23 JUNI – SIMON VISSERING

Simon Vissering (Amsterdam, 23 juni 1818 – Ellecom, 21 augustus 1888) was een Nederlands jurist, journalist, econoom, statisticus, en politicus. Vissering volgde de Latijnsche School in Amsterdam, studeerde van 1835 tot 1838 letteren en rechten aan het Athenaeum Illustre in Amsterdam (algemeen beschouwd als de voorloper van de Universiteit van Amsterdam; sinds 1815 had de instelling een wettelijke erkenning voor hoger onderwijs, sinds 1877 ook het promotierecht) en begon in 1837 de studie rechten aan de Universiteit Leiden, waar hij onder andere les kreeg van Thorbecke. In 1842 promoveerde hij in Leiden. Een jaar later vestigde Vissering zich als advocaat in Amsterdam en wijdde zich hiernaast aan literaire en economische studies. Hierbij was hij korte tijd journalist bij het Algemeen Handelsblad en sinds 1846 medewerker en redacteur bij De Gids, een algemeen cultureel en literair tijdschrift dat sinds 1837 verscheen. In 1847 werd hij door het Amsterdamse stadsbestuur aangesteld als hoofdredacteur van de Amsterdamsche Courant, maar na nog geen jaar stapte hij op na onenigheid met het stadsbestuur over de journalistieke vrijheid. In 1850 kreeg hij een aanstelling als hij hoogleraar staatshuishoudkunde aan de Rijksuniversiteit te Leiden als opvolger van zijn oude leermeester Thorbecke. Hij bleef hoogleraar in Leiden tot 1879.
Hierna was hij nog twee jaar van 1879 tot 1881 minister van Financiën in het kabinet-Van Lynden van Sandenburg. Dit gemengd conservatief-liberale fusiekabinet had een wankele basis in de Tweede Kamer. Daarom zag het voorlopig af van voorstellen op het gebied van het onderwijs en het kiesrecht. De zwakte van het kabinet bleek uit diverse parlementaire nederlagen en een tussentijdse crisis. Het belangrijkste succes van het kabinet was een nieuw Wetboek van Strafrecht, waarvoor de Leidse hoogleraar Modderman de basis had gelegd. Een voorstel van minister Vissering om een belasting op rente in te voeren sneuvelde in 1881 daarentegen in de Tweede Kamer, waarop Vissering aftrad. Vissering, een sterk voorstander van vrijhandel en directe belastingen, was als minister op wetgevend gebied weinig succesvol, omdat hij geen goede debater was. Hij was opgelucht afscheid te kunnen nemen. Hij werd omschreven als ‘een hoffelijk en erudiet man, die meer docent dan politicus was’. Op 9 mei 1882 bood het gehele kabinet ontslag aan, nadat de Tweede Kamer voor de tweede maal een handelstraktaat met Frankrijk had verworpen. Na mislukte pogingen om een ander (liberaal) kabinet te vormen, bleven de ministers echter aan. Op 23 april 1883 trad het kabinet alsnog af, nadat de Tweede Kamer weigerde een voorstel tot kiesrechtherziening in behandeling te nemen. Zijn zoon Gerard Vissering was van 1912 tot 1931 president van De Nederlandsche Bank.
Simon Vissering heeft een aardige vondst op zijn conto staan: toen het Noordzeekanaal nog een denkbeeld in de toekomst was, beschreef hij in 1848 in een van zijn publicaties als een bootreis van Amsterdam naar de zee, waarvoor hij voor de plaats aan zee de naam IJ-muiden bedacht. Met wegnemen van dat streepje zou die naam nadat het kanaal in 1876 er was gekomen aan de nieuwe havenplaats worden gegeven.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: