01 – HOE HITLER AAN DE MACHT KWAM (1)

In alle geschiedenisboeken waarin de opkomst van Adolf Hitler en zijn NSDAP wordt besproken, komt wel de constatering voor dat we niet mogen vergeten dat de nazi’s op een democratische manier zijn gekozen, gevolgd door de mededeling dat Hitler bij vrije verkiezingen nooit de meerderheid van de Duitsers achter zich wist te krijgen. Een constatering die op zich wel klopt, maar toch ook altijd een beetje de indruk wekt dat de verkiezingen keurig volgens de democratische principes zijn verlopen en ook dat de meerderheid van de Duitsers niet echt warm liep voor de persoon Adolf Hitler en het rechts-extremistische gedachtegoed dat hij verdedigde.

Eind jaren twintig kon de NSDAP uitgroeien tot een grote landelijke partij die op de Reichsparteitagsgelände in Neurenberg grote manifestaties organiseerde. De crisis van 1929, ontstaan door de Beurskrach, breidde zich uit naar Duitsland. Een golf van faillissementen deed de werkloosheid explosief stijgen. De rijksregering moest impopulaire maatregelen nemen met toepassing van artikel 48 van de Grondwet, waarna zij direct in nieuwe verkiezingen werd afgestraft. De kiezers stemden weer massaal op de extremistische partijen ter rechter- en ter linkerzijde van het politieke spectrum, terwijl het gematigde centrum werd weggevaagd. De NSDAP kwam met 107 zetels terug in het parlement. In augustus 1932 behaalden ze bij een van de vele verkiezingen dat jaar het grootste aantal zetels in het parlement (280), maar Hitler behaalde bij de presidentsverkiezingen geen meerderheid van stemmen. Maar ook de communisten behaalden een groot aantal zetels. Er zou in theorie een meerderheidskabinet gevormd kunnen worden door of de nazi’s of de communisten. Deelname aan de regering door een van beiden werd echter door rijkspresident Von Hindenburg verhinderd, die van beide kampen niets moest hebben. Bovendien wilde Hitler alleen deelnemen aan een kabinet als hijzelf hierin regeringsleider (rijkskanselier) werd. In november werden opnieuw verkiezingen gehouden, waarbij de nazi’s terugvielen van 280 naar 196 zetels. De overige partijen, conservatieven en socialisten, bleven echter sterk verdeeld.

Begin jaren dertig raakte Duitsland door een serie complotten bijna onbestuurbaar. De straat werd beheerst door de knokploegen van extreemlinks en extreem-rechts. De conservatieve politicus Kurt von Schleicher en de communisten loerden op kansen om op legale of illegale wijze een junta of een radenrepubliek te vormen. Elk kabinet zonder de nazi’s viel echter binnen de kortste keren. Deze Von Schleicher was in zijn jonge jaren bevriend geraakt met twee man, die begin dertiger jaren een belangrijke rol in de Duitse politie zouden spelen: Franz von Papen en Oskar von Hindenburg, de zoon van de rijkspresident. In 1931 hielp Von Schleicher eerst Heinrich Brüning in het zadel als rijkskanselier (30 maart 1930-30 mei 1932), maar liet hem later vallen en koos toen voor Franz von Papen, die op 1 juni 1932 de nieuwe rijkskanselier werd. Hij voerde een autoritair bewind. Zijn impopulaire kabinet werd ook wel aangeduid met ‘baronnenkabinet’, omdat bijna alle leden van adel waren. Eén van de negatieve wapenfeiten uit zijn kanselierschap was het onder curatele stellen van de door de sociaaldemocraten geleide deelstaat Pruisen, waarvoor hij de steun van Hitler had. Hierdoor werd een belangrijk bolwerk van tegenstand tegen Hitler al voor diens machtsovername uit de weg geruimd. Omdat Von Papen echter naar de zin van Von Schleicher een te rechts kabinet vormde in plaats van een centrumkabinet zoals Von Schleicher gedacht had, trok hij zijn steun weer heel snel in. Toen aan het einde van 1932 Von Hindenburg niet bereid was Von Papen de door hem gewenste dictatoriale volmachten te geven, nam hij ontslag. Op 2 december 1932 kwam een eind van zijn kanselierschap. Van 3 december 1932 tot 30 januari 1933 zou Von Schleicher de 18e rijkskanselier zijn onder de Weimar Republiek vanaf november 1918. Achttien rijkskanseliers in net iets meer dan veertien jaar, het is op zich al voldoende aanduiding hoe instabiel de Duitse politiek in doe periode was. Het wegvallen van de steun aan Von Papen in september 1932 maakte nieuwe verkiezingen noodzakelijk, Die werden gehouden in november 1932. De uitslag bracht weinig duidelijkheid, hoewel de NSDAP van Adolf Hitler voor het eerst in haar geschiedenis zetels verloor.

Op 3 december 1932 was Von Schleicher dus van start gegaan. Hij noemde zichzelf graag een ‘sociaal denkende generaal’ en zette zijn zinnen op een coalitie met de sociaaldemocratische vakbonden. Zijn pogingen een centrumrechts kabinet te vormen verliepen moeizaam. Hij probeerde een nationale coalitie te smeden uit alle partijen van de Rijksdag, met de meest gematigde nazi’s en met de meest gematigde sociaaldemocraten. Schleicher wilde bovendien gebruikmaken van de tweedracht in de NSDAP en zocht contact met de meer gematigde Gregor Strasser. Een linkse nazi, een populaire en machtige figuur binnen de linkervleugel van de NSDAP en een van Hitlers weinige echte rivalen. Hij probeerde Strasser los te weken van de NSDAP door hem het vicekanselierschap aan te bieden. Zo wou hij een splitsing teweegbrengen binnen de nazi’s zelf. Hitler had vanwege de nederlaag in november grote problemen binnen zijn partij. Zijn aanhang kalfde af en er waren forse schulden. Bovendien had Schleicher alle macht en de volle steun van het leger. Toen Hitler hiervan hoorde, dwong hij Strasser zijn functies in de NSDAP neer te leggen. Schleicher vroeg daarop aan zijn vriend Von Papen om Hitler ervan te overtuigen mee te werken aan zijn plan voor een nationale regering. Von Papen was waarschijnlijk nog niet vergeten was zijn oude vriend hem nog kort daarvoor had laten vallen en betaalde hem nu met gelijke munt terug. Von Papen zei Von Schleicher dat hij Hitlers steun had proberen verwerven voor het vormen van een regering, maar in werkelijkheid hadden zij een coalitie gevormd om Schleicher bij de eerste de beste gelegenheid te laten vallen. Intussen wist Franz von Papen in het gevlij te komen bij de rijkspresident Von Hindenburg, die met lede ogen de moeizame besprekingen volgde. Von Papen maakte Von Hindenburg vervolgens duidelijk dat hij Hitler kanselier moest maken, terwijl hijzelf als vicekanselier een oogje in het zeil zou houden. In tegenstelling tot een half jaar eerder zette de rijkspresident nu zijn bezwaren opzij. Hij had hem mogelijk wijsgemaakt dat het de enige mogelijke manier was een staatsgreep te voorkomen.

Uiteindelijk is die samenzwering ook gelukt. Op 25 januari 1933 ging Von Schleicher aan Von Hindenburg meedelen dat het hem niet lukte een regering te vormen. De algemene verwachting was dat Von Hindenburg de Rijksdag ging ontbinden en nieuwe verkiezingen zou uitroepen. Maar hij deed dit niet. Op 28 januari 1933 nam de president de achteraf gezien noodlottige beslissing om zijn zegen aan het plan van Von Papen en Hitler te geven. Von Papen, die het hele plan had gesmeed, nam de opdracht van Schleicher over en liet Hitler aan de macht komen. Von Schleicher trok zich vervolgens terug uit de politiek. Hitler zou echter zijn poging om gebruik te maken van de verdeeldheid binnen de NSDAP echter niet vergeten. Tijdens de Nacht van de Lange Messen (30 juni 1934) stormden in burger geklede SS’ers het appartement van Schleicher binnen en schoten Kurt von Schleicher en zijn vrouw dood. Ook Gregor Strasser werd vermoord.

Uiteindelijk werd Hitler dus toch weer gepolst voor deelname aan een kabinet. De partijschulden werden door het bedrijfsleven betaald (de partij was vrijwel failliet door de bijna onafgebroken verkiezingscampagnes) en men begon een lobby bij de rijkspresident. Vooral op aandringen van de conservatieve politicus Franz von Papen, die verzekerde dat dankzij de meerderheid van conservatieven en katholieken in het nieuwe kabinet Hitler kort gehouden kon worden, werd Hitler in januari 1933 ten slotte door de toenmalige rijkspresident van de Weimarrepubliek, Paul von Hindenburg, met tegenzin benoemd tot Rijkskanselier. Von Hindenburg had een lage dunk van Hitler en sprak denigrerend over ‘deze kleine korporaal (Gefreiter), zwerver en mislukte kunstenaar’, maar hij werd van diverse zijden onder druk gezet om Hitler tot rijkskanselier te benoemen en gaf ten slotte toe. Een niet onbelangrijk element dat meespeelde waren de voortdurende geweldsincidenten in het hele land door de Sturmabteilung. Hitler mocht,  met hemzelf als kanselier, een regering proberen te vormen. Men zag het alternatief, een communistische regering, als een groter kwaad dan een naziregering.

Von Papens voorspelling kwam niet uit. Mede door de Rijksdagbrand (die Hitler wonderwel uitkwam) zag Hitler al na een paar weken kans om met steun van twee derde van het parlement (met name de stem van de, aanvankelijk weifelende, katholieke Centrumpartij was van belang) een machtigingswet door te voeren die hem extra bevoegdheden gaf om ‘orde op zaken te stellen’. Dat betekende in de praktijk dat hij per decreet kon regeren en dus alle politieke tegenstanders buitenspel kon zetten. Al een paar maanden later, in juli 1933, werden alle partijen verboden, uitgezonderd natuurlijk de NSDAP.

Na de benoeming van Adolf Hitler tot rijkskanselier op 30 januari 1933 moest de Rijksdag (Reichstag) worden ontbonden en werden er nieuwe rijksdagverkiezingen uitgeschreven. Een dag na de Rijksdagbrand op 27 februari ondertekende rijkspresident Hindenburg op verzoek van Hitler het zogenaamde ‘Rijksdagbranddecreet’. Dit decreet voorzag in de inperking van de burgerlijke vrijheden en de arrestatie van politieke tegenstanders (zij werden in “verzekerde bewaring” gesteld). Vele gevangen genomenen werden vanaf februari 1933 opgesloten in concentratiekampen.

De rijksdagverkiezingen van 5 maart 1933 werden gewonnen door de NSDAP. De NSDAP verwierf 288 zetels, een winst van 92 zetels. Tegen de verwachting van Hitler in verkreeg de NSDAP niet de meerderheid in de Rijksdag. De partij verkreeg namelijk 43,9% van de stemmen. De verliezen voor de voornaamste oppositiepartijen, de sociaaldemocraten (Sozialdemokratische Partei Deutschlands) en de communisten (Kommunistische Partei Deutschlands) waren beperkt (resp. -1 en -19). Verlies was er overigens voor alle partijen, behalve voor de Duitse Centrumpartij (Deutsche Zentrumspartei) en de Duitse Staatspartij (Deutsche Staatspartei). Het waren de laatste Rijksdagverkiezingen tijdens de Weimarrepubliek en waren het tevens de laatste Rijksdagverkiezingen op basis van het meerpartijenstelsel. Kort na de verkiezingen, op 23 maart 1933, stemde de nieuwe Rijksdag vóór de Ermächtigungsgesetz die Hitler volmachten gaf en hem in staat stelde om zonder tussenkomst van de Rijksdag te regeren. Hiermee kwam er een einde aan de belangrijke rol die de Rijksdag speelde tijdens de Weimarrepubliek. Onder Hitler (1933-1945) bleef de Rijksdag weliswaar in functie, maar was niet meer dan een applausmachine voor de Führer. In 1945 werd de Rijksdag afgeschaft, in 1949 kwam met de stichting van de Bondsrepubliek Duitsland de Bundestag tot stand; in de DDR werd een Volkskammer in het leven geroepen.

Over die verkiezing van 5 maart circuleert een schema onder, links) waaruit bij een eerste blik kan worden opgemaakt dat dat NSDAP toch minder sterk was dan gedacht. Er zijn maar een paar bruine vlekken, allemaal in het oosten van het land en vijf gebieden die in die richting gaan. Het zijn de acht kiesdistricten waar de NSDAP meer dan de helft van de stemmen kregen. Het aantal districten met 45-50% van de stemmen is echter ook behoorlijk groot. Het tweede schema (onder, rechts) laat zien dat in zegge en schrijven twee van de 35 kiesdistricten de nationaalsocialisten niet als sterkte partij uit de verkiezing naar voren kwam. De positieve uitzonderingen zijn Köln-Aachen en Koblenz-Trier. En dan te bedenken dat de NSDAP bij deze verkiezing dus verloor. Het plaatje in de vorige verkiezing in november 1932 is nog alarmerender geweest. Het geeft ook een aardige indicatie hoe groot de druk op Von Hindenburg en anderen moet zijn geweest om de nazi’s een prominente rol in het landsbestuur te geven. het was duidelijk dat dit overeenkwam met hetgeen de bevolking wilde. Temeer daar ook nog eens 25% van de kiezers op andere rechtse of extreem-rechtse partijen stemden.

 

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.

3 thoughts on “01 – HOE HITLER AAN DE MACHT KWAM (1)

  1. Pingback: HOE HITLER AAN DE MACHT KWAM 2 | MUIZENEST

  2. Pingback: WOLFGANG LANGHOFF – DE VEENSOLDATEN (1935) | MUIZENEST

  3. Pingback: HOE HET FASCISME AAN DE MACHT KOMT | MUIZENEST

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: