niet. Dus eerst maar eens een klein extra rondje door de omgeving gereden. Een schitterende omgeving, want het hotel lag tegen de helling van de Eisenberg, met vlak in de buurt de oude ingang van een lang geleden gesloten kolenmijn. Niet toegankelijk helaas, dus daar konden we de tijd niet even overbruggen. Vlakbij ook de uitgebreide bossen, want de houtindustrie is sterk vertegenwoordigd in Sauerland. Overal waren de sporen te zien van de vreselijke Kyrill-storm die het gebied kort daarvoor had geteisterd. Complete delen van het immense bos waren tegen de vlakte geslagen. Als gebroken lucifers lagen nog steeds duizenden bomen over elkaar heen. En dan te bedenken dat men al maandenlang bezig moet zijn geweest om alle gesneuvelde sparren keurig te verslepen en in keurige stammen te zagen, klaar voor verdere verwerking. Pas later die dag, na onze keurige melding bij de receptie en wegzetten van de spullen in de kamer, konden we een kleine boswandeling maken en een eerste voorzichtige inschatting maken van de ramp die zich in februari had voltrokken. (meer…)

MICHEL GOLDSTEEN – 019

Michel Goldsteen werd op 5 mei 1933 geboren in Meppel. Zijn vader Nathan Goldsteen (Meppel, 31 december 1900 – Auschwitz, 19 november 1943) had een groothandel in grondstoffen. Zijn moeder Truida Goldsteen-Staal (Zutphen, 1 juni 1909 – Auschwitz, 19 november 1943) had van 1928 tot en met 1931 rechten gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam. In het gezin was verder een dochtertje Hansje, die een jaar jonger was dan Michel. Het gezin had zich eind twintiger jaren gevestigd in Amsterdam, waar ze woonde aan de Joh. Verhulststraat 87 h. Bij het gezin woonde ook de vader van Truida in. Deze Levie Staal (Sneek, 26 februari 1874 – Sobibor, 4 juni 1943) was een Israëlitisch godsdienstleraar, die het geschiedenisboek ‘Israël onder de volkeren’ schreef, dat decennialang het standaardwerk was voor Joods Nederland. Levie Staal was ook lange tijd hoofdredacteur van het Nieuw Israëlitisch Nieuwsblad (NIW), dat zeer lang het populairste Joodse weekblad was. Op 24 april 1897 had Levie Staal zich gevestigd in Zutphen, waar zich op 1 september 1900 ook zijn echtgenote Annaatje Vroman (Rotterdam, 2 februari 1873-Amsterdam, 27 november 1927) vestigde.  In Zutphen werden in de jaren daarna hun twee kinderen ingeschreven: de al genoemde Truida en haar oudere broer David Leonard Staal‏‎ (Zutphen, 1 maart 1902 – Auschwitz, 24 januari 1944) die advocaat werd en trouwde met ‎Betsy Fresco‎ (Amsterdam, 20 februari 1901 – Auschwitz, 10 oktober 1943). Er werd in november 1904 nog een derde kind geboren, dat echter na enkele maanden al overleed. Het echtpaar had zich op de vlucht voor de Duitsers eerst in Dordrecht gevestigd en wilden daarna via Frankrijk de vrije wereld bereiken. Ze werden echter in Dijon gearresteerd en via het beruchte kamp Drancy op 7 oktober 1943 op transport gezet naar Auschwitz. In Dordrecht is voor het echtpaar een Stolperstein aangebracht bij de voormalige tandartsenpraktijk. (meer…)

072 – ’t PEESKE 4


.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

074 – DE HOEFKAMP

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, juli 2006.

EEN HUISELIJK TAFEREELTJE

Zodra het avondeten naar binnen was gewerkt, gingen de twee dochters bijna altijd linea recta naar boven. Daar stond op hun slaapkamers de computer en konden ze een tijdje ongestuurd facebooken. Er zijn natuurlijk altijd wat uitzonderingen te bedenken en deze avond in november 2015 moet een van die zeldzame avonden zijn geweest. De reden waarom ze ‘gezellig’ beneden bleven is na een decennium niet meer achterhalen. In elk geval is duidelijk dat de oudste dochter mijn fototoestel had gepakt waarmee ik panoramafoto’s kon nemen. Pas aangeschaft, een nieuwtje in huis. Eigenlijk heb ik dat ding al die jaren maar zeldzaam gebruikt. Ook bij de vakanties werd het nooit meegenomen. Maar toen was het dus een nieuwtje en wilde dochter A., die wel belangstelling voor fotografie had, dat toestel ook wel eens proberen. (meer…)

DE ONDERGANG VAN DE EERSTE DEMOCRATIE 3

Tijdens de Franse Revolutie werd Pasquale Paoli (Morosaglia, 6 april 1725 – Londen, 5 februari 1807) uitgenodigd om terug te keren uit Groot-Brittannië. Omdat hij na de nederlaag bij de Slag om Ponte Nuvo in 1769 en de ondergang van de Republiek Corsica (1755-1769) door de monarchisten van het eiland was verbannen, werd hij door de revolutionairen gezien als een voorbeeldig strijder voor vrijheid en democratie. Hij werd in 1789 door de Nationale Grondwetgevende Vergadering gevraagd naar Parijs te komen waar hij door de revolutionairen als een held werd ontvangen. Hij werd door hen in 1790 teruggestuurd naar het Franse departement Corsica met de rang van luitenant-generaal om er de leiding van het plaatselijke bestuur op zich te nemen. Tot zijn medewerkers van die tijd behoorde de jonge Corsicaanse officier Napoleon Bonaparte. Maar Paoli kreeg het moeilijk met de revolutie toen die steeds radicaler werd. Paoli scheidde zich uiteindelijk af van de revolutionaire beweging vanwege de executie van koning Lodewijk XVI en sloot zich aan bij de royalistische partij. Toen hij vervolgens door de Franse Nationale Conventie van verraad werd beschuldigd, riep hij in 1793 in Corte een consulta (vergadering) bijeen met zichzelf als voorzitter. Daar riep hij Corsica’s formele afscheiding van Frankrijk uit en vroeg de Britse regering om bescherming. Op dat moment was Groot-Brittannië in oorlog met het revolutionaire Frankrijk. Paoli stelde voor Corsica als autonoom koninkrijk net als het koninkrijk Ierland onder de Britse monarch te plaatsen. Voor Groot-Brittannië zou dit een goede kans geven om op Corsica een basis in de Middellandse Zee veilig te stellen. (meer…)

DE ONDERGANG VAN DE EERSTE DEMOCRATIE 2

In september 1768 begon de Franse verovering van Corsica toen een Frans expeditieleger landinwaarts marcheerde om elke Corsicaanse tegenstand te overwinnen en de Republiek Corsica te vernietigen, maar leden op 8 oktober 1768 een onverwachte nederlaag in de Slag bij Borgo. De Corsicaanse aanvoerder Pasquale Paoli probeerde toen de stad Borgo te heroveren en beschikte hiervoor over drie grote korpsen. Het eerste korps van vijfhonderd man stond onder bevel van de kapiteins Colle, Giocante Grimaldi, Charles Raffaelli en Ferdinand Agostini en had de opdracht de Franse positie vanuit het westen aan te vallen. Het tweede korps, dat ook uit vijfhonderd man bestond en onder bevel stond van Serpentini en de kapiteins François Gaffori en Pierre Gavini, kreeg de opdracht de loopgraven ten oosten van het dorp aan te vallen. Het derde korps van vierhonderd man onder bevel van Clément Paoli moest de weg naar Nebbio verdedigen en de Fransen onder bevel van generaal Thomas Auguste Le Roy de Grandmaison, die Oletta hadden bezet. Daarna beschikte de Corsicanen over enkele kleine korpsen die in de achterhoede waren geplaatst om de wegen tussen Bastia en Borgo te bewaken. Een vierde korps van ongeveer tweehonderd man onder bevel van Jean-Charles Saliceti nam positie in bij Serra, een vijfde korps, eveneens van ongeveer tweehonderd man onder bevel van Achille Murati verdedigde de hoogten van Luciana en een zesde korps, een reserve van vijfhonderd tot zeshonderd man, stond onder bevel van Pasquale Paoli zelf, bijgestaan door Antoine Gentili en Charles Bonaparte, de vader van Napoleon Bonaparte. Zij moesten kunnen oprukken naar de punten waar versterking nodig zou zijn. (meer…)

DE ONDERGANG VAN DE EERSTE DEMOCRATIE 1

De dynastie stamde oorspronkelijk uit Genua, waar ze een vooraanstaande adellijke familie waren. Later vestigde de familie zich op Corsica, dat sinds 1284 tot de Republiek Genua behoorde. Vanaf het begin van de achttiende eeuw ging het economisch steeds slechter met de republiek en al snel was er van de overzeese handelsposten en bezittingen alleen nog het eiland Corsica over. Die kwam in 1729 ook in opstand, nadat de Duitse avonturier Theodor von Neuhoff (Keulen, 25 augustus 1694 – Londen, 11 december 1756) een aantal rebellen en bannelingen ervan had overtuigd dat ze hun land konden bevrijden van de Genuese tirannie als zij hem koning van het eiland zouden maken. De Corsicaanse opstandelingen werden aangevoerd door Gian Pietro Gaffori (Corte, 1704 – Corte 3 oktober 1753) en Giacinto Paoli (Morosaglia, 1690 – Napels, 1764), die in januari 1935 de onafhankelijkheid van Corsica uitriepen. Ze deden dit na belofte van steun van Nederland en Engeland, dat in de Middellandse Zee al Minorca en Gibraltar bezat. Met militaire hulp van de bey van Tunis landde Von Neuhoff op 12 maart 1736 met een groep geestverwanten bij Aléria op Corsica, met een scheepslading wapens en munitie voor de Corsicaanse vrijheidsstrijders. Daarmee won hij de sympathie van de bevolking en omdat de pogingen van Gaffori en Paoli niet erg succesrijk waren geweest werd Von Neuhoff op 15 april 1736 uitgeroepen tot koning van Corsica. Als koning Theodoor I vaardigde edicten uit, stelde een ridderorde in en voerde oorlog tegen de Republiek Genua, aanvankelijk met enig succes. Tijdens zijn bewind had hij geprobeerd de onder Genuees bestuur staande steden Porto-Vecchio en Sartène te veroveren, maar de Fransen kwamen Genua te hulp door de havens en de vestingen in te nemen, de opstandige bevolking te controleren en daarmee te verhinderen dat het eiland onder Britse controle kon komen. (meer…)

071 – ’t PEESKE 3


.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

073 – DE HOEFKAMP

.
Nijmegen, De Hoefkamp, een veldnaam die al in de 17e eeuw bekend was. Nu een buurt in de wijk in
Neerbosch
© Frans van den Muijsenberg, juli 2006.

EEN ROMANTISCH ETENTJE

27 september 2020

Het was voor ons altijd een bijzondere dag, 27 september. Op een druilerige donderdag 27 september 2012 waren Dinie en ik getrouwd en elk jaar werd die dag gevierd, soms met een bezoekje aan de sauna maar meestal met een etentje ergens. Maar dit jaar was dat toch wel een probleem. Een klein weekje eerder was ik met de ambulance vanuit Denemarken terug naar Nederland gebracht. In afwachting van een plaats in het revalidatiecentrum, was ik een weekje ondergebracht in een verpleeghuis in Terborg. Een weekje verplichte quarantaine, een gebruikelijke gang van zaken om te verhinderen dat ik vanuit een buitenlands ziekenhuis het MRSA-bacterie zou importeren. Het gevreesde ‘ziekenhuisbacterie’, hoewel het me altijd onduidelijk is gebleven waarom het zo gevreesd is. Maar goed, ik mocht een weekje verblijven tussen de hoogbejaarden, die vooral het dagelijkse weerbericht als belangrijkste onderwerp hadden. Aangezien het al wekenlang stralend weer was, beloofde dat weinig interessante gesprekken te gaan opleveren. Bovendien zaten we in deze periode nog in de uitloopfase van de vreselijke covid 19-periode. Dat betekent zoveel mogelijk op de kamer blijven en zodra je je neus buiten de deur stak, moest daaronder een mondkapje zichtbaar zijn. De restaurants waren nog gesloten. Als die al de deuren mochten sluiten, zou ik er weinig aan hebben gehad. Ik was nog helemaal aan de rolstoel overgeleverd om me een beetje te kunnen verplaatsen. Ergens een restaurantje bezoeken was om allerlei redenen geen reële optie. (meer…)

DE REIS VAN ALBRECHT DÜRER NAAR DE NEDERLANDEN – 3

deel 3: november 1520 – ’t Tolhuys in Lobith?

In het Musée Condé in Chantilly bevindt zich een zilverstift-tekening (127 bij 189 mm) van de Duitse schilder Albrecht Dürer (Neurenberg, 21 mei 1471-Neurenberg, 6 april 1528). Die zilverstift is de voorloper van het potlood die vanaf de vijftiende eeuw werd gebruikt voor het maken van schetsen. De zilverstift had een punt van bijna 100% zilver, wat heel zacht is en een lijn afgeeft op een met krijt of marmerstof geprepareerde ondergrond. Heel kleine metaaldeeltjes worden door de grondlaag afgeschuurd. Doordat het zilver een beetje gaat oxideren, wordt de dunne, zilvergrijze lijn, die niet kan worden uitgegumd, na verloop van tijd iets donkerder. Deze zilverstifttekening uit het schetsboek van Dürer toont ene Kaspar Sturm, een man met blijkbaar wat ruige maar toch geen on sympathieke trekken. Zijn hoofd is bedekt met een leren kap en een deel van zijn bovenkleding is zichtbaar. Bovenaan de tekening staat de tekst ‘1520 Caspar Sturm alt 45 Jor zw ach gemacht’. In het dagboek van zijn reis naar de Lage Landen noemde Dürer de tekening en zette erbij: ‘Ich hob den Sturm conterfet’, ofwel ‘Ik heb een tekening van Sturm gemaakt’. Kaspar Sturm moet dus voor Albrecht Dürer al een bekende, indrukwekkende en eerbiedige persoonlijkheid zijn geweest. Het portret diende overigens ook om het geboortejaar van Sturm vast te stellen, wat uit andere bronnen nooit duidelijk naar voren was gekomen. (meer…)

BRAM DEEN – 018

Over Bram Deen is slechts summiere informatie te vinden. In de overzichtslijst van kinderen die zijn geholpen door Hanna van der Voort staat bij hem slechts de summiere vermelding: ‘Bram Deen (Klaas Hunter en Piet van Gemen), geboren op 23 juli 1933 te Amsterdam, verbleef bij weduwnaar Drikus van Berlo – Thijssen, Swolgenseweg 24 (B 118) in Broekhuizenvorst. Hij was ook bij weduwnaar Sef Vervuurt – Wijnhoven in Melderslo (A 56)’.

Zijn vader was de koopman Hartog Deen, die op 4 september 1908 in Amsterdam werd geboren, die op 5 september 1942, en dag na zijn 34e verjaardag werd vervoerd naar Kamp Westerbork. Hij had geluk dat hij lange tijd in het kamp mocht blijven en nog meer geluk dat hert hem op 11 december 1943 lukte uit het kamp te ontsnappen. Blijkbaar heeft hij daarna een goed onderduikadres kunnen vinden, want hij overleefde de oorlog en overleed op 63-jarige leeftijd op 1 augustus 1973 in Amsterdam. Hartog Deen was op 22 juni 1932 getrouwd met Berta Velleman uit Groningen, die ook de oorlog wist te overleven en op 1 februari 1974 in Amsterdam zou overlijden, 66 jaar jong. Veel anderen binnen de beider families hadden vinden geluk, zoals blijkt uit de lijsten van Kamp Westerbork. (meer…)

070 – ’t PEESKE 2


.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

072 – WIJKCENTRUM WATERKWARTIER 3

.

Wijkgebouw in het Waterkwartier; zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen, juli 2006, © Frans van den Muijsenberg. 

DE GEURFABRIEK 2

Achter in de hoek zorgde een tweetal voor de muzikale omlijsting van de bruidsshow. Hij op gitaar en zij zorgde voor de zang. Ik meende in het eerste nummer ‘Sweet child of mine’ van Guns N’Roses te herkennen, maar dan in een rustige, akoestische versie. De aanwezigen leken er niet erg op te letten. Terwijl de eerste voorzichtige akkoorden werden aangeslagen, werd door iedereen vrolijk verder geouwehoerd. Dat ging nog een tijdje door nadat de zangeres al begonnen was. ‘She’s got a smile that it seems to me. Reminds me of childhood memories. Where everything was as fresh as the bright blue sky’, klonk het, maar te zachtjes om mensen al direct het zwijgen op te leggen. Het dappere duo ging onverstoord verder. Blijkbaar was men er aan gewend dat het een paar nummers duurde voordat men in de gaten had dat er livemuziek was en dat het eigenlijk heel mooi was. De eerste minuten was ik eigenlijk de enige die echt stond te luisteren en te genieten. (meer…)

AUSSENKAMP 7 – BRAUNSCHWEIG / WARBERG / VERDEN

Concentratiekamp Neuengamme had een paar uiterst minieme buitenkampen.  Een van hen was het Truppenwirtschaftslager dat van 25 maart tot 5 juni 1944 in Braunschweig actief was. In opdracht van de SS-Ergänzungsstelle Mitte moesten daar acht tot tien gevangenen uit Neuengamme zorgen door de bouw van een kantoorbarak voor een Truppenwirtschaftslager van de SS. Dat was Amt B onder leiding van SS-Gruppenführer Georg Lörner (München, 1899 – Rastatt, 1959), dat onderdeel was van het SS-Wirtschafts-Verwaltungshauptamt (SS-WVHA) dat in maart 1942 door SS-Obergruppenführer Oswald Pohl (Duisberg, 30 juni 1892 – Landsberg, 7 juni 1951) was opgericht. Doel van de SS-WVHA, het economische en administratieve hoofdkantoor van de SS, was te zorgen voor de genadeloze uitbuiting van gevangenen en dwangarbeiders in de concentratiekampen. De SS-WVHA was verantwoordelijk voor het beheer van de financiën, bevoorradingssystemen en zakelijke projecten voor de Allgemeine-SS. Als mede-bestuurder van de concentratiekampen speelde het een belangrijke rol bij de uitvoering van de vernietiging van de Joden. De SS-WVHA beheerde de industrieën, ambachten en bedrijven van de SS in de concentratiekampen en voegde deze samen in hun eigen bedrijven. Vanaf 1942-1943 stond het hele concentratiekampsysteem onder de exclusieve controle van Pohls SS-WVHA. Over het kleine kampBraunschweig – Truppenwirtschaftslager, dat gedurende het korte bestaan werd geleid door SS-Hauptsturmführer Schöckel, is verder niets bekend. Er is ook geen monument voor het buitenkamp. (meer…)

JOSEPH ELST

In de vier nummers in juni 1945 – De Zwerver 47 (3 juni 1945) tot De Zwerver 50 (29 juni 1945) – stonden in totaal 71 oproepen (er is genummerd tot 72, maar nr. 39 is per ongeluk overgeslagen) over personen waarvan nog steeds niet bekend was of zij nog leefden en zo ja, waar ze dan verbleven. De oproepen waren steeds voorzien van de toevoeging met spoed te berichten aan het Centraal Bureau van de LO-LKP indien men nuttige informatie kon verstrekken. Zie hier voor het overzicht van de 71 oproepen.

In De Zwerver De Zwerver nummer 50 van 29 juni 1945 verscheen de volgende summiere oproep: ‘Elst, Josephus Leopoldus, geb. 9-6-1897. Juni 1944 via Rotterdam en Amersfoort naar Duitschland gevoerd. Voormalig adres was: Lindenlaan 5, Sassenheim.’

Josephus Leopoldus Elst (Zandvliet, 9 juni 1897 – Neustadt, 3 mei 1945) werd geboren in het Belgische Zandvliet (dat op oude kaarten staat aangeduid als Santvliet), dat iets ten zuiden van het Nederlandse Ossendrecht ligt. Na de oorlog is het vanwege de havenuitbreidingen van Antwerpen opgegaan in het Antwerpse district Berendrecht-Zandvliet-Lillo. Zijn vader Adriaan Elst en moeder Joanna Tilburghs werden beiden in 1870 in Wouw. Adriaan Elst, was daar oorspronkelijk landbouwarbeider van beroep maar had zich al op jonge leeftijd in Zandvliet gevestigd, waarschijnlijk om daar als havenarbeider te gaan werken. In 1903 werd Joseph Elst uit het bevolkingsregister van Zandvliet geschreven. Hij is 6 jaar oud, dus waarschijnlijk vertrokken zijn ouders met hun twee kinderen weer naar Wouw. (meer…)

069 – TIERGARTEN KLEVE 6

.
Tiergarten Kleve, juli 2008, © Frans van den Muijsenberg.

071 – BEGRAAFPLAATS RUSTOORD


.
Begraafplaats Rustoord, aan de Postweg in Nijmegen-Oost. Zie ook Rob Essers’ Stratenlijst Nijmegen.
© Frans van den Muijsenberg.

DE GEURFABRIEK 1

Het voormalige grenskantoor op de weg van Babberich naar Elten was jarenlang een restaurant, met verschillende eigenaren die het steeds om verschillende redenen niet konden bolwerken. Op donderdag 1 augustus 2019 werd Bregje Hoek de nieuwe trotse eigenaar van de zaak, die toen al hoofdzakelijk heerlijke pannenkoeken en diverse soorten hamburgers serveerden. De zaak werd omgedoopt tot De Stempel en Dinie en ik bleven trouwe gasten, net als bij de twee voorgangers. Bregje trof het niet. Eind maart 2020 werd de wereld geteisterd door de covid-epidemie, waarna de tent met kust en vliegwerk open kon blijven. Maar juist toen de rust leek teruggekeerd, kwam de Belastingdienst de uitgestelde belastingverplichtingen opeisen. Ook de stijgende inkoopsprijzen en een gekrompen clientèle vanwege de gedwongen langdurige sluiting gingen parten spelen. Op 1 mei 2023 sloot De Stempel definitief de deuren. Na ruim anderhalf jaar leegstand zit er weer een nieuwe pannenkoekenboer, het heet nu De Lande, en ook nu weer ben ik er regelmatig, toch nog wel een beetje onwennig. Zeker omdat ze geen Karmeliet op de bierkaart hebben staan. (meer…)

068 – BEVROREN VIJVER 5

.
Lobith, eigen tuinvijver, januari 2017, © Frans van den Muijsenberg.

067 – BEVROREN VIJVER 4

.
Lobith, eigen tuinvijver, januari 2017, © Frans van den Muijsenberg.

EEN HOOG KNUFFELGEHALTE

Vanaf het strandje aan de Waal en nadat we een groepje roodbonte koeien waren gepasseerd, leidde een smal, met gras begroeid pad naar het dorp Lent. Daar stond ongetwijfeld een lekker pilsje voor ons te wachten. In 2007 was café de Zon waar we ons neerzette een rustige bedoening. Momenteel is het er een stuk drukker nu de Spiegelwaal is gegraven. In mooi ambtelijk jargon: ‘De Waal maakt bij Nijmegen niet alleen een scherpe bocht, maar vernauwt zich daar ook. In 1993 en 1995 was duidelijk dat de rivier daardoor bij hoog water kan overstromen. Om de bewoners te beschermen tegen de kracht van het water is de dijk bij Nijmegen- Lent 350 meter landinwaarts gelegd. Zo kwam er ruimte om een nevengeul voor de Waal aan te leggen. Die geul, de Spiegelwaal, biedt bij hoog water extra capaciteit voor waterafvoer, zodat er minder opstuwing is. Voor Nijmegen is het ook een grote ruimtelijke ingreep in het hart van de stad. Door de dijkverlegging en het graven van de geul is een langgerekt eiland in de Waal ontstaan. Dit ligt tussen de historische binnenstad en het nieuwe stadsdeel Nijmegen-Noord. Het eiland en de Spiegelwaal vormen samen een uniek rivierpark, met een mix van water en natuur, recreatie en stedelijke activiteiten.’ Inderdaad, dit deel van Lent ligt sinds een jaar of vijftien op een eiland, dat met de nodige toeristische ambitie Rivierpark Nijmegen wordt genoemd. (meer…)

HOE OVERLEEF IK KERSTMIS?

Kerst is zogenaamd een tijd om samen te komen, om je familie te zien, voor knipperende lichtjes, Mariah Carey oneindig op repeat en een oneindige hoeveelheid voedsel dat vaag naar kruidnagels en cranberry’s smaakt. De hele novembermaand werd je al getrakteerd op goedkope eurohousevarianten van sinterklaasliederen en zodra die goedheiligman terug naar Spanje gesodemieterd is, zit jij met Wham opgescheept. In het winkelcentrum, op kantoor, op het centraal station… Er is geen plek meer veilig. Als je de reclames mag geloven is niemand alleen met de kerst. Sterker nog, niemand mág alleen zijn met kerst, ook niet als je helemaal geen zin hebt in mensen. Dus wordt je verplicht om naar je familie te gaan, krijg je als je niet oppast een kriebeltrui over je hoofd heen gewrongen en moet je tegen heug en meug met een kerstmuts op meegourmetten. Er zijn genoeg redenen om kerst te haten. Een beetje kerst-hater herkent onderstaand lijstje meteen. Er zijn meer dan genoeg mensen die totaal geen behoefte hebben aan al die geforceerde gezelligheid en alle knipperende glitterende blokkerballen en actionkitsch, die wekenlang een kleine kortsluiting in die kop veroorzaken. Toch proberen sommigen tegen beter weten in toch om kerstmis een vrolijk feest te maken. Dat mislukt vaak jammerlijk, maar kan een mooi verhaal opleveren, zoals dit verhaal van Flor VandeKerckhove die onder de naam De Laatste Vuurtorenwachter een interessant blog bijhoudt. (meer…)

ELSJE CHRISTIAENS EN JAN NIEUWKERK – 2

Op de tekening van Jan van Borssom staat naast Elsje een paal met daarbovenop een horizontaal rad of wagenwiel, waarop een gebogen man zit, die zo te zien net als Elsje al en tijdje dood is. Zo te zien is hij terechtgesteld door hem te radbraken. Boven hem hangt een pistool, een aanduiding wat voor soort moord hij had gepleegd. Rembrandt had voor hem geen oog, terwijl deze moordenaar in april-mei 1664 juist heel veel aandacht kreeg.  De schrijver Frans Thuijs dood, net als Van Eeghen decennia eerder, in de archieven. Niet alleen in de Amsterdamse Confessieboeken, maar ook in de kroniek van Daniel de Barrios, de geschiedschrijver van de Portugees-Joodse gemeenschap in Amsterdam, en van Casparus Commelin, ook een schrijver over de Amsterdamse stadsgeschiedenis.

Thuijs achterhaalde dat het ging om Jan Nieuwkerk, die net als Elsje uit Denemarken kwam. In processtukken werden buitenlandse namen veelvuldig verhollandst, zodat zijn echte naam verloren is gegaan. Hij was in Denemarken soldaat gewest, maar in Amsterdam een arme sjouwer zonder vaste betrekking. Op zondag 9 maart 1664 vroeg de Portugese koopman Jacob Nabarro (50) aan zijn schoonmaakster Trijntje Paulus (40) of hij haar man Jan Nieuwkerk (36) even kon spreken. Nabarro woonde aan de oostelijke stadsrand in de Jodenbreestraat ‘achter het Leprozenhuis’.  Trijntje en Jan woonden dichtbij, op de Verversgracht (nu Zwanenburgwal). Uit geldnood deelden Jan en Trijntje hun huurkamer met ene Engeltje, een ‘vrouwmens’ (hoer?). Nabarro vroeg Jan of hij in één klap tweehonderd guldens wilde verdienen. Dat was voor Jan twee complete jaarlonen, dus zo goed als ‘an offer you can’t refuse’. Hij hoefde alleen maar Benjamin Dias Pato, een vijand van Nabarro, dood te schieten. Pato was een van oorsprong Spaanse leraar in het jongensweeshuis en de godsdienstschool van het in 1648 opgerichte genootschap Aby Jethomim in de Jodenbreestraat, tegenover Nabarro. Pato was een prominent lid van de Portugees-Joodse gemeente. Met motief voor Nabarro is altijd onduidelijk gebleven. Nieuwkerk verklaarde later dat Nabarro vond dat Pato hem diep had beledigd (‘een groot affront hadde gedaan’. Dat kan een opmerking zijn geweest op de extravagante levensstijl van Nabarro. (meer…)

066 – ’t PEESKE 1


.
Uitspanning ’t Peeske te Beek, mei 2015 © Frans van den Muijsenberg.

070 – SCHILDERLES IN LENT

De Waal en het Lentse strand 1

Op de Lindelaan te Lent, juni 2007, © Frans van den Muijsenberg.

ROOIE KOEIEN OP HET STRAND

De Snelbinder gaat honderden meters over de Waal. Een enkele keer passeert een trein met donderend lawaai over de brug die er pal naast ligt. Meestal echter is het stil, soms komt, amper hoorbaar, een fietser voorbij. Steeds weer bleef Dinie vanaf de Snelbinder kijken naar de stad en naar de langsvarende boten. Vanuit Duitsland kwam de Poseidon met grote snelheid aan. De tanker was zo te zien erg leeg en dan gaat het stroomafwaarts met een flinke vaart. Vanaf het moment dat het schip onder de Waalbrug in zicht kwam tot het moment dat ook het laatste stukje van de boot onder ons uit het zicht verdween, bleven we hem volgen. En net op dat moment kwam tergend langzaam het Duitse schip Renus-Schub 1 tevoorschijn, die twee duwbakken stroomopwaarts vervoerde. De ene grotendeels leeg, maar de andere bak tot de nok gevuld met steenkool, die wel ergens in het Ruhrgebied moest worden afgeleverd. Het duurde vrij lang voor het schip een beetje uit het zicht geraakte. (meer…)

ELSJE CHRISTIAENS EN JAN NIEUWKERK – 1

Elsje Christiaans (Jutland, ca. 1646 – Amsterdam, circa 3 mei 1664), afkomstig uit het Deens eilandje Sprouwen dat midden in de Grote Belt lag, de zeestraat die de twee grote Deens eilanden Funen en Seeland van elkaar scheidt. Het heet heden Sprogø en maakt vanaf 1998 deel uit van het Grote Beltbrug, die Funen met weg- en spoorverkeer verbindt met Seeland. Tijdens de bouw groeide het eiland door landwinning van 38 naar 154 hectare, maar vanaf dat moment is het eiland onbewoond. De bewoning moet in 1664 al beperkt zijn geweest en het bestaan karig. Reden voor Elsje haar heil elders te gaan zoeken, naar de rijke handelsstad Amsterdam.

Rond 14 april 1664 kwam Elsje Christiaens aan in Amsterdam en hoopte er snel een betrekking te vinden als dienstbode. Ze huurde een kamer bij een ‘slaapvrouw’. Aan het einde van de maand wilde de hospita de afgesproken daalder slaapgeld hebben, maar omdat Elsje nog steeds geen betrekking had kunnen vinden kon ze de huur niet betalen. De hospita dreigde toen haar bezittingen, een kistje met wat spulletjes, in beslag te nemen. Er volgde een flinke woordenwisseling en daarna een gevecht, waarbij de hospita Elsje sloeg met een bezemstok. Het eindigde ermee dat Elsje de vrouw met een bijl sloeg. De vrouw viel van de keldertrap en bleef daar voor dood liggen. De buren waren intussen op het lawaai uitgekomen en stonden bij de voordeur toen Elsje met bebloede handen de deur opendeed. Zij vroegen haar waarom haar handen onder het bloed zaten, ‘waerop sij seyde dat haar neus hadden gebloet’. Elsje rende daarna de straat op en nam op haar vlucht een mantel van een andere gast mee. De buren hadden al snel in de kelder het levenloze lichaam van de ‘slaapvrouw’ aangetroffen en gingen haar achterna. In een wanhoopspoging te ontsnappen sprong ze in het Damrak, waarna ze opgepakt kon worden. (meer…)

CHARLOTTE UHRIG

Charlotte Uhrig (Berlijn, 26 februari 1907 – Berlijn, 17 oktober 1992) werd geboren als Charlotte Kirst. Na de lagere school en een handelsschool te hebben doorlopen, voltooide Charlotte Kirst een commerciële opleiding en werkte daarna als kantoorbediende. Ze werd lid van het Zentral­verband der Angestellten. Over haar jeugdjaren is verder weinig meer bekend dan dat ze al op jonge leeftijd lid was van de Sozialistischen Arbeiterjugend (SAJ), de socialistische jongerenvereniging die banden had met alle sociaaldemocratische partijen in Duitsland en Oostenrijk. In de Weimarrepubliek werd de SAJ op 29 oktober 1922 opgericht uit de jongerenverenigingen van de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) en de Unabhängige Sozialdemokratische Partei Deutschlands (USPD), toen deze partijen fuseerden. De SAJ had na de fusie ongeveer 110.00 leden. Charlotte Kirst, ongetwijfeld afkomstig uit een ‘rood nest’, zal er vanaf het begin bij aangesloten zijn geweest. In 1926 stapte ze over naar de SPD. Van 1928 tot 1933 werkte ze als secretaris in de SPD Reichstag-fractie, onder meer voor Rudolf Breitscheid (2 November 1874 – 28 August 1944). Dat voor de SPD de woordvoerder over buitenlandse zaken en was ook lid van de Duitse delegatie bij de Verenigde Staten. Toen de nazi’s in januari 1933 aan de macht kwamen, was hij een van de leden van de Rijksdag die tegen de invoering van de Machtigingswet stemde. Ze werkte daarna nog een tijdlang als stenograaf binnen de Rijksdag. Hij vluchtte daarna naar Frankrijk, waar hij in 1941 door de Gestapo werd gearresteerd. Hij stierf uiteindelijk in augustus 1944 op zeventigjarige leeftijd in concentratiekamp Buchenwald. (meer…)

DE REIS VAN ALBRECHT DÜRER NAAR DE NEDERLANDEN – 2

deel 2: november 1520 – juli 1521

Een maand later was hij in Aken om de kroning bij te wonen van koning Karel V. Hij trok nog voor een paar dagen naar Keulen en op 14 november begon hij via een flinke omweg de terugreis naar Antwerpen. De tocht voerde over Düsseldorf, Wesel, Emmerik, Nijmegen, Tiel, ’s Hertogenbosch (‘ein hübsche Stadt, hat ein ausbündige schöne Kircke’), Bommel, Oosterwijk (‘übergrosz schön Dorf’) en Tilburg. Toen hij op 22 november zijn vrouw in Antwerpen weer terugzag, liet die weten dat in de Onzer Lieve Vrouwekerk een zakkenroller haar beurs had gejat.

Op 3 december gaat hij opnieuw op pad. Eerst naar Bergen op Zoom, ‘ein lustig Ort im Sommer’, waar hij vooral onder de indruk was van het latere Markiezenhof. Op 7 december reisde hij met zijn metgezellen Sebastian en Alexander Imhoff, Georg Kötzler en Bernhart von Reesen naar Goes en vandaar naar Arnemuiden. Het scheepje voer langs plekken waar torenspitsen en daken van door de zee verzwolgen gehuchten nog net boven het water uitstaken. In Arnemuiden verkeerde de kunstenaar in groot gevaar. Omdat er een enorme menigte was bij het afstappen van het schip, hield Dürer zich in en was een van de laatste passagiers aan boord toen het touw plotseling brak en het voertuig door een naderende storm de zee op werd gedreven. Dürer, Kötzler, twee oude vrouwen en een kleine jongen waren nog de enige aan boord, maar slaagden er na de overreding van Dürer om met behulp van een klein zeil om het schip weer in de goede richting te brengen. De reddingsoperatie was succesvol en Dürer kon doorreizen naar Middelburg, ‘eine gute Stadt, hat ein überschön Rathhaus mit einem köstlichen Thurm’, en naar Veere, ‘da aus allen Landen die Schiff anländen, is ein fast feines Städtlein’. Van dit deel van de reis zijn geen tekeningen bewaard gebleven. (meer…)

DE REIS VAN ALBRECHT DÜRER NAAR DE NEDERLANDEN – 1

deel 1: juli 1520 – oktober 1520

Toen Albrecht Dürer in 1520 zijn reis naar de Nederlanden ondernam, was hij 49 jaar oud, dus in de volle kracht van zijn leven en in de volle glorie van zijn kunst. Hij heeft van die reis een dagboek nagelaten, dat voort het grootste deel bestaat uit de opsomming tot in de kleinste bijzonderheden van zijn dagelijkse uitgaven, waardoor het wel toch wel een beetje lijkt op het huishoudboek van een zorgzame huismoeder. Hij maakte aantekeningen van alle uitgaven: kousen, schoenen, handschoenen, drinkgeld, herberg, spijs en drank, dokter en apotheker, enzovoort en ook is er een uitgebreide opsomming van alle kleinere of grotere wederzijdse geschenken. Het is daardoor ook een getrouw beeld van het maatschappelijk leven in de eerste jaren van de zestiende eeuw en ook geeft het een goed beeld van het gemoedsleven van Albrecht Dürer. Er staat echter geen mooie teksten in, geen beschouwingen over kunst, geen levenslessen. Een voorbeeld van de stijl en inhoud van de ‘gebeurtenissen’ waarop Dürer zijn dagen beschreef: ‘Und bin von Mechelen früh am Montag [3 Sept.] gen Antorff (Antwerpen) gefahren. Und ich asz frühe mit dem Portugaleser, der schenket mir drei Porcolona, und der Ruderigs schenket mich etlich Feedern, calecutisch Ding. Ich hab 1 fl. verzehrt. 2 Stüber hab ick dem Boten gegeben. Ich hab der Susanna (zijn dienstmaagd) kauft ein Höcken pre 2 fl. 1 Ort. Mein Weib hat geben für ein Waschschaff, für ein Blasbalg und für ein Schüsselnapf, mein Weib vor Pantöffel und für Holz zu kochen und Kniehosen, auch für ein Sittichhaus und für zween Krüg und zu Trinkgeld 4 fl. rheinisch. So hat sonst mein Weib ausgeben um Essen, Trinken und allerlei Notdurft 21 Stüber. Nun bin ich am Montag nach Aegidi [3 Sept.] wieder zu Jobst Planckfelter eingezogen und hab diese eingezeichnete Mal gessen: jjjjjjjjjjjjjjjjj. Item dem Niclas des Tomasins Knecht, geben 1 Stüber. Ich hab 5 Stüber für das Leistlein geben, mehr ein Stüber. Mein Wirt hat mir geschenkt ein Indianische Nusz, mehr ein alt türkische Geisel.‘ (meer…)

069 – HET LENTSE STRAND 2

De Waal en het Lentse strand 1

Uiterwaarden van de Waal te Nijmegen, juni 2007, © Frans van den Muijsenberg.

068 – HET LENTSE STRAND 1

De Waal en het Lentse strand 1

Uiterwaarden van de Waal te Nijmegen, vanaf de Snelbinder, juni 2007, © Frans van den Muijsenberg.

067 – ZICHT VANAF DE SNELBINDER 1

De Waal en het Lentse strand 1

De Waal te Nijmegen, vanaf de Snelbinder, juni 2007, © Frans van den Muijsenberg.

DE MOEZEL 2

.
De Moezel, september 2015, © Frans van den Muijsenberg

DE MOEZEL 1

.
De Moezel, september 2015, © Frans van den Muijsenberg

HET MEISJE OP DE SNELBINDER

Aan de stadskant van de spoorbrug werd in de periode 1875-1879 een zogenaamd landhoofd gebouwd. Het zuidelijke landhoofd van de brug met zijn middeleeuws aandoende torens werd ontworpen door Pierre Cuypers. De torens hebben elk vier verdiepingen hoog. Een ondergrondse tunnel (meer een gang onder de rails) verbindt de beide torens. In 2004 werd naast de Spoorbrug een fietsbrug gebouwd, de Snelbinder. Deze fietsbrug gaat dwars door het oostelijke deel van het landhoofd. De brug zorgt voor een snelle fietsverbinding tussen het centrum van Nijmegen en de nieuwbouwwijken in de Waalsprong, met een tijdwinst van ruim tien minuten ten opzichte van omfietsen via de Waalbrug. (meer…)

NIJMEGEN 03

.
De Hoefkamp, Nijmegem, oktober 2006, © Frans van den Muijsenberg

NIJMEGEN 02

.
De Hoefkamp, Nijmegem, oktober 2006, © Frans van den Muijsenberg

WERK IN UITVOERING

Duiven, 17 maart 2018

De oudste dochter werd in de loop van 2017 haar woning in Tolkamer helemaal beu. Constant was er wel wat gezeur met andere bewoners en in de zomer was het er altijd bloedheet. Woonstichting Vryleve deed namelijk haar naam geen eer aan door te besluiten dat de ramen slechts op een kiertje geopend mochten worden en aangezien haar ramen op het zuiden waren gericht, hield dat in dat de godganse dag de zon op haar kamer was gericht. Haar woning was bovendien op de derde verdieping en de only way out was de trap naar beneden.  De stichting was zo slim geweest niet te zorgen voor een nooduitgang als er brand uit zou breken. Dat zou maar extra kosten met zich meebrengen. Niet bepaald ‘vrij leven’. Dat de bewoners van de bovenste etage dan wel eens als ratten in de val zouden zitten, deerde hen niet. Voor dochter A., die toch een beetje claustrofobische neigingen had, een alarmerend gegeven. Vanaf het moment dat ze haar appartement in de oude marechausseekazerne betrok, voelde ze zich nooit echt op haar gemak, maar alle berichten hierover waren bij Vryleve aan dovemansoren gericht. Daar kwam in 2017 bij dat ze haar opleiding had afgemaakt en dat het voor het vinden van een leuke baan aantrekkelijk was te kijken naar een plaats met goede aansluitingen op het openbaar vervoer. Dan kwamen in wezen slechts twee plaatsen in aanmerking: Zevenaar en Duiven. (meer…)

HOE HET FASCISME BEGINT …

David Van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971) is cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver. Zijn oeuvre beslaat toneelstukken, poëzie, proza en veel non-fictie. Zijn boeken over het kolonialisme.  Congo (2010) en Revolusi (2020) werden internationale bestsellers en terecht want het zijn magistrale werken over een periode in de Belgische en Nederlandse geschiedenis waarin in beide landen decennialang krampachtig is gezwegen. Hij kreeg verder prijzen voor zijn geschriften over democratie Pleidooi voor populisme (2008) en Tegen verkiezingen (2013). In 2022 verscheen De kolonisatie van de toekomst, de tekst van de vijftigste Huizinga-lezing die hij op 12 december 2021 uitsprak in de Pieterskerk te Leiden. De strekking van de lezing is: ‘Zelfs als we met het kolonialisme uit het verleden ooit helemaal in het reine zijn gekomen, hebben we nog steeds niets gedaan aan de dramatische manier waarop we nu de toekomst koloniseren. De mensheid palmt de komende eeuw in met dezelfde meedogenloosheid, dezelfde hebzucht en dezelfde kortzichtigheid waarmee in vroeger tijden werelddelen werden toegeëigend’.

Op 31 oktober jl. liet Van Reybrouck op zijn Facebookpagina weten dat hij opnieuw onderweg is naar Congo, als passagier van de Manitoba, een vrachtschip van het Nederlandse bedrijf Universal Africa Lines uit Capelle aan de IJssel. Het bedrijf vaart al meer dan 51 jaar naar verschillende Afrikaanse bestemmingen. Het schip vaart vanuit Antwerpen eerst naar Noorwegen en Schotland en na het noordelijke omweggetje gaat de reis verder naar Angola, Gabon, Congo-Brazzaville en uiteindelijk de Democratische Republiek Congo. De reis, met twaalf bemanningsleden uit de Filipijnen en Oekraïne, zal meer dan een maand duren. De reis staat uiteraard in het teken van onderzoek van een nieuw boek, wat me op voorhand nieuwsgierig maakt. Zal toch wel een jaartje of twee duren verwacht ik voordat ik het resultaat onder ogen zal krijgen. Op donderdag 7 november jl. plaatste hij onderstaand artikel met de toevoeging ‘gisterenmiddag geschreven op vraag van De Standaard, ondanks grote vermoeidheid en herrie aan boord’.) Het is een formidabele verklaring hoe het in hemelsnaam mogelijk is dat dubieuze figuren als Trump, Wilders, Le Pen, Meloni en andere gelijkgestemden aan de macht kunnen komen. (meer…)

NIJMEGEN 01

.
De Hoefkamp, Nijmegem, oktober 2006, © Frans van den Muijsenberg

MARIËNHEEM 04

.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg

MARIËNHEEM 03

.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg

MARIËNHEEM 02

.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg

TOCH WEL EEN MOOI STADJE

Harlingen, 4 november 2021

Op donderdag 4 november 2021 vond in Harlingen de presentatie plaats van het boek ‘London/Ardens’ van Jan Bommerson. Een schrijver waarvan ik al twee schitterende boeken had uitgegeven. Het ene een lang reisverhaal naar het hoge noorden van Noorwegen (‘Noors’) om daar het noorderlicht met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Wat uiteindelijk een grote teleurstelling zou worden omdat hij op het laatste moment geconfronteerd werd met hordes Japanse toeristen, die met busladingen aankwamen op het geweldige uitzichtpunt dat de eenzame Nederlandse toerist voor zichzelf had uitgezegd. Het tweede reisverhaal ging over zijn solitaire tocht naar de barre Shetlandeilanden (‘De ontdekking van Shetland’), waarover de bewoners zelf de auteur bij zijn bezoek meedeelde dat er hier helemaal niets te beleven was. Dat bleek uiteindelijk behoorlijk mee te vallen, flink in de hand gewerkt trouwens doordat Jan indertijd, het zijn allemaal opgetekende jeugdherinneringen, de onbedwingbare neiging zich in wat roekeloze uitstapjes te storten.  Het derde boek had twee titels en een unieke uitvoering in keerdruk. Dat betekent dat het boek twee omslagen heeft. Aan de ene kant’ Londons’ over een kort verblijf in een naargeestig Londen gedurende de week van Kerst en oud-en-nieuw in 1973. Oorlog in het Midden-Oosten, een olieboycot en crisis in het westen, bomaanslagen door de IRA, beestenweer in de duistere wereldstad, een wanhopige zoektocht naar een slaapplaats en wonderlijke ontmoetingen met de meest uiteenlopende figuren. Aan de andere kant ‘Ardens’, met anekdotes over tien verschillende reizen naar de Ardennen in de jaren tachtig, altijd in de paasvakantie. Op jacht naar goedkope kitsch en twijfelachtig antiek in de talloze antiekschuren en brics-a-bracs. Welnu, dat nieuwe boek werd in de plaatselijke boekenwinkel gepresenteerd en natuurlijk trokken Dinie en ik op uit om daar aanwezig te zijn. (meer…)

MARIËNHEEM 01

.
Beeldentuin Mariënheem, juni 2021, © Frans van den Muijsenberg