HOE LENIE DICKE WERD BEVRIJD

Dordtse verzetshelden wisten in januari 1945 koerierster Lenie Dicke uit een strengbewaakte gevangenis te bevrijden. Maar de actie kwam de familie Dicke duur te staan. Een reconstructie van een riskante gevangeniskraak.

Woensdag 3 januari 1945 – De inval: Het is enkele dagen na Nieuwjaar, de bel gaat. Niets vreemds, want de familie Dicke krijgt veel bezoek over de vloer. Legaal én illegaal. ‘De bel stond nu eenmaal nooit stil’, aldus opgetekend uit Lenies mond. ‘Onbevangen ging ik zelf opendoen.’ Als ze de deur opent, staan er twee automatische pistolen op haar hoofd gericht. ‘Ze zochten ein schwarzes Mädchen. Ik begreep onmiddellijk dat het hen om Truus (Trix Brouwer) te doen was.’
Truus was koerierster in het verzet en een goede vriendin van Lenie. Ze is die dag ‘toevallig’ niet aanwezig. ‘Hände hoch! An der Wand! Schnell!’, tieren de Duitsers. De hele familie, die nog aan de eettafel zit, staat in een mum van tijd overeind. Lenie wordt meegenomen naar het hoofdkantoor van de Duitse Sicherheidsdienst (SD) aan de Singel. Op het kantoor wordt ze verhoord door de Gestapo. Carol Neumann, hoofd van de Dordtse Gestapo, wil alles van haar weten. Dat gaat niet zonder geweld. ‘Neumann sloeg haar in het gezicht of stompte haar met zijn vuist’, blijkt uit zijn eigen memoires. Hij sloot Lenie enige tijd op in een kast om haar tot spreken te dwingen. Alle details wilde hij weten. Waar werden de illegale blaadjes gedrukt? Wie kende Lenie nog meer uit de ondergrondse? Hoe kwam ze aan bonkaarten? Waren er wapens? Hoeveel en waar? Het verhoor gaat de hele dag door, tot ze uiteindelijk naar de gevangenis aan de Doelstraat wordt gebracht.


Donderdag 4 januari 1945 – Een huiszoeking: De volgende ochtend wordt Lenie al vroeg uit haar cel gehaald en naar de Prinsenstraat gereden. Daar vallen de Duitsers opnieuw het ouderlijk huis binnen, op zoek naar nieuwe aanwijzingen. Lenie signaleert vanuit de auto dat er diverse verzetsstrijders in de buurt zijn. Na de huiszoeking, wordt ze weer meegenomen naar het kantoor van de SD. Daar wordt ze de hele morgen in een kast gestopt. ’s Middags slaat de sfeer ineens om. Ze mag in een warme fauteuil gaan zitten en wordt op ‘vaderlijke’ toon ondervraagd. Ze laat de naam van haar handlanger Truus vallen. De druk wordt haar te veel.

Vrijdag 5 januari 1945 – Truus gepakt?: De Duitsers zoeken Lenie op in de gevangenis. Ze hebben Truus, haar koeriersmaatje, gepakt. ‘Ze heeft alles bekend.’ Lenie kan de druk niet aan en schrijft een briefje aan een van haar mede-verzetsstrijders, Rinus. De briefwisseling verloopt via ‘goede’ cipiers. Ze krijgt snel antwoord: ‘Houd moed. Zo nodig grijpen we in. We staan klaar.’ Getekend: Rinus en Tom. Nog diezelfde vrijdagavond beramen de verzetsstrijders een overval op de gevangenis. Het is commandant Michiel Beekman, verzetsnaam André, die de leiding neemt. Hij weet 23 man in paraatheid te brengen. Maar het loopt anders dan gepland. Er komen verontrustende berichten binnen: De spertijd is vervroegd. (…) De stad lijkt te wemelen van de Duitse soldaten. Bij de gevangenis komen zich onverwacht drie Duitse soldaten melden. Was dit een versterking? Het plan wordt afgeblazen.

Zaterdagnacht 7 januari 1945 – Plan gaat niet door: Opnieuw wordt een overval gepland. Maar er is ingebroken in de buurt van de gevangenis. De Duitsers zijn op hun hoede. Ook dit plan gaat niet door.

Zondagnacht 8 januari 1945 – Verraderlijke sneeuw: Vannacht moet het gebeuren. De groep is flink uitgedund. Er zijn nog dertien man over. Tot overmaat van ramp begint het om 3.00 uur te sneeuwen. Dat was gevaarlijk, want dan konden in een achtervolging de sporen simpel worden gevolgd. De mannen besluiten valse sporen in de sneeuw achter te laten om de Duitsers om te tuin te leiden. Ze dragen elkaar op de rug, sjouwen met fietsen en lopen achteruit om een verkeerde indruk te wekken. Er worden wachtposten uitgezet op strategische punten. Op een adres vonden ze 300 boeken terug en op een ander adres de tafel en de canapé. Dan is het moment daar. De overvallers, verkleed als Duitse patrouille, stellen zich op aan de deur van de gevangenis. Ze hebben een list verzonnen. Een Duitse patrouille heeft drie burgers gevangengenomen, die sabotage wilden plegen aan de brug naar Zwijndrecht. ‘Bij de Feldgendarmerie was geen plaats meer (…) daarom moeten zij maar zolang in de gevangenis worden ondergebracht’, luidt de boodschap aan de portier. Die waarschuwt de wachters, maar dan komen de mannen in actie. Er wordt geschoten, drie wachters worden uitgeschakeld. Een van de ‘burgers’ snelt de trap op naar de vrouwenafdeling en bevrijdt ‘de sidderende koerierster’. Lenie is vrij. Ze snellen de gevangenis uit en verdwijnen op de fiets. Lenie, die naar verluidt geen tijd heeft om zich aan te kleden, zit ‘in haar ondergoed met een toegeworpen jas’ achterop. Eén voor één verdwijnen de overvallers uit beeld. Lenie wordt tijdelijk ondergebracht door Beekman op de Van Baerlestraat. Enkele dagen later duikt ze onder in de Alblasserwaard. Daar wacht ze de bevrijding af. Haar handlangster, Truus, blijkt niet veel verderop in Bleskensgraaf te zitten. Ze is altijd uit handen van de Duitsers gebleven. Ook de andere familieleden van de Dickes, onder wie Otto, duiken onder uit angst voor represailles van de Duitsers. Die angst blijkt niet onterecht.

Woensdag 10 januari 1945 – De Dickes gestraft: Bij de geslaagde overval op de gevangenis wordt één Duitser gedood en raken er twee gewond. De Duitsers zijn woest en zinnen op wraak. Verzetsmensen werden in de laatste maanden van de bezetting regelmatig in het openbaar gefusilleerd, vaak op de plek van de aanslag. In Dordrecht loopt het anders. Dordrecht wordt collectief gestraft. Niemand mag vanaf 10 januari na 18.00 uur nog naar buiten. De Dickes ondergaan een ander lot. De Duitsers hebben de inboedel van het huis van de familie aan de Prinsenstraat 3 een dag eerder al in beslag genomen. Om 10.00 uur wordt door de Wehrmacht het bericht gegeven dat het pand van de Dickes door brand zal worden verwoest. De brandweer wordt ingeschakeld en rukt uit met groot materieel, de omliggende panden moeten nat gehouden worden om overslaan van de vlammen te voorkomen. Onder toezicht van de NSB-burgemeester (Van Houten) en de korpschef van de politie (Verlooij) steekt Ortskommandant Graf van Solms, om 10.55 uur zelf het pand in brand. Overigens niet nadat het bovenlicht van de winkeldeur, met een voorstelling van het Zeepaard, is verwijderd. Een kostbaar museumstuk, waarover de burgemeester zich eigenhandig ontfermt. De brand is enorm. Tot 14.20 uur grijpen de vlammen om zich heen. Dan pas begint de brandweer met blussen. De brand is zo hevig dat er ook een dag later nog moet worden nageblust. Wat er overblijft, wordt meegenomen: 250 kilo aan lood ‘afkomstig van goten en waterleidingen’. En de nog aanwezige brandkast. Wat daarmee is gebeurd, is niet bekend. De familie Dicke heeft maar weinig spullen kunnen redden. Een klein deel van de inboedel is vooraf in veiligheid gebracht. De rest is in beslag genomen of geroofd. Otto Dicke, die zelf veel tekeningen is kwijtgeraakt, vertelt later: ‘Op een adres vonden ze 300 boeken terug en op een ander adres de tafel en de canapé. De piano is ook teruggevonden. (…) Helemaal verknoeid, want daar hadden Duitsers bier in gegooid.” Veel moeite om verder te zoeken doet de familie niet. Dicke: ‘Het was ellendig werk.’

De hoofdrolspelers: Lenie Dicke, 9 februari 1922: Lenie Dicke was de dochter van Carel Matthijs Dicke en zus van illustrator en kunstenaar Otto Dicke. Ze levert tijdens de oorlog een belangrijke bijdrage aan het verzet in en om Dordrecht. Vooral als koerierster. Ze brengt illegale kranten rond, vervoert wapens, smokkelt bonkaarten en brengt berichten over aan onderdelen van de Binnenlandse Strijdkrachten. Ze overlijdt in 2000 en is begraven in Dordrecht ; Michiel Beekman, 17 augustus 1912: Michiel Beekman gaf leiding als commandant aan de 1ste compagnie Strijdend Gedeelte van de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij is de bedenker van het bevrijdingsplan van Lenie en voert het team aan dat de aanval op het huis van bewaring aan de Doelstraat uitvoert. Beekman overlijdt vlak na de oorlog bij een wapenongeluk ; Carel Matthijs Dicke, 28 oktober 1884: Carel Dicke was de vader van Lenie Dicke en haar broer Otto. Hij is in de oorlog getrouwd met Levien. Samen hebben ze elf kinderen. Carel is koopman en actief binnen de Dordtse gemeenteraad. Ook in de Tweede Wereldoorlog blijft hij aan als wethouder. Diverse verzoeken om ontslag, worden geweigerd. De familie is intensief betrokken bij de hulp aan onderduikers en ondersteuning van het verzet. Hij overlijdt in 1956.

Uit: Algemeen Dagblad, 3 mei 2018, Brammert Waagmeester
Deze reconstructie is tot stand gekomen met medewerking van de vereniging Oud-Dordrecht. Delen zijn met toestemming overgenomen uit het jaarboek Dicke in Dordt – Een ondernemende familie (19de en 20ste eeuw). Hierin wordt de familiehistorie van de Dickes uitgebreid beschreven.

Dit item was geplaatst door Muis.
%d bloggers liken dit: