ACHTTIEN KOLONIALE MACHTEN

Het proces van kolonisatie begon zodra de Spanjaarden en Portugezen de wereld gaan ontdekken en dan al direct in elkaars vaarwaters terecht kwamen. De Canarische Eilanden waren het eerste slachtoffer van de overwinningstocht van Spanje. De eilanden waren al onder de Romeinen bekend, maar daarna door de Europeanen vergeten. Pas in 1312 werden ze opnieuw ontdekt door de uit Genua afkomstige Lancelotto Malocello, die zijn voornaam zou geven aan een van de eilanden. Pas in 1402 zette de Franse ontdekkingsreiziger Jean de Béthencourt opnieuw voet aan land toen hij een expeditie naar de Canarische Eilanden leidde om in opdracht van de Kroon van Castilië de eilanden te veroveren. De Guanchen, de toenmalige bewoners van de eilanden, gaven zich echter niet zonder slag of stoot gewonnen. Pas na twee jaar en vele, vele gesneuvelde Guanchen later werden de eiland bezet. De rest werd gevangen genomen en als slaaf verkocht. De toon van de kolonisatie was gezet. Langs de haven van Tenerife herinneren een rij beelden aan de oorspronkelijke bewoners. Inmiddels hadden ook de Portugezen, die met hun buren streden om de hegemonie op zee, een begerig oog op de eilanden laten vallen, maar ze waren te laat. Vanaf het begin van de 15e eeuw ontdekten beide landen de kust van Afrika en de eilanden in de Atlantische Oceaan (Madeira en de Azoren). In 1415 had Portugal Ceuta al veroverd om effectiever tegen de Moren te kunnen strijden. Want niet alleen onderlingen wedijver en machtsstreven dreven de Spanjaarden en Portugezen, maar ook  christelijke zendingsijver of een kruistochtmentaliteit. Elementen die bij andere landen en latere kolonisaties steevast zouden terugkeren.

Bij de Vrede van Lissabon (1668) ging Ceuta trouwens over van Portugese in Spaanse handen. In ruil daarvoor zagen de Spanjaarden in het vervolg af van verdere pogingen Portugal weer bij het Spaanse Rijk in te lijven, wat men sinds de elfde eeuw vergeefs had geprobeerd. In 1473 voeren de Portugezen voor het eerst voorbij de evenaar en ontdekte steeds meer nieuwe gebieden langs de Afrikaanse westkust. Dat gaf in Spanje wat afgunst en de onderlinge verstandhouding werd er niet beter op toen koning Alfons V van Portugal zich bemoeide met de opvolging van de Castiliaanse koning Hendrik IV van Castilië. Aan die Castiliaanse Successieoorlog (1475-1479) en de onderlinge strijd werd in 1479 een eind gemaakt toen Portugal en Castilië  het Verdrag van Alcáçovas-Toledo sloten, waarmee onder andere een overeenkomst werd gesloten over de overzeese gebieden: de Portugese heerschappij over Madeira, de Azoren, Kaapverdië en de kust van Guinee werd erkend door Spanje, terwijl Spanje de Canarische Eilanden kreeg en toezegde niet voorbij Kaap Bojador te varen. Het verdrag verdeelde de ontdekte gebieden door een parallel ter hoogte van de Canarische Eilanden, waarmee de wereld werd verdeeld in twee hemisferen: het noorden voor Castilië en het zuiden voor Portugal. Al snel echter was een nieuw verdrag nodig. In 1492 arriveerde Christoffel Columbus in Amerika. Paus Alexander VI vaardigde daarop een bul af, waarin hij een demarcatielijn aangaf die naar de mening van de Portugezen wel erg in het voordeel van hun buren uitviel. Men slaagde erin opnieuw te onderhandelen, nu zonder bemoeienis vanuit Rome. Dat leidde uiteindelijk tot het Verdrag van Tordesillas dat op 7 juni 1494 werd getekend. In het verdrag wordt de wereld opgedeeld in twee gebieden, waarbij een demarcatielijn van 1.770 km (370 leuga’s, een oude Romeinse lengtemaat die in het verdrag werd aangehouden) ten westen van de Kaapverdische eilanden gold. Alles ten westen van de lijn zou vallen onder de Spaanse heerschappij en alles te oosten aan Portugal. Door deze lijn viel Brazilië toe aan de Portugezen, wat er op lijkt te duiden dat op moment van ondertekening de Portugezen hier al voet aan land hadden gezet en het land hadden bezet. Door het verdrag werd een feitelijke situatie gesanctioneerd. Al het overige van het continent viel met deze lijn toe aan de Spanjaarden en inderdaad is al dit gebied Spaanstalig geworden. Via het verdrag kon Portugal ook zijn aanspraken in Afrika en toekomstige exploraties in het Verre Oosten veiligstellen. Zij hielden ook de heerschappij over de hele Zuid-Atlantische oceaan, zodat ze om Kaap de Goede Hoop konden varen. De beide landen waren namelijk ook op ontdekkingstocht gegaan naar Azié, waar op de beproefde methode de ene kustrook na het andere eiland werd bezocht. Dat maakte weer een nieuw verdrag noodzakelijk. Op 22 juli 1529 werd het Verdrag van Zaragoza getekend, waar middels een demarcatielijn de Aziatische wereld onderling werd verdeeld, die voor het grootste deel onder Portugese heerschappij zou komen. De Spanjaarden zouden die overeenkomst echter in 1565 al schenden door de Filipijnen te veroveren. Met beide overeenkomsten hadden Spanje en Portugal in wezen alle land en water buiten Europa onderling verdeeld. Deze demarcatielijnen en de daaruit voortvloeide aanspraken werden al direct door andere Europese landen met grootste ambities verworpen, Groot-Brittannië, Frankrijk en Nederland voorop. Koning Frans I van Frankrijk merkte eens schamper op dat hij nooit ‘de clausule in het testament van Adam had gezien, waarin zijn land zou zijn uitgesloten van alle rechten op delen van de Nieuwe Wereld’. Maar dezelfde Europese landen die zich beklaagden over het machtsdenken van Spanje en Portugal zou niet veel later zelf ‘de wereld gaan ontdekken’ en nog later via het Congres van Berlijn (1878) en de Koloniale Conferentie Van Berlijn (1884-1885) op exact dezelfde scrupuleuze manier Europa, Afrika en Azië onderling verdelen

Vanaf 1596 mengde Nederland zich als derde kolonisator in de concurrentiestrijd om handelskolonies. Eerst op Java, later ook elders in Azië, Afrika en Amerika. De strijd op de wereldzeeën en om de handelsfactorijen werd gestreden met vakmanschap in scheepsbouw en in zeemanschap, maar ook met wapens. De handelsposten waren soms echte militaire forten, met kanonnen en contingenten soldaten om de vijand die vanaf zee dreigde – namelijk de Europese concurrenten – af te slaan. De kanonnen waren daarom gericht op zee, want van de lokale inboorlingen had men veel minder te vrezen. Die Europese handelsfactorijen in de Afrikaanse tropen waren vanwege inheemse ziekten en het klimaat ongeschikt voor vestiging van grote aantallen Europeanen. Men vestigde een handelspost aan de kust en liet het binnenland tot in de 19e eeuw ongemoeid en onverkend. Er waren bovendien machtige Afrikaanse rijken en Europa bezat nog niet het militaire of technologische overwicht om deze stammen en staten te onderwerpen. Pas na de industriële revolutie in Europa en de toegenomen medische kennis, alsmede na de vrijbrief die de Koloniale Conferentie van Berlijn leverde ging met over tot bezetting en het vestigen van grotere militairen, bestuurders en handelaren.

Pas vanaf 1607 deed ook Groot-Brittannië mee aan de strijd om kolonies, eerst in Noord-Amerika. In 1776 men echter haar eerste koloniale rijk (de Noord-Amerikaanse koloniën). Het land was toen al wel begonnen met de opbouw van een tweede koloniale rijk door de verovering van grote delen van India en Azië. Terwijl het Spaanse Rijk kromp bouwde de Britten langzaam een tweede rijk op waar de zon altijd scheen. Frankrijk kende een ontwikkeling die zo’n beetje parallel liep aan die van de grote concurrent aan de andere kant van het kanaal. De Fransen waren vanaf 1604 actief, waarbij ze zich eerst richtte op Noord-Amerika. Hun invloed daar is in Quebec nog steeds tastbaar en ook in de zuidelijke staten van de VS is dat enigszins het geval. Verder waren ze actief in de Caraïben, in Azië en vanaf eind 19e eeuw steeds meer in Afrika. Kortom ook een rijkje met een altijd schijnend zonnetje, iets minder fel dan de Britse zon.

Het rijtje koloniale machten kan vervolgens met nog veertien worden uitgebracht. Slechts achttien landen vonden ooit dat het het volste recht hadden om andere landen aan zich te onderwerpen. Behalve de vier bovengenoemde ‘usual suspects’ mag als zesde grootmacht België worden genoemd. Het land verscheen pas laat (1839) op de Europese landkaart, maar wist zich goed veertig jaar later al te verzekeren van het bezit van Congo. Officieel privé-bezit van koning Leopold II, wat vaak tot de wangedachte leidt dat de staat België dan geen medeverantwoordelijk heeft voor de verschrikkelijke wandaden die daar tot ver in de twintigste eeuw hebben plaatsgevonden. Ook het meesterwerk Congo van David Van Reybrouck heeft dat helaas niet kunnen veranderen. Zoals ook een tweetal Nederlandse meesterwerken (Ewald van Vught – Roofstaat en Piet Hagen – Koloniale Oorlogen in Indonesië) niet het schrikbarend gemis aan kennis over het brute geweld waarmee Nederland eeuwenlang overzees ‘iets groots verrichtte’ kon wegnemen. Er zijn er zelfs die nog steeds dromen over een boreale wereld en spreken van de allermooiste beschaving die de wereld ooit heeft gezien.

Dan zijn er nog de Scandinavische landen Noorwegen, Zweden en Denemarken, die met recht mogen zagen dat hun koloniale ambities in vooral de poolgebieden marginaal waren en (wellicht) ook niet erg gewelddadig. Al zullen sommige IJslanders, Groenlanders en bewoners van de Faeroer-eilanden er wellicht anders over denken. Trouwens, die Denen waren mondialer actief dan ze vaak denken. In het illustere rijtje van 18 koloniale staten waarover je verbaasd kunt zijn, maar het blijkt dat de koloniale tijd van Schotland, Koerland, Brandenburg en Oostenrijk echt heel lang geleden en zeer beperkt waren. Rusland heeft tientallen volkeren in de loop der eeuwen overmeesterd en aan hun rijk toegevoegd, anderen aangrenzende gebieden bleven binnen hun invloedssfeer. Min of meer geldt dat ook van Japan, die niet zozeer als een ouderwetse kolonisator kan worden gezien, maar als natie die gebieden dichtbij huis aan het land wilde toevoegen en anderen binnen haar invloedssfeer wilde trekken. Dan had je de Verenigde Staten. Onze Amerikaanse vrienden, de ferme strijders voor vrede en vrijheid, hebben zich opgeworpen als de grote vijand van koloniale machten, maar bestierden in de tussentijd een enorm aantal koloniën en voegde enkelen daarvan aan het grondgebied toe (Alaska, Hawaï, vele eilanden in de Stille Zuidzee) of plaatste andere op een halfslachtige manier, unincorporated territory genaamd, onder het beheer en wel zodanig dat die landen zelf bijna niks te zeggen hebben (Maagdeneilanden, Guam, Puerto Rico, de Noordelijke Marianen, Amerikaans Samoa en tal van kleine eilanden in de Stille Zuidzee). En dan heb je nog Italië, dat pas rond 1870 op de Europese landkaart verschenen en dus zo’n beetje achter het net hadden gevist. De buit was verdeeld, de kruimels bleven over. Italië kreeg bij de Koloniale Conferentie van Berlijn in 1886 de koloniën Eritrea en Somaliland die toch niemand wilde hebben. In 19111912 veroverde het via de Italiaans-Turkse Oorlog Libië en de eilandengroep Dodekanesos op het al erg verzwakte Osmaanse Rijk. In de dertiger jaren veroverde Mussolini Abessinië (1935) en Albanië (1939), waarvan na de Tweede Wereldoorlog Somaliland als mandaatgebied resteerde. Tot 1960 toen het samen met Brits-Somaliland het huidige Somalië ging vormen. O ja, en dan was er nog Duitsland, laatste koloniale macht en veel sterker dan vaak wordt gedacht. Daarover morgen (om te beginnen).

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: