LE CHAT NOIR – 1896

Le Chat Noir was een theatercafé en cabaret gelegen in Montmartre in Parijs, dat in 1881 werd opgericht door Rodolphe Salis, een zoon van een limonadefabrikant en leider van een klein theatergezelschap. De zaak was eerst gevestigd aan de Boulevard de Rochechouart en had zijn naam te danken aan een kat die Salis tijdens de inrichting van het café op straat had gevonden. In 1885 verhuisde Le Chat Noir naar Rue Victor Massé 12, een pand met drie etages dat gedecoreerd werd door Henri Rivière en Caran d’Ache. De faam van Le Chat Noir groeide nadat Émile Goudeau de literaire club Hydropathes had weten te overtuigen van de gelegenheid hun verzamelplaats te maken. Le Chat Noir werd een populaire ontmoetingsplaats van artiesten en cabaretiers. Tot de klanten hoorden onder meer Émile Zola, Georges Rodenbach, en Léon Bloy. De chansonniers Aristide Bruant, Maurice Mac-Nab, Jules Jouy, Jean Goudezki traden er op, de schrijvers en dichters Georges Lorin, Charles Cros, Albert Samain, Maurice Rollinat en Jean Richepin hielden voordrachten en Erik Satie speelde er piano.

Rodolphe Salis trad zelf vaak op als ceremoniemeester en conférencier. Hij had een goed gevoel voor modes en zorgde dat er altijd een nieuw aanbod van artiesten was en dat het programma regelmatig werd ververst. Hij introduceerde ook het succesvolle Theatre d’Hombres, het schaduwspel. Het schaduwspel was een idee van de uitgever van het blad Le Chat Noir, Henri Riviére. Hij plaatste een doek over de opening van zijn marionettenkast en sneed silhouetten van bekende politie-agenten uit de buurt. Veertien jaar lang verscheen het gelijknamig tijdschrift waarin artikelen werden geschreven door Guy de Maupassant en Émile Zola. Henri de Toulouse-Lautrec maakte tekeningen voor het tijdschrift.

Het idee van Le Chat Noir was zo succesvol dat spoedig in andere Europese steden gelijknamige en gelijksoortige gelegenheden werden geopend. In 1896 werd het cabaret gesloten; Salis overleed in 1897.

Het meest bekende beeld van Le Chat Noir dat bewaard is gebleven is het affiche van Théophile-Alexandre Steinlen, getiteld Tournée du Chat Noir uit 1896.
Steinlen (Lausanne, Zwitserland, 10 november 1859 – Parijs 13 december 1923) was een Franse tekenaar, schilder en graficus. Hij groeide op in een kunstenaarsfamilie en bezocht de academie in zijn geboorteplaats. In het stedelijk gymnasium in Lausanne vervaardigde hij een grote wandschildering. Op zijn 22e ging hij met zijn jonge vrouw Emile Mey naar de kunstenaarswijk Montmartre in Parijs. La Belle Époque brak aan en Frankrijk voelde zich het middelpunt van de wereld. De bouw van de Sacré-Cœur was begonnen en Montmartre kreeg de reputatie van een wijk van schrijvers, dichters, kunstenaars en levensgenieters. Steinlen bleef Montmartre tot zijn dood toe trouw. Hij woonde onder meer op het adres 21 rue Caulaincourt. Hij raakte op Montmartre bevriend met onder meer Henri de Toulouse-Lautrec en Adolphe-Léon Willette.

Steinlen tekende voor café Le Chat Noir zijn beroemdste affiche, met daarop een hooghartige zwarte kat. Een soortgelijke kat verscheen op het uithangbord dat Steinlen voor het café-cabaret ontwierp. Ook buiten de affiches om hield Steinlen zich bezig met katten; zij maakten deel uit van zijn dagelijks leven. Hij tekende, schilderde, modelleerde katten en sneed katten uit hout. Steinlen werd om dit dier dan ook het meest bekend (hoewel veel mensen het werk ten onrechte toeschrijven aan zijn kompaan Toulouse-Lautrec), maar hij schilderde ook talloze straattaferelen, kattenkwaad uithalende schoffies die hij in enkele rake lijnen vastlegde, fabrieksarbeiders en andere minder bevoorrechten. Hij werkte voor meer dan dertig kranten en tijdschriften, waaronder met name Le Chat Noir, Le Mirliton en Gil Blas. Het werk van Steinlen inspireerde latere bekende kunstenaars zoals Pablo Picasso en Käthe Kollwitz. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, vertrok Steinlen naar het front. Daar tekende hij de ellende die de soldaten doormaakten, maar ook het leed dat de burgers werd aangedaan. Hij overleed op 13 december 1923 in het huis van zijn dochter Colette aan een hartaanval, zijn vrouw Emile was al in 1910 overleden. Dochter Colette leefde tot 1964. De felle kleur blauw die Steinlen in zijn schilderijen toepaste, het zogenaamde ‘Steinlen–blauw’, werd volgens het tijdschrift Apollo door Pablo Picasso overgenomen tijdens diens blauwe periode.

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: