NIJMEGEN, COLLABORATIE EN VERZET

Lennert Savenije (Zevenaar, 1985) studeerde tussen 2003 en 2009 geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Sinds 2010 werkt hij als historicus aan deze universiteit. Tijdens zijn tweejarige onderzoeksmaster verbleef hij achtereenvolgens in Münster, Brussel en Parijs. In 2018 promoveerde hij te Nijmegen op zijn studie ‘Nijmegen, collaboratie en verzet. Een stad in oorlogstijd’, een studie die hij in opdracht van de gemeente Nijmegen schreef.

Dat proefschrift is nu onder dezelfde naam uitgegeven. Het is overigens meer dan slechts een oorlogsgeschiedenis, maar vooral een rijk geïllustreerde stadsgeschiedenis tegen de achtergrond van de crisis van de dertiger jaren, de oorlogsperiode en de jaren van de wederopbouw van de stad. Savenije beschrijft die gehele periode door de ogen van burgemeesters, priesters, politieagenten, politici en andere Nijmegenaren. De titel van het boek suggereert dat hij zich beperkt tot de periode 1940-1945, waarbij de stad van 5 mei 1940 tot en 20 september door de Duitsers was bezet en daarna tot mei 1945 zuchtte onder Duitse beschietingen vanaf de overkant van de Waal en vanuit het Reichswald. Het boek begint echter al in 1936 met diverse voorbeschouwingen van de jaren daarvoor. Het eerste kwart van het boek wordt uitgebreid aandacht besteed aan de voorgeschiedenis, niet alleen die van de stad maar ook aan de nationale en internationale ontwikkelingen. Dat is een mooie opzet, omdat het de gebeurtenissen die in een rap tempo passeren steeds in een juist kader plaatsen. Deze opzet wordt ook gevolgd in het verdere verloop gedurende de oorlogsjaren en de wederopbouw. Dat alles in een magnifieke lay-out en met veel fotowerk, waardoor het een zeer informatief en lezenswaardig boek is geworden.

Gedurende die tijd (1940-1945) was Nijmegen wellicht wel de stad die het zwaarst onder de oorlog heeft geleden, terwijl Rotterdam meestal die twijfelachtige credits krijgt vanwege het bombardement in mei 1940 (650-900 doden). Ook Arnhem had het met omstreeks 1.000 doden zwaar te verduren in de heftige gevechten van 17 t/m 21 september 1944 (Market Garden), maar Nijmegen lag echt ruim acht maanden in de vuurlinie. Op 22 februari 1944 was de Nijmeegse historische binnenstad al platgegooid. Qua aantal slachtoffers was het een van de grootste bombarde-menten op een Nederlandse stad tijdens de Tweede Wereldoorlog. Officieel kwamen omstreeks 800 mensen om het leven (vrijwel allemaal burgers), maar waarschijnlijk ligt het aantal doden hoger omdat onderduikers niet meegeteld konden worden. De binnenstad werd door Amerikaanse vliegers verwoest, waaronder de Sint-Stevenskerk. Ook de Sint-Augustinuskerk en het spoorwegstation werden ernstig beschadigd. Er wordt nog altijd gesproken over een vergissingsbombardement van de Amerikanen, maar later onderzoek bewijst dat die vergoelijkende term wel achterwege kan blijven. Het spoorwegstation zou het eigenlijke en doelbewuste doel zijn geweest. Niks vergissing maar vooral slordig bombarderen, waarbij vele ‘casual victims’ op de koop werden toegenomen.

In september 1944 kwamen daar nog een paar honderd burgerslachtoffers bij door een Duits bombardement gedurende Market Garden. Daarna was Nijmegen vijf maanden lang frontstad en vielen er nogmaals vele honderden doden. De stad heeft met 2.000 burgerslachtoffers zo’n 7% van alle Nederlandse oorlogsdoden, wat onevenredig veel is. De historicus Joost Rosendaal constateerde al eens, cynisch en boos, dat Nederland, net als de meeste Europese landen, nooit wist wat hoe om te gaan met ’zinloze’ burgerslachtoffers en dat bij allerlei nationalistische herdenkingen liever aandacht werd besteed aan ‘heldhaftig’ gesneuvelden. zoals soldaten en verzetsmensen die ‘vielen voor het vaderland’. Tijdens de oorlog werd ook bijna de gehele Joodse bevolking van Nijmegen om het leven gebracht, die bestond uit ruim 500 oorspronkelijke inwoners van Nijmegen en 150 Joodse inwoners die vanaf 1933 hier naartoe waren verhuisd. Verder waren gedurende de oorlog zo’n 10.000 Nijmegenaren gewond geraakt, waarvan meer dan de helft blijvend gehandicapt. Een kwart van het aantal huizen was verwoest en nog eens 13.000 woningen waren min of meer ernstig beschadigd. Met 12.000 daklozen en nog 3000 evacués uit de omgeving was de naoorlogse woningnood immens hoog.

Ongetwijfeld kent Savenije deze verhalen en aantallen. Joost Rosendaal is immers een collega van hem, dus het onderwerp zal heus wel eens een keer aan de orde zijn geweest. Toch blijven veel van dit soort zaken in het omvangrijk boek onderbelicht en soms zelfs onbesproken. Waardoor de stad aan de Waal toch min of meer besproken wordt alsof het een willekeurige Nederlandse provinciestad was en niet een van de zwaarst getroffen steden in Nederland, zo niet de zwaarste. Eigenlijk een gemiste kans om eindelijk eens voor een groter publiek duidelijk te maken, dat niet alle oorlogsleed zich concentreerde in de Randstad. Met alle aandacht voor gebeurtenissen buiten de stadsgrenzen had een dergelijke goed gedocumenteerde vergelijking niet misstaan.

Savenije merkt in zijn inleiding op dat de thematiek ten aanzien van de stellingname in oorlogstijd wordt aangeduid en gekarakteriseerd door het begrippenpaar ‘collaboratie’ en ‘verzet’. Hij heeft het ook als leidende begrippen voor zijn onderzoek gemaakt. Beide begrippen zouden in filosofische betekenis een dialectische eenheid vormen, onlosmakelijk met elkaar verbonden en elkaar steeds versterkend. De twee begrippen dienen niet, zoals in het verleden gebruikelijk was, te worden gezien als elkaars tegenpolen, als gelijkgesteld aan ‘goed’ en ‘fout’, omdat dat niet overeenkomstig de werkelijkheid zou zijn. De historische actualiteit zou meer gediend zijn met een multiperspectieve benadering. Hij betoogt dat de begrippen ‘collaboratie’ en ‘verzet’ weliswaar ouder zijn dan de Tweede Wereldoorlog, maar pas toen de tegenwoordige beladenheid kregen. Collaboratie kreeg de betekenis van samenwerken met een bezettingsmacht, met de aanvullende oordelen van wedden op het verkeerde paar, van heulen met de vijand, van verraad. Verzet (ook wel de illegaliteit of de ondergrondse genoemd) kreeg de glansvollere betekenis van ‘iets illegaals doen in de ogen van de bezetter’, van opkomen tegen onderdrukking en onrecht, van moedig en voorbeeldig gedrag. In de historische werkelijkheid was er echter een heel spectrum van soorten collaboratie en verzet, van standpunten en gedragingen, op allerlei manieren en uit verschillende motieven. Daar kan in zijn algemeenheid niks op worden afgedongen. Het ooit door Chris van der Heijden geïntroduceerde begrip ‘grijs verleden’ is inmiddels algemeen geaccepteerd. Teveel geaccepteerd misschien, want soms lijkt het of alles dezelfde kleur grijs moet hebben en maakt het blijkbaar niet meer uit welke kant gekozen werd. Zo slecht is het echter niet om vaker de good-old zwart-wit tegenstelling als startpunt aan te houden. Dat mag dan vervolgens best voorzien worden van een vleugje grijs ter nuancering, maar houdt de ouderwetse tegenpolen collaboratie en verzet maar goed in ere. Wat Savenije zelf toch eigenlijk ook doet. Ondanks de fraaie methodische onderbouwing zijn verzet en collaboratie toch ook voor hem voornamelijk tegenpolen. Zo worden personen als politieman Van Dijk en burgemeester Van Lokhorst, beiden NSB’ers die op deze posten werden gedropt door de bezetter, behoorlijk negatief geportretteerd en volkomen terecht, want het waren eersteklas ploerten. Bij anderen is de beschrijving van personen uit beide kampen gematigder, wat elk van hen ook recht doet. Die theoretisch-historische methodiek in de Inleiding is waarschijnlijk niet voor iedereen het best leesbare deel van het boek, maar daarom niet minder nuttig om daar eens goed kennis van te nemen. Het gaat bij geschiedschrijving om veel meer dan alleen het beschrijven van wat op welk tijdstip en waar gebeurde.

Er zit echter ook een groot manco aan de focus op collaboratie en verzet. De indruk kan bestaan dat slechts twee kampen tegenover stonden en vanwege die multiperspectieve benadering niet eens lijnrecht. De werkelijkheid is natuurlijk dat er een gigantisch grote groep aan de kant stond. Die waren niet lekker aan het collaboreren of zich met alle middelen aan het verzetten, maar stonden tamelijk relaxed de kat uit de boom te kijken. Het waren kleine minderheden die een duidelijke keuze hadden gemaakt en daaruit de consequenties trokken; de meerderheid deed niks. Nou ja, onder elkaar mopperen op de moffen en naar de illegale radio luisteren. Tot ook dat verboden werd en de toestellen ingeleverd moesten worden. Daar werden nog komische foto’s van gemaakt. Iedereen deed zijn best om ongemerkt en onbeschadigd door de oorlog te komen. De meeste verzetshelden doken pas op toen de nederlaag van de bezetter nakend was. Savenije beschrijft dat proces heel mooi. Het is trouwens best wel een normale menselijke houding. Echte helden zijn dun gezaaid. Echte verraders ook. Punt is dat Savenije wel grotendeels schrijft over die twee beperkte groepjes; over de massa die zich veilig in de accommodatie-stand hadden geparkeerd wordt weinig geschreven. Men kan ze slechts tussen de regels door aanwezig wanen. Het is een gemis in het boek, hoewel niet strijdig met de opzet van het boek. Tenslotte heet het niet ‘Collaboratie, verzet en accommodatie’ of iets dergelijks. Het zou het boek nog completer hebben gemaakt indien dit aspect meer dan slechts een summier passage zou zijn geweest.

Het zijn in wezen summiere punten over een meer dan voortreffelijk boek. Savenije beschrijft in detail alle factoren en omstandigheden die in de beschreven periode van invloed waren op het politieke proces in Nijmegen. Daarbij passeert een groot scala aan lokale, regionale, landelijke en internationale gebeurtenissen, zodat de oorlogsgebeurtenissen aan de Waal en het keuzes van de hoofdpersonen steeds goed door de lezer geduid kan worden. De oorlogsgeschiedenis van de stad Nijmegen wordt daardoor een compleet tijdsbeeld van de stad. Dat gepaard aan een prachtige vormgeving en rijkelijk geïllustreerd maakt het boek, hoewel van oorsprong een wetenschappelijke uitgave, zeer toegankelijk voor een breed publiek. Dat geldt natuurlijk voor Nijmegenaren in het bijzonder, maar ook voor iedereen die in dit onderwerp geïnteresseerd is.

.
.
.
.
.
.
.
.
Lennert Savenije

Nijmegen, collaboratie en verzet.
Een stad in oorlogstijd

Uitgeverij Vantilt, 2018
ISBN: 978.94.6004.378.9

Advertenties
Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: