LAURENS RIJNHART BEIJNEN (50)

Laurens Rijnhart Beijnen (Brummen, 23 september 1896 – Brummen, 13 april 1945) was een Nederlands verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was lid van de patriciërsfamilies Beijnen, die van oorsprong afkomstig was uit het Brabantse Waalre. De stamreeks gaat terug tot 1650 naar de schoolmeester Christiaan Beijnen. Een van zijn nazaten verkreeg in 1829 bij Koninklijk Besluit het recht de familienaam te wijzigen in Koolemans Beijnen; een andere nazaat, toevallig (?) met de naam Laurens Rijnhart Beijnen (1811-1897) wijzigde na zijn huwelijk met Catharina van Duijfhuijs (1814-1888) de naam in Van Duijfhuijs Beijnen. Laurens Beijnen had in Delft mijnbouw gestudeerd en werkte daarna ongeveer een jaar in Nederlands-Indië in Weltevreden, een door Europeanen bewoonde voorstad van Batavia, ongeveer tien kilometer van het stadscentrum verwijderd. In de loop van de achttiende eeuw verrezen hier statige herenhuizen waarmee de koloniale Nederlandse machthebbers de ongezonde levensomstandigheden in de hoofdstad konden ontvluchten. Weer terug in Nederland in 1934 stichtte hij in het Gelderse Eerbeek de zeefplatenfabriek Veco, een nog steeds florerend bedrijf.

Toen de oorlog uitbrak weigerde hij voor de Duitsers te gaan werken en wilde geen opdrachten laten uitvoeren in zijn fabriek, hoewel de commissarissen van de onderneming daar bij de eigenaar-directeur op aandrongen. Door plaatsgenoot mr. L.A.S.J. baron van der Feltz, die zijn standvastige opstelling wel kon waarderen, raakte hij betrokken bij het werk van de illegaliteit. Hij werd lid van de Ordedienst (OD); in de lente van 1944 werd Beijnen door de Gewestelijk Commandanten van de OD in Gewest 5 (Achterhoek), de reserve-luitenant W.A. van der Wall Bake en chef-staf jonkheer P.J. Six, gevraagd hoofd te worden van Sectie V van Gewest 5 van de Binnenlandse Strijdkrachten. De beide commandanten waren onderling zeer bevriend en kwamen veelvuldig bijeen in het landhuis ’t Kiefkamp te Vorden van de eer Van der Wall Blake. Beijnen hield zich onder meer bezig met inlichtingenwerk en speelde deze door aan de Ordedienst, waarvoor hij vooral in Amsterdam contact onderhield met majoor J. Kok, hoofd van Sectie v van het Algemeen Hoofdkwartier van de OD.Voor die bezoeken aan Amsterdam ging hij per fiets en leverde dan inlichtingenrapporten af. Beijnen trof namelijk de voorbereidingen voor de provisorische brugslag ten behoeve van de verwachte opmars van de geallieerde legers en wist te voorkomen dat allerlei materiaal van de brandweer naar Duitsland werd overgebracht. 

Omdat zijn positie op een gegeven moment penibel was geworden, legde hij begin 1945 zijn reguliere werk stil en dook onder bij J.G.W.H. baron van Sytzema, een vriend van plaatsgenoot mr. L.A.S.J. baron van der Feltz, in diens buitenhuis Huize Reuversweerd, dat tevens een trefpunt voor de illegaliteit was. Begin april 1945 nam het beruchte SS-Jagdcommando Pieters, dat onder leiding stond van de Nederlandse SS’er Andries Pieters en de SD’er Ludwig Heinemann en dat actief verzetsstrijders opspoorde, haar intrede in het landhuis Groot-Engelenburg. Al snel volgde de ene arrestatie na de andere, zodat er binnen de kortste tijd ongeveer veertig verzetsstrijders in de kelders van her landhuis opgesloten zaten. Waarschijnlijk door verraad werd ook Laurens Beijnen op 9 april 1945 gearresteerd en vreselijk gemarteld. Toen de geallieerden naderden en Groot-Engelenburg steeds meer onder artillerievuur kwam te liggen, werden in de vroege ochtend van 13 april 1945 acht verzetsstrijders bij de gracht achter het landhuis met een nekschot gefusilleerd: L.R. Beijnen, J.W. Detmar, M. Munnik, A.J.J. Otter, M. Put, J.E.W.H. Somer, D.A. van Vuuren en J.G.W.H. baron van Sytzema. De lichamen werden in de gracht achtergelaten. Kort daarna werden er in Amersfoort nog zes personen door het commando-Pieters doodgeschoten.[Een dag later werd Brummen bevrijd. Andries Pieters kreeg vanwege door hem gepleegde oorlogsmisdaden in juni 1949 de doodstraf opgelegd, welk vonnis in november 1951 in hoger beroep werd bevestigd. Op 21 maart 1952 werd Pieters samen met Artur Albrecht door een vuurpeloton terechtgesteld op de Waalsdorpervlakte, de laatste voltrekking van een doodvonnis in Nederland. Ludwig Heinemann wist aanvankelijk verkleed als Wehrmachtsoldaat naar Duitsland te ontkomen, maar werd op 18 maart 1946 in Hamm aangehouden en op 6 augustus 1946 uitgeleverd aan Nederland.op 10 februari 1947 werd te Arnhem de opgelegde doodstraf voltrokken.

Bij landhuis Groot-Engelenburg is een oorlogsmonument geplaatst, een witte natuurstenen zuil die is bekroond met een schaal waarin een gasvlam kan branden. Op de zuil is in reliëf een mensenfiguur aangebracht. Aan de voet van de zuil ligt een natuurstenen gedenksteen met daarop een bronzen plaquette waarop de namen staan van zeven verzetshelden die in Brummen zijn gefusilleerd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Boven de plaquette is een kleine bronzen leeuw bevestigd. De tekst op de schaal luidt ‘Zij hielden de lampen brandende’. Laurens Rijnhart Beijnen werd begraven op de Algemene Begraafplaats te Brummen. grafnummer 169-170. Postuum werd Beijnen in 1946 het Verzetskruis toegekend. 

Dit item was geplaatst door Muis.
<span>%d</span> bloggers liken dit: